Zoekresultaat: 31 artikelen

x
Jaar 2010 x

    ‘Informal economy’ is a controversial concept defined in many different ways. This is reflected in the amount of synonyms, such as shadow economy, parallel economy, hidden economy, black economy etcetera. On the international level the concept of the informal sector was first used in 1972 by the International Labour Organization (ILO) in its report on a mission to Kenya. The popular view of informal sector activities was that they are primarily those of petty traders, street hawkers, shoeshine boys and other groups ‘underemployed’ on the streets of the big towns. The evidence presented in the report suggested that the bulk of employment in the informal sector, far from being only marginally productive, is economically efficient and profit-making, though small in scale. The informal sector is formed by the coping behaviour of individuals and families in economic environment where earning opportunities are scarce, or where regulation is too complex. The informal sector can also be a product of rational behaviour of entrepreneurs wishing to escape state regulations. There is a relation between welfare (GDP per capita) and relative size of the informal sector. Richer countries have relatively a smaller informal sector. However, government policies and attitudes are important as well. The relative size of the informal sector depends, among other factors, on the ‘regulatory capacity’ and ‘regulatory intent’ of governments. There is little known about the relation between informal and criminal activities. The informal economy seems to be a permanent feature of both high, middle and low income countries. Due to the actual economic crisis, people are pushed from the formal to informal economy. Rapid urbanisation is a factor as well. While the problem of size measuring is not insignificant, most observers agree that the informal economy is large and growing and will be an enduring feature of the economy of mega-cities.


B.M.J. Slot
Dr. Brigitte Slot is als beleidsmedewerker verbonden aan de directie Financiële Markten van het ministerie van Financiën. Zij schreef dit artikel op persoonlijke titel.
Artikel

Civil litigation in a globalizing world: a multidisciplinary perspective

Conference Report

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2010
Trefwoorden civil litigation, harmonization, civil procedure, cultural values, comparative law
Auteurs S. Vacarelu en A. Ognean
SamenvattingAuteursinformatie

    Globalization has generated an increasing necessity of having to litigate in foreign courts and to enforce judgment in other countries. The diversity of procedural regimes represents an important obstacle for an efficient access to justice, which triggered a debate on the need for harmonization of civil procedure. These topics were explored in the conference organized by Dr. Xandra Kramer and Prof. dr. C.H. (Remco ) van Rhee on 17-18 June, 2010, under the auspices of Erasmus University Rotterdam. The instant conference report summarizes the arguments on the future of procedural harmonization in Europe, which seem to favor a horizontal approach to harmonization.


S. Vacarelu
S. Vacarelu is working on his dissertation.

A. Ognean
A. Ognean is working on his dissertation.
Artikel

Access_open Constitutionalism and the Incompleteness of Democracy: An Iterative Relationship

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2010
Trefwoorden constitutionalism, globalization, democracy, modernity, postnational
Auteurs Neil Walker
SamenvattingAuteursinformatie

    The complexity of the relationship between democracy and modern constitutionalism is revealed by treating democracy as an incomplete ideal. This refers both to the empirical incompleteness of democracy as unable to supply its own terms of application – the internal dimension – and to the normative incompleteness of democracy as guide to good government – the external dimension. Constitutionalism is a necessary response to democratic incompleteness – seeking to realize (the internal dimension) and to supplement and qualify democracy (the external dimension). How democratic incompleteness manifests itself, and how constitutionalism responds to incompleteness evolves and alters, revealing the relationship between constitutionalism and democracy as iterative. The paper concentrates on the iteration emerging from the current globalizing wave. The fact that states are no longer the exclusive sites of democratic authority compounds democratic incompleteness and complicates how constitutionalism responds. Nevertheless, the key role of constitutionalism in addressing the double incompleteness of democracy persists under globalization. This continuity reflects how the deep moral order of political modernity, in particular the emphasis on individualism, equality, collective agency and progress, remains constant while its institutional architecture, including the forms of its commitment to democracy, evolves. Constitutionalism, itself both a basic orientation and a set of design principles for that architecture, remains a necessary support for and supplement to democracy. Yet post-national constitutionalism, even more than its state-centred predecessor, remains contingent upon non-democratic considerations, so reinforcing constitutionalism’s normative and sociological vulnerability. This conclusion challenges two opposing understandings of the constitutionalism of the global age – that which indicts global constitutionalism because of its weakened democratic credentials and that which assumes that these weakened democratic credentials pose no problem for post-national constitutionalism, which may instead thrive through a heightened emphasis on non-democratic values.


