Zoekresultaat: 8 artikelen

x
Jaar 2012 x

    In deze bijdrage wordt op experimentele wijze gezocht naar een antwoord op de vraag wat de rechtvaardiging is van de beperking van de handelingsbekwaamheid van de minderjarige en het het bewind over zijn vermogen. Bij wijze van experiment wordt een fictieve regeling in het leven geroepen, het zogenaamde tachtigplusbewind. Op grond van deze regeling wordt eenieder die de tachtigjarige leeftijd passeert van rechtswege beperkt in zijn handelingsbekwaamheid en verliest hij het bewind over zijn vermogen. Vervolgens wordt de vraag gesteld waarom een dergelijk tachtigplusbewind niet wenselijk is en de bescherminsgmaatregelen die minderjarigen treffen wel. Deze bijdrage is een onderdeel van een breder dissertatieonderzoek met als titel 'Minderjarigen en (de zorg voor hun) vermogen.'
    ---
    This contribution seeks, in an experimental manner, to find an answer to the question of what is the justification for restriction on the capacity of the minor and the administration of their assets. By way of experimentation, a fictitious arrangement is created, the so-called ‘eighty-plus-fiduciary-administration’. Under this scheme, anyone who is over the age of eighty will have their legal capacity limited, and lose control of their assets. The question then arises as to why this eighty plus rule is not desirable whilst the protective rules for minors are widely accepted. This contribution is part of a wider dissertation research entitled ‘Minors and (the care of) their assets’.


Mr. Hans ter Haar
Hans ter Haar is a lecturer in notarial law at the University of Groningen.
Praktijk

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in het verslagjaar 2011-2012 weer meer zaken afgedaan dan in het voorgaande jaar. Onder de uitspraken en ontvankelijkheidsbeslissingen van het Hof bevinden zich er verschillende die vanuit gezondheidsrechtelijk perspectief interessant zijn. Hierbij kan worden gedacht aan zaken over het zonder informed consent steriliseren van vrouwen, de gedwongen behandeling van onvrijwillig opgenomen patiënten, het ontslag van een arts na kritiek op het functioneren van een afdelingshoofd en het verwijderen van de naam van een arts op de lijst van toegelaten zorgaanbieders. Deze kroniek bevat een beschrijving en analyse van de voor het gezondheidsrecht belangrijkste zaken uit het verslagjaar 2011-2012.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC en redacteur van dit blad.

Prof. dr. G.A. den Hartogh
Govert den Hartogh is emeritus hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Amsterdam.
Diversen 2

Verslag jubileumvergadering Vereniging voor Gezondheidsrecht 2012

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden VGR, klinische genetica, kwaliteit van zorg, levenseinde, preventie
Auteurs Mr. J.M. Janson en mr. J.C. Smeur
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanwege het 45-jarige bestaan van de Vereniging voor Gezondheidsrecht is in april 2012 een jubileumvergadering gehouden met de titel ‘Werk in uitvoering: de toekomst van het gezondheidsrecht’. Tijdens de vergadering gaf prof. dr. H. Nys een toelichting op de oratiebundel die ter gelegenheid van het jubileum is uitgegeven en sprak prof. dr. P. Schnabel de vijfde Henk Leenenlezing uit met de titel: ‘De maatschappelijke betekenis van het gezondheidsrecht’. Aansluitend waren vier parallelsessies georganiseerd over respectievelijk het begin van het leven, preventie en publieke gezondheid, juridische implicaties van klinische genetica en het einde van het leven. Tijdens het middaggedeelte spraken prof. dr. H.M. Dupuis, prof. dr. A.C. Nieuwenhuijzen-Kruseman en prof. dr. M. Trappenburg over de bijdrage van het gezondheidsrecht aan de (toekomstige) kwaliteit van zorg.


