Zoekresultaat: 46 artikelen

x
Jaar 2021 x
Artikel

Consultatievoorstel wettelijke kwaliteitsrekening financiële ondernemingen: naar een praktisch alternatief voor een stichting derdengelden?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden betaalinstelling, vermogensscheiding, afgescheiden vermogen, beleggingsonderneming, verhaal
Auteurs Prof. mr. W.A.K. Rank
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de achtergrond, opzet en inhoud van het consultatievoorstel voor een wettelijke kwaliteitsrekening voor bepaalde financiële ondernemingen. De auteur signaleert verschillende verbeterpunten en concludeert dat de toegevoegde waarde van het voorstel vooral hierin ligt dat het een praktisch alternatief biedt voor het gebruik van een stichting derdengelden.


Prof. mr. W.A.K. Rank
Prof. mr. W.A.K. Rank is hoogleraar Financieel Recht aan de Universiteit Leiden, Of Counsel bij NautaDutilh te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Access_open Contracteren in de platformeconomie

De derde-aanbieder als zwakke partij

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden platformen, algemene voorwaarden, p2b-Verordening, servicenormen, rechtsbescherming
Auteurs Prof. dr. mr. V. Mak
SamenvattingAuteursinformatie

    In de platformeconomie zijn consumenten niet de enige zwakke partij. Ook aanbieders die hun producten of diensten aanbieden via een platform dat ook eigen aanbod heeft (‘derde-aanbieders’), hebben vaak een zwakke onderhandelingspositie en worden gebonden aan strenge voorwaarden en prestatienormen. In dit artikel onderzoekt de auteur welke bescherming derde-aanbieders genieten tegen strenge servicenormen van online platformen, in het bijzonder onder de Europese platform-to-business-Verordening en de algemenevoorwaardenregels uit het BW.


Prof. dr. mr. V. Mak
Prof. dr. mr. V. Mak is hoogleraar civiel recht aan de Universiteit Leiden.

Evelyne Groot
Mr. E.F. Groot is universitair docent Burgerlijk procesrecht & Insolventieprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Sinds inwerkingtreding van de WAMCA kent de collectieve actie een procedurele tweedeling in een ontvankelijkheidsfase en een inhoudelijke fase. Inhoudelijke behandeling van de vordering vindt ingevolge art. 1018c lid 5 Rv pas plaats indien en nadat de rechter over de ontvankelijkheid heeft beslist. De vraag is in hoeverre de twee fasen los van elkaar kunnen worden gezien, nu elementen van de ontvankelijkheidstoets nauw zijn verweven met de inhoudelijke beoordeling. De auteur maakt een vergelijking met de Amerikaanse federale class action, die een soortgelijke problematiek kent, en betoogt dat een genuanceerde toepassing van art. 1018c lid 5 Rv aangewezen is.


Pim Wissink
Mr. P.G.J. Wissink is promovendus en docent burgerlijk recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Boekbespreking

Mandatory family protection

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden legitieme, internationaal, rechtsvergelijking
Auteurs Mr. drs. M.R. Beuker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze boekbespreking analyseert de auteur het boek Mandatory family protection. Dit derde boek in een serie over rechtsvergelijkend erfrechtelijk onderzoek handelt over de dwingende bescherming die verschillende landen toekennen aan familieleden van erflaters. Diverse auteurs beschrijven de nationale regelingen van Europese landen, landen met een common law-stelsel, China en islamitische landen. Daarnaast is een aantal hoofdstukken gewijd aan historische en rechtsvergelijkende aspecten van dwingende erfrechtelijke bescherming. Duidelijk wordt dat het erfrecht constant in beweging is; stelsels met een legitieme portie zoeken flexibiliteit, terwijl rechtszekerheid gezocht wordt door stelsels met aanspraken gebaseerd op behoeften van familieleden.


