Zoekresultaat: 25 artikelen

x
Jaar 2015 x
Artikel

Drieluikherstelbemiddeling bij seksueel misbruik, een symbiose van erkenning en financiële genoegdoening

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2015
Trefwoorden seksueel misbruik, herstelbemiddeling, Rooms-Katholieke Kerk, erkenning, financiële genoegdoening
Auteurs Mr. dr. L.P.M. Klijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de contacten met slachtoffers van seksueel misbruik binnen kerkelijk verband werd duidelijk dat zij andere behoeften hadden dan enkel schadevergoeding. Met name omdat in het verleden het misbruik was ontkend of was genegeerd, bleek vooral erkenning belangrijk. Hiervoor is het nodig dat partijen tot elkaar worden gebracht. Enkel toekennen van schadevergoeding via een schadevergoedingsprocedure is daarvoor niet een passende remedie, want die brengt partijen eerder tegenover elkaar dan tot elkaar. Samen met slachtoffers is gezocht naar een weg waarbij erkenning en schadevergoeding zo konden worden gebundeld dat het een niet ten koste van het ander ging. Dat leidde tot de (door)ontwikkeling van de drieluikherstelbemiddeling. Daarover gaat dit artikel.


Mr. dr. L.P.M. Klijn
Mr. dr. L.P.M. Klijn is werkzaam als specialist klachtrecht en compensatie bij seksueel misbruik bij KZO|013 Advocaten te Tilburg.
Praktijk

PARP voor schadeverzekeraars

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden schadeverzekeraars, productontwikkeling
Auteurs Mr. F.M.A. ’t Hart
SamenvattingAuteursinformatie

    De toenemende maatschappelijke druk op banken, verzekeraars en andere financiële dienstverleners om zo veel mogelijk zorg te dragen dat consumenten de juiste financiële beslissingen nemen, heeft tot nieuwe regelgeving geleid. Regelgeving die aanbieders van financiële producten verplicht om bij de ontwikkeling van hun producten – kort gezegd – rekening te houden met het klantbelang en om te bezien op welke wijze het ontwikkelde financiële product terechtkomt bij de doelgroep waarvoor het financiële product ook daadwerkelijk bedoeld is. De regels over productontwikkeling worden door de wetgever beschouwd als een nadere uitwerking van het algemene vereiste dat een financiële onderneming zorg dient te dragen voor een beheerste en integere bedrijfsuitoefening. De in 2013 ingevoerde regels behelzen meer dan een juridisch-technische toetsing van een voorgenomen financieel product. Ook zal rekening moeten worden gehouden met maatschappelijke inzichten en aspecten van reputationele aard. De commotie rondom het aanbod van een grote verzekeraar om klanten korting te geven op schadeverzekeringen indien klanten bereid zijn om bepaalde persoonsgegevens met de verzekeraar te delen, is daarvan een goed voorbeeld.


Mr. F.M.A. ’t Hart
Mr. F.M.A. ’t Hart is advocaat bij Hart Advocaten te Amsterdam.

Ferdinand Mertens
F.J.H. Mertens is decaan toezichtopleidingen Nederlandse School voor openbaar Bestuur (NSOB) en voormalig inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.
Artikel

Naar een Landsverordening algemene regels van bestuursrecht?

Beschouwingen over nut en noodzaak van een Awb voor Caribisch Nederland

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Bestuursrecht, Landsverordening, Harmonisatie, Concordantie, Wetgevingsbeleid
Auteurs Prof. mr. S.E. Zijlstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In Aruba wordt op dit moment gewerkt aan een Landsverordening houdende algemene regels van bestuursrecht, terwijl dat land, evenals de andere Caribische landen van het Koninkrijk, meerdere andere algemeen-bestuursrechtelijke wetten kent. Dit artikel onderzoekt het nut van invoering van een ‘Algemene wet bestuursrecht’ voor die Caribische landen. Conclusie is dat het belangrijker is dat het onderwerp van de bestuurlijke handhaving geregeld wordt, dan dat men gaat werken aan één omvattende landsverordening met meerdere bestuursrechtelijke onderwerpen. Deze conclusie is relevant voor het wetgevingsbeleid in Aruba, Curaçao en Sint Maarten.


