Zoekresultaat: 134 artikelen

x
Jaar 2018 x
Artikel

Access_open Drie jaar nieuwe arbitragewet: tien suggesties voor verbetering

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Arbitrage, Internationale arbitrage, Handelsarbitrage
Auteurs Niek Peters
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden tien suggesties gedaan ter verbetering van de nieuwe arbitragewet.


Niek Peters
Mr. N. Peters is advocaat te Amsterdam bij Cleber en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Trending Topics

Compliance als transactievoorwaarde bij banken

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Witwassen, Financieel-economische criminaliteit, Systeembanken, Transactie, Compliancemanagement
Auteurs Prof. dr. mr. W. Huisman
SamenvattingAuteursinformatie

    De transactie met ING was een van de meest opvallende gebeurtenissen in de sfeer van het bijzonder strafrecht en de strijd tegen financieel-economische criminaliteit van het afgelopen jaar. Dit artikel bespreekt verschillende redenen waarom dit een belangrijke casus is. Naast de hoogte van het bedrag en de onderliggende criminaliteit, gaat dit artikel in op het strafrechtelijk aansprakelijk stellen van systeembanken en de te verwachten effectiviteit van verbetering van compliancemanagement als transactievoorwaarde.


Prof. dr. mr. W. Huisman
Prof. dr. mr. W. Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Peer reviewed

Opsporingsberichtgeving in een veranderend medialandschap

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2018
Trefwoorden Opsporingsberichtgeving, (sociale) media, Privacy, belangenafweging, Engelse trefwoorden: Police and prosecutorial appeals for information and wanted notices, (social) media, privacy, balancing interests
Auteurs Dr. Gabry Vanderveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Police and prosecution can appeal to the public for information to further their case. This requires a balancing exercise between the rights of the suspect (and other people involved), specifically the right to privacy and the interest of criminal investigations. Appeals for information and wanted notices require a medium as well. Also, in order for the appeal to be effective, other (news)media need to publish the appeal as well: it needs to be newsworthy and attractive for the public intended. Based on deskresearch, this article describes how an ever-changing media landscape and different media revolutions affect the appeals for information.


Dr. Gabry Vanderveen
Dr. Gabry Vanderveen is universitair docent Criminologie aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit, Rotterdam.

Luc Demeyere
Luc Demeyere is advocaat aan de Balie te Antwerpen, werkzaam bij Contrast, erkend bemiddelaar en redacteur van TMD.

Roger Ritzen
Roger Ritzen is advocaat aan de Balie te Breda-Middelburg (Nederland) en EU-Advocaat aan de Balie te Antwerpen. Tevens erkend bemiddelaar, erkend door de Federale Bemiddelingscommissie (België) en redacteur van TMD.
Artikel

Terugkoppeling door de rechter, wat moet de wetgever daarvan vinden?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2018
Trefwoorden wetgeving, terugkoppeling, trias politica, machtenscheiding, rechtspraak
Auteurs Mr. drs. A.G. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat centraal wat de terugkoppeling van de rechter aan de wetgever vraagt van de wetgever. Allereerst wordt geconcludeerd dat ook zonder expliciete terugkoppeling de rechter zich wendt tot de wetgever en dat een expliciete terugkoppeling als zodanig geen verandering in de verhouding tussen rechter en wetgever met zich brengt. Er lijken echter wel tekenen te zijn dat de verhouding tussen rechtspraak en wetgever in beweging is. Daar hoeft de wetgever niet bij te staan kijken. Hij kan door een actieve houding de beweging beïnvloeden. Verschillende mogelijkheden die de wetgever heeft om met inachtneming van de staatsrechtelijke verhoudingen te reageren op rechtspraak en het belang van het tijdig maken van duidelijke keuzes in maatschappelijk gevoelige kwesties door de wetgever zelf, passeren de revue. Ten slotte wordt een oproep gedaan om met elkaar in gesprek te gaan over de kwaliteit van de wetgeving, de betekenis van de jurisprudentie, de overlap tussen politieke afwegingen en rechtsvinding en over de vraag waar de grenzen nu precies liggen.


