Zoekresultaat: 50 artikelen

x
Jaar 2012 x

    This article examines the impact of the introduction of the Schutznorm-principle (relativiteitsvereiste) in the Dutch General Administrative Law Act on the private enforcement of state aid law. This principle prohibits the administrative courts to annul a decision if the ground manifestly does not protect the complainants interests. Court decisions are examined to research the role of individuals in the private enforcement of state aid law. These individuals often have no competitive relation with the (alleged) beneficiary of the aid. However, presumably the Schutznorm-principle will not hinder them from annulling the decision because the Schutznorm-principle requires clarity regarding the scope of the provision invoked. Article 108 TFEU lacks this clarity. Based on possibilities of appeal against Commissions decisions and case law of the EU CoJ on this matter, the author argues that not every individual needs to be able to invoke state aid provisions.


Matthijs Baart
Matthijs Baart LLM is onderzoek- en onderwijsmedewerker aan de Universiteit Leiden
Artikel

Access_open Scheiding van kerk en staat als oorzaak van kerkvernieuwing

Een verrassende transformatie van de rooms-katholieke kerk in de negentiende en twintigste eeuw

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2012
Auteurs Maurice van Stiphout
SamenvattingAuteursinformatie

    The introduction of the separation of Church and State had far-reaching consequences for the Roman Catholic Church. Important changes were: the development of an own Ius Publicum Ecclesiasticum, a more central position of the Pope in the Church and a greater uniformity in the Church community than ever before. In the same time in most Western countries Roman Catholics started an emancipatory process both individually and as a group, participating in political life, (re-)establishing religious communities and catholic associations. All these juridical developments really transformed the Church making also new theological reflection possible resulting in the Second Vatican Council.


Maurice van Stiphout
Mr. dr. M. van Stiphout studeerde rechten, kerkelijk recht en theologie in Leiden, Leuven en Groningen. Hij is stafjurist aan de Interdiocesane Dienst voor het Katholiek Godsdienstonderwijs en lid van het Instituut voor Bedrijfsjuristen, beide in Brussel. Hij publiceert over (historische) kerk-staatverhoudingen, rechtsgeschiedenis, canoniek recht en Vlaams onderwijsrecht. maurice.van.stiphout@telenet.be.

Tobias Arnoldussen
Tobias Arnoldussen is writing his PhD at the Erasmus School of Law at the University of Rotterdam. He concerns himself with the regulation of air pollution and other environmental problems from a social constructivist and discourse analytic perspective.
Artikel

Collectieve afwikkeling van massaschade in faillissement

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2012
Trefwoorden DSB, collectieve afwikkeling van massaschade, faillissement, verificatieprocedure, WCAM-procedure
Auteurs Mr. drs. J.W.A. Biemans
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van het DSB-faillissement beoogt wetsvoorstel 33 126 (onder meer) de collectieve afwikkeling van massaschade in faillissement te vergemakkelijken door kort gezegd de verificatieprocedure in faillissement te vervangen door de WCAM-procedure. Naast een bespreking van de voorgestelde regeling bevat de bijdrage enkele aanbevelingen voor de wetgever.


Mr. drs. J.W.A. Biemans
Mr. drs. J.W.A. Biemans is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Access_open Exciting Times for Legal Scholarship

Tijdschrift Law and Method, 2012
Trefwoorden legal methodology, law as an academic discipline, ‘law and …’-movements, legal theory, innovative and multiform legal scholarship
Auteurs Jan Vranken
SamenvattingAuteursinformatie

