Zoekresultaat: 24 artikelen

x
Jaar 2009 x

M.C. Ploem

J.C.J. Dute


    In spite of the recent growing international naval presence in the Gulf of Aden and the Indian Ocean Somali pirates still continue to attack passing merchantmen trying to hijack these and kidnap the crews. It seems logic to consider what security measures can be taken on the ships themselves against piracy attacks. After analyzing the dilemmas surrounding armed self-defence the author describes how various technological devices, some still developing, could contribute to greater security on board. Just as important however, is the development and appliance of an anti-piracy policy, at the shipping company as well as on board. Information sharing and communication are crucial to an efficient anti-piracy policy. Also crewmembers should know what to expect when a piracy attack occurs and how to act. The structural protection of important waterways is a primary task for naval forces, while the merchantmen themselves could take care of primary protection against piracy attacks. This would diminish their dependence on naval presence, which can never be large enough to effectively prevent piracy.


H.A. L'Honoré Naber
Henri L'Honoré Naber heeft ruime ervaring opgedaan met alle facetten van piraterij. Eerst als koopvaardijofficier. Later bij de Marinestaf te Den Haag als Hoofd Koopvaardijzaken, waar hij o.a. belast was met de veiligheid voor de koopvaardij. Hij is oprichter en directeur van adviesbureau Safer Seas Consultancy. In samenwerking met andere experts heeft hij het programma Seacure ontwikkeld, dat rederijen en offshorebedrijven de mogelijkheid biedt een volledig en integraal anti-piraterij-beleid op te zetten.
Artikel

Zeeroof in Afrika

Mondiale en lokale verklaringen voor piratenactiviteit in Nigeria en Somalië

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2009
Auteurs S. Eklöf Amirell
SamenvattingAuteursinformatie

    This article aims to explain where, when, how and why piratical activity has taken off in Nigeria and Somalia since the 1970s. The geographical and historical conditions of the continent are compared with those of the other main region of piratical activity in the world during recent decades, Southeast Asia. A critical evaluation is then made of the available information concerning the problem and the different possible, local and global, explanations for the recent surge in African piracy, including opportunity, inequality and the proliferation of small and light weapons. The widespread notion that contemporary piracy can be explained with reference to state failure is challenged, and the rise of organized piratical activity, particularly in the Niger Delta and off the Somali coast, is instead understood as a result of the interaction of local social and political dynamics with transnational and global influences.


S. Eklöf Amirell
Dr. Stefan Eklöf Amirell is als associate professor verbonden aan het Swedish Institute of International Affairs in Stockholm.
Artikel

Over getuigschriften en zo

100 jaar Wet op de arbeidsovereenkomst

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2009
Trefwoorden wet op de arbeidsovereenkomst, historie, gezichtspunten, ontwikkelingen
Auteurs Mr. R.A.A. Duk
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel is de bewerking van een op 31 mei 2007 voor de Vereniging van Arbeidsrecht gehouden voordracht over 100 jaar Wet op de arbeidsovereenkomst. In vervolg op uiteenzettingen van Levenbach en Van der Grinten bij het 50- en 75-jarig bestaan van die wet wordt bezien hoe wetgeving en rechtspraak zich in die periode hebben ontwikkeld, met een zwaar accent op de periode sinds 1982, wat aanleiding geeft tot enkele beschouwingen over de rol van wetgever en rechter in het arbeidsrecht, nu en in de toekomst.


Mr. R.A.A. Duk
R. Duk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek.
Artikel

Burgers over beveiligers

Een kwantitatief onderzoek naar percepties, verwachtingen en oordelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2009
Trefwoorden beveiligers, burgers, beveiliging
Auteurs Ronald van Steden, Maddy Roelofs en Mahesh Nalla
SamenvattingAuteursinformatie

    The employment of private security guards has increased in many European countries in recent decades and the Netherlands is no exception. However, despite large increases in the growth of the private security industry, little is known about how the public perceives agents of private policing and their role in crime prevention and enhancing the public’s sense of safety. In this paper we examine public perceptions of private security personnel. More specifically, we examine citizens’ perceptions and expectations toward the nature of security guards’ work and their relationships with public police, as well as citizens’ level of satisfaction with private security services. Findings suggest that overall Dutch citizens have mixed opinions of security guards. Nonetheless, contrary to what is often assumed about the public image of private security, findings also suggest that respondents are sometimes surprisingly positive in their reactions.


