Zoekresultaat: 9 artikelen

x
Jaar 2009 x
Artikel

De beleidsregels combinatieovereenkomsten

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2009
Trefwoorden combinatieovereenkomsten, Besluit Vrijstellings Combincatieovereenkomsten (BVC), combinatievorming, beleidsregels
Auteurs Mr. M.A. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 oktober 2009 zijn de beleidsregels van de minister van Economische Zaken (EZ) inzake combinatieovereenkomsten in werking getreden.1x Beleidsregels van de minister van Economische Zaken van 11 september 2009, nr. WJZ/9153048, met betrekking tot de toepassing door de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit van artikel 6 van de Mededingingswet ten aanzien van combinatieovereenkomsten, Stcrt. 2009, nr. 14082, 22 september 2009. Deze beleidsregels zijn tot stand gekomen na een jarenlange discussie welke regels het oude Besluit Vrijstelling Combinatieovereenkomsten (BVC) zouden moeten vervangen. Bovendien zijn de beleidsregels bedoeld om de scheiding tussen de vorming van het mededingingsbeleid door EZ en de uitvoering door de NMa aan te scherpen. Positief is dat de minister is afgestapt van de wantrouwige en restrictieve benadering van combinatievorming die het beleid jarenlang heeft gekenmerkt. Op grond van de beleidsregels zullen combinatieovereenkomsten alleen in uitzonderlijke gevallen niet zijn toegestaan. Minder positief is dat de beleidsregels weinig toevoegen aan de Europese richtsnoeren inzake horizontale samenwerkingsovereenkomsten en nauwelijks concrete handvatten bieden.

Noten

  • 1 Beleidsregels van de minister van Economische Zaken van 11 september 2009, nr. WJZ/9153048, met betrekking tot de toepassing door de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit van artikel 6 van de Mededingingswet ten aanzien van combinatieovereenkomsten, Stcrt. 2009, nr. 14082, 22 september 2009.


Mr. M.A. de Jong
Mr. M.A. de Jong is advocaat bij Allen & Overy.

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.


Prof. mr. T.R. Ottervanger
Prof. mr. T.R. Ottervanger is advocaat en compagnon by Allen & Overy LLP en deeltijd hoogleraar Europees recht en mededingingsrecht aan de Rijksuniversiteit Leiden.
Artikel

De WOB en de Eurowob in het mededingingsrecht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2009
Trefwoorden Wob, Eurowob, Verordening (EG) nr. 1049/2001, toegang tot documenten, civiele handhaving
Auteurs Mr. L. Haasbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    Toegang tot documenten op grond van de Wob en de Eurowob kan een belangrijke rol gaan spelen in mededingingsprocedures, bijvoorbeeld bij de bewijsvergaring in civiele procedures gebaseerd op het mededingingsrecht. Het daadwerkelijke belang van de openbaarheidsregimes zal afhangen van de interpretatie van de uitzonderingsgronden, op basis waarvan toegang tot documenten mag worden geweigerd. Dit artikel bespreekt de interpretatie van deze uitzonderingsgronden uit de jurisprudentie en beschikkingenpraktijk in voor het mededingingsrecht belangrijke potentiële toepassingen van de openbaarheidsregimes. Aan de hand hiervan zal een inschatting worden gegeven van de mogelijkheden en risico’s van toepassing van de openbaarheidsregimes in het mededingingsrecht


Mr. L. Haasbeek
Mr. L. Haasbeek is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

De vraagstelling voor expertises in medische aansprakelijkheidszaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2009
Trefwoorden medische aansprakelijkheid, IWMD-vraagstelling, rechtsontwikkeling, Richtlijn Medisch Specialistische Rapportage
Auteurs Prof. mr. A.J. Akkermans, mevrouw mr. L.G.J. Hendrix en mr. A.J. Van
SamenvattingAuteursinformatie

    Zoals bekend heeft de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging van de Vrije Universiteit in samenwerking met de Interdisciplinaire Werkgroep Medische Deskundigen (IWMD) een studiemodel ontwikkeld voor de vraagstelling bij medische expertises over het causaal verband bij ongevallen. Dit model is bekend geworden als ‘de IWMD-vraagstelling’ en heeft ruime navolging gekregen in de praktijk. Daardoor levert de vraagstelling aan de deskundige veel minder problemen op dan voorheen. Onlangs zag het concept van een nieuwe versie (maart 2009) het licht. Ook dit concept heeft al zijn weg naar de praktijk gevonden. Zoals haar benaming aangeeft, ziet deze vraagstelling op de situatie waarin vaststaat dat de benadeelde een ongeval is overkomen, maar waar ter discussie staat wat daarvan de gevolgen zijn.


Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum en lid van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.

mevrouw mr. L.G.J. Hendrix
Mevrouw mr. L.G.J. Hendrix is docent/onderzoeker en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum en lid van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.

mr. A.J. Van
Mr. A.J. Van is onderzoeker bij de afdeling privaatrecht van de Vrije Universiteit Amsterdam en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum en lid van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.


Mr. P.V.F. Bos
Mr. P.V. F. Bos is advocaat bij BarentsKrans.
Praktijk

Kroniek Mededingingswet 2008

Mededingingsafspraken, machtsposities en procedures

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2009
Auteurs Mr. C.T. Dekker, Mr. E. Belhadj en Mr. A.M. Hoekstra-Borzymowska
SamenvattingAuteursinformatie

    In het verslagjaar nam de NMa in het kader van de handhaving van de artikelen 6 en 24 Mededingingswet (Mw) zes besluiten, waarbij in totaal 9 miljoen euro aan boetes werd opgelegd. In drie zaken werd geen rapport opgemaakt, maar werd een ander instrument gebruikt om een einde te maken aan een overtreding. Welke instrumenten dat zijn geweest, is niet geheel duidelijk, afgezien van het – voor het eerst – inzetten van het toezeggingsbesluit in één zaak. In een achttal zaken is een onderzoek naar de mogelijke overtredingen van genoemde artikelen stopgezet, omdat er onvoldoende bewijs voor een overtreding was.Opvallend dit jaar is het relatief grote aantal besluiten dat de NMa op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) heeft moeten nemen. Op deze besluiten wordt hieronder ook kort ingegaan, voor zover ze van specifiek belang zijn voor de mededingingspraktijk.Dit jaar worden voor het eerst in deze kroniek naast de besluiten van de NMa over de toepassing van de Mededingingswet (met uitzondering van die in het kader van het concentratietoezicht) ook de uitspraken van de Rechtbank Rotterdam en het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) over deze besluiten besproken. De Rechtbank Rotterdam deed in het verslagjaar uitspraak in 25 zaken in de bouwsector die bij de NMa de versnelde procedure hadden doorlopen. Alleen de opvallende punten uit deze uitspraken worden in deze kroniek besproken.


Mr. C.T. Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh.

Mr. E. Belhadj
Mr. E. Belhadj is advocaat bij Nysingh.

Mr. A.M. Hoekstra-Borzymowska
Mr. A.M. Hoekstra-Borzymowska is advocaat bij Nysingh.

Mr. M.C. van Heezik
Mr. M.C. van Heezik is advocaat bij Houthoff Buruma N.V. De auteur dankt mr. I.W. VerLoren van Themaat en mr. A. Gerbrandy voor hun commentaar op het concept.
Artikel

De komende emancipatie van het slachtoffer

Naar een verbeterde rechtspositie voor gedupeerden van misdrijven

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2009
Trefwoorden slachtoffers, etikettering, spreekrecht, herstelrecht
Auteurs Jan van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In Western languages those affected by crime are universally labelled as the sacrificed ones. This label is inspired by the suffering of Jesus Christ and evokes images of helplessness and meekness. It acts as hidden justification for the marginal, self-effacing role of victims in criminal procedure and restorative justice. The author argues for deconstruction of the stereotypical victim label and the creation of more space in criminal procedure for victims as autonomous parties. In his view the recent innovation in Dutch law of a limited Victim Impact Statement still gives victims insufficient voice. He also argues for a reconceptualisation of restorative justice practices as a supplement to the criminal trial rather than as a substitute.


Jan van Dijk
Jan van Dijk is als hoogleraar victimologie verbonden aan INTERVICT, Universiteit van Tilburg.
Artikel

Daderschap van kartelovertredingen, de facilitator beboet

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2009
Trefwoorden Facilitator, Medeplegen, Daderschap, Legaliteitsbeginsel, Artikel 81 EG-Verdrag
Auteurs Mr. Robbert de Bree
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoeverre is bij bepalen de normadressaat/het daderschap van kartelovertredingen een begrip als medeplegen of medeplichtigheid een aan te leggen criterium? Richt het kartelverbod zich ook tegen een facilitator? En verhoudt zich dat wel met het legaliteitsbeginsel? Voor die vragen zag het Gerecht van Eerste Aanleg zich gesteld in de zaak van AC-Treuhand AG, waarin het op 8 juli 2008 arrest wees (T-99/04 AC Treuhand AG t. Commissie).


Mr. Robbert de Bree
Robbert de Bree is werkzaam als advocaat bij Wladimoroff & Waling te ’s-Gravenhage
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.