Zoekresultaat: 69 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

Toezichtcontractenrecht: vooruitgang in het burgerlijk recht?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 5 2011
Trefwoorden toezichtcontractenrecht, zelfstandige bestuursrechtelijke normen, financieel toezicht, kernbedingen, privaatrechtelijke overeenkomsten
Auteurs Mr. dr. O.O. Cherednychenko
SamenvattingAuteursinformatie

    Olha Cherednychenko voert ons naar het toezichtcontractenrecht. Zij signaleert de opmerkelijke tendens om privaatrechtelijke normen en zorgplichten mede te vertalen als zelfstandige bestuursrechtelijke normen in de regelgeving over financieel toezicht. Dit leidt dan ook tot een dubbel publiek-privaatrechtelijk normenstelsel, dat ook langs dubbele lijnen kan worden gehandhaafd. Een beetje buiten het zicht van de privatist worden daarin voorts kwesties als iustum pretium tot regeling gebracht – een terrein waarover Grosheide zich ook heeft uitgelaten. Anders dan Grosheide heeft bepleit, wordt volgens Cherednychenko aldus de inhoudscontrole van kernbedingen in privaatrechtelijke overeenkomsten buiten het burgerlijk recht om ingevoerd. Of dat vooruitgang kan worden genoemd, kan worden betwijfeld.


Mr. dr. O.O. Cherednychenko
Olha Cherednychenko is universitair docent privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Praktijk

Sanctionering van gedelegeerde regelgeving en de ‘bij of krachtens’-formule

Enkele opmerkingen naar aanleiding van Rb. ’s-Gravenhage 23 februari 2011, LJN BP9769

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2011
Trefwoorden wetgevingstechniek, bestuurlijke boete, handhaving, bestuursrecht, sanctiebepalingen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage staat stil bij de uitspraak van de Rechtbank ’s-Gravenhage van 23 februari 2011, LJN BP9769 over de gebrekkige formulering van artikel 51 Meststoffenwet. De casus laat zien dat uiterste precisie is vereist bij het formuleren van bepalingen die de grondslag vormen voor punitieve bestuursrechtelijke sancties. Zeker bij omvangrijke aanpassingswetten kan er gemakkelijk een klein foutje tussendoor slippen. In dit geval een foutje dat € 1,3 miljoen kostte, naast administratieve kosten voor onder andere het herzien en terugbetalen van zesduizend boetebeschikkingen. Ook laat de casus zien dat het in wetsbepalingen die verwijzingen naar andere artikelen bevatten, nauw luistert of alleen wordt verwezen naar die artikelen of ook naar de op die artikelen berustende bepalingen. In dat laatste geval is de geijkte formulering dat wordt verwezen naar ‘het bepaalde bij of krachtens’ de genoemde artikelen.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie. t.c.borman@minvenj.nl
Jurisprudentie

CBb stelt grenzen aan alles-in-één-hand stelsel

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden functiescheiding, alles-in-één-hand stelsel, bouwfraude, onderzoek, uitsluiting van bewijs
Auteurs Mr. B.H.J. Braeken
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij uitspraak van 30 augustus 20111x LJN BR6737. bevestigt het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 28 april 20092x LJN BI3337. waarin de rechtbank oordeelde dat de NMa de verplichting tot functiescheiding zoals bedoeld in artikel 54a Mw had geschonden. Het CBb overweegt dat de verplichting tot functiescheiding ertoe strekt te verzekeren dat de beslissing om al dan niet een boete op te leggen objectief en onbevooroordeeld plaatsvindt. Volgens het CBb had de NMa zich in de onderhavige zaak niet van die verplichting gekweten. De Juridische Dienst van de NMa had namelijk voorafgaand aan het primaire besluit bij een derde partij feitelijke informatie opgevraagd. Het opvragen van dergelijke informatie kwalificeert als een onderzoekshandeling en is voorbehouden aan de daartoe aangewezen ambtenaren van de NMa. Het CBb overweegt dat binnen het in de Mededingingswet voorziene alles-in-één-hand stelsel de verplichting tot functiescheiding van fundamentele betekenis is. Het CBb verbindt daaraan vervolgens de conclusie dat niet alleen het procedureel incorrect verkregen bewijsmateriaal moet worden uitgesloten, maar dat de ‘smet’ van dit bewijsmateriaal ook kleeft aan de waardering van het reeds in de onderzoeksfase verkregen bewijsmateriaal.

