Zoekresultaat: 17 artikelen

x
Jaar 2012 x
Boekbespreking

Een pleidooi voor kleine verhalen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2012
Trefwoorden book review, public private partnerships, security governance
Auteurs A.B. Hoogenboom
SamenvattingAuteursinformatie

    This is a review of the book (dissertation) Orde in veiligheid. Een dynamisch perspectief (Order in security; a dynamic perspective) from the Dutch criminologist and philosopher Marc Schuilenburg. The reviewer characterises the book as ‘courageous’ because of its multidisciplinary approach of the phenomenon ‘public private partnerships’ (ppp’s) in security, its rupture with solidified thinking and its use of empirical studies to show what really happens in the workplace of ppp’s. The reviewer welcomes the application of concepts of the French philosophers Foucault, Deleuze and Tarde, but feels at the same time that the author could have done more to explain their thinking. Also he disagrees with the author about the role of the state in security governance, which is according to the reviewer much more dominant than suggested in this book.


A.B. Hoogenboom
Prof. dr. Bob Hoogenboom is hoogleraar Forensic Business Studies aan de Nyenrode Business Universiteit. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar Politie en Veiligheidstudies aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

Omgevingscriminologie 2.0

Criminologisch onderzoek in een virtuele omgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2012
Trefwoorden virtual environments, research methods, disorder
Auteurs Dr. Gabry Vanderveen en Dr. Monique Koemans
SamenvattingAuteursinformatie

    Criminological research on perceptions and behavior in an environmental context, scarcely uses virtual environments. Such virtual environments are available on the Internet or can be created. They can be presented to research participants either online or in a laboratory setting. This article gives a brief overview of criminological studies employing a virtual environment and describes a case study that used a virtual environment in order to investigate disorder. Despite the pitfalls, there are certainly possibilities for (criminological) research in virtual environments. The spatial context provided by a virtual environment, seems suitable for research in environmental criminology in particular.


Dr. Gabry Vanderveen
Dr. G.N.G. Vanderveen is universitair docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden.

Dr. Monique Koemans
Dr. M. Koemans is docent en onderzoeker aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden.
Artikel

Surveilleren en opsporen in een internetomgeving

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Policing, Internet, open-source intelligence, iColumbo, police power
Auteurs J.J. Oerlemans en B.J. Koops
SamenvattingAuteursinformatie

    Publicly available information on the Internet about people or criminal acts can be relevant to criminal investigations. This article analyses to what extent Dutch criminal procedure law allows open source intelligence for law-enforcement purposes. When more than ‘minor’ privacy interferences arise, an explicit investigatory power in the criminal procedure code is required. Minor infringements are allowed under the general task description in the Police Act 1993. It is unclear however when ‘substantial’ privacy infringements arise. On the basis of ECHR jurisprudence on foreseeability and the Dutch criteria for ‘systematic observation’, the authors conclude that Internet data-gathering will often require an explicit investigatory power and can only be used for criminal investigation with an order from the public prosecutor, but not, except for small-scale and ad hoc searches, for general police practice purposes. Because the Internet is much different in its nature from a decade ago and the investigatory powers are not in all respects easily applicable to Internet surveillance, the authors argue that the Dutch legislator must take action and make clear under which conditions information on the Internet can be gathered by law enforcement.


J.J. Oerlemans
Mr. Jan-Jaap Oerlemans is promovendus bij eLaw@Leiden, Centrum voor Recht in de Informatiemaatschappij van de Universiteit Leiden. Daarnaast is hij juridisch adviseur bij Fox-IT.

B.J. Koops
Prof. dr. Bert-Jaap Koops is hoogleraar regulering van technologie bij TILT – Tilburg Institute for Law, Technology and Society van de Universiteit van Tilburg.
Artikel

De toegang van gedetineerden tot informatie: van gevangeniscourant tot internet

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2012
Trefwoorden gedetineerden, recht op informatie en communicatie, internet
Auteurs Prof. dr. Gerard de de Jonge
SamenvattingAuteursinformatie

    Waar een eeuw geleden gevangenschap totaal isolement betekende kunnen gedetineerden nu goed op de hoogte blijven van het nieuws. Vrije toegang tot elektronische media is echte nog verboden. Waarom eigenlijk?