Ronald van Steden
Ronald van Steden is werkzaam bij de onderzoeksgroep Veiligheid en Burgerschap aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Postadres: De Boelelaan 1081, 1081 HV Amsterdam. E-mail: r.van.steden@fsw.vu.nl.

Maddy Roelofs
Maddy Roelofs in onderzoeker bij de Dienst Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam. Postadres: Postbus 658, 1000 AR Amsterdam. E-mail: m.roelofs@os.amsterdam.nl.

Mahesh Nalla
Mahesh Nalla is hoogleraar in Criminal Justice Studies aan Michigan State University, U.S.A. Postadres: School of Criminal Justice, 560 Baker Hall, East Lansing, MI 48824-1118. E-mail: nalla@msu.edu.
Artikel

De aard en omvang van belaging in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2009
Trefwoorden belaging, stalking
Auteurs Suzan van der Aa en Antony Pemberton
SamenvattingAuteursinformatie

    Over nine years after the enactment of the Dutch anti-stalking provision there are still no figures detailing the prevalence of stalking in the Netherlands. This article aims to estimate the prevalence and nature of this form of victimization within the Dutch population. In order to generate these findings the results of the national Police Monitor of 2001 were analysed. Of the 88,607 respondents 24 percent reported a lifetime rate of stalking victimization and for 1.2 to 3.1 percent of the respondents the harassment had begun in the 12 months previous to the study. With almost one in three women (28.6%) and almost one in five men (19.2%), women were significantly more likely to report having been stalked at some time during their lives. In line with previous research age was significantly related to life-time stalking with younger people having greater odds of reporting victimization. (Cor)relations were furthermore found between stalking and having a job, being originally of another than the Dutch nationality and education. But, apart from gender, the odds ratios for those socio-demographic variables were only very small. In most cases (65.6%) the stalker only used one method of harassment with unwanted telephone calls being the method that appeared most in isolation (65.7%). 59.1% of the victims indicated that they felt threatened because of the repetitive harassment. A remarkable finding was that in over 56 percent of the cases the identity of the stalker was unknown.


Suzan van der Aa
Suzan van der Aa is promovenda en onderzoeker bij het International Victimology Institute (INTERVICT) van de Universiteit van Tilburg. Postadres: Warandelaan 2, 5000 LE Tilburg. E-mail: s.vdraa@uvt.nl.

Antony Pemberton
Antony Pemberton is senior-onderzoeker en projectleider bij het International Victimology Institute (INTERVICT) van de Universiteit van Tilburg. E-mail: a.pemberton@uvt.nl.
Artikel

Het cliëntenonderzoek in de WWFT: een terugblik op het afgelopen jaar

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2009
Trefwoorden witwassen, WWFT, cliëntenonderzoek, kredietinstellingen
Auteurs Mw. mr. M.L. van Duijvenbode
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 augustus 2008 is de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) in werking getreden. De voornaamste vernieuwing die de WWFT heeft gebracht, is de introductie van het cliëntenonderzoek, ook wel bekend als Customer Due Diligence (CDD). Na een coulanceperiode van een halfjaar is de WWFT nu effectief slechts een halfjaar op stoom. In deze bijdrage wordt de ontwikkeling van het cliëntenonderzoek in de (inter)nationale antiwitwasregelgeving besproken. Hiernaast wordt er ingegaan op de belangrijkste veranderingen die de WWFT heeft gebracht op het gebied van cliëntenonderzoek en hoe kredietinstellingen het afgelopen jaar met deze veranderingen zijn omgegaan.


Mw. mr. M.L. van Duijvenbode
Mw. mr. M.L. van Duijvenbode is als beleidsmedewerker werkzaam bij de afdeling Integriteit, directie Financiële Markten van het ministerie van Financiën. Haar bijdrage in dit nummer heeft zij op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