Noten


Mr. B.H.J. Braeken
Mr. B.H.J. Braeken is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

NMa en NZa: houd je bij je leest!

Een analyse van de mededingingsbevoegdheden van beide toezichthouders aan de hand van het Samenwerkingsprotocol NMa-NZa 2010

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden samenwerkingsprotocol, mededingingsbevoegdheden, NMa, NZa, samenwerkingsprotocol NMa-NZa 2010
Auteurs Mr. dr. E.M.H. Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2010 zijn de NMa en de NZa een nieuw samenwerkingsprotocol overeengekomen. Hierin is vastgelegd hoe beide toezichthouders zullen omgaan met situaties waarin hun mededingingsbevoegdheden elkaar raken dan wel overlappen. Uit de kernafspraken blijkt dat beide toezichthouders weinig idee hebben als het gaat om de vraag hoe hun mededingingsbevoegdheden zich tot elkaar verhouden. In drie van de vier afspraken die gericht zijn op het voorkomen van dubbel toezicht is helemaal geen sprake van dubbel toezicht. De afspraken met betrekking tot de wijze waarop de NZa haar zienswijzen in concentratiezaken dient in te vullen zijn niet functioneel dan wel contraproductief.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Discussie

Moet een toezichthouder zich onthouden van moralistisch getinte uitlatingen en stemmingsargumenten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2011
Auteurs Prof. mr. M. de Cock Buning, Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven en Mr. R.W.M. Craemer
Auteursinformatie

Prof. mr. M. de Cock Buning
Prof. mr. M. de Cock Buning is als hoogleraar Intellectuele Eigendom verbonden aan de Universiteit Utrecht; zij is Commissaris bij het Commissariaat van de Media en lid van de redactie van Tijdschrift voor Toezicht.

Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven
Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven is als hoogleraar Europees Bestuursrecht verbonden aan de Universiteit Utrecht.

Mr. R.W.M. Craemer
Mr. R.W.M. Craemer is voormalig hoofdofficier van justitie van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie.
Artikel

De strafrechter als executierechter in het kader van het strafvorderlijk kort geding (art. 43 Sv)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2011
Trefwoorden executierechter, strafvorderlijk kort geding, voorwaardelijke invrijheidsstelling, elektronisch toezicht
Auteurs Mr. F.J.P. Lock
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag of artikel 43 Wetboek van Strafvordering (‘strafvorderlijk kort geding’) zich ook uitstrekte over de executiefase bestond discussie. Inmiddels is het vaste jurisprudentie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. In het artikel geeft de auteur, tot juli 2011 lid van het Hof, een overzicht van de rechtspraak van het Hof in procedures ex artikel 43 Sv over kwesties die de executie van vrijheidsstraffen betreffen. De vraag wordt behandeld welke kwesties de executie aangaande door het Hof wel en welke niet onder de reikwijdte van artikel 43 Sv worden gebracht. Met name wordt aandacht besteed aan beslissingen aangaande voorwaardelijke invrijheidsstelling en elektronisch toezicht en de toetsing daarvan door de rechter. Ook wordt (mogelijke) toekomstige wetgeving op dit terrein besproken. De auteur komt tot de conclusie dat thans een duidelijk toetsingskader voor beslissingen aangaande executie van vrijheidsstraffen ontbreekt. Het Hof heeft een zekere lijn ingezet. Veel beslissingen aangaande de executie kunnen via de weg van artikel 43 Sv aan de strafrechter worden voorgelegd. Een duidelijk criterium voor de beoordeling welke beslissingen daarvan zijn uitgesloten, is er (nog) niet. Ten aanzien van de beslissingen die wel kunnen worden voorgelegd lijkt het Hof (steeds meer) een marginale, administratiefrechtelijke toets aan te leggen. Ten aanzien van beslis- en beroepstermijnen ontbreekt de nodige duidelijkheid. Met het oog op de rechtsbescherming en de rechtszekerheid van de gedetineerde dient ook aan de resterende onduidelijkheid zoveel mogelijk een einde te worden gemaakt.


