Zoekresultaat: 37 artikelen

x
Jaar 2009 x
Artikel

Access_open Doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht in drievoud

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden rechtsmachtverdeling, privaatrecht, publiekrecht, bestuursrechtelijke geldschulden
Auteurs Dr. mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaan in verhoudingen tussen een burger en de overheid drie vormen van doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht. De eerste vorm van doorwerking hangt samen met de rechtsmachtverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter. De tweede vorm van doorwerking hangt samen met de voorrang van publiekrechtelijke normen in het privaatrecht. Deze voorrang kan op twee manieren worden bereikt. Het is mogelijk dat publiekrechtelijke normen op onaanvaardbare wijze worden doorkruist indien gebruik gemaakt wordt van een privaatrechtelijke bevoegdheid. Een andere wijze waarop deze voorrang kan worden bewerkstelligd is het opnemen van een regeling in het publiekrecht van materie die ook in het BW is geregeld. De derde vorm van doorwerking betreft de doorwerking van publiekrechtelijke regels via open normen in het privaatrecht. Met het oog op de toekomst rijst de vraag welke van deze drie vormen van doorwerking in de toekomst zullen blijven bestaan en welke het meest prominent zullen worden.


Dr. mr. M.W. Scheltema
Dr. mr. M.W. Scheltema is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.

J.J. Rijken

E.-B. van Veen






Jurisprudentie

2009/22 Gebruik term ‘kwakzalver’ niet onrechtmatig; vrijheid van meningsuiting; art. 10 EVRM; cassatieberoep gegrond

Hoge Raad (vice-president D.H. Beukenhorst, voorzitter, A. Hammerstein, J.C. van Oven, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, raadsheren) d.d. 15 mei 2009.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2009
Auteurs





J.H.M. van Swaaij

    De vrijstellingsmogelijkheid van artikel 7.3.1, vierde lid, van de Bouwverordening is naar het oordeel van de Voorzitter niet ingevolge artikel 122 van de Gemeentewet van rechtswege vervallen.

Artikel

Access_open Arrest inzake de vaststellingsovereenkomst

Een toeschietelijke Hoge Raad (HR 27 maart 2009 RvdW 2009, 462)

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden executiegeschil, vaststellingsovereenkomst, uitleg, garantie, dwangsommen, verjaring, dwingend recht, strijd openbare orde goede zeden
Auteurs Mr. M.W. Bijloo
SamenvattingAuteursinformatie

    Merck, Sharpe en Dohme (MSD) en Euromedica zijn verwikkeld in een inbreukprocedure. Bij kort gedingvonnis van 9 juli 1999 wordt Euromedica veroordeeld om de inbreuk op de merkrechten van MSD te staken op verbeurte van een dwangsom van ƒ 10.000 per overtreding met een maximum van ƒ 1.000.000. Nadat MSD vervolgens – op basis van een gestelde overtreding van het verbod door Euromedica – maatregelen wilde treffen om dwangsommen te incasseren, heeft Euromedica een kort geding procedure aanhangig gemaakt tot staking van deze executie. De president van de rechtbank wijst deze vordering toe. Na wijzen van arrest door het gerechtshof in het hoger beroep komen partijen overeen dat MSD tegen overlegging van een bankgarantie van ƒ 1.000.000 door Euromedica af zou zien van executie van de dwangsommen, totdat bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak zou zijn komen vast te staan dat (i) Euromedica inbreuk had gepleegd op de rechten van MSD in cassatie, en (ii) Euromedica dwangsommen verschuldigd was op grond van het kort geding vonnis van 9 juli 1999. Nadat bij onherroeplijke rechterlijke uitspraak was komen vast te staan dat Euromedica wel degelijk inbreuk maakte en derhalve de dwangsommen verschuldigd was, stelde Euromedica zich op het standpunt dat de dwangsommen inmiddels verjaard waren en verzocht zij de rechtbank Haarlem om een verklaring van recht met die strekking. De rechtbank wees de vordering af, maar het gerechtshof Amsterdam wees de vordering in hoger beroep toe. In cassatie oordeelde de Hoge Raad dat de overeenkomst tussen partijen waarbij afstand werd gedaan van executie van de dwangsommen tegen overlegging van een bankgarantie moet worden aangemerkt als een vaststellingsovereenkomst ex art. 7:900 BW. Als gevolg daarvan werd de verhouding tussen partijen niet langer beheerst door het vonnis van 9 juli 1999 en de aansluitende procedures, maar door de vaststellingsovereenkomst. Op deze vaststellingsovereenkomst is de relevante verjaringsbepaling niet van toepassing. Nu is betreffende verjaringsbepaling van dwingend recht, maar op basis van art. 7:902 BW is een vaststellingsovereenkomst ook geldig als zij in strijd mocht blijken met dwingend recht.Er kunnen naar aanleiding van dit arrest van de Hoge Raad twee conclusies worden getrokken: ten eerste dat er in de visie van de Hoge Raad sprake van een vaststellingsovereenkomst kan zijn ondanks dat het niet zeker is of partijen zulks hebben beoogd. Verder is het onduidelijk waar de Hoge Raad de grens trekt ten aanzien van (de toepassing van) artikel 7:902 BW.


Mr. M.W. Bijloo
Mr. M.W. Bijloo is advocaat bij Baker & McKenzie Amsterdam.
Jurisprudentie

Wie is titularis van het recht op informatie en raadpleging?