Prof. dr. Gerard de de Jonge
Prof. dr. Gerard de Jonge is bijzonder hoogleraar Detentierecht aan de Universiteit Maastricht.
Jurisprudentie

Rb. Almelo 21 december 2011, LJN BV0428

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2012
Trefwoorden googelende verzekeraar, internetonderzoek, privacy, bescherming persoonsgegevens, proportionaliteit
Auteurs Mr. H.H. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Een ‘googelende verzekeraar’ betrapt een slachtoffer van schade op het geven van een te negatief beeld van zijn arbeidsvermogen. De rechtbank oordeelt op basis van uitdraaien van websites dat het slachtoffer een aanzienlijk bedrag als onverschuldigd betaald aan de verzekeraar moet terugbetalen. Het bewijsmateriaal wordt niet ontkend. De vraag is of het slachtoffer de rechtmatigheid van het verzamelen van bewijs door middel van internetonderzoek kan betwisten. De verzekeraar is immers gehouden tot naleving van regels ter bescherming van persoonsgegevens, op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens en voor verzekeraars geldende gedragscodes.


Mr. H.H. de Vries
Mr. H.H. de Vries is advocaat bij Kennedy Van der Laan en medewerker van de afdeling Transnational Legal Studies aan de Vrije Universiteit.
Artikel

Nieuwe Europese regels voor privacy: commissie stelt pakket voor om gegevens ook in het informatietijdperk te beschermen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden fundamentele rechten, voorgenomen besluitvorming EU, bescherming persoonsgegevens, handvest grondrechten, artikel 16 VWEU
Auteurs Mr. H. Hijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt het voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (algemene verordening gegevensbescherming), dat op 25 januari 2012 door de Commissie is aangenomen. Dit voorstel beoogt een ingrijpende vernieuwing van het Europese stelsel voor gegevensbescherming te bewerkstelligen, onder meer door in een verordening gedetailleerde regels te stellen die in de gehele Unie van toepassing zijn. Het artikel eindigt met enkele fundamentele Europeesrechtelijke vragen die het voorstel oproept.


Mr. H. Hijmans
Mr. H. Hijmans is afdelingshoofd Policy & Consultation bij de Europese toezichthouder voor de gegevensbescherming (EDPS).

    In the past decades, telecommunications traffic has grown explosively. There has been an enormous expansion of the use of mobile phones. In addition, the way in which these phones are used has changed as well. An ever growing number of mobile phones is connected to the Internet, and a growing share of communications take place through the Internet. As a result, communication gets increasingly fragmented, because of the various ways and channels available for communication. In this article, the authors discuss the possible implications of these developments for the use of the telephone tap as an investigative tool during criminal investigations. Furthermore, the authors examine the ways in which the internet tap can support or replace the use of the telephone tap. Finally, alternative investigation tools are discussed that might compensate the changing results of the telephone tap.


G. Odinot
Dr. G. Odinot is onderzoeker bij het WODC.

D. de Jong
D. de Jong, MSc is onderzoeker bij het WODC.

    The future of wiretapping is threatened by encryption and developments in the telecommunications industry. Internet communications changed the wiretapping landscape fundamentally. In practice it is often impossible to wiretap all possible internet connections. Not all communication providers are obliged to execute wiretap orders. This limits the use of a wiretap in an increasingly digital world. Although the content of certain encrypted Voice-over-IP communications and private messages might not be visible to law enforcement officials, the traffic data are. These traffic data show when the suspect connects to certain communication services, which provide important clues to proceed in a criminal investigation. It is important to have a discussion whether our wiretap laws need to be amended to better fit the needs of law enforcement. However, to make such a debate possible we need transparency. A good first step is to provide details and statistics about the use of internet wiretaps.


J.J. Oerlemans
Mr. Jan-Jaap Oerlemans is promovendus bij eLaw@Leiden, Centrum voor Recht in de Informatiemaatschappij van de Universiteit Leiden. Daarnaast is hij juridisch adviseur bij Fox-IT.
Artikel

Slachtofferschap van cybercrime in kaart gebracht

Hacken, e-fraude, identiteitsfraude en voorschotfraude

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2012
Trefwoorden cybercrime, hacking, online fraud, identity fraud, victim survey
Auteurs Miranda Domenie, Rutger Leukfeldt, Johan van Wilsem e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses the results of a Dutch study that focuses specifically on victimization of various forms of cybercrimes among civilians. The survey addresses the cybercrimes hacking, fraud through selling and auction websites, identity theft and fraud and advanced fee fraud. The results are based on a validated questionnaire which was posted amongst a representative sample of 21,800 citizens, the response rate was 10,314 (47 per cent). In this article of each of these cybercrimes the prevalence is shown. Concerning prevalence, the victim survey shows that in the twelve months preceding the survey 4.3 percent of all Internet users were victims of hacking, 2.4 percent were victims of online scams (by paying for a good or service but not receiving them), 0.8 percent were victims of identity fraud and 0.2 percent of advanced fee fraude. Of all victims, 11.9 percent was victim of more than one of the cybercrimes we studied for this article. If we compare this with figures of offline crime we see that in the Netherlands in 2010, 1 percent were victims of assault, 1.2 percent of burglary and 1.5 percent of sexual offenses. In comparison with these offline crimes, the cybercrimes in our study have significant numbers of victims. Among Internet users, we see that victims of hacking and fraud by auction or selling sites are more often youngsters than older people (for hacking 15 till 35 years in fraud 15 till 25 years), people without a partner are at higher risk than people with partners and people with indicated that their most recently completed education were low are more at risk than people with high education. Especially with the online fraud this is remarkable, because it appears that people who make the most purchases over the Internet are higher educated and mostly in 25 till 45 years old.