Mr. F.J.P. Lock
Mr. F.J.P. Lock was tot 1 augustus 2011 lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Thans is hij raadsheer in het Gerechtshof te Arnhem.


Prof. mr. G.A. Biezeveld
Prof. mr. G.A. (Gustaaf) Biezeveld is bijzonder hoogleraar Milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en lid van de redactie van TO.
Artikel

Afgewogen vrijheid

Over randvoorwaarden voor de Europese vestigingsvrijheid van grote winkelbedrijven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden vrijheid van vestiging, grote winkelbedrijven, economische overwegingen, bewijs en procesvoering, lex silencio negativo, niet-nakoming
Auteurs Mr. dr. H.J. van Harten
SamenvattingAuteursinformatie

    Een lidstaat mag de vestiging van grote winkelbedrijven niet afhankelijk stellen van economische overwegingen zoals het effect van de vestiging op de bestaande handel of het marktaandeel van de betrokken onderneming. Dit blijkt uit het arrest Commissie/Spanje waarin het reguleringskader voor de vestiging van grote winkelbedrijven in Catalonië in het licht van de vestigingsvrijheid wordt geplaatst. Het arrest toont een genuanceerde, afgewogen beoordeling van vestigingsregulering. Het zwaartepunt ligt bij de evenredigheidstoetsing. De uitspraak illustreert het praktische belang van bewijs en procesvoering daarin.


Mr. dr. H.J. van Harten
Mr. dr. H.J. van Harten is als universitair docent verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

2011/42 Voorzieningenrechter Rechtbank Leeuwarden 21 september 2011

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden non-actiefstelling huisarts, belangenverstrengeling, letselschadebureau, protocol, niet-onrechtmatig
Samenvatting

    Op non-actiefstelling huisarts in verband met schijn van belangenverstrengeling en gebrekkige verslaglegging; patiënten werden doorverwezen naar letselschadebureau partner: besluit tot op non-actiefstelling is in overeenstemming met het protocol en niet onrechtmatig.

    Opzegging zorgovereenkomst wegens gewichtige redenen; vertrouwensbreuk met de familie van een cliënt kan reden zijn tot opzegging van de zorgovereenkomst.

Praktijk

Kroniek rechtspraak civiel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden gebrekkige hulpzaak, integriteitschade, jurisprudentieoverzicht, onrechtmatige uitlatingen op internet, Wbp
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden in het kort de belangrijkste ontwikkelingen in de jurisprudentie in de jaren 2010 en 2011 besproken. Als nieuwe ontwikkelingen zijn onder meer te noemen beschikkingen in deelgeschillen en uitspraken op het gebied van de Wet bescherming persoonsgegevens. Er wordt onder meer ingegaan op uitspraken op het gebied van integriteitschade, de aansprakelijkheid van de hulpverlener door gebruikmaking van een gebrekkige hulpzaak, onrechtmatige uitlatingen over zorgverleners op internet en de causale toerekening, waarbij aan de orde is of deze al dan niet wordt doorbroken door het feit dat de patiënt zelf in de gelegenheid is de schade te voorkomen.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.

Mr. P.E. de Kort
Mr. P.E. de Kort is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Jurisprudentie

Sed melius est verba benignius interpretari

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden uiterste wilsbeschikking, uitleg, wettelijke verdeling, wilsrechten, ontzegging
Auteurs Mr. W. Breemhaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Onderzocht wordt de vraag of een welwillender uitleg van de litigieuze uiterste wilsbeschikking, die een ontzegging van de bevoegdheid, als bedoeld in artikel 4:19 e.v. BW behelsde, mogelijk zou zijn geweest dan die waarvan het hof – onuitgesproken – is uitgegaan. Hierbij komt ook de verhouding tussen het leerstuk van de uitleg en dat van de discrepantie tussen wil en verklaring aan de orde.


Mr. W. Breemhaar
Mr. W. Breemhaar is Mr. W. Breemhaar is vicepresident van het Gerechtshof Leeuwarden en gastdocent aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

2011/35 Rechtbank Leeuwarden 22 juli 2011

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden bevoegdheid tandarts, beroepsinhoudelijke toets, dwangsommen, immateriële schadevergoeding
Samenvatting

    Herstel bevoegdheid tandarts; beroepsinhoudelijke toets; eis aantonen vakbekwaamheid redelijk; dwangsommen; beslissing op bezwaar niet tijdig genomen; immateriële schadevergoeding: redelijke termijn voor bezwaar en beroep van drie jaar is niet overschreden.