Mr. drs. A.G. van Dijk
Mr. drs. A.G. (Anneke) van Dijk (directeur wetgeving en juridische zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid).
Artikel

Etnische diversiteit en onveiligheidsgevoelens in de buurt

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2018
Trefwoorden fear of crime, ethnic diversity, neighborhoods, Herfindahl-Hirschman Index, geo-linguistic classification
Auteurs Iris Glas MSc en Dr. Roel Jennissen
SamenvattingAuteursinformatie

    Living in a multicultural environment may be accompanied with an increased fear of crime. Residents may become alienated in a very diverse environment and withdraw themselves in their own social world. This ‘hunkering down’ may ensue feelings of unsafety. However, social scientists have done hardly any research on whether citizens who live in a multicultural environment in Western Europe actually feel more unsafe. This study seeks to contribute to fill in this knowledge gap. The authors’ research reveals that residents are more likely to feel unsafe in neighborhoods with a high degree of ethnic diversity. The aforementioned correlation is the most noticeable in neighborhoods consisting of people on medium incomes.


Iris Glas MSc
I. Glas MSc is PhD-kandidaat aan de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. Roel Jennissen
Dr. R. Jennissen is als senior wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.
Artikel

Waarom het onderzoek naar veiligheidsbeleving een nieuwe impuls nodig heeft

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2018
Trefwoorden fear of crime, critique, fear reduction, security policy, fear drop
Auteurs Marnix Eysink Smeets
SamenvattingAuteursinformatie

    The security landscape has changed rapidly. New or revived threats have emerged, such as terrorism and cybercrime, bringing new or revived fears and anxieties as well. Actors in security policy feel a need to address these fears, but do not know how. Can the criminological subdiscipline of fear of crime studies provide the knowledge and understanding that is needed? A quick scan of the state of the art in this research domain, gives two reasons why it cannot: (1) fear of crime studies have yielded much knowledge on operationalization, measurement and determinants of fear of crime, but far less in mechanisms, trends, effects and influenceability, whereas insight in the latter issues is what is mostly needed in security policy; and (2) fear of crime studies are still mainly focused on the ‘traditional’ fear of crime, while fear of new crimes and threats remains under-researched. A shift of focus in fear of crime studies is urgently needed.


Marnix Eysink Smeets
M.W.B. Eysink Smeets is lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid en hoofd van de Onderzoeksgroep Recht & Veiligheid aan de Hogeschool Inholland. Hij is tevens directeur van de Landelijke Expertisegroep Veiligheidspercepties (LEV), een platform voor onderzoek naar veiligheid, veiligheidsbeleid en veiligheidsbeleving. De auteur legt momenteel de laatste hand aan zijn dissertatie Public reactions to crime and insecurity, onder supervisie van prof. Martin Innes en prof. Trevor Jones, beiden verbonden aan Cardiff University.
Artikel

Gevallen helden van bedrijfsleven en openbaar bestuur

De ‘fall from grace’ van witteboordencriminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2018
Trefwoorden white-collar crime, status degradation, sanctioning, executives, punishment
Auteurs Prof. dr. Wim Huisman en Drs. Dennis Lesmeister
SamenvattingAuteursinformatie

    In criminology, it is generally assumed that the high social status of white-collar offenders prevents them of being targeted by criminal law enforcement. But when they do, they suffer greater social and economic damage because of this high social status. Empirical research on the consequences of criminal law enforcement and conviction for white-collar offenders is scarce, and limited to the US and the UK. This paper used biographies of convicted former executives in business and public office in the Netherlands, to analyse these consequences and the process of the ‘fall from grace’ of white-collar offenders. The consequences are described in four life-domains: health, the private sphere, the occupational sphere and the social sphere. The results show that Dutch executives, in line with findings for the Anglo-American white-collar offenders, experience status degradation and suffer much collateral damage of criminal law enforcement. After the initial horror of imprisonment, they endure prison life fairly well. Individual competences and remaining social and economic capital enable them to return to normal life, although they cannot return to pre-conviction levels of social status.