Mr. drs. M.R. Beuker
Mr. drs. M.R. Beuker is promovendus aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2021
Auteurs Mr. S.C. den Engelse
Auteursinformatie

Mr. S.C. den Engelse
Mw. mr. S.C. den Engelse is notarieel jurist en vakcoördinator familievermogensrecht bij Netwerk Notarissen.
Jurisprudentie

Strafrechtelijk niet veroordeeld, maar erfrechtelijk wel beboet?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Onwaardigheid, Veroordeling, Strafbeschikking, verklaring van erfrecht, tuchtrechtelijke sanctie
Auteurs Mr. M. De Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Klager heeft zijn echtgenote opzettelijk van het leven beroofd. Wegens een ziekelijke stoornis volgt geen strafrechtelijke veroordeling, maar wordt hij ontslagen van alle rechtsvervolging. In de aan de broer van erflaatster afgegeven verklaring van erfrecht concludeert de notaris dat klager onwaardig is op grond van artikel 4:3 BW. Klager verwijt de notaris dat hij een onjuiste verklaring van erfrecht heeft opgesteld. De Kamer voor het Notariaat oordeelt de klacht gegrond en legt een waarschuwing op. In deze bijdrage wordt deze uitspraak besproken, waarbij aandacht wordt besteed aan de eis van een onherroepelijke veroordeling en de afgifte van een verklaring van erfrecht.


Mr. M. De Vries
Mw. mr. M. de Vries is jurist erfrecht en buitenpromovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Digitale markten

Access_open Het voorstel voor de Digital Services Act

Op zoek naar nieuw evenwicht in regulering van onlinediensten met betrekking tot informatie van gebruikers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden Digital Services Act, Wet inzake digitale diensten, Richtlijn elektronische handel, onlinediensten, illegale inhoud
Auteurs Mr. dr. F. Wilman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het recente voorstel voor de Digital Services Act besproken. De voorgestelde verordening is bedoeld om de digitale interne markt te versterken en, meer specifiek, de activiteiten van aanbieders van onlinediensten die draaien om de doorgifte, opslag en publieke verspreiding van informatie van hun gebruikers – zoals videoplatforms, onlinemarktplaatsen, sociale media en internetaanbieders – beter te reguleren. Het gaat onder meer om hun activiteiten ter bestrijding van illegale inhoud en desinformatie, hun aansprakelijkheid en hun verantwoordelijkheden jegens de gebruikers. We zullen zien dat het DSA-voorstel in verschillende opzichten ambitieus en vernieuwend is, terwijl het op andere punten eerder nuttig-maar-voorspelbaar en behoudend kan worden genoemd. Na een inleiding worden de voorgestelde verplichtingen voor de verschillende onlinedienstverleners achtereenvolgens besproken, gevolgd door enkele algemene opmerkingen.
    Europese Commissie, Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten (Wet inzake digitale diensten) en tot wijzing van Richtlijn 2000/31/EG, COM(2020)825, 15 december 2020


Mr. dr. F. Wilman
Mr. dr. F. (Folkert) Wilman is lid van de Juridische Dienst van de Europese Commissie. De zienswijzen opgenomen in deze bijdrage zijn uitsluitend die van de auteur en kunnen niet worden toegeschreven aan de Europese Commissie.
Rechtsbescherming

Van meelwormen, krekels, sprinkhanen en andere wijzen van uitlegging van Unierecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden Verordening (EG) nr. 258/97, dynamische uitlegging, hele insecten, uitlegging materiële werkingssfeer van de verordening
Auteurs Mr. drs. K.J. Defares
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 oktober 2020 gaf het Hof van Justitie van de Europese Unie antwoord op de door de Franse Conseil d’État gestelde prejudiciële vraag of hele insecten, zoals wormen, sprinkhanen en krekels, een novel food zijn in de zin van Verordening (EG) nr. 258/97. Tegen de achtergrond van deze vraag besteedt advocaat-generaal Michal Bobek in zijn conclusie, naast de standaardmethoden van uitlegging van het Unierecht, aandacht aan de minder vaak toegepaste dynamische uitlegging. In deze bijdrage wordt derhalve nader stilgestaan bij de beperkingen en mogelijkheden van de toepassing van de dynamische interpretatie in de context van het Unierecht.
    Conclusie A-G Bobek 9 juli 2020, zaak C-526/19, ECLI:EU:C:2020:552 (Entoma)