Miranda Domenie
M.M.L. (Miranda) Domenie BSc is onderzoeker bij het Lectoraat Cybersafety van NHL Hogeschool en Politieacademie. E-mail: m.m.l.domenie@nhl.nl

Rutger Leukfeldt
E.R. (Rutger) Leukfeldt MSc is onderzoeker bij het Lectoraat Cybersafety van NHL Hogeschool en Politieacademie en promovendus aan de Open Universiteit. E-mail: e.r.leukfeldt@nhl.nl

Johan van Wilsem
Dr. J. (Johan) van Wilsem is universitair hoofddocent Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden.

Wouter Stol
Prof. dr. W.Ph. (Wouter) Stol is Lector Cybersafety aan de NHL Hogeschool en Politieacademie en bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit.
Artikel

Politieonderzoek in open bronnen op internet

Strafvorderlijke aspecten

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2012
Trefwoorden criminal investigation, surveillance, OSINT, investigation powers, legal basis
Auteurs Bert-Jaap Koops
SamenvattingAuteursinformatie

    Analysing large amounts of data goes to the heart of the challenges confronting intelligence and law enforcement professionals today. Increasingly, this involves Internet data that are ‘open source’ or ‘publicly available’. Projects such as the European FP7 VIRTUOSO aim at developing platforms for open-source intelligence by law enforcement and public security, which open up opportunities for large-scale, automated data gathering and analysis. However, the mere fact that data are publicly available does not imply an absence of restrictions to researching them. This paper investigates one area of legal constraints, namely Dutch criminal-procedure law in relation to open-source data gathering by the police. Which legal basis is there for this activity? And under what conditions can foreign open sources be investigated?
    After sketching the context of the VIRTUOSO project and legal constraints of open-source intelligence in general, this paper discusses provisions of the Dutch Police Act 1993 and the Code of Criminal Procedure to determine which is the correct legal basis for gathering data from openly accessible and semi-open sources. Next, cross-border gathering of data is discussed on the basis of article 32 of the Cybercrime Convention. The paper draws the conclusion that investigating open sources by the police will often go beyond what is allowed on the basis of the general task description of the police (art. 2 Police Act 1993); hence, an order from the Public Prosecutor for systematic observation or intelligence is required. Moreover, the tools used must meet the non-manipulability and auditing requirements of the Dutch Decree on Technical Devices in Criminal Procedure.


Bert-Jaap Koops
Prof. dr. Bert-Jaap Koops is hoogleraar regulering van technologie bij TILT – Tilburg Institute for Law, Technology, and Society, Universiteit van Tilburg. Het onderzoek voor dit artikel werd mede gefinancierd door het Europese KP7-project VIRTUOSO (projectnr. FP7-SEC GA-2009-242352).
Artikel

Het gebruik van virtual reality in de veiligheidsketen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Virtual reality, augmented reality, physical safety, integrated emergency management system
Auteurs André Groenewoud en Margrethe Kobes
SamenvattingAuteursinformatie

    Virtual reality is increasingly used in our society. Also in the field of physical safety this technique is applied. In this article we give an overview of virtual reality applications that are used in the Netherlands in this domain. This overview is divided into the five phases of the integrated emergency management system of the Netherlands. Based on international studies from other fields we try to indicate where in the near future virtual reality also can be used.
    Conclusion of this article is that virtual reality already plays an important role in the physical safety domain, especially because this technique can support the learning ability of the safety organizations in many areas. Because of constant innovation (in technique and application) that takes place, it is expected that in the future even more virtual reality applications in the field of physical safety are possible.


André Groenewoud
Drs. U.A. (André) Groenewoud is freelance onderwijskundige. E-mail: a.groenewoud@oidict.nl

Margrethe Kobes
Dr. Ing. M. (Margrethe) Kobes is senior onderzoeker bij het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV).

