Zoekresultaat: 29 artikelen

x
Jaar 2010 x

    There is a tendency to put honour-based and domestic violence in the same box. This article examines whether this is correct or not. The perception of the two phenomena share a number of similarities: violence that often occurs in the context of the family and, in many cases, complex issues that have already been at play for some time. Furthermore, the perception is that primarily women are the victims of both domestic and honour-based violence. A big difference is that the term domestic violence refers to the social context where violence is taking place and the term honour-based refers to the motive for violent action or threats. A complicating factor is that hurt feelings of honour might provoke violence or threats in the context of the family. In research literature it is assumed that domestic violence occurs at all levels of society, which means that this phenomenon will also be encountered amongst ethnic minorities. It is striking that domestic violence amongst ethnic minorities is often mentioned in the same breath as honour-based violence. However, both phenomena deserve a different approach. The risks of treating domestic violence as an honour case and honour-based violence as domestic abuse are described.


J. Janssen
Dr. Janine Janssen is als hoofd onderzoek verbonden aan het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld (LEC EGG), dat is ondergebracht bij Politie Haaglanden.
Artikel

Bij dreiging ingrijpen

De Wet tijdelijk huisverbod in de praktijk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2010
Auteurs K.B.M. de Vaan en A. Schreijenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    As from January 2009, mayors in The Netherlands can impose a temporary restraining order on (potential) perpetrators of domestic violence in situations in which there is an immediate threat to victims and/or children. This restrains these (potential) perpetrators from entering their own house or contacting their partner and/or children for a period of 10 to 28 days. In this article, the law regarding these temporary restraining orders is explained and an overview of the first experiences with the actual implementation is given. The temporary restraining orders are an addition to the existing measures regarding domestic violence because they enable intervention before the violence has actually taken place or the situation escalates. In practice, however, the orders are frequently imposed after escalation of the situation, parallel to the arrest and possible persecution of the suspected perpetrator. Apparently, the orders provide a break from explosive situations, and the intensive form of professional help that those involved receive is a welcome addition, even in situations for which the order was not primarily designed. The first experiences show that aid is given quickly. They also show that more attention needs to be given to the content of this aid, to regional differences in the enforcement of the law and to the follow-up aid after the temporary restraining order has ended.


K.B.M. de Vaan
Drs. Katrien de Vaan is werkzaam als onderzoeker bij Regioplan Beleidsonderzoek en momenteel betrokken bij de landelijke proces evaluatie van de Wet tijdelijk huisverbod in opdracht van het WODC. Dit artikel is gebaseerd op openbaar beschikbare bronnen en evaluaties. Recent is een aantal onderzoeken afgerond dat op een gestructureerde manier nadere informatie zal bieden over de toepassing van het huisverbod: een onderzoek naar de hulpverlening in het kader van het huisverbod, een partiële kwaliteitsbepaling van het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld, een landelijke procesevaluatie van het huisverbod en een onderzoek naar de rechtsbescherming van de uithuisgeplaatste. Deze onderzoeken zijn deels in het najaar van 2010 openbaar geworden, de rest wordt in het voorjaar van 2011 openbaar.

A. Schreijenberg
Mr. drs. Ad Schreijenberg is werkzaam als onderzoeker bij Regioplan Beleidsonderzoek en momenteel betrokken bij de landelijke proces evaluatie van de Wet tijdelijk huisverbod in opdracht van het WODC. Dit artikel is gebaseerd op openbaar beschikbare bronnen en evaluaties. Recent is een aantal onderzoeken afgerond dat op een gestructureerde manier nadere informatie zal bieden over de toepassing van het huisverbod: een onderzoek naar de hulpverlening in het kader van het huisverbod, een partiële kwaliteitsbepaling van het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld, een landelijke procesevaluatie van het huisverbod en een onderzoek naar de rechtsbescherming van de uithuisgeplaatste. Deze onderzoeken zijn deels in het najaar van 2010 openbaar geworden, de rest wordt in het voorjaar van 2011 openbaar.
Artikel

Zorg en recht, een ongelukkig begrippenpaar

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden legalization of health care, effects of legalization, distrust of medical professionals
Auteurs Bert Niemeijer en Nick Huls
SamenvattingAuteursinformatie

    Various developments since 1960 have lead to a legalization of care, especially the call for individual rights, emancipation, international treaties, the transformation of private problems to public issues and the diminishing authority of professionals. This legalization has important social consequences. Effects are both direct and indirect, positive and negative. The ‘rights revolution’ has gone too far and leads to unrealistic expectations of what law can do. Therefore a down-to-earth and empirical informed perspective on the relation between law and care is of great importance.