Mr. drs. K.J. Defares
Mr. drs. K.J. (Kenneth) Defares is advocaat te Amsterdam.
Mededinging

CK Telecoms/Commissie: ‘bridging the gap’ tussen Airtours en SIEC-test?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden mededinging, SIEC, telecom, fusiecontrole
Auteurs Mr. B.J.H. Braeken en Mr. X.Y.G. Versteeg
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 28 mei 2020 heeft het Gerecht van de Europese Unie de beschikking van de Europese Commissie vernietigd waarin de Commissie de overname van Telefónica UK door CK Hutchison UK (nadien ‘CK Telecom UK’) – een zogenoemde 4-naar-3-telecomfusie in het Verenigd Koninkrijk – verbood. In dit arrest wordt voor de eerste maal de toepassing van de ‘significant impediment to effective competition’ (SIEC)-test op zogenoemde ‘gap’-zaken onderworpen aan een (indringende) rechterlijke toetsing. Gap-zaken zijn concentratiezaken waarbij geen sprake is van het creëren of versterken van een dominante machtspositie, maar waarbij mogelijk een significante beperking van de concurrentie optreedt doordat de fusie leidt tot de vermindering van concurrentiedruk op een beperkt aantal overgebleven marktspelers. De maatstaf die het Gerecht in CK Telecoms/Commissie aanlegt, lijkt bijzonder zwaar en nadert de bewijsstandaard voor collectieve dominantie zoals geformuleerd in het Airtours-arrest. Dit zal het moeilijk maken voor de Commissie (en nationale mededingingsautoriteiten) om dergelijke fusies in oligopolide markten in de toekomst nog te verbieden.
    Gerecht 28 mei 2020, zaak T-399/16, ECLI:EU:T:2020:217 (CK Telecoms UK Investments/Commissie).


Mr. B.J.H. Braeken
Mr. B.J.H. (Bas) Braeken is advocaat en partner bij bureau Brandeis.

Mr. X.Y.G. Versteeg
Mr. X.Y.G. (Jade) Versteeg is advocaat bij bureau Brandeis.

    La présente contribution vise à analyser les développements jurisprudentiels de la Commission européenne des droits de l’homme et de la Cour européenne des droits de l’homme en matière d’interruption de grossesse. Nous formulons une réponse à la question suivante: vu de l’évolution de la jurisprudence, quelles conclusions pouvons-nous tirer sur la position actuelle de la Cour européenne des droits de l’homme sur la question du droit et de l’accès à l’avortement? À travers une analyse des décisions et arrêts rendus par la Commission et la Cour, nous étudions la façon dont les différents intérêts et droits s’articulent, à savoir ceux de la femme enceinte, du père potentiel, de l’enfant à naître et de la société. Au terme de cette étude, nous déterminons la marge d’appréciation dont jouissent les états membres en la matière, ainsi que la manière dont la Cour réalise une balance des différents intérêts en présence.
    This contribution aims to analyze the case-law developments of the European Commission of Human Rights and the European Court of Human Rights in matters of termination of pregnancy. We formulate an answer to the following question: regarding the case-law developments, what can we conclude on the European Court of Human Rights’ current position on the right and access to abortion? Through an analysis of the Commission and the Court’s decisions and judgments, we study how the different interests and rights are articulated, namely those of the pregnant woman, the potential father, the unborn child, and the society. At the end of this study, we determine the member states’ margin of appreciation regarding abortion and how the Court finds a balance between the various concerned interests.