HvJ EG 16 juli 2009, Mono Car Styling SA tegen Dervis Odemis, C-12/08

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2009
Trefwoorden collectief arbeidsrecht, informatie, consultatie, art. 6 EVRM, Richtlijn collectief ontslag
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Mono Car Styling onderzoekt het Hof van Justitie de aard van het recht op informatie en raadpleging in de Richtlijn Collectief Ontslag (98/59/EG). De concrete aanleiding hield verband met het feit dat de Belgische omzettingswet (de Wet Renault) aan individuele werknemers een ongelijke toegang tot de rechter bood in vergelijking met ‘collectieve actoren’ (werknemersvertegenwoordigers in de ondernemingsraad, representatieve werknemersorganisaties) om de correcte naleving van de informatie- en raadplegingsprocedure bij collectief ontslag te betwisten. Het Hof oordeelt dat het recht op informatie en raadpleging een collectieve natuur heeft. Er is dan ook geen reden om aan te nemen, dat de ongelijke toegang tot de rechter ten nadele van het individu afbreuk zou doen aan het beginsel van effectieve rechtsbescherming (access to justice – artikel 6 EVRM). In deze bijdrage wordt de door het Hof gevolgde redenering op twee gronden bekritiseerd. Het Hof heeft onvoldoende oog voor de relevantie van mensenrechtelijke instrumenten waarin het recht op informatie en raadpleging opduikt. Een Reflexwirkung van deze instrumenten bij de interpretatie van de Richtlijn Collectief Ontslag is aangewezen. Deze had tot een andere uitkomst kunnen leiden. Het Hof heeft bovendien de individuele ontslagrechtelijke bescherming die inherent is aan het mechanisme van de Richtlijn Collectief Ontslag onvoldoende meegewogen. Bij nader inzien is geenszins sprake van een systematische interpretatie van de Richtlijn Collectief Ontslag.


Prof. dr. F. Dorssemont
F. Dorssemont is hoogleraar aan de Université Catholique de Louvain en Promotor van M.I.S. ‘Mobilité Ulysse’ FRS-FNRS.

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.


Mr. dr. F.A.G. Groothuijse
Mr. F.A.G. Groothuijse is werkzaam als onderzoeker/docent bij het Centrum van Milieurecht van de Universiteit van Amsterdam en is tevens redactielid van TO.

    Besluit tot weigering om een bestemmingsplan vast te stellen. Overgangsrecht zoals geregeld in Invoeringswet Wro ten aanzien van aanvragen van vóór 1 juli 2008.


Tycho Lam

    Geen concreet uitzicht op legalisatie nu ten tijde van het bestreden besluit de resultaten van de habitattoets nog niet bekend waren. In de door de Habitatrichtlijn geëiste bescherming wordt thans voorzien door de Natuurbeschermingswet 1998.

    In uitzonderingssituaties kan een bestuurlijk rechtsoordeel, ondanks het ontbreken van een rechtsgevolg, als een besluit worden aangemerkt.

    Vereisten voor concreet zicht op legalisatie. Er is geen sprake van overschrijding van de redelijke procestermijn.

Artikel

Het Wetsvoorstel Markt & Overheid

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2009
Trefwoorden mededingingswet, overheid, gedragsregels, concurrentie, staatssteun
Auteurs Mr. R.W. de Vlam
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het wetsvoorstel tot aanpassing van de Mededingingswet ter invoering van gedragsregels voor overheden wanneer deze zich op de markt begeven (Wetsvoorstel Markt & Overheid). De auteur staat stil bij de voorgeschiedenis en de inhoud van het wetsvoorstel en plaatst daarbij enkele kanttekeningen.


Mr. R.W. de Vlam
Mr. R.W. de Vlam is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.
Artikel

Art. 6:258 BW en de (on)mogelijkheden om onder een lopende huurovereenkomst c.q. exploitatieplicht uit te komen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2009
Trefwoorden huurovereenkomst, bedrijfsruimte, beëindiging, exploitatieplicht en onvoorziene omstandigheden
Auteurs Mr. P.K. Oosterling-van der Maarel
SamenvattingAuteursinformatie

    Zijn tegenvallende exploitatieresultaten als gevolg van de kredietcrisis een goede reden om met een beroep op onvoorziene omstandigheden een huurovereenkomst tussentijds te beëindigen of de overeenkomst zodanig te wijzigen dat de huurder niet aan een overeengekomen exploitatieplicht kan worden gehouden?


Mr. P.K. Oosterling-van der Maarel
Mr. P.K. Oosterling-van der Maarel is advocaat bij Houthoff Buruma N.V. te Amsterdam.
Artikel

Regionale omgevingsdiensten: meerwaarde vanuit strafrechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2009
Trefwoorden regionale omgevingsdiensten, strafrechtelijke milieuhandhaving, ketenhandhaving, politiebestel, veiligheidsregio’s
Auteurs Prof. mr. G.A. Biezeveld
SamenvattingAuteursinformatie

    De afspraak tussen Rijk, IPO en VNG over de opbouw van een landelijk stelsel van regionale diensten voor provinciale en gemeentelijke taken bij de handhaving van de milieuregelgeving van VROM heeft niet alleen betekenis voor de bestuursrechtelijke handhaving. Zij biedt ook kansen voor meer samenwerking, afstemming en informatie-uitwisseling tussen bestuur, OM (Functioneel Parket) en politie bij de milieuhandhaving. Dit heeft in de discussie over het rapport-Mans nog weinig aandacht gekregen. Om die kansen te kunnen benutten, moet lering worden getrokken uit de ervaringen met de opbouw, inrichting en werking van vergelijkbare stelsels: het politiebestel en de veiligheidsregio’s in wording.


Prof. mr. G.A. Biezeveld
Mr. G. (Gustaaf) A. Biezeveld is redacteur van dit tijdschrift. Hij is bijzonder hoogleraar Milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en coördinerend milieuofficier van justitie bij het Functioneel Parket (Den Haag).
Toont 1 - 20 van 37 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.