Prof. dr. Wim Huisman
Prof. dr. Wim Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Drs. Dennis Lesmeister
Drs. Dennis Lesmeister is veroordeeld in de Klimop-zaak en is geassocieerd onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Wetenschap en praktijk

Wet bescherming bedrijfsgeheimen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2018
Trefwoorden bedrijfsgeheim, IE-recht, onrechtmatige daad, innovatie, vertrouwelijkheid
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder, Mr. L.A.E. Thonen en Mr. M. Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 8 juni 2016 werd de Richtlijn (EU) 2016/943 vastgesteld ‘betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan’. Het wetsvoorstel tot implementatie van deze Richtlijn werd door de Eerste Kamer op 16 oktober 2018 als hamerstuk afgedaan.
    In dit artikel wordt de Wet bescherming bedrijfsgeheimen besproken en antwoord gegeven op (onder meer) de volgende vragen: Wat is een bedrijfsgeheim? Waarom moeten bedrijfsgeheimen worden beschermd? Waartegen worden bedrijfsgeheimen beschermd? Op welke wijze worden bedrijfsgeheimen beschermd? Hoe en waar is de verjaring van een rechtsvordering tot bescherming van een bedrijfsgeheim geregeld?


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. (Wilco) Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.

Mr. L.A.E. Thonen
Mr. L.A.E. (Linda) Thonen is kandidaat-notaris bij Loyens en Loeff te Amsterdam.

Mr. M. Kool
Mr. M. (Mariska) Kool is advocaat bij Loyens en Loeff te Amsterdam.
Wetenschap en praktijk

Accountant en fraude

Enige beschouwingen naar aanleiding van de uitspraken inzake de aansprakelijkheidstelling van PwC in haar hoedanigheid van accountant van de Fairfield-fondsen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2018
Trefwoorden accountant, fraude, aansprakelijkheid, zorgplicht, tuchtrecht
Auteurs Mr. J.E. Brink-van der Meer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur in op de vraag of een accountant wordt geacht fraude te ontdekken bij een wettelijke controle in de zin van art. 2:393 BW. De problematiek wordt besproken aan de hand van de uitspraken inzake de aansprakelijkheidstelling van PwC in haar hoedanigheid van accountant van de Fairfield-fondsen. De auteur staat uitvoerig stil bij de zorgplicht van de accountant. Hierbij is relevant of de accountant de controle van de jaarrekeningen heeft uitgevoerd, zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam controlerend accountant mag worden verwacht. Voorts wordt uitgewerkt in hoeverre de civiele rechter betekenis mag toekennen aan het oordeel van een tuchtrechter.


Mr. J.E. Brink-van der Meer
Mr. J.E. (Annelies) Brink-van der Meer is docent Ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en zal op 23 januari 2019 haar proefschrift inzake accountantsaansprakelijkheid verdedigen.

    The Czech Supreme Court has ruled that the concept of good moral conduct must be taken into account when assessing whether an employee has breached his or her non-compete obligation and thus whether it is fair to demand that the employee pay a contractual penalty for the breach. The Court annulled the penalty.


Anna Diblíková
Anna Diblíková is an attorney at Noerr in Prague, www.noerr.com.

    Following the ECJ’s decision in Somoza Hermo – v – Ilunion Seguridad, C-60/17 (Somoza Hermo) of 11 July 2018, all eyes were on the Spanish Supreme Court. Since 2016, the Court has ruled a number of times that limitations to the liability of the new contractor established in a collective bargaining agreement (‘CBA’) in the context of a CBA-led transfer were valid (see e.g. EELC 2018/21). Somoza Hermo established that a CBA-led transfer that entails a non-asset-based transfer is a transfer within the meaning of the Acquired Rights Directive. Now the Supreme Court (in a decision dated 27 September 2018 taken with one dissenting opinion) is clear that its doctrine must be reviewed and has therefore held that limitations on pre-transfer liability for a new contractor under a CBA-led transfer that trigger a non-asset-based transfer, are not valid.


Luis Aguilar
Luis Aguilar is an attorney-at-law at Eversheds Sutherland in Madrid, Spain and associate professor of Employment Law at IE University in Madrid, Spain.

    The Austrian Supreme Court has held that the employer must notify the Employment Service (AMS) when it is contemplating collective redundancies, even if they are carried by mutual agreement. The duty of notification is triggered if the employer proposes a mutual termination agreement to a relevant number of employees, provided the offer is binding and can be accepted by the employees within 30 days. If the employer fails to notify the AMS, any subsequent redundancies (or mutual terminations of employment occurring on the employer’s initiative) are void, even if effected after 30 days.