A. Cassiers
Aurélie Cassiers is doctoral assistent at UHasselt. L’auteure souhaite remercier la relecture attentive et les remarques pertinentes de sa promotrice et sa co-promotrice, prof. dr. Charlotte Declerck (UHasselt) et prof. dr. Géraldine Mathieu (UNamur).
Artikel

Access_open Addressing Problems Instead of Diagnoses

Reimagining Liberalism Regarding Disability and Public Health

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2021
Trefwoorden Vulerability Theory, Liberalism, Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD), Public Health, Capabilities Approach
Auteurs Erwin Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    The public health systems of liberal states systematically fail to meet the goals and obligations of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities, which aims to facilitate full societal participation and independent life choices by all impaired persons, as well as the unburdening of their private caretakers. This failure does not stem from a lack of money or effort by governments and other societal institutions, but flaws in the anatomy of these systems. As these systems confine institutional assistance to the needs of persons with certain delineated disabilities, they neglect the needs of other persons, whose disabilities do not fit this mould. The responsibility for the latter group thus falls to their immediate social circle. These private caretakers are in turn seldom supported. To remedy this situation, I will present the alternative paradigm of vulnerability theory as the possible foundation for a more inclusive approach to public health.


Erwin Dijkstra
Erwin Dijkstra LLM MA is lecturer and researcher at the Department of Jurisprudence of the Leiden Law School of Leiden University.
Artikel

Access_open Op de kast en weer terug, maar niet in de la

Raad van State en kabinet over de keuze tussen de twee bestraffende stelsels in het publiekrechtelijke sanctierecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Trefwoorden advies Raad van State, bestuurlijke boete, verhouding strafrecht-bestuursrecht, rechtsbescherming
Auteurs Mr. dr. A.R. Hartmann en Mr. dr. O.J.D.M.L. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Meer dan vijf jaar geleden verscheen het kritische advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over de rechtsbescherming bij bestuurlijke boetes. In deze bijdrage wordt allereerst in grote lijnen de ontwikkeling van boetebevoegdheden en wetgeving geschetst. Vervolgens wordt het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State besproken Ten slotte wordt een aantal wetswijzigingen besproken die naar het oordeel van de auteurs noodzakelijk zijn.


Mr. dr. A.R. Hartmann
Mr. dr. A.R. Hartmann is senior raadsheer bij de sector Strafrecht in het gerechtshof ’s-Hertogenbosch en voormalig bijzonder hoogleraar Bestuursstrafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. dr. O.J.D.M.L. Jansen
Mr. dr. O.J.D.M.L. Jansen is advocaat bestuursrecht bij van Ardenne & Crince le Roy Advocaten, voormalig bijzonder hoogleraar Europees bestuursrecht en openbaar bestuur aan de Universiteit Maastricht, guest senior lecturer Comparative and Global Administrative Law aan de Tilburg University en international visiting scholar aan de American University, Washington D.C. College of Law (AUWCL).
Artikel

De klassieke vermogensdelicten: nieuwe wijn in oude zakken

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Trefwoorden diefstal, eigenmachtig, oplichting, wederrechtelijk, wegnemen
Auteurs Em. prof. mr. D.H. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    De wettelijke omschrijvingen van de klassieke vermogensdelicten – diefstal, verduistering, oplichting, afpersing – zijn niet of nauwelijks gewijzigd. De reden is dat de rechter sinds het Elektriciteitsarrest continu bereid is geweest om aan centrale wetsbegrippen als ‘enig goed’, ‘wegnemen’ en ‘wederrechtelijke toe-eigening’ een eigentijdse invulling te geven. Dit heeft geleid tot onderlinge overlappingen. Bij de diefstalbepaling heeft dit geresulteerd in het uit zicht raken van de grenzen van haar bereik en tot een spanningsveld bij de overlapping met de oplichtingsbepaling, die in de jurisprudentie juist met terughoudendheid wordt gehanteerd. Dit roept de vraag op of de wettelijke regeling moet worden herzien.