Mr. J.M. Janson
Josine Janson is werkzaam als inspecteur-jurist bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

mr. J.C. Smeur
Judith Smeur is werkzaam als parketsecretaris bij het Expertisecentrum Medische Zaken van het openbaar ministerie.
Artikel

Wilsonbekwaamheid en vertegenwoordiging

De eerste thematische wetsevaluatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden vertegenwoordiging, vroegere wilsuitingen, wetsevaluatie, wilsonbekwaamheid, zorgvolmachten
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute en prof. mr. J.K.M. Gevers
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel doet verslag van een thematische wetsevaluatie waarin een groot aantal wettelijke regelingen zijn bestudeerd met betrekking tot de daarin opgenomen regels inzake wilsonbekwaamheid en vertegenwoordiging. Het in het kader van de evaluatie uitgevoerde onderzoek bevatte, naast analyse van nationale wetgeving en zelfregulering, ook een rechtsvergelijkende en een belangrijke empirische component. Geconcludeerd wordt dat de Nederlandse regelgeving (die sterkere en zwakkere kanten heeft) op een aantal punten niet de regels biedt die (ook gelet op internationale standaarden) nodig zijn voor een optimale balans tussen zelfbeschikking en bescherming. In het rapport van het evaluatieonderzoek worden dan ook aanbevelingen gedaan ter verbetering van wetgeving en beleid, onder meer betreffende het omgaan met wilsonbekwaamheid, verheldering van het vertegenwoordigingsregiem en verbetering van procedurele rechtsbescherming.


Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

prof. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam/AMC.
Praktijk

Kroniek rechtspraak strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden deskundigenbewijs, IGZ, medische fouten, Professionele standaard, verschoningsrecht
Auteurs Mr. B.C.W. van Eijck en mr. C.W. Noorduyn
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan bod komt de jurisprudentie van 1 november 2010 tot 1 maart 2012. Er wordt stilgestaan bij uitspraken betreffende het (afgeleid) medisch verschoningsrecht. Centraal daarbij staat het door de Hoge Raad te hanteren toetsingskader en de daaraan gekoppelde vraag wanneer sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden. Verder wordt een aantal uitspraken besproken waarbij medische fouten, zowel binnen de reguliere geneeskunst als in het alternatieve circuit, strafrechtelijk worden afgedaan. De professionele standaard en de geldende medische inzichten, ingevuld door deskundigen spelen daarbij een belangrijke rol. Verder wordt kritisch gekeken naar de samenloop van tucht- en strafrechtelijke procedures ter zake van hetzelfde feitencomplex.


Mr. B.C.W. van Eijck
Boudewijn van Eijck is advocaat bij Sjöcrona van Stigt Advocaten te Rotterdam (<www.svsadvocates.com>), gespecialiseerd in onder meer het medische straf- en tuchtrecht.

mr. C.W. Noorduyn
Carolien Noorduyn is advocaat bij Sjöcrona van Stigt Advocaten te Den Haag (<www.svsadvocates.com>), gespecialiseerd in onder meer het medische straf- en tuchtrecht.
Column

De consulent en de niet-aanspreekbare patiënt

Een commentaar op de nadere uitleg van het euthanasiestandpunt van de KNMG

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden consultatieplicht, Euthanasiewet, gevorderde dementie, niet-aanspreekbare patiënt, schriftelijke wilsverklaring
Auteurs Prof. dr. G.A. den Hartogh
SamenvattingAuteursinformatie

    De KNMG heeft onlangs in een nadere uitleg van het Standpunt euthanasie uit 2003 de ‘medisch-professionele norm’ geformuleerd dat bij de wettelijk vereiste consultatie de consulent met de patiënt over de euthanasie moet hebben gecommuniceerd. Daarbij wordt erkend dat toepassing van de norm ertoe kan leiden dat een euthanasie als onzorgvuldig moet worden beschouwd hoewel die aan alle zorgvuldigheidseisen van de Euthanasiewet voldoet. Ik betoog in dit commentaar dat de KNMG weinig argumenten aanvoert waarom het nodig zou zijn strikter te zijn dan de wet en dat geen van deze argumenten overtuigt.


Prof. dr. G.A. den Hartogh
Govert den Hartogh is emeritus hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Amsterdam en was lid van een regionale toetsingscommissie euthanasie van 1998 tot 2010.
Jurisprudentie

2012/10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Groningen 6 december 2011

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden wilsbekwaamheid, onzorgvuldig onderzoek, euthanasiewens, verslaglegging huisarts
Samenvatting

    Onvoldoende en gebrekkige voorbereiding van onderzoek naar wilsbekwaamheid; onzorgvuldig onderzoek; verwarring rol beoordeling wilsbekwaamheid met beoordeling euthanasiewens; tekortschieten in verslaglegging in dossier en brief huisarts

Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.