Prof. mr. S.E. Zijlstra
Prof. mr. S.E. Zijlstra is hoogleraar Staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij was eerder onder andere adjunct-secretaris en later secretaris van de commissie Algemene regels van bestuursrecht (commissie-Scheltema), de commissie die de Nederlandse Awb voorbereidt.
Jurisprudentie

Overzicht rechtspraak Raad van Appel

Tuchtrechtspraak in hoger beroep ten aanzien van advocaten in de periode 2007-2015

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2015
Auteurs Dr. G.C.C. Lewin

Dr. G.C.C. Lewin

Arnt Mein
Arnt Mein is lector Legal Management aan de Hogeschool van Amsterdam.
Artikel

Kinderrechten in hart, hoofd en hand ter bevordering van veiligheid

Passen we kinderrechten genoeg toe?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2015
Trefwoorden Veiligheid van kinderen, Kinderrechten, Toepassing, Wetgeving kindermishandeling, Wetgeving huiselijk geweld
Auteurs Dr. Channa Al
SamenvattingAuteursinformatie

    Child safety is an important condition for the healthy development of children. Child maltreatment is an extensive problem in society with significant medical, emotional, cognitive, social and economic consequences. In policy-making, attention for this phenomenon has increased, resulting in new laws and measures. However, the Committee for Childs Rights of the United Nations formulated numerous recommendations for a better implementation of the Convention on the Rights of the Child in the Netherlands. This article focuses on how child safety and children’s rights are related and explores the implementation of the convention, considering relevant new laws and scientific (field) research.


Dr. Channa Al
Dr. Channa Al is sociaal psycholoog en werkt als adviseur jeugd bij BMC Implementatie.
Artikel

De seksuele tiener en de sociale orde

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2015
Trefwoorden youth, sex, transgression, criminal law
Auteurs Mr. drs. Juul Gooren
SamenvattingAuteursinformatie

    A taboo serves the social order for it facilitates social control. This article will focus on taboos related to sexual contact by youngsters. The way authorities guard sexual taboos is indicative of the way authorities envision the organization of society. It is this organization through the control of youth and sex which will receive attention. In the classic study by Mary Douglas on pollution and taboo dirt is understood as ‘matter out of place’. The sexual teenager is an illustration of this ‘matter out of place’ because it is difficult to categorize sexual teenagers on the basis of asexual children and sexual adults as an organizing principle for society. In criminal law lewd conduct by youngsters refers to wrong sex at the wrong age. By criminalizing these sexual transgressions the proper place of youth and sex is once again restored. This is necessary for it will be argued that the interests of society are somewhat under pressure because of transgressions when it comes to children as asexual and when it comes to sex as something for within a relationship. The perpetrator of lewd conduct should be understood as a scapegoat reestablishing when and how sex should take place. By restoring the asexual child and the sexual relationship it is hoped sex and youngsters can once again offer some guidance in a social order lacking these clear markers.


Mr. drs. Juul Gooren
Mr. drs. Juul Gooren is docent voor Safety & Security Management Studies aan De Haagse Hogeschool.
Praktijk

Hof van Justitie oordeelt over mandaat van ECB inzake monetair beleid

Onafhankelijkheid van de ECB gewaarborgd?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2015
Trefwoorden ECB, mandaat, monetair beleid, onafhankelijkheid, kwantitatieve verruiming (QE)
Auteurs Mr. M.L. Louisse
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 16 juni 2015 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie prejudiciële vragen beantwoord van het Bundesverfassungsgericht over de verenigbaarheid van het Outright Monetary Transactions-programma (OMT-programma) met het Europese recht, en meer in het bijzonder met het mandaat van de Europese Centrale Bank (ECB). Dit OMT-programma is vergelijkbaar met het programma van kwantitatieve verruiming (QE), waarmee de ECB in maart 2015 is gestart. Dit artikel gaat in op het arrest van het Hof van Justitie, de mogelijke aanknopingspunten die dit arrest biedt voor de beantwoording van de vraag of de ECB met het QE-programma binnen haar mandaat blijft, en de mogelijke gevolgen die dit arrest heeft voor de onafhankelijkheid van de ECB.


