Zoekresultaat: 5 artikelen

x
Jaar 2010 x
Jurisprudentie

Rechterlijke macht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2010
Trefwoorden kroniek rechterlijke macht, uniforme rechtstoepassing, competentiegrenswijziging, versterking cassatierechtspraak, mediation
Auteurs Mr. drs. G. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Kroniek rechterlijke macht wordt ingegaan op actualiteiten rondom uniforme rechtstoepassing. Betoogd wordt onder meer dat de ontwikkeling van eventueel toekomstig rechterlijk beleid gebaat is bij een algemeen aanvaarde methode. Verder wordt in deze kroniek aandacht besteed aan de beoogde wijziging van de competentiegrens in kantonzaken, die onder meer gevolgen heeft voor de relatieve competentie in kantonzaken en voor de beschikbaarheid van het Roljournaal. Daarnaast komen lopende uitvoeringstrajecten ter versterking van de cassatierechtspraak aan de orde. Tot slot wordt ingegaan op de problematiek van het verschoningsrecht voor mediators in samenhang met de implementatie van de Mediationrichtlijn.


Mr. drs. G. de Groot
Mr. drs. G. de Groot is vice-president van de Rechtbank Amsterdam.
Artikel

De bijzondere zorgplicht bij de opzegging van kredietovereenkomsten – zijn de zeven vette jaren van Rabobank/Aarding voorbij?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2010
Trefwoorden kredietopzegging, redelijkheid en billijkheid, zorgplicht, proportionaliteit en subsidiariteit
Auteurs Mr. P.S. Bakker en Mr. dr. D. Haas
SamenvattingAuteursinformatie

    Ruim zeven jaar geleden wees het Hof Arnhem het arrest Rabobank/Aarding (JOR 2003, 267). In dit arrest oordeelde het hof onder meer dat de bijzondere zorgplicht van banken met zich brengt dat een kredietopzegging ten minste moet voldoen aan eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. In dit artikel wordt geconstateerd dat het hof daarmee een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd ter beoordeling van kredietopzegging. Tevens wordt de invloed van art. 2 van de algemene bankvoorwaarden op de invulling van de wel te hanteren maatstaf besproken en wordt stilgestaan bij het fenomeen van de bijzondere zorgplicht.


Mr. P.S. Bakker
Mr. P.S. Bakker is als advocaat/PSL werkzaam bij Houthoff Buruma te Amsterdam en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. D. Haas
Mr. dr. D. Haas is jurist bij de AFM en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Afwegingskader bij het gebruik van zelfreguleringsinstrumenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden zelfregulering, wetgeving, afwegingskader, economisch perspectief
Auteurs Prof. dr. B.E. Baarsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft beleidsmakers en ondernemers(organisaties) handvatten om te kunnen beoordelen of zelfregulering een haalbare en wenselijke optie is. Stel er is een probleem. Niet zo maar een probleem, maar een probleem waarbij een publiek belang in het geding is. Hoe kan dit probleem dan het best worden opgelost, met overheidsregulering (wetgeving) of met zelfregulering? En als zelfregulering een optie is, welk van de vele beschikbare instrumenten heeft dan de voorkeur? Wat zijn de risico’s en kansen van de verschillende soorten afspraken? Deze vragen kunnen worden beantwoord met het in dit artikel beschreven afwegingskader. Het kader is vanuit een economisch perspectief opgesteld.


Prof. dr. B.E. Baarsma
Prof. dr. B.E. Baarsma is algemeen directeur van SEO Economisch Onderzoek en bijzonder hoogleraar Marktwerking- en mededingingseconomie aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de UvA en tevens redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.

    In deze bijdrage wordt ingegaan op het wetsvoorstel ter implementatie van richtlijn 2000/48 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten. Het wetsvoorstel introduceert een nieuwe titel in Boek 7 BW betreffende de kredietovereenkomst. Op hoofdlijnen wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste veranderingen die de wetswijziging meebrengt.


Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Verdere duidelijkheid over afwikkeling van effectenleaseovereenkomsten: de wijze waarop Hof Amsterdam omgaat met de richtinggevende oordelen van de Hoge Raad

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden effectenlease, causaal verband, onaanvaardbare financiële last, eigen schuld lessee, aflossingen en betaalde rente lessee, restschuld, verrekening van voordeel
Auteurs Mr. Y.A. Wehrmeijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In juni 2009 heeft de Hoge Raad een aantal richtinggevende oordelen gegeven over het handelen van aanbieders van effectenleaseproducten. De vraag na deze arresten was op welke manier deze oordelen zouden uitwerken in de grote variëteit aan effectenlease-zaken. Hof Amsterdam heeft op 1 december 2009 vier arresten gewezen waarin het voormelde richtinggevende oordelen van de Hoge Raad toepast en een aantal nog openstaande vragen beantwoordt. Het artikel gaat in op de wijze waarop het hof voormelde richtinggevende oordelen toepast en analyseert de oplossingen van het hof ten aanzien van causaal verband, voordeelstoerekening, eigen schuld en rente.


Mr. Y.A. Wehrmeijer
Mr. Y.A Wehrmeijer is advocaat bij Houthoff Buruma te Den Haag.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.