De NMa als economische detective

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2009
Trefwoorden NMa, economische detentie, onderzoeksprioriteiten, false positives, false negatives
Auteurs Dr. R. van der Noll en Drs. M. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    De NMa wacht niet alleen op signalen van buiten, zoals klachten en clementieverzoeken, maar probeert ook door eigen economisch onderzoek kartels op te sporen. Daartoe maakt de NMa kennelijk regelmatig een scan van de Nederlandse economie op basis van een combinatie en weging van publiek beschikbare gegevens over relevant geachte variabelen. Deze scan lijkt een rol te spelen bij het bepalen van de onderzoeksprioriteiten van de NMa1x Zie ook de speech van dR.J.P. Jansen, lid van de raad van bestuur van de NMa op het symposium ‘Mededingingsrecht in crisistijd’, Allen & Overy, woensdag 1 april 2009. en recent heeft een medewerker van de NMa gepubliceerd over de (vermeende) voorspelkracht en daarmee het nut van de scan. In deze bijdrage plaatsen we een aantal kritische kanttekeningen bij de bruikbaarheid van de methodiek die aan de scan ten grondslag ligt. We beschrijven eerst wat de NMa nu doet (de scan). Daarna komt het onderscheid tussen detectie op basis van marktstructuur en detectie op basis van gedrag aan bod, en bespreken we de problemen met de aanpak van de NMa, mede naar aanleiding van de beoordeling van de scan door de NMa zelf. Ten slotte bespreken we enkele aanvullende alternatieven voor economische detectie.

Noten

  • 1 Zie ook de speech van dR.J.P. Jansen, lid van de raad van bestuur van de NMa op het symposium ‘Mededingingsrecht in crisistijd’, Allen & Overy, woensdag 1 april 2009.


Dr. R. van der Noll
Dr. R. van der Noll is werkzaam bij SEO Economisch Onderzoek.

Drs. M. Visser
Drs. M. Visser is werkzaam bij RBB Economics.

    Het verbinden van controlevoorschriften aan doelvoorschriften is verplicht voor inrichtingen die onder de IPPC-richtlijn vallen; voor andere inrichtingen is sprake van een bevoegdheid.


Hans Paul Nijhoff
Artikel

Next Generation Networks: Elektronische communicatieregelgeving uitgedaagd

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2009
Trefwoorden next generation access, elektronische communicatie, BEREC, Universele dienstverlening, roaming
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. M.A. Prinsen Geerligs
SamenvattingAuteursinformatie

    Een volgende generatie netwerken, zoals de glasvezelnetwerken, dient zich aan om de traditionele koperen telefoonnetwerken te vervangen. Het regelgevend kader zal enerzijds de vereiste investeringen moeten aanmoedigen en anderzijds het niveau van concurrentie moeten vasthouden of verhogen.Naar verwachting wordt dit jaar een herzien Europees regelgevingskader voor elektronische communicatie aangenomen. Tevens is op 1 juli 2009 de Europese Verordening voor roaming op mobiele netwerken binnen de Europese Unie gewijzigd. Ondertussen wordt in Nederland werk gemaakt van de implementatie van een nieuwe ronde marktanalysebesluiten van de toezichthouder OPTA, gebaseerd op een herziene Aanbeveling Relevante Markten van de Europese Commissie.Reden genoeg voor een overzicht van deze recente ontwikkelingen. We hanteren zoveel mogelijk een chronologische volgorde. Dat betekent dat eerst de herziene Aanbeveling Relevante Markten en de nieuwe marktanalysebesluiten van OPTA aan bod komen. Vervolgens bespreken we de herziene Roaming Verordening. Daarna volgt een beschrijving van het nieuwe Europese kader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten, waarbij de belangrijkste onderwerpen kort inhoudelijk worden besproken.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. G.P. van Duijvenvoorde is werkzaam bij KPN en is tevens gastdocent bij elaw@leiden, Universiteit Leiden.

Mr. M.A. Prinsen Geerligs
Mr. M.A. Prinsen Geerligs is werkzaam bij KPN.
Artikel

Ervaringen van klagers en aangeklaagde artsen met het tuchtrecht

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2009
Trefwoorden tuchtrecht, gezondheidszorg
Auteurs Mr. Yasmine Alhafaji, Mr. dr. Brenda Frederiks en Prof. mr. Johan Legemaate
SamenvattingAuteursinformatie

    If a patient is not satisfied with any aspects of health care, he or she can file a complaint. In the Netherlands, as in other countries, there are several ways for handling patients’ complaints. One of the possibilities is to lodge a complaint with the medical disciplinary board. In 1997, the Individual Health Care Professions Act came into force. The main goals of this Act are to promote the quality of professional practice and to protect patients against unprofessional health care professionals.In 2008 research was undertaken into the experiences of patients (or others acting on behalf of them) with the disciplinary procedure. A sample of both complainants and practitioners against whom a complaint was lodged were interviewed about their expectations and experiences. The main conclusion is that for several reasons both parties are dissatisfied with the current procedure. This paper provides an overview of the outcome of the interviews. In addition, some concrete proposals are made regarding the improvement of the current disciplinary procedure.