    Until recently, legal-dogmatic research stood at the undisputed pinnacle of legal scientific research. The last few years saw increasing criticism, both nationally and internationally, levelled at this type of research or at its dominant role. Some see this as a crisis in legal scholarship, but a closer look reveals a great need for facts, common sense, and nuance. Critics usually base their calls for innovation on a one-dimensional and flawed image of legal-dogmatic research. In this article, the author subsequently addresses the various critical opinions themselves and provide an overview of the innovations that are proposed. He concludes that there are a lot of efforts to innovate legal scholarship, and that the field is more multiform than ever, which is a wonderful and unprecedented state of affairs. This multiformity should be cherished and given plenty of room to develop and grow, because most innovative movements are still fledgling and need time, sometimes a lot of time, to increase in quality. It would be a shame to nip them in the bud now, merely because they are still finding their way. In turn, none of these innovative movements have cause to disqualify legal-dogmatic research, as sometimes happens (implicitly), by first creating a straw-man version of the field and then dismissing it as uninteresting or worse. That only polarises the discussion and gains us nothing. Progress can only be achieved through cooperation, with an open mind towards different types of legal research and a willingness to accept a critical approach towards their development. In the end, the only criterion that matters is quality. All types of research are principally subject to the same quality standards. The author provides some clarification regarding these standards as well.


Jan Vranken
Jan Vranken is hoogleraar Methodologie van het privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg.
Jurisprudentie

Collectieve actie/massaschade

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2012
Trefwoorden ADR, class action, class arbitration
Auteurs Prof. mr. E. Hondius
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek signaleert enige nieuwe uitgaven en een drietal congressen op het gebied van class actions. De boeken zijn de Gentse dissertatie van Stefaan Voet, een bundel over de rechtseconomische aspecten van class actions onder redactie van Jürgen Backhaus, Alberto Cassone en Giovanni Ramello, en het boek Mass justice onder redactie van Jenny Steele en Willem van Boom. Deze zomer waren aan dit onderwerp in ons land voorts drie bijeenkomsten gewijd: een vergadering van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht te Amsterdam, een workshop aan het Netherlands Institute for Advanced Studies te Wassenaar en een inaugurele rede aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Uit een rede van de eurocommissaris voor Justitie kan evenwel worden afgeleid dat er op Europees niveau thans geen class action zal komen.


Prof. mr. E. Hondius
Mr. E. Hondius is hoogleraar Europees privaatrecht aan de Universiteit Utrecht.

    In this reply, Steven L. Winter adresses his critics.


Steven L. Winter

    Soft law is a necessity in modern public administration. On the verge of public bodies that execute administrative tasks various forms of soft law are applied. This article explores the many shapes of soft law in a continental European context. This results in the identification of a series of variables that are relevant for the legal effects of soft law. The article further focuses on the way policy rules, as a special form of soft law, are treated in the Dutch legislation.


Ph.D. Albertjan Tollenaar
University of Groningen Assistant Professor Department of Administrative Law and Public Administration
Hoofdartikel

De ontwerp-Verordening Monti II, oude wijn (azijn) in nieuwe zakken?

De uitoefening van het recht op collectieve actie in tijden van vrijheid van vestiging en van dienstverrichting

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2012
Trefwoorden recht op collectieve actie, vrijheid van vestiging, vrijheid van dienstverrichting, detachering, alternatieve en niet-jurisdictionele geschillenregeling
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 maart 2012 diende de Europese Commissie een voorstel van verordening in dat de uitoefening van het recht op collectieve actie reguleert binnen de context van de vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverrichting.Bij de analyse wordt een intertekstuele benadering gevolgd. De tekst wordt vergeleken met Verordening (EG) nr. 2679/98 en met het voorontwerp van de verordening. Het voorstel wordt geëvalueerd door het te toetsen aan de formele doelstellingen van dit instrument en door een onderzoek naar de interne contradicties die de tekst kenmerken. De conformiteit van het voorstel met internationale mensenrechteninstrumenten staat eveneens centraal. Voorafgaand wordt de juridische grondslag van het voorstel bestudeerd.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is hoogleraar Crides Jean Renauld aan de Université de Louvain.
Artikel

Access_open The Collapse of the Rule of Law

The Messina Earthquake and the State of Exception

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Messina, earthquake, state of exception, rule of law, progress
Auteurs Massimo La Torre
SamenvattingAuteursinformatie