Neil Walker
Neil Walker is Regius Professor of Public Law and the Law of Nature and Nations at the University of Edinburgh, United Kingdom.
Discussie

Access_open The Globalizing Turn in the Relationship Between Constitutionalism and Democracy

Some Reiterations from the Perspective of Constitutional Law

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2010
Trefwoorden constitutional law, constitutionalism, historic constitutions, revolutionary constitutions, pouvoir constituant (irrelevance of)
Auteurs Leonard F.M. Besselink
SamenvattingAuteursinformatie

    This essay complements Walker’s essay with some historical and constitutional observations. It submits that Walker’s analysis is based to a large extent on reasoning derived from a particular continental European constitutional tradition. This creates certain problems of its own, that do not arise in a different constitutional tradition. This is not to say, however, that this invalidates his conclusions, but rather underpins them in an alternative manner.


Leonard F.M. Besselink
Leonard Besselink is Professor of European Constitutional Law in the Faculty of Law of the University of Utrecht, the Netherlands.
Artikel

Access_open De constitutionele positie van politieke partijen in Nederland

Met een toegift over hun constitutionele positie in de Europese Unie

Tijdschrift Preadviezen Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht, Aflevering 1 2010
Auteurs Bettie Drexhage en Remco Nehmelman
Auteursinformatie

Bettie Drexhage
Betty Drexhage is ambtenaar bij de afdeling Constitutionele Zaken van het Nederlands ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Remco Nehmelman
Remco Nehmelman is universitair hoofddocent Staats- en Bestuursrecht bij de Universiteit Utrecht.

    Bij de uitleg van het Weens Koopverdrag zijn rechters verplicht, op grond van art. 7 lid 1 CISG, om rekening te houden met uitspraken van buitenlandse rechters. Het verdrag moet immers uniform geïnterpreteerd worden. Dit houdt onder meer in dat uitspraken waaraan persuasive authority toekomt door andere rechters gevolgd moeten worden. In de Machinery case uit 2001 overweegt het Duitse Bundesgerichtshof dat algemene voorwaarden in beginsel slechts onderdeel van een overeenkomst kunnen uitmaken indien deze voorwaarden voorafgaand aan of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij ter hand zijn gesteld. Mijns inziens komt aan deze uitspraak persuasive authority toe. Het is daarom volkomen terecht dat Nederlandse rechters deze uitspraak volgen. Dit laat onverlet dat de toepasselijkheid van algemene voorwaarden op grond van het Weens Koopverdrag ook kan voortvloeien uit onderhandelingen of uit tussen partijen ontstane gebruiken.


Mr. dr. S.A. Kruisinga
Mr. dr. S.A. Kruisinga is als universitair hoofddocent handelsrecht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Restrictief illegalenbeleid lijkt averechts te werken

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2010
Trefwoorden illegaal verblijvenden, uitgeprocedeerde asielzoekers, restrictief illegalenbeleid, stigmatisering
Auteurs Mieke Kox
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds begin jaren negentig wordt een restrictief beleid gevoerd om illegaliteit en de uitwassen die hiermee gepaard zouden gaan te bestrijden. Maar is een restrictief illegalenbeleid hier wel een geschikt middel voor? Deze vraag heeft centraal gestaan in het onderzoek ‘Het leven gaat door’ waarin het leven in de illegaliteit aan de hand van interviews met 88 uitgeprocedeerde asielzoekers uit Utrecht in kaart is gebracht. Het blijkt dat een restrictief beleid illegaliteit niet bestrijdt en problemen niet oplost, maar dat het juist problemen voor illegaal verblijvenden én samenleving veroorzaakt. Het huidige restrictieve beleid lijkt dan ook averechts te werken.


Mieke Kox
Mieke Kox is projectmedewerker bij Stichting LOS (Landelijk Ongedocumenteerden Steunpunt).
Artikel

De ruime benadering van de Hoge Raad bij schadebegroting op winst: een stap te ver?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2010
Trefwoorden schadebegroting, winst, causaliteit, huurrecht, Duits recht
Auteurs Mr. drs. P.A. Fruytier
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Doerga/Ymere heeft de Hoge Raad beslist dat het de rechter in geval van contractueel verboden onderverhuur in verband met de extra (bouw)kosten die dat voor een woningbouwvereniging oplevert, is toegestaan de geleden schade te begroten op de winst. In dit artikel gaat de auteur na in hoeverre er een daadwerkelijke rechtvaardiging is om de schade in die gevallen op de winst te begroten. Mede aan de hand van de Duitse doctrine en rechtspraak – waarin over een vergelijkbaar geval is beslist – komt de auteur tot de conclusie dat er veel voor is te zeggen om de schade slechts op de winst te begroten, indien het geschonden recht economische waarde vertegenwoordigt voor de rechthebbende. Dit resultaat kan binnen het Nederlandse recht worden bereikt via de causaliteitstoets van art. 6:98 BW.