Mr. Yasmine Alhafaji
Yasmine Alhafaji is als onderzoekster verbonden aan het VU Medisch Centrum, afdeling Sociale Geneeskunde/EMGO Instituut.

Mr. dr. Brenda Frederiks
Brenda Frederiks is universitair docent gezondheidsrecht en is verbonden aan het VU Medisch Centrum, afdeling Sociale Geneeskunde/EMGO Instituut.

Prof. mr. Johan Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht en is verbonden aan het VU Medisch Centrum, afdeling Sociale Geneeskunde/EMGO Instituut.

    CEPINA, the Belgian Centre for Arbitration and Mediation recently published special mediation rules for the resolution of IT disputes. The most important rules are discussed. Also the background of this initiative is highlighted.


Mr. Marc Taeymans
Marc Taeymans is jurist en gecertificeerd mediator te Antwerpen. Hij is lid van de Federale Bemiddelingscommisie bij de FOD Justitie en lid van CEPINA. Hij is tevens rechter in handelszaken in de Rechtbank van koophandel te Antwerpen.

Mr. Erik Valgaeren
Erik Valgaeren is advocaat-vennoot bij Stibbe te Brussel gespecialiseerd in ICT-recht.
Artikel

Van probleemmeisje naar delinquente vrouw?

Criminele carrières van residentieel behandelde meisjes, van 12 tot 32 jaar

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2009
Trefwoorden vrouwencriminaliteit, meisjescriminaliteit, hoog-risicomeisjes, delinquente vrouwen
Auteurs Thessa Wong, Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld en Dr. Anne-Marie Slotboom
SamenvattingAuteursinformatie

    Developmental trajectories are estimated of 147 high-risk girls from 12 to 32, based on conviction data. Four trajectories are identified: adolescence-limited, low frequency desisting, high frequency desisting, late onset. Despite their high delinquency risk, only few girls developed a long-term criminal career. Girls in the trajectories differ with regard to intelligence, self-concept, social skills, aggression, personality disorders, and divorced parents. For each trajectory a profile is given, based on type of offences, personality and background characteristics.


Thessa Wong
Th. M.L. Wong MSc is promovendus, afd. strafrecht en criminologie, Vrije Universiteit, Amsterdam. t.wong@rechten.vu.nl.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is hoogleraar methoden en technieken van criminologisch onderzoek, Vrije Universiteit, Amsterdam en senior onderzoeker, Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), Amsterdam. CBijleveld@nscr.nl.

Dr. Anne-Marie Slotboom
Dr. M. Slotboom is universitair docent, afd. strafrecht en criminologie, Vrije Universiteit, Amsterdam. a.slotboom@rechten.vu.nl.

    Gebruik bestrijdingsmiddelen bij bloementeelt wijkt af van gebruik bij open teelten. Zone van 30 meter ten opzichte van woningen is dan ook niet zonder meer aanvaardbaar. Waarden van SBZ zijn in bestemmingsplan terecht beschermd, ook al dient op grond van de Nbw een beheerplan te worden opgesteld.

Artikel

De Maritieme Arbeidsconventie van de IAO van 2006 en de Conventie nr. 188 over de arbeid in de visserij

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Internationaal arbeidsrecht, maritiem arbeidsrecht, arbeid in de visserij
Auteurs Dr. A. Charbonneau, Mr. G. Proutiere-Maulion en Prof. P. Chaumette
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de ontstaansgeschiedenis en de inhoud van de IAO Maritieme Arbeidsconventie (2006) en de IAO-Conventie nr. 188 over de arbeid in de visserij in kaart gebracht. Beide conventies worden geduid als de vierde pijler van het internationaal maritiem transportrecht. Historisch volgde de arbeidsrechtelijke pijler op de veiligheidspijler, de ecologische pijler en op een pijler die gericht was op de certificering van competenties en op de organisatie van de wachtdienst. De interactie tussen de Internationale Maritieme Organisatie en de Internationale Arbeidsorganisatie wordt onderzocht. De bijdrage gaat in op de eigenheid van de arbeidsverhoudingen in de maritieme sector. Ze illustreert de dilemma’s waarmee de IAO worstelt in haar streven naar een zo ruim mogelijke toepassingssfeer en een zo optimaal mogelijk niveau van bescherming in een economische sector waarin diversiteit troef is.