Bert Niemeijer
Bert Niemeijer werkt bij het ministerie van Veiligheid en Justitie als coördinator strategie en tevens als (bijzonder) hoogleraar rechtssociologie bij de afdeling Rechtstheorie van de Vrije Universiteit. Zijn onderzoek richt zich in het bijzonder op effecten van rechtspraak en wetgeving. Recente publicaties zijn Een wereld van geschillen. Over het gebruik van gerechtelijke en buitengerechtelijke procedures (oratie, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2007) en ‘Synthesising legislative evaluations – Putting the pieces together’, Evaluation, London, Sage Publications 2009, met C.M. Klein Haarhuis).

Nick Huls
Nick Huls is hoogleraar rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit Leiden. Hij is onder meer geïnteresseerd in de ontwikkelingen van het tuchtrecht van vrije beroepen (zie M.A. Kleiboer & N.J.H. Huls, Tuchtrecht op de terugtocht? Ontwikkelingen in het wettelijke, niet hiërarchisch tuchtrecht, Utrecht: Lemma 2000).
Artikel

Zorg, privaatrecht en publiekrecht: van ondersteuning naar handhaving, en terug

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden duty of care, regulation, liability law
Auteurs Eric Tjong Tjin Tai
SamenvattingAuteursinformatie

    The relation between law and care has changed dramatically. Until recently this relation could be characterised as distant, supportive and respectful. This relation has undergone a paradigm shift. More and more and in many areas the notion of care is used by the lawmaker, to impose duties of care combined with enforcement. This implies a change from private law to administrative law. This development is undesirable, because it raises false expectations and, in the end, works counterproductive.


Eric Tjong Tjin Tai
Eric Tjong Tjin Tai is hoogleraar privaatrecht aan Tilburg University. Hij is gepromoveerd op een juridisch-filosofisch onderzoek naar zorgplichten en zorgethiek. Zijn huidige onderzoek richt zich onder meer op het recht inzake dienstverlening, en de rol van het privaatrecht in de (markt)maatschappij, met bijzondere aandacht voor de betekenis van individuele verantwoordelijkheid en autonomie.
Artikel

Recht op jeugdzorg: betekenis en praktijk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden youth care, rights of the youth, organisation of youth care
Auteurs Renske de Boer en Adri van Montfoort
SamenvattingAuteursinformatie

    The ‘Bureau Jeugdzorg’ is the gatekeeper in the field of youth care policy. From its start the Bureau has faced a difficult combination of empathy and social control. The individual youth was entitled to ‘a right on care’, which in practice was frustrated by long waiting lists. The mental health professionals also resisted the central role of the Bureau. So, soon after its inception Bureau Jeugdzorg is already in jeopardy. It is unlikely that the new political initiatives in this field will improve the legal protection of minors.


Renske de Boer
Renske de Boer is werkzaam als senior juridisch adviseur bij Adviesbureau Van Montfoort, gespecialiseerd in jeugdrecht en jeugdzorg, jeugdgezondheidsrecht en privacywet- en -regelgeving. Eerder was zij jurist bij Bureau Jeugdzorg. Zij geeft juridische trainingen en is tevens docent in de SSR-cursus voor jeugdrechters. Zij heeft onder meer meegewerkt aan het Evaluatieonderzoek Wet op de jeugdzorg. Momenteel werkt zij aan een onderzoek naar de inzet van het strafrecht bij kindermishandeling.

Adri van Montfoort
Adri van Montfoort werkte na zijn studies sociale pedagogiek en Nederlands Recht achtereenvolgens als hulpverlener, projectleider en onderzoeker. In 1994 promoveerde hij bij de juridische faculteit op een proefschrift over de aanpak van kindermishandeling in ons land. In 1996 richtte hij Adviesbureau Van Montfoort op, voor onderzoek, advies, opleiding en training, voornamelijk in de jeugdzorg en jeugdbescherming. Hij publiceerde sinds begin jaren tachtig vele artikelen en enkele boeken over gezinsbehandeling, kinderbescherming en jeugdzorg.
Artikel

Wetgeving en de positie van de patiënt: instrument voor verandering of terugvaloptie?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden impact of health law, evaluation of health law, patient empowerment, patient rights
Auteurs Roland Friele en Remco Coppen
SamenvattingAuteursinformatie

    Empirical research on the practice of ‘informed consent’ and the right of complaint of patients shows that these rights are important as guarantees for carefulness and legal certainty. However, at the same time these rights seem to have hardly any effect on the position of the patient in the daily interactions with doctors and other medical personnel. Rather, they seem to have led to a formalization of institutional relations with patients. At the same time, in practice especially hospitals seem to aim at an informal and varied way of dealing with these patient’s rights.