Mr. drs. P.A. Fruytier
Mr. drs. P.A. Fruytier is advocaat bij Houthoff Buruma te Den Haag.
Artikel

The DIS Mediation Rules

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2010
Trefwoorden mediation, alternative dispute resolution, consensual
Auteurs Prof. dr. Stephan Breidenbach en Dr. Holger Peres
SamenvattingAuteursinformatie

    As a consensual dispute resolution method, mediation is gaining ever more practical significance. Above all, businesses are beginning to understand that mediation poses little risk of failure, while offering a realistic chance of continuing, and in some cases even developing, business relationships. To meet real-life demands, the German Institution of Arbitration (DIS) now provides new mediation rules as part of a whole set of new dispute resolution rules.


Prof. dr. Stephan Breidenbach
Stephan Breidenbach is a tenured professor of civil law, law of civil procedure, and international business law at Europe University Viadrina in Frankfurt (Oder), Germany. He contributed to the design of the DIS dispute resolution system.

Dr. Holger Peres
Holger Peres is an attorney and partner at BEITEN BURKHARDT Rechtsanwaltsgesellschaft mbH in Munich, Germany. He contributed to the design of the DIS dispute resolution system.
Artikel

De onrechtmatige daad in Boek 10 BW

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2010
Trefwoorden onrechtmatige daad, conflictenrecht, internationaal privaatrecht, buitencontractuele verbintenissen
Auteurs Prof. mr. A.A.H. van Hoek
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt Titel 14 van Boek 10 BW waarin het conflictenrecht inzake buitencontractuele verbintenissen is geregeld. De enige inhoudelijke bepaling van Titel 14 is te vinden in art. 10:159. Daarin wordt de verordening Rome II van overeenkomstige toepassing verklaard op verbintenissen uit onrechtmatige daad die buiten de werkingssfeer van de verordening en de relevante verdragen vallen. Naar aanleiding van deze bepaling gaat de onderhavige bijdrage in op de vraag: 1. om welke verbintenissen het daarbij gaat; 2. waarom deze buiten de werkingssfeer van de verordening zijn gelaten; en 3. hoe de analoge toepassing van Rome II moet worden gewaardeerd.


Prof. mr. A.A.H. van Hoek
Prof. mr A.A.H. van Hoek is hoogleraar IPR en burgerlijk procesrecht aan de Universiteit van Amsterdam, tevens raadsheer plaatsvervanger Hof Den Bosch.
Artikel

Restrictief illegalenbeleid lijkt averechts te werken

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2010
Trefwoorden illegaal verblijvenden, uitgeprocedeerde asielzoekers, restrictief illegalenbeleid, stigmatisering
Auteurs Mieke Kox
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds begin jaren negentig wordt een restrictief beleid gevoerd om illegaliteit en de uitwassen die hiermee gepaard zouden gaan te bestrijden. Maar is een restrictief illegalenbeleid hier wel een geschikt middel voor? Deze vraag heeft centraal gestaan in het onderzoek ‘Het leven gaat door’ waarin het leven in de illegaliteit aan de hand van interviews met 88 uitgeprocedeerde asielzoekers uit Utrecht in kaart is gebracht. Het blijkt dat een restrictief beleid illegaliteit niet bestrijdt en problemen niet oplost, maar dat het juist problemen voor illegaal verblijvenden én samenleving veroorzaakt. Het huidige restrictieve beleid lijkt dan ook averechts te werken.


Mieke Kox
Mieke Kox MA is projectmedewerker bij Stichting LOS (Landelijk Ongedocumenteerden Steunpunt).
Artikel

Access_open Constitutionele toetsing in een democratie zonder volk

Een kelseniaanse rechtvaardiging voor het Europees Hof van Justitie

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Kelsen, Democracy, Legitimacy, European Union, European Court of Justice
Auteurs Quoc Loc Hong
SamenvattingAuteursinformatie

    This article draws on Hans Kelsen’s theory of democracy to argue that, contrary to conventional wisdom, there is nothing fundamentally wrong with the democratic legitimacy of either the European Union (EU) or the European Court of Justice (ECJ). The legitimacy problems from which the EU in general and the ECJ in particular are alleged to suffer seem to result mainly from our rigid adherence to the outdated conception of democracy as popular self-legislation. Because we tend to approach the Union’s political and judicial practice from the perspective of this democracy conception, we are not able to observe what is blindingly obvious, that is, the viability and persistence of both this mega-leviathan and the highest court thereof. It is, therefore, imperative that we modernize and adjust our conception of democracy in order to comprehend the new reality to which these bodies have given rise, rather than to call for ‘reforms’ in a futile attempt to bring this reality into accordance with our ancient preconceptions about what democratic governance ought to be. Kelsen is the democratic theorist whose work has enabled us to venture into that direction.