Mr. M.L. Louisse
Mr. M.L. Louisse is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Dr. Martina Althoff
Dr. M. Althoff is universitair hoofddocent Criminologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Conflictbeleving en herstelrecht in Brussel

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden conflict and crime, metropolitan challenges, neighbourhoods
Auteurs Minne Huysmans en Erik Claes
SamenvattingAuteursinformatie

    This article stems from a practice-oriented research on restorative justice and perceptions of conflict in a poor neighbourhood in Brussels: the Anneessens district. The first part of the article focuses on the conceptual shift from a crime-oriented towards a conflict-oriented restorative justice, including the search for a user-friendly working definition of ‘conflict’. The classical restorative justice story receives a facelift in order to address metropolitan challenges. The second part analyses 41 walking interviews of residents, focusing on conflict themes and zones. The third part cautiously checks the working definition in the frame of the analysed data. A provisional conclusion entails that the notion of crime and its related meanings should not be discarded too quickly.


Minne Huysmans
Minne Huysmans is docent in de opleiding orthopedagogie van Odisee en praktijkonderzoeker in het PWO-onderzoek Herstelrecht in Brussel. Tot 2012 was hij bemiddelaar in Brussel binnen de HCA-dienst van Alba vzw.

Erik Claes
Erik Claes is onderzoeker en docent filosofie in de opleiding sociaal werk van Odisee. Hij is projectleider van het PWO-onderzoek Herstelrecht in Brussel.
Artikel

Vierde Witwasrichtlijn aangenomen; wat wijzigt?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden Integriteit van financiële stelsel, Witwassen, Terrorismefinanciering, UBO-register, Centraal aandeelhoudersregister
Auteurs Mr. dr. B. Snijder-Kuipers en Mr. T.A. Tilleman
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 mei 2015 heeft het Europees Parlement de Vierde antiwitwasrichtlijn (hierna: Vierde Witwasrichtlijn) aangenomen. Uiterlijk juni 2017 dienen de lidstaten de bepalingen van de Vierde Witwasrichtlijn in nationale wetgeving te implementeren. Dat zal in Nederland tot aanpassing van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme leiden. Elke rechtspersoon is verplicht de ultimate beneficial owner, de uiteindelijk belanghebbende (UBO), in een nationaal register te registreren. In deze bijdrage worden de belangrijkste wijzigingen voor u op een rijtje gezet. Afgesloten wordt met enkele suggesties voor de wetgever en andere betrokkenen.
    Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70EG van de Commissie, PbEU 2015, L 141/73 (Vierde Witwasrichtlijn).


Mr. dr. B. Snijder-Kuipers
Mr. dr. B. (Birgit) Snijder-Kuipers is kandidaat-notaris te Amsterdam, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ook is zij lid van de werkgroep WWFT van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en BFT. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.

Mr. T.A. Tilleman
Mr. T.A. (André) Tilleman LL.M. is werkzaam bij het Bureau Financieel Toezicht en freelance docent/auteur. Ook is hij lid van de werkgroep WWFT van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en BFT. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.