Mr. M.H.A.F. Lokin
Mr. M.H.A.F. Lokin is juridisch adviseur bij het DG Belastingdienst en redacteur van RegelMaat. mariette.lokin@planet.nl
Artikel

Technologie en wetgeving in cyberspace: verstandshuwelijk of innige relatie?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2012
Trefwoorden ICT, technoregulering, privacy
Auteurs Prof. mr. dr. M. Hildebrandt, Prof. dr. R.E. Leenes en Mr. M.H.A.F. Lokin
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een schets gegeven van de ontwikkelingen in cyberspace, ofwel de informatiegestuurde samenleving, en de wijze waarop de rechtsstaat daar een plaats in kan en moet krijgen. De auteurs benaderen dit vraagstuk vanuit twee invalshoeken, namelijk die van ‘juridische bescherming by design’ en die van ‘(computer)code as regulation’. De eerste invalshoek betreft de vraag hoe fundamentele waarden en grondrechten kunnen worden geborgd door ze een herkenbare en afdwingbare plaats te geven in de ICT-infrastructuren die ons dagelijks leven inmiddels beheersen. De tweede betreft de vraag hoe technologie ons de norm kan stellen, en welke randvoorwaarden daar noodzakelijkerwijs bij vervuld moeten worden om te zorgen dat de techniek niet met het recht op de loop gaat.Dit stelt de wetgever voor nieuwe uitdagingen. Meer geschreven regels zijn niet voldoende om de technologische ontwikkelingen in goede banen te leiden. Het vergt dat juristen en architecten daadwerkelijk elkaars werelden gaan delen, in het proces van ontwerp van zowel de regels als de systemen waarin deze een plaats moeten krijgen.


Prof. mr. dr. M. Hildebrandt
Prof. dr. mr. M. Hildebrandt is hoogleraar ICT en rechtsstaat aan het Institute of Computing and Information Sciences (iCIS) van de Radboud Universiteit Nijmegen, universitair hoofddocent Rechtstheorie aan de Erasmus School of Law Rotterdam en Senior Researcher bij het Centre for Law Science Technology and Society van de Vrije Universiteit Brussel. hildebrandt@law.eur.nl

Prof. dr. R.E. Leenes
Prof. dr. R.E. Leenes is hoogleraar regulering door technologie aan de Universiteit van Tilburg.

Mr. M.H.A.F. Lokin
Mr. M.H.A.F. Lokin is juridisch adviseur bij het DG Belastingdienst en redacteur van RegelMaat.mariette.lokin@planet.nl
Artikel

Property Rights in Personal Data: A European Perspective

Proefschrift van mr. N. Purtova

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden property rights, personal data
Auteurs Prof. mr. E.J. Dommering
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van het proefschrift van mr. N. Purtova.


Prof. mr. E.J. Dommering
Prof. mr. E.J. Dommering is emeritus hoogleraar Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Cybercrime en politie

Een schets van de Nederlandse situatie anno 2012

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2012
Auteurs W.Ph. Stol, E.R. Leukfeldt en H. Klap
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2004 the main problem of the Dutch police concerning cybercrime was a lack of knowledge, for example about how to act in a digital world, about the character of cybercrime and about the effectiveness of measures. The main question in this article is if this situation has changed, and if so, how. Although the legislator has given the police special powers to fight crime in a digital world, the police still struggle with questions about what exactly are the powers they have. Although the police have invested in pilot projects and in the recruitment of digital experts, knowledge about ‘policing a digital society’ is not yet common in the police organisation - which is a shortcoming since ‘digital is normal’ in the lives of the common people. Although the police established digital aspects in police training, digital is not yet a common feature in police education. In sum, although the police in various ways pay attention to digital aspects of policing, digital is not yet a regular part of the police organisation, police training and/or everyday police practice.


W.Ph. Stol
Prof. dr. Wouter Stol is lector Cybersafety aan NHL Hogeschool en de Politieacademie en bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit.

E.R. Leukfeldt
E.R. Leukfeldt Msc is onderzoeker bij het lectoraat Cybersafety van NHL Hogeschool en Politieacademie.

H. Klap
Drs. Henk Klap MPM is programmamanager van het landelijke politiële Programma Aanpak Cybercrime (PAC).
Artikel

Slachtofferschap van identiteitsfraude

Een studie naar aard, omvang, risicofactoren en nasleep

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2012
Auteurs J. van Wilsem
SamenvattingAuteursinformatie

    Identity fraud involves the theft of another person's identity information (e.g. bank account number and password), mostly for purposes of financial gain to the offender. The literature review summarizes main results from international and Dutch research with respect to the nature, size, risk factors and aftermath of identity fraud as well as the consequences for its victims. Though scientific research on these phenomena is taking place more and more, much work yet remains to be done. This review ends with suggestions for future research on identity fraud.


J. van Wilsem
Dr. Johan van Wilsem is als universitair hoofddocent Criminologie verbonden aan de Universiteit Leiden.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.