    Messina, a Sicilian town, was devasteted by an earthquake in1908. It was an hecatomb. Stricken through this unfathomable disgrace Messina’s institutions and civil society collapsed and a sort of wild natural state replaced the rule of law. In this situation there was a first intervention of the Russian Czarist navy who came to help but immediately enforced cruel emergency measures. The Italian army followed and there was a formal declaration of an ‘emergency situation.’ Around this event and the several exceptional measures taken by the government a debate took place about the legality of those exceptional measures. The article tries to reconstruct the historical context and the content of that debate and in a broader perspective thematizes how law (and morality) could be brought to meet the breaking of normality and ordinary life by an unexpected and catastrophic event.


Massimo La Torre
Massimo La Torre is Professor of Legal Philosophy at the University of Catanzaro in Italy and visiting Professor of Law at the University of Hull in England.

Dr. P.C.J. De Tavernier
Dr. P.C.J. De Tavernier is verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Leiden. Hij is tevens lid van het bijzonder academisch personeel van de Universiteit Antwerpen.

dr. T. Heremans
Dr. T. Heremans is Parlementair Assistente bij het Europees Parlement. De visie weergegeven in deze bijdrage is die van de auteur en weerspiegelt niet noodzakelijk de opinie van het Europees Parlement.

    The case law of the Court of Justice on revoking a national final administrative decision or judgement which is not compliant with EU law can illustrate the existing tension between the principle of primacy on the one hand, and the principle of national procedural autonomy on the other. Although the Court’s choice for one of the two principles as a starting point for solving a collision between EU law and national law may seem arbitrary at first glance, a system may be possible to a certain extent. This study discusses this system, hoping to provide a possible model of explanation which may be applicable to future case law.


Rolf Ortlep
R. Ortlep is gepromoveerd rechtswetenschapper en verbonden aan het Instituut voor Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht.  M.J.M. Verhoeven is gepromoveerd rechtswetenschapper en RAIO bij de Rechtbank Arnhem.

Maartje Verhoeven
M.J.M. Verhoeven is gepromoveerd rechtswetenschapper en RAIO bij de Rechtbank Arnhem.
Artikel

Kaderwetgeving en de verstrooiing van de wetgevende macht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2012
Trefwoorden kaderwetgeving, delegatie, snelheid en slagvaardigheid, primaat van de wetgever
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste jaren heeft zowel de Raad van State als de Eerste Kamer zich herhaaldelijk met klem verzet tegen het vermeendelijk toegenomen gebruik van kaderwetgeving vanwege de inbreuk die kaderwetten al snel zouden maken op het primaat van de wetgever. Het belangrijkste bezwaar tegen kaderwetten lijkt het gevaar dat het parlement als medewetgever buiten spel wordt gezet door te kiezen voor open normen in wetgeving en veelvuldige delegatie van regelgevende bevoegdheid naar het bestuur of het overlaten van nadere normstelling aan private regelgevers. Een vaak genoemd motief voor het gebruik van kaderwetten is het streven naar meer snelheid en slagvaardigheid in het wetgevingsproces. De vraag is echter of snelheid wel het daadwerkelijke motief is achter de inzet van kaderwetgeving, aangezien de tijdwinst die ermee wordt geboekt, vaak twijfelachtig lijkt. Denkbaar is ook dat veeleer sprake is van een verstrooiing van de wetgevende macht mede als gevolg van het tanende gezag van het parlement als medewetgever. Daarnaast lijkt de invloed van Europa belangrijke gevolgen te hebben voor het gebruik van kaderwetgeving en valt op dat het fenomeen kaderwet zeker geen nieuw of louter nationaal verschijnsel is. Het gebruik van kaderwetgeving lijkt populair in tijden van crisis en komt zowel op Europees niveau (kaderrichtlijnen) als in de ons omringende landen (lois-cadres, Rahmengesetze, skeleton bills, enzovoort) regelmatig voor.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Theorie en Methode aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat. r.a.j.vangestel@uvt.nl
Artikel