    Op 11 februari 2015 heeft het Comité van Ministers van de Raad van Europa de Recommendation on preventing and resolving disputes on child relocation aangenomen. Dit is het eerste Europese instrument over het verhuizen met kinderen na scheiding. De Recommendation heeft een duidelijk tweeledig doel: het voorkomen van conflicten over verhuizingen met kinderen en, indien een conflict is gerezen, het bieden van richtsnoeren voor het oplossen daarvan. In deze bijdrage staan in de eerste plaats de inhoud van de Recommendation en de daarbij gemaakte keuzes centraal. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag wat deze Recommendation kan betekenen voor het Nederlandse recht en de toepassing daarvan in verhuiszaken. In de Recommendation worden enige, naar het oordeel van de auteur verstandige keuzes gemaakt. Zo verdient het stevig inzetten op alternatieve geschiloplossing steun. Daarnaast is de aanbevolen afzonderlijke beoordeling van het belang van het kind, zonder dat dit belang echter de doorslag hoeft te geven, in overeenstemming met vaste rechtspraak van de Hoge Raad in verhuiszaken. Ook het pleidooi voor een neutrale, kind-gecentreerde, casuïstische benadering door de rechter strookt met de wijze waarop Nederlandse rechters tot hun beslissingen in verhuiszaken komen. Specifieke verhuiswetgeving op deze punten, zoals de Recommendation voorstelt, acht de auteur dan ook niet nodig. Wel zou de wettelijke verankering van de in de Recommendation voorgestelde formele notificatieplicht kunnen bijdragen aan het voorkomen van verhuisconflicten. Krachtens deze plicht dient de ouder met een verhuiswens de andere ouder – schriftelijk en binnen een redelijke termijn – te informeren over de voorgenomen verhuizing. Hoewel de verwachtingen van het daadwerkelijke effect van de Recommendation als niet-bindend instrument niet al te hoog gespannen moeten zijn, draagt deze bij aan de erkenning van verhuizing met kinderen als een (hoog)potentieel conflictueuze aangelegenheid.
    On the 11th February 2015 the Committee of Ministers of the Council of Europe adopted the Recommendation on preventing and resolving disputes on child relocation. This is the first European instrument on child relocation. The aim of the Recommendation is twofold: preventing relocation disputes, and in case of a dispute, providing guidelines for solving them. This contribution firstly intends to examine the principles of the Recommendation and the choices that has been made during the drafting process. Secondly, it will look at the question of to what extent the Recommendation could lead to any adjustments of Dutch law and its application in relocation cases. In the opinion of the author, a number of prudent choices have been made in the Recommendation. In the first place, the encouragement of alternative dispute resolution ought to be supported. Secondly, the recommended individual and separate assessment of the best interests of the child (whose interests are, however, not decisive) is in accordance with the case law of the Supreme Court of the Netherlands in relocation cases. The plea for a neutral, child centered, case-by-case approach by the court is also consistent with the way in which Dutch courts make their decisions in relocation cases. Specific relocation legislation in this regard is not necessary in the opinion of the author. However, a legislative provision requiring the relocating parent to inform the other parent prior to the intended relocation might contribute to the prevention of disputes on child relocation. Although expectations concerning the actual effect of the Recommendation as a non-binding instrument should not be too high, it nevertheless contributes to the recognition of child relocation as an issue with a high potential for conflict.


Prof. mr. Lieke Coenraad
Prof. mr. Lieke Coenraad is Professor of Private Law and Dispute Resolution at the law faculty of VU University Amsterdam. She is also deputy judge at the Court of Appeal of Amsterdam.
Artikel

Programma Aanpak Stikstof ter inzage

Spanning tussen natuur en economie

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden PAS, Programma Aanpak Stikstof, Habitatrichtlijn, Natura 2000, stikstof
Auteurs Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz
SamenvattingAuteursinformatie

    Van 10 januari tot 20 februari jl. lagen voor zienswijzen ter inzage: het ontwerp voor het Programma Aanpak Stikstof (het PAS, te onderscheiden van de programmatische aanpak stikstof, de PAS), het bijbehorend plan-MER, inclusief passende beoordeling (met enkele achtergrondrapporten) en de gebiedsanalyses van alle Natura 2000-gebieden waar sprake is van (bedreiging van) habitats die gevoelig zijn voor stikstof (‘de gebiedsanalyses’). Tegelijkertijd zijn openbaar gemaakt: de ontwerpen voor het Besluit grenswaarden programmatische aanpak stikstof en de Regeling programmatische aanpak stikstof (ieder met een eigen toelichting), de Overeenkomst generieke maatregelen in verband met het programma aanpak stikstof en een groot aantal achtergronddocumenten. In deze bijdrage bespreek ik het systeem van de PAS en de bouwstenen ervan, de ter inzage gelegde documenten, op hun juridische merites. De kernvraag luidt of Nederland met de PAS, zoals geconcretiseerd in het PAS en gebiedsanalyses, in overeenstemming handelt met (art. 6 van) de Habitatrichtlijn.


Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz
Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz is advocaat bij Van der Feltz advocaten.
Artikel

Jeugddelinquentie in vergelijkend perspectief

Vertellen micro- en macroanalyses hetzelfde verhaal?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2015
Trefwoorden cross-national criminology, juvenile delinquency, theoretical integration, self-report survey, theory-testing
Auteurs Chris Marshall PhD en Prof. Ineke Haen Marshall
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents a micro- and a macro-level analysis of predictors of delinquency in order to contribute to the discussion about the micro-macro problem in criminology. We use Coleman’s boat (1990) to situate our research question. Individual theories dominate the field of delinquency, there are few theories at macro level. Cross-level theoretical integration primarily takes place between individual (micro) and community (meso) levels, and hardly ever on (national) macro level. Our question is to which extent macro-level theory fruitfully may use concepts drawn from micro-level theory. We test a micro and a macro model using indicators from the domains of family, school, friends/peers and economy, using data collected by the Second International Self-Report Study of Delinquency (ISRD2), a cross-national self-report survey of delinquency and victimization among students between 12 and 16 years in 30 countries (n=71.436). Dependent variable at micro level is versatility (last year), at the macro level (national) we use contacts with the police for youths under 18. Results confirm the importance of including macro context (country clusters) in the analysis of individual delinquency. We further conclude that factors related to family and friends correlate at both micro and macro level with measures of delinquency; the role of school and economic factors is less clear-cut. The article concludes with the recommendation to give the micro-macro problem in delinquency theory a more central and explicit position in research programs.


Chris Marshall PhD
C.E. Marshall, PhD is Associate Professor bij de School of Criminology and Criminal Justice van de University of Nebraska-Omaha (VS).

Prof. Ineke Haen Marshall
Prof. I. Haen Marshall is Professor bij de School of Criminology and Criminal Justice en de Department of Sociology & Anthropology van de Northeastern University in Boston (VS).
Artikel

Agressie in de tram

Het perspectief van trambestuurders

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Tramdrivers, strategies, aggressive passengers, masculinity
Auteurs Dr. Thaddeus Müller en Roy Zeestraten
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we focus on how tram drivers react when confronted with a situation of aggression in the tram. Their role in these situations has hardly been explored in recent Dutch studies on this topic. In our explorative research, which consisted of observation and interviews in The Hague, our aim is to gain the perspective of tram drivers on aggressive passengers. Through their eyes we describe a range of strategies which they use to restore public order. Our research shows that in order to understand the reaction of tram drivers a) this has to be placed in the sequential development of an aggressive interaction and b) this has to be related to the ways they give meaning to the aggression of passengers and their work context. Our research shows that there are two perspectives among tram drivers: a) a ‘business’ perspective, with an emphasis of tram drivers as employees who avoid risk situations and call for support in situations they cannot control and b) a personal perspective, in which tram drivers tend to follow more personal guidelines, in which masculinity plays a central role. Those who use the later perspective become more involved in violent and physical interactions.


Dr. Thaddeus Müller
Dr. Thaddeus Müller is werkzaam als Senior Lecturer Criminology bij de Lancaster University (UK). Hij is gespecialiseerd in kwalitatief onderzoek en doet onderzoek naar de ‘deviante’ jongeren, etniciteit en criminalisering, stedelijke (on)veiligheid, drugs en wetenschappelijke fraude.

Roy Zeestraten
Roy Zeestraten is criminoloog en werkzaam als EC coördinator bij Reclassering Nederland, regio Den Haag. Als EC coördinator heeft hij veel contact met ketenpartners zoals PI’s, OM, advocaten en zorginstellingen. Hiernaast is hij verantwoordelijk voor de begeleiding van cliënten met elektronische controle.
Artikel

Over crimmigratie en discretionair beslissen binnen het Mobiel Toezicht Veiligheid … of Vreemdelingen … of Veiligheid?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Mobiel Toezicht Veiligheid, Crimmigratie, Discretionaire bevoegdheid, Koninklijke Marechaussee
Auteurs Mr. dr. Maartje van der Woude, Tim Dekkers BBA MSc en Jelmer Brouwer MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    This article aims to explore the driving factors behind the process of crimmigration, the merger of crime control and migration control. By analysing the legal and policy framework governing the so-called ‘Mobile Security Monitor’ – the discretionary immigration checks carried out by the Royal Netherlands Marechaussee in the borderlands with Belgium and Germany, the research explores the extent to which the framework might leave room for crimmigration-based decisions on the street level. As the article shows, the dual nature of the Mobile Security Monitor as both an instrument for immigration control and crime control combined with an important name-change and the ongoing securitization of migration in Europe seem to create a favourable environment for crimmigration.


Mr. dr. Maartje van der Woude
Maartje van der Woude is Universitair Hoofddocent Straf(proces)recht aan de Universiteit Leiden en verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van dezelfde universiteit.