Dr. A. Charbonneau
Dr. A. Charbonneau is Docteur en droit, Droit et Changement social, UMR CNRS nr. 3168.

Mr. G. Proutiere-Maulion
Mr. G. Proutiere-Maulion is Maître de Conférences, HDR, en Directrice du Centre de Droit Maritime et Océanique EA nr. 1165.

Prof. P. Chaumette
Prof. P. Chaumette is Professeur, CDMO, Maison des Sciences de l’Homme Ange Guépin aan de Universiteit te Nantes.
Artikel

Access_open Recht op een bankrekening?

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2009
Trefwoorden betaalrekening, banken, universele dienstverplichting, contractdwang
Auteurs Mw. mr I.S.J. Houben
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden verscheidene mogelijkheden voor de burger om te ageren tegen weigeringen om een betaalrekening te openen behandeld. Tevens wordt ingegaan op de beschikbaarheid van betaaldiensten als zodanig en de initiatieven die de Europese Commissie op dat terrein ontplooit.


Mw. mr I.S.J. Houben
Mw. mr. I.S.J. Houben is universitair hoofddocent burgerlijk recht, Universiteit Leiden.
Artikel

Opvoeden in een gesloten jeugdinrichting: een contradictio in terminis?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2009
Trefwoorden justitiële jeugdinrichting, interventies, pedagogisch handelen, Goffman, groepsleiders
Auteurs Drs. Joep Hanrath
SamenvattingAuteursinformatie

    Jeugdinrichtingen proberen sinds hun ontstaan jongeren die een strafbaar feit gepleegd hebben, weer in het gareel te krijgen. In tegenstelling tot het strafrecht voor volwassenen staat bij minderjarigen het pedagogisch handelen centraal. Recedivecijfers maken echter duidelijk dat dit geen eenvoudige opgave is. Momenteel is de hoop gevestigd op erkende gedrags-cognitieve interventies die in algemene zin hun werkzaamheid bewezen hebben. Maar het opvoeden in een gesloten inrichting heeft specifieke kenmerken die, ruim veertig jaar geleden, door de socioloog Goffman werden beschreven. Deze specifieke kenmerken zijn nog steeds actueel. De vraag is of, ondanks de intenties om het gedrag van de jongeren in positieve zin te veranderen, het probleem niet besloten ligt in het systeem. Is opvoeden, met als doel dat de jongere niet in herhaling vervalt, wel mogelijk in een gesloten setting? In dit artikel wordt deze vraag verder uitgediept.


Drs. Joep Hanrath
Joep Hanrath is antropoloog en docent aan de Hogeschool Utrecht. Hij is lid van de kenniskring ‘Werken in Justitieel Kader’ en startte in 2008 met een promotieonderzoek naar het werk van groepsleiders in Justitiële Jeugdinrichtingen.
Artikel

Telefoontaps als netwerkdata?

Mogelijkheden en beperkingen om telefoontaps te gebruiken voor SNA van georganiseerde criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2009
Trefwoorden sociale netwerkanalyse, telefoontaps, georganiseerde criminaliteit
Auteurs Willem-Jan Verhoeven
SamenvattingAuteursinformatie

    The literature on using Social Network Analysis (SNA) in criminological research is expanding. The SNA perspective already changed the way we look at organized crime. More often organized crime is referred to as changeable social networks instead of hierarchical structured organizations like the Italian or American mafia. In this respect, SNA seems to lack behind in empirical research on organized crime. Mainly, this is due to the lack of suitable network data on organized crime. For obvious reasons, commonly used methods of gathering network data – such as questionnaires – are less suitable for research on organized crime. Suspects of organized crime have not much to gain from talking about their ‘comrades in crime’. Alternative data need to be explored. Wiretaps from criminal investigations are one such source. In this contribution the SNA perspective is used to present an overview of the possibilities and limitations of using wiretaps for SNA. It follows that wiretaps from criminal investigations should be regarded as ego-centered network data. Therefore, research questions and objective for both criminal investigations as well as scientific research should be directed to the personal networks of suspects instead of the network as a whole.


Willem-Jan Verhoeven
Willem-Jan Verhoeven is universitair docent Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Contactadres: Criminologie/OMV, Erasmus Universiteit Rotterdam, Postbus 1738, 3000 DR Rotterdam. E-mail: verhoeven@frg.eur.nl.
Toont 1 - 20 van 24 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.