Andreas Tinhofer
Andreas Tinhofer is a partner at MOSATI Rechtsanwälte, www.mosati.at.

    For workers without a fixed workplace, travelling time between their place of residence and the first customer and travelling time between the last customer and the place of residence constitutes working time.


Dr. Pieter Pecinovsky
Dr. Pieter Pecinovsky is Of Counsel at Van Olmen & Wynant in Brussels www.vow.be, Assistant at Leuven University and Invited Professor at Université Catholique de Louvain.

    In a recent decision, the Labour Court awarded an employee € 7,500 for working in excess of 48 hours a week, contrary to working time legislation. The complainant allegedly regularly checked and responded to emails outside of business hours, occasionally after midnight. The Labour Court reiterated it is the employer’s responsibility to ensure that employees are not permitted to work beyond the statutory maximum period and that if an employer is aware that an employee is working excessive hours, must take steps to curtail this.


Lucy O’Neill
Lucy O’Neill is an attorney-at-law at Mason Hayes & Curran in Dublin, Ireland.
Artikel

Het grondrecht op collectief onderhandelen van zelfstandigen versus het Europese mededingingsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Mededingingsrecht, Zelfstandige, Cao-exceptie, Vrijheid van vakvereniging, Recht op collectief onderhandelen
Auteurs Mr. R.F. Hoekstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat centraal dat de beperking van de door het Hof van Justitie geformuleerde ‘cao-exceptie’ op het Europese mededingingsrecht tot ‘werknemers’ en ‘schijnzelfstandigen’ zich moeilijk tot een grondrechtenbenadering lijkt te verhouden. Zelfstandigen met een zwakke arbeidsmarktpositie hebben namelijk evenzeer behoefte aan collectieve middelen om hun arbeidsvoorwaarden te verbeteren en vallen ook onder grondrechtenverdragen. Door een uitgebreide beschouwing van de relevante rechtsinstrumenten van de VN, de IAO en de Raad van Europa en de uitleg die de toezichtorganen hieraan geven blijkt dat het grondrecht op vrijheid van (vak)vereniging, collectief onderhandelen en collectieve actie evenzeer aan deze groep lijkt toe te komen, en een te rigoureuze inperking vanwege het mededingingsrecht niet gerechtvaardigd wordt geacht. De conclusie bevat enkele gedachten over hoe het Europese mededingingsrecht met een grondrechtenbenadering overeenstemming te brengen. Daarbij passeren zowel de recente ontwikkelingen rondom het zelfstandigenvraagstuk in Nederland als initiatieven op Europees niveau de revue.


Mr. R.F. Hoekstra
Mr. R.F. (Robert) Hoekstra is werkzaam als onderzoeker bij de Wiardi Beckman Stichting Den Haag. Daarnaast is hij als promovendus verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn promotieonderzoek ziet op het snijvlak van cao’s en grondrechten.
Artikel

Access_open Consumenteninertie, mededinging en markttoezicht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2018
Trefwoorden consumenteninertie, consumentenbescherming, complexiteit, naïviteitsdiscriminatie, informatieasymmetrie
Auteurs Annemieke Tuinstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Imperfecte informatie, complexiteit, en gedragsvalkuilen van consumenten kunnen resulteren in consumenteninertie, die op zijn beurt de concurrentie verzwakt. Zeker als marktwerking nog een ander publiek belang dient of als het om een essentieel product gaat, is het zaak om de concurrentie te beschermen en eventueel aan te jagen, door inertie te verminderen. Mededingingstoezicht en consumentenbescherming en -empowerment zijn in die zin complementair. Dit artikel schetst hoe de complementariteit tussen deze rechtsgebieden anno 2018 wordt vormgegeven in de praktijk, aan de hand van voorbeelden uit Nederland en het Verenigd Koninkrijk.