Artikel

Naar een Nederlandse Omgevingsautoriteit

Een pleidooi voor onafhankelijk milieutoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden toezicht, milieutoezicht, milieuhandhaving, Europees milieurecht, eerlijke concurrentieverhoudingen
Auteurs Prof. mr. G.A. Biezeveld en Mr. M.C. Stoové
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel wordt onderzocht in hoeverre verband bestaat tussen de mate van effectiviteit van milieutoezicht en de mate van onafhankelijkheid van dit toezicht. Aanleiding zijn onder meer diverse milieu-incidenten (Thermphos, Probo Koala) en het niet op orde zijn van het milieutoezicht. Voor bestuurders is milieutoezicht een haast onmogelijke opgave. De organisatie van het milieutoezicht wordt getoetst aan de Nederlandse en Europese eisen aan toezicht. Geconcludeerd wordt dat gebrek aan onafhankelijkheid van milieutoezicht een belangrijke oorzaak van de bestaande problemen is. De auteurs doen aanbevelingen voor het oprichten van een Nederlandse Omgevingsautoriteit.


Prof. mr. G.A. Biezeveld
Prof. mr. G.A. Biezeveld is bijzonder hoogleraar milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en coördinerend milieu-officier van justitie bij het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie. Tevens is hij redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.

Mr. M.C. Stoové
Mr. M.C. Stoové is senior beleidsmedewerker bij het Functioneel Parket. Eerder heeft zij gewerkt als bestuursrechtadvocaat, met als specialisatie milieurecht en ruimtelijke-ordeningsrecht.
Artikel

Interne onafhankelijkheid binnen de boezem van toezichthoudende organisaties

Over de positie van bestuurders bij het nemen van boetebesluiten

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden bestuurlijke boete, interne onafhankelijkheid, functiescheidingseis
Auteurs Mr. E.J. Daalder
SamenvattingAuteursinformatie

    De Awb kent bevoegdheden toe aan toezichthouders. Dat zijn individuele personen die als zodanig zijn aangewezen. In de wet en in de rechtspraak is voorzien in een functiescheidingseis: degene die een overtreding constateert, mag vervolgens niet zelf voor de overtreding een bestuurlijke boete opleggen. De vraag is of die eis ook geldt voor de bestuurder van de toezichthoudende organisatie, die ook verantwoordelijkheid draagt voor de wijze waarop de individuele toezichthouder zijn werk doet. Deze vraag wordt aan de hand van rechtspraak besproken. Conclusie is dat met het hanteren van een functiescheidingseis bij bestuurders zeer terughoudend moet worden omgesprongen.


Mr. E.J. Daalder
Mr. E.J. Daalder is advocaat te Den Haag en lid van de redactie van Tijdschrift voor Toezicht.
Artikel

Interface tussen het aanbestedingsrecht en het mededingingsrecht: van hetzelfde laken een pak

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden uitsluiting, aanbesteding, mededingingsrechtelijke overtreding, functionele toerekening, bewijsvoering
Auteurs Mr. M. Hengevelt
SamenvattingAuteursinformatie

    Mededingingsrechtelijke overtredingen worden meegenomen bij de beoordeling van een onderneming die zich kandidaat stelt voor het uitvoeren van een overheidsopdracht. Gevolg van zo’n overtreding kan zijn dat de aanbestedende dienst in kwestie besluit over te gaan tot uitsluiting van die onderneming. Dit vindt plaats op het raakvlak van het aanbestedingsrecht en het mededingingsrecht. In deze bijdrage wordt een koppeling gemaakt tussen deze twee rechtsgebieden ten aanzien van twee actuele onderwerpen: functionele toerekening en bewijsvoering. Conclusie is dat bij aanbestedingsrechtelijke uitsluiting wegens schending van de mededingingsregels aansluiting moet worden gezocht bij het mededingingsrecht.