Quoc Loc Hong
Quoc Loc Hong was a FWO Postdoctoral Fellow from 2007 to 2009 at the University of Antwerp. He is currently an independent researcher.
Artikel

De opbouw van de rechtsstaat in Afghanistan

Een bezinning op tien jaar buitenlandse hulp

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2010
Auteurs V.L. Taylor
SamenvattingAuteursinformatie

    In this essay the author looks back at ten years of rule of law foreign assistance in Afghanistan. She first surveys the elements that make Afghanistan particularly challenging as a development. This is followed by a brief outline of foreign donor-assisted efforts at rule of law reform in the last decade. The features of law and legal systems in Afghanistan that are salient for would-be foreign reformers are analyzed. The concept of judicial independence serves as example of well-intentioned rule of law interventions that have not fared well in this complex environment. The author argues that better prepared international advisors with a better grasp of legal history and comparative law may have produced stronger outcomes. Ultimately, however, a pre-post-conflict setting constrains conventional rule of law programs in important ways and calls for more realism about what can be achieved, within what time frame and with what degree of sustainability.


V.L. Taylor
Prof. Veronica Taylor is als hoogleraar en directeur verbonden aan de School of Regulation, Justice and Diplomacy van de Australian National University. Dit artikel is gebaseerd op de Van Vollenhoven Lezing die zij op 20 mei 2010 uitsprak ter gelegenheid van haar benoeming als The Hague Visiting Professor of Rule of Law aan de Universiteit Leiden.
Praktijk

De markt van misdaad

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Economische criminaliteit, literatuuroverzicht, Kosten van criminaliteit
Auteurs Dr. Frank van Tulder
SamenvattingAuteursinformatie

    Economists like to think in terms of markets, where supply and demand meet. There are, however, also ‘real’ criminal markets where either supply and demand of illegal goods or services can meet, or where perpetrators ‘receive’ a financial penalty for his/her illegal acts. This article focuses on economic research in the field of these markets, especially where it concerns victimless crimes.


Dr. Frank van Tulder
Dr. F.P. van Tulder is senior onderzoeker/adviseur bij de afdeling Ontwikkeling van de Raad voor de rechtspraak, f.van.tulder@rechtspraak.nl.
Artikel

De verhouding politie-bevolking in historisch perspectief

Wederzijdse afhankelijkheid en stilzwijgende contracten

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2010
Auteurs M. De Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    This article explores police-citizens relations in the nineteenth and early-twentieth centuries and attempts to demonstrate that these were not as unequivocal as is commonly assumed. While historians approach the modern police as an instrument of coercive state control imposed ‘from above’ onto a passive population, current policy debates tend to assume that police-citizen relations were friendly and that cops learned from citizens, leading to well-informed and neighbourhood-sensitive policing. The author argues that police-citizen relations were not friendly, but all about the negotiation of ‘tacit contracts’ between both parties, that allowed the police to carry out their duties within the boundaries of public tolerance, and the public to take all sorts of small conflicts and demands for aid and assistance to the police. This explains why police intervention was never merely repressive: in order to preserve these precious ‘contracts’, the police operated selectively, acting only against certain groups and offences, and watching particular city areas.


M. De Koster
Dr. Margo De Koster is post-doctoraal onderzoeker aan de Université catholique de Louvain (Centre d'histoire du droit et de la justice) en universitair docent Historische criminologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam (afdeling Strafrecht en criminologie).
Artikel

Over het bewijs van causaal verband met betrekking tot de geïnformeerde toestemming bij medische behandelingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2010
Trefwoorden informed consent, causaliteit, bewijslast, omkering bewijslast, buitenlands recht, medische schade, geneeskundige behandelingsovereenkomst
Auteurs Dr. P.C.J. de Tavernier
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage over informed consent-zaken bespreekt de auteur, in rechtsvergelijkend perspectief, de bewijsproblematiek met betrekking tot het causaal verband tussen het informatieverzuim van de arts en de door de patiënt geleden medische schade. In de eerste plaats onderzoekt de auteur welke maatstaf bij de beoordeling van het oorzakelijk verband moet worden gehanteerd. Vervolgens onderzoekt hij de vraag wie het bewijs van dat oorzakelijk verband dient te leveren. Ten slotte formuleert hij ter voorkoming van causaliteitsproblemen enkele alternatieve oplossingen.


Dr. P.C.J. de Tavernier
Dr. P.C.J. de Tavernier is docent privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 31 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.