Annemieke Tuinstra
Drs. A.A.M. Tuinstra is als Senior Econoom werkzaam bij het Economisch Bureau van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De auteur schrijft dit artikel op persoonlijke titel. De auteur dankt de redactie en collega’s bij de ACM voor enkele waardevolle opmerkingen bij een eerdere versie van dit artikel.
Annotatie

Over marktdefinitie en bewijslast in de moderne economie: het Amerikaanse Hooggerechtshof in Amex

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2018
Trefwoorden Amerikaans Hooggerechtshof, netwerkeffecten, tweezijdige markt, bewijslast, digitale economie
Auteurs Jotte Mulder
SamenvattingAuteursinformatie

    Onder leiding van de Amerikaanse Staat Ohio heeft een groep van staten American Express aangeklaagd voor een overtreding van de Amerikaanse antitrustregels. De zaak draait om de mededingingsrechtelijke beoordeling van verticale restricties die worden opgelegd aan een groep afnemers van Amex. Amex hanteert zogenoemde ‘anti-steering’ voorwaarden die winkeliers verbiedt op enigerlei wijze concurrerende creditcards aan te prijzen of te bevoordelen in de winkel. De uitspraak van het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten geeft aanleiding tot een reflectie op de wijze waarop binnen een mededingingsrechtelijke analyse moet worden omgegaan met indirecte netwerkeffecten op tweezijdige platformmarkten, met name vanuit het perspectief van de rol van marktdefinitie en bewijslast.


Jotte Mulder
Mr. dr. J. Mulder is werkzaam bij de ACM en tevens universitair docent op de Universiteit van Utrecht. Deze annotatie is geschreven op persoonlijke titel. Dank gaat uit naar de redactie voor enkele zeer nuttige opmerkingen op een eerdere versie van dit stuk.
Artikel

Patronen in regelovertreding in de chemische industrie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2018
Trefwoorden corporate crime, compliance, longitudinal, life course, criminal career
Auteurs Dr. Marieke Kluin MSc., Prof. dr. mr. Arjan Blokland, Prof. mr. Wim Huisman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Unlike criminal career research into the criminal behavior of natural persons, longitudinal research into rule violations by corporations is still scant. The few available studies are mostly limited to US corporations, and suffer from either a small sample size or a short follow-up period, limiting the generalizability of their findings. The present study uses longitudinal data on rule violating behavior of 494 Dutch chemical corporations derived from yearly inspections (N=4.367) of the relevant safety and environmental agencies between 2006 and 2017. The study aims to gain insight in the patterning of rule violations by Dutch chemical corporations, and the extent to which these patterns are associated with sector and corporate characteristics. The results show that rule violation is common among Dutch chemical corporations. A small minority of chronically violating corporations however, is responsible for a disproportional share of all observed rule violations. Using group-based trajectory modelling (GBTM) we distinguish several longitudinal patterns of rule violations in our data. Available sector and corporation characteristics are only weakly associated with the patterns of rule violations identified.


Dr. Marieke Kluin MSc.
Dr. M.H.A. Kluin is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is als bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en als senior onderzoeker verbonden aan het NSCR.

Prof. mr. Wim Huisman
Prof. mr. W. Huisman is als hoogleraar criminologie verbonden aan de afdeling Strafrecht & Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. Marlijn Peeters
Dr. M.P. Peeters is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Ellen Wiering MSc
E. Wiering, MSc is als junior onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Steven Jaspers MSc
S.J. Jaspers, MSc studeerde criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Genderdiversiteit en organisatiecriminaliteit: een systematische literatuurreview

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2018
Trefwoorden gender, white-collar crime, old boys network, board diversity, corporate crime
Auteurs Dr. Marieke Kluin MSc. en Mr. Lucy de Ruiter BSc.
SamenvattingAuteursinformatie

    Women are less likely to commit criminal acts than men. This gender gap appears to be particularly pronounced in white-collar crime. This systematic literature review examines existing theories, such as the situational hypothesis and the ‘gendered theory of focal concerns’ and evaluates to what extent they find support in empiricism. The results seem to offer the most support to the ‘gendered theory of focal concerns’. This nourishes the hypothesis that with an increase of women at positions in the upper tiers of the company ladder a decrease in the prevalence of white-collar crime can be expected. However, it is also possible that the explanation of corporate crime does not lie in a lack of femininity, but in a lack of gender diversity. Furthermore, limited access to informal criminal networks, the ‘old boys networks’, seems to play an important role in the gender gap of white-collar crime.


Dr. Marieke Kluin MSc.
Dr. M.H.A. Kluin is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Mr. Lucy de Ruiter BSc.
L.M. de Ruiter heeft rechten en criminologie gestudeerd aan de Universiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 134 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.