Tim Dekkers BBA MSc
Tim Dekkers is promovendus Criminologie en verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Jelmer Brouwer MSc
Jelmer Brouwer is promovendus Criminologie en verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikelen

Steekspel met de fiscus

De fiscale aftrekbeperking van steekpenningen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 6 2015
Auteurs mr. A.A. Feenstra en G.H. Ulrich
Samenvatting

    De bestrijding van corruptie staat al enige tijd hoog op de politieke agenda. Ook het Openbaar Ministerie heeft het zoeklicht gericht op corruptie, hetgeen wel blijkt uit diverse strafrechtelijke onderzoeken die recent de aandacht van de media hebben gehaald (SBM Offshore, gedeputeerde Hooijmaijers). Dat de bestrijding van corruptie ook onderdeel uitmaakt van de fiscale wetgeving is minder bekend. In deze bijdrage zullen wij ingaan op de ontstaansgeschiedenis van deze wetgeving en de fiscale praktijk in relatie tot steekpenningen. Het komt immers nog steeds voor dat ondernemers betalingen doen in de vorm van commissies, kortingen of bonussen in relatie tot het kunnen of mogen leveren van hun producten of diensten. In die gevallen is het mogelijk dat discussie ontstaat met de fiscus over de zakelijkheid en de aftrekbaarheid van deze betalingen.


mr. A.A. Feenstra

G.H. Ulrich
Artikel

Regulation & governance-onderzoek in het rechtenonderwijs in Nederland

Stranger in a strange land?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden onderwijs, wetgeving, regulering, governance, curriculum
Auteurs K. Van Aeken
SamenvattingAuteursinformatie

    Het onderzoeksdomein regulering en governance groeit gestaag sinds 2007. Toch weerspiegelt dit succes zich niet in de curricula van de rechtenopleidingen in Nederland. De kloof tussen het onderzoek en het onderwijs inspireert tot dit artikel. Eerst wordt dit onderzoeksveld afgebakend ten opzichte van klassiek wetgevingsonderwijs en de zogenaamde leg-reg studies. Kenmerkend voor de regulering-en-governancebenadering is de erkenning van de rol van niet-statelijke actoren en niet-hiërarchische vormen van gezag, terwijl de klassieke rechtsstaat wijkt voor een administratieve, regulerende overheid. Dit perspectief is bij uitstek multidisciplinair en empirisch, en zou een verrijking betekenen voor de opleiding van de toekomstige jurist. Personele, perceptieve en institutionele factoren verklaren waarom de bevindingen uit het regulering-en-governanceonderzoeksveld maar beperkt doorsijpelen naar het rechtenonderwijs. Vooral de perceptie van het veld als niet-juridisch lijkt van groot belang te zijn. Een blijvende ondervertegenwoordiging in het onderwijs zou een gemiste kans zijn, temeer omdat de rechtswetenschappen een unieke bijdrage kunnen leveren aan de reguleringsstudies door de instrumenteel ingestelde sociale wetenschappers vertrouwd te maken met normatieve vraagstukken.


K. Van Aeken
Dr. K. Van Aeken is Assistant Professor aan de Tilburg Law School.
Artikel

Slachtoffer-daderoverlap bij partnergeweld in Nederland: implicaties voor de Wet tijdelijk huisverbod

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Slachtoffer-daderoverlap, Partnergeweld, Wet tijdelijk huisverbod
Auteurs Dr. Karlijn F. Kuijpers
SamenvattingAuteursinformatie

    Although there is evidence for a victim-offender overlap for various crimes, specific empirical research into a victim-offender overlap for intimate partner violence is scarce. The current study empirically examines the presence of a victim-offender overlap among 156 victims of partner violence recruited at Dutch service organizations. Results show a clear victim-offender overlap, especially for behaviors of psychological partner violence and to a lesser degree for physical partner violence. Implications of these findings for the Dutch law on temporary restraining orders are discussed.


Dr. Karlijn F. Kuijpers
Dr. Karlijn F. Kuijpers is universitair docent Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. Gegevens voor dit onderzoek zijn verzameld toen de auteur nog in dienst was bij het International Victimology Institute Tilburg van de Universiteit van Tilburg.
Toont 1 - 20 van 25 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.