Em. prof. mr. D.H. de Jong
Em. prof. mr. D.H. de Jong is emeritus hoogleraar Strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Streven naar coherentie in de publieke sanctionering van financieel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Trefwoorden sociaaleconomisch strafrecht, financieel strafrecht, coherentie sanctiestelsels, WED, Wft
Auteurs Em. prof. mr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De verhouding tussen de strafrechtelijke en bestuursrechtelijke handhavingsstelsels worden benaderd vanuit het oogpunt van coherentie. In de strafrechtelijke sanctionering is de WED het centrale uitgangpunt. De auteur acht uiteindelijk deze wet nog steeds toekomstbestendig. Andere benaderingen verliezen aan coherentie. De auteur doet enkele voorstellen voor verbetering en aanpassing van artikel 1 en 59 WED. De bestuursrechtelijke benadering start bij de Wft als centrale wet, maar de sanctionering is minder gestructureerd als in het strafrecht. De auteur ziet verschillende sanctiefiguren opkomen in het strafrecht en in het bestuursrecht (art. 74 Sr, 257a e.v. Sv), die een samenvloeien van bestuur- en strafsancties mogelijk maken. De procedures zullen voorlopig gescheiden blijven. De auteur geeft afsluitend enkele vuistregels voor humaan sanctioneren.


Em. prof. mr. R.C.P. Haentjens
Em. prof. mr. R.C.P. Haentjens is emeritus hoogleraar Financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam, oud-vice-president van het gerechtshof Amsterdam en oud-redacteur van dit blad.
Redactioneel

Artikel 443 Sr, de bestuurlijke boete en de aantekening in de justitiële documentatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Bestuurlijke boete, Justitiële documentatie, Corona, Bestuursstrafrecht, Art. 443 Sr
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Ter bestrijding van de coronacrisis is een belangrijke rol weggelegd voor de handhaving van artikel 443 Sr. Indien een strafbeschikking wordt uitgevaardigd wegens overtreding van artikel 443 Sr, betrekking hebbend op coronamaatregelen, leidt dit niet meer tot een aantekening in de justitiële documentatie. Gezien de verbondenheid van artikel 443 Sr met de handhaving van de openbare orde, is de vraag opgeworpen in hoeverre het in de rede ligt om deze strafbepaling over te hevelen naar het bestuursrecht.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en is verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht. Hij is tevens redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Van marxisme naar economisch strafrecht

Over een persoonlijke, autobiografische band met een bijzonder rechtsgebied

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Economisch strafrecht, Karl Marx, scientific occupation with e. cr. law, professional occupation with e. cr. law, sanctions in e. cr. Law.
Auteurs Em. prof. mr. Th.A. de Roos
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur presenteert autobiografische bronnen van zijn speciale aandacht voor, en professionele toewijding aan het terrein van economisch strafrecht. Hij werd op dat spoor gezet door de werken van Karl Marx, maar uiteindelijk ontdekte hij dat Marx maar weinig te bieden had als het om het recht gaat. Niettemin bleef zijn fascinatie voor de relatie tussen economie en (straf)recht. De auteur behandelt enkele – tegenwoordig belangrijke en intrigerende – voorbeelden die die fascinatie kunnen rechtvaardigen.


Em. prof. mr. Th.A. de Roos
Em. prof. mr. Th.A. de Roos is emeritus hoogleraar Strafrecht aan Tilburg University.

Artikel

Access_open ‘Voltooid leven’ en de grenzen van het medisch domein

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden toegang tot dodelijke middelen, medisch geclassificeerde ziekte, pil van Drion, existentieel lijden
Auteurs Prof. dr. G.A. den Hartogh
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit het Perspectief-rapport (januari 2020) blijkt dat het besluit om het eigen leven te beëindigen zonder dat er sprake is van een medische grondslag niet samenhangt met de leeftijd van de betrokkene. Aan een wettelijke regeling die de zelfgekozen dood mogelijk maakt voor mensen met een ‘voltooid leven’, zoals voorgesteld door D66, bestaat daarom geen behoefte. De eis van een medische grondslag is echter onnodig restrictief en verdient dan ook heroverweging. Dat hoeft er niet toe te leiden niet-artsen bij de uitvoering van een besluit tot levensbeëindiging te betrekken.


Prof. dr. G.A. den Hartogh
Govert den Hartogh is emeritus hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Amsterdam.

Toont 1 - 20 van 46 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.