Mr. M. Hengevelt
Mr. M. Hengevelt is docent Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Handhavingsautonomie bij de Decentrale Toepassing van het EU-Mededingingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden mededingingsrecht, decentrale handhaving, nationale autonomie, sancties, Verordening (EG) nr. 1/2003
Auteurs M.J. Frese LL.M
SamenvattingAuteursinformatie

    Recente ontwikkelingen in de rechtspraak van het Hof van Justitie en van de zijde van de Commissie wijzen erop dat de autonomie van de lidstaten bij de publieke handhaving van de artikelen 101 en 102 VWEU geen rustig goed is. Subsidiariteit en uniformiteit zoeken telkens een nieuwe balans en worden daarbij geholpen door fundamentele rechtsbeginselen. Deze bijdrage analyseert de ‘beschikkingsautonomie’ onder artikel 5 Verordening (EG) nr. 1/2003. De conclusie wordt getrokken dat nationale mededingingsautoriteiten niet rechtstreeks beschikkingsbevoegdheden ontlenen aan deze bepaling. Aangegeven wordt verder op welke wijze tekst, strekking en doelstelling van Verordening (EG) nr. 1/2003 de nationale beschikkingsautonomie bepalen. De consequenties hiervan worden vervolgens vanuit Nederlands perspectief bezien.


M.J. Frese LL.M
M.J. Frese LL.M is promovendus, Amsterdam Centre for European Law and Governance/Amsterdam Center for Law & Economics aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Bescherming van passagiersrechten in de luchtvaart; een turbulent onderwerp

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7/8 2011
Trefwoorden passagiersrechten, luchtvaart, Verordening (EG) nr. 261/2004
Auteurs Mr. A.E. Goossens
SamenvattingAuteursinformatie

    Mensen gaan zich over het algemeen pas in het recht verdiepen op het moment dat ze er zelf een beroep op willen doen. Voor consumenten is dit niet altijd even eenvoudig. De kosten voor juridische bijstand zijn vaak te hoog en de (financiële) belangen te klein. Daarom is het belangrijk dat consumenten goed worden geïnformeerd over hun rechten en hier op eenvoudige wijze een beroep op kunnen doen. Hier schort het nog wel eens aan in de luchtvaart. Passagiers zijn onvoldoende op de hoogte van hun rechten, de regelgeving is niet altijd duidelijk en de rechten van passagiers worden niet altijd voldoende gewaarborgd. Ondanks Europese regelgeving die tot doel heeft de rechten van passagiers te beschermen, zijn passagiers slecht geïnformeerd, worden er nog veel rechten geschonden en gaan luchtvaartmaatschappijen nog geregeld in de fout. Oftewel; bescherming van passagiersrechten is een onderwerp dat aandacht behoeft en waarover het laatste woord vast nog niet is gezegd.


Mr. A.E. Goossens
Mr. A.E. Goossens is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

De Consumentenautoriteit en de Wet oneerlijke handelspraktijken

Sanctiebesluiten van de Consumentenautoriteit in de periode oktober 2008 tot en met juni 2011

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7/8 2011
Trefwoorden Consumentenautoriteit, consumentenbescherming, handhaving, Wet oneerlijke handelspraktijken, misleidende handelspraktijk
Auteurs Mr. B.W.M. Trompenaars en Mr. M.Y.N. Alibux
SamenvattingAuteursinformatie

    De Consumentenautoriteit houdt onder meer toezicht op de naleving van de Wet oneerlijke handelspraktijken (Wet OHP). Deze wet beschermt consumenten tegen misleidende en agressieve handelspraktijken van handelaren. Sinds de inwerkingtreding van de Wet OHP in oktober 2008 heeft de Consumentenautoriteit zestien sanctiebesluiten genomen waarbij de Wet OHP is toegepast. Met deze bijdrage wordt beoogd inzicht te geven in de toepassing van de Wet OHP door de Consumentenautoriteit aan de hand van de eerste reeks besluiten waarin sancties zijn opgelegd aan bedrijven die naar het oordeel van de Consumentenautoriteit in strijd met de Wet OHP hebben gehandeld.


Mr. B.W.M. Trompenaars
Mr. B.W.M. Trompenaars is werkzaam bij de Juridische Dienst van de Consumentenautoriteit.

Mr. M.Y.N. Alibux
Mr. M.Y.N. Alibux is werkzaam bij de Juridische Dienst van de Consumentenautoriteit.
Toont 1 - 20 van 69 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.