Zoekresultaat: 9 artikelen

x
Jaar 2015 x

    Beleidsregels. Hardheidsclausule.

Artikel

De OK kiest voor een historische peildatum bij uitkoopprocedures

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden uitkoopprocedure, peildatum, betaalbaarstelling, openbaar bod, Ondernemingskamer
Auteurs Mr. O.J.W. Schotel
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds 2000 nam de Ondernemingskamer in uitkoopprocedures haar eindarrest als peildatum voor de bepaling van de uitkoopprijs. In het arrest inzake Unit4 (7 juli 2015) komt de OK terug van dit uitgangspunt. Vanaf heden wordt een peildatum in het verleden gebruikt. Na een openbaar bod is de dag van betaalbaarstelling de peildatum.


Mr. O.J.W. Schotel
Mr. O.J.W. Schotel is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

Prof. mr. W.D.H. Asser
Prof. mr. W.D.H. Asser is hoogleraar burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden en oud-raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden.

Dr. C. Bollen
Dr. C. Bollen is wetenschappelijk hoofdmedewerker Privaatrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Aruba en tevens decaan van deze faculteit.
Jurisprudentie

Beslag- en executierecht

Overzicht relevante rechtspraak en relevante ontwikkelingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2015
Auteurs Mr. D.M. de Knijff
Auteursinformatie

Mr. D.M. de Knijff
Mr. D.M. de Knijff is advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten te Den Haag.
Casus

Gerechtelijke toetsing bij herroeping van een ontbindingsbesluit van een rechtspersoon

Hoe de Hoge Raad zijn doel voorbijstreeft met onnodig complicerende voorwaarden

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2015
Trefwoorden herroeping ontbindingsbesluit rechtspersoon, gerechtelijke toetsing, Rifgat
Auteurs I. Groenland
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Rifgat-beschikking van 19 december 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3677) heeft de Hoge Raad niet alleen bevestigd dat herroeping van een ontbindingsbesluit mogelijk is, maar ook de daarvoor geldende voorwaarden bepaald. De Hoge Raad geeft daarbij aan dat hij daarmee een leemte vult in de wetgeving en dat het eigenlijk aan de wetgever is om te voorzien in een afgewogen regeling. De door de Hoge Raad geformuleerde voorwaarden lijken echter niet aan te sluiten bij het beoogde doel. Daarnaast blijken deze bij toetsing aan het feitencomplex in de Rifgat-casus niet te leiden tot een redelijke uitkomst. Het verbinden van bijzondere voorwaarden aan herroeping van een ontbindingsbesluit is, gezien de ontwikkelingen in wetgeving, rechtspraak en literatuur, ook niet langer nodig. Een eenvoudige wettelijke regeling voor herroeping van besluiten is daarom, juist na deze Hoge Raad-beschikking, dringend gewenst.


I. Groenland
Mr. I. Groenland is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2015
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort

Mr. E.M.A. van Amersfoort
Jurisprudentie

Hoger beroep

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2015
Auteurs Mr. drs. F.J.P. Lock

Mr. drs. F.J.P. Lock
Artikel

Non bis in idem in Europa: de zaken Spasic en M.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden non bis in idem, artikel 54 Schengenuitvoeringsovereenkomst, artikel 50 Handvest EU, beperking grondrechten Handvest EU, tenuitvoerleggingsvoorwaarde
Auteurs Mr. dr. W.F. van Hattum
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen Schengen en de EU geldt de regel dat iemand die onherroepelijk is berecht niet nog eens mag worden vervolgd of gestraft wegens hetzelfde feit (non bis in idem). Geldt deze bescherming ook wanneer de straf wel definitief is geworden maar nog niet ten uitvoer is gelegd? Artikel 54 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst is hierover duidelijk: het stelt tenuitvoerlegging als voorwaarde voor toepassing van de waarborg tegen tweede vervolging of bestraffing. Artikel 50 Handvest stelt deze voorwaarde echter niet. In de zaak Spasic beoordeelt het Hof van Justitie – voor het eerst – de verhouding tussen beide non bis in idem-bepalingen.
    In de zaak M. is de vraag aan de orde of een ‘buitenvervolgingstelling’ een tweede vervolging in een andere lidstaat belet. Het betreft een strafrechtelijke beslissing die nationaal een minder sterke non bis in idem-werking heeft dan een onherroepelijk eindvonnis. Deze bijdrage laat aan de hand van beide zaken zien hoe het Hof van Justitie de balans probeert te houden tussen vrijheid, veiligheid en recht enerzijds en het voorkomen en bestrijden van criminaliteit anderzijds.
    HvJ 27 mei 2014 (GK), zaak C-129/14 PPU, Spasic, prejudiciële spoedprocedure op verzoek Oberlandesgericht Nürnberg (Duitsland), ECLI:EU:C:2014:586, n.n.g. en HvJ 5 juni 2014, zaak C-398/12, M., prejudiciële procedure op verzoek Tribunale di Fermo (Italië), ECLI:EU:C:2014:1057, n.n.g.


Mr. dr. W.F. van Hattum
Mr. dr. W.F. (Wiene) van Hattum is als universitair docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.