Geheimen van jongeren

De Antwerpse jeugd en haar nachtleven in de vroege twintigste eeuw

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2012
Trefwoorden youth, nightlife, urban, early twentieth century
Auteurs Margo De Koster en Herbert Reinke
SamenvattingAuteursinformatie

    Approaching the night as a particular time and space for secret transgressions, this article examines the nightlife of Antwerp youth in the early twentieth century. Although this period saw increased official attempts to legally regulate ‘immoral’ nocturnal juvenile amusements, the police allowed most young people to move around unbothered at night, intervening only in major public order disturbances and handling most juveniles informally. Parents were more ‘efficient’, filing complaints with the juvenile judge on charges of ‘misconduct’, seeking to end familial financial troubles caused by heavy spending on nightlife. Working-class youth increasingly turned to the movies and dancing, in search for a secret ‘second life’ of pleasures away from conventional social and sexual codes, where they could belong and feel special.


Margo De Koster
Dr. Margo De Koster is universitair docent historische criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en post-doctoraal onderzoeker aan de Université catholique de Louvain (België). E-mail: margo.dekoster@uclouvain.be

Herbert Reinke
Dr. Herbert Reinke is professor en senior onderzoeker aan de Bergische Universität Wuppertal en Technische Universität Berlin. E-mail: reinke@uni-wuppertal.de
Artikel

Vrijmetselarij en criminalisering tijdens het Vichy-regime

Een criminologische benadering van de ‘forces occultes’

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2012
Trefwoorden freemasonry, secrets, anti-masonry, criminalization
Auteurs Marc Cools
SamenvattingAuteursinformatie

    The political far right French Vichy-regime or French State (1940-1944) criminalized freemasonry as a dangerous secret society using several state owned measures. In the tradition of the secret Jewish-Masonic conspiracy theory a legal framework was established to criminalize and ban freemasonry, to dissolve the lodges and to remove individual freemasons from command positions. Intellectuals, former freemasons, public and private police and intelligence agencies helped the regime to establish an anti-Masonic documentation, exhibition and movie (Forces occultes) in order to show the French population the danger of freemasonry. A specialized police force (Service des sociétés secrètes) identified 60.000 freemasons, the names of 18.000 were published and 3.000 lost their jobs. 989 were brought to the extermination camps and 545 were shot immediately by private militias.


Marc Cools
Prof. dr. Marc Cools is professor in de vakgroep strafrecht en criminologie aan de Universiteit Gent en in de vakgroep criminologie aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij is daar ook lid van de interdisciplinaire onderzoeksgroep Vrijmetselarij. E-mail: Marc.Cools@UGent.be
Jurisprudentie

Hof Amsterdam 13 december 2011, LJN BU8763

‘Quota pars litis’-financieringsovereenkomst; betrokkenheid advocaat

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2012
Trefwoorden no cure, no pay, quota pars litis, nietigheid, dwaling, informatieplicht
Auteurs Prof. dr. W.H. van Boom
SamenvattingAuteursinformatie

    Advocaten mogen niet bij wege van ‘no cure, no pay’ een ‘quota pars litis’-vergoeding (QPL) bedingen. Maar wat als een derde-rechtspersoon dankzij bemiddeling door de advocaat als financier optreedt volgens een QPL-model, terwijl de benadeelde niet weet dat familieleden van de advocaat in het bestuur van die rechtspersoon zitting hebben? Het Hof Amsterdam beslist dat de afspraak overeind blijft en dat noch de rechtspersoon noch de advocaat schadeplichtig is. De zaak toont de noodzaak om te komen tot kwaliteitsregulering van QPL-financiering.


Prof. dr. W.H. van Boom
Prof. dr. W.H. van Boom is hoogleraar Privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoogleraar aan de Durham School of Law, Durham (Engeland).
Toont 1 - 20 van 50 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.