Roland Friele
Roland Friele is adjunct-directeur van het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg. Hij doet onderzoek naar de sociaalwetenschappelijke aspecten van wet- en regelgeving in de gezondheidszorg. Wetsevaluaties in de gezondheidszorg vormen de hoofdmoot.

Remco Coppen
Remco Coppen is onderzoeker bij het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg). Zijn onderzoek richt zich met name op sociaalwetenschappelijke aspecten van wet- en regelgeving. Hij is betrokken geweest bij verschillende wetsevaluaties, zoals de tweede en derde evaluatie van de Wet op de orgaandonatie, de tweede evaluatie van de Wet inzake bloedvoorziening, de evaluatie van de Wet marktordening gezondheidszorg en de Zorgverzekeringswet. In 2010 is hij gepromoveerd op een proefschrift over de effecten van de Wet op de orgaandonatie.

Bert Niemeijer
Bert Niemeijer werkt bij het ministerie van Veiligheid en Justitie als coördinator strategie en tevens als (bijzonder) hoogleraar rechtssociologie bij de afdeling Rechtstheorie van de Vrije Universiteit. Zijn onderzoek richt zich in het bijzonder op effecten van rechtspraak en wetgeving. Recente publicaties zijn Een wereld van geschillen. Over het gebruik van gerechtelijke en buitengerechtelijke procedures (oratie, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2007) en ‘Synthesising legislative evaluations – Putting the pieces together’, Evaluation, London, Sage Publications 2009, met C.M. Klein Haarhuis).

Nick Huls
Nick Huls is hoogleraar rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit Leiden. Hij is onder meer geïnteresseerd in de ontwikkelingen van het tuchtrecht van vrije beroepen (zie M.A. Kleiboer & N.J.H. Huls, Tuchtrecht op de terugtocht? Ontwikkelingen in het wettelijke, niet hiërarchisch tuchtrecht, Utrecht: Lemma 2000).

Prof. mr. J.K.M. Gevers
Artikel

De Wcz en kwaliteit van zorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2010
Auteurs Prof. mr. J. Legemaate

Prof. mr. J. Legemaate

Prof. mr. A.C. Hendriks

Prof. mr. J.G. Sijmons
Artikel

Werken in de marge

Illegaal verblijvende jongeren in Nederland

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 7 2010
Auteurs R. Staring en J. Aarts
SamenvattingAuteursinformatie

    A large number of former unaccompanied minors in the Netherlands leave for unknown destinations during the asylum procedure or after being rejected. In this contribution the authors provide answers to the question how undocumented (former) unaccompanied minors provide for their living and housing. The study is based on interviews with 118 former undocumented unaccompanied minors who were recruited through the personal networks of the researchers and through contacts with representatives of (private) organizations who support the youngsters. The undocumented minors are excluded from formal employment as well as provisions of the welfare state. By far the largest group of the undocumented (former) unaccompanied minors has never been involved in criminal activities and only one third of them work in the informal economy. The sectors in which these youngsters perform informal work vary from cleaning and construction to catering and personal services. The work is characterized by uncertain working hours. There are often few hours available and the work often takes place on call. The pay is meagre and few respondents can survive exclusively on their earnings. The undocumented (former) unaccompanied minors are mainly supported by friends and private organizations for their living and housing. It is because of this support that the youngsters do not roam the streets and can continue their illegal stay in the Netherlands. The strong orientation of the youngsters towards a lawful residence in the Netherlands causes them to fear the risks of arrest while working, so they rather settle for the limited support of private organizations and friends. The support of private organizations and the focus of the youngsters towards a lawful stay thus constitute a buffer against exploitation.


R. Staring
Dr. Richard Staring is verbonden aan de vakgroep Criminologie van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

J. Aarts
Drs. José Aarts is verbonden aan de vakgroep Criminologie van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit in Rotterdam.
Jurisprudentie

2010/34 Voortgezette behandeling zonder toestemming van beide ouders door kinderarts, tevens grootvader patiëntje; geen medisch dossier gevoerd: waarschuwing

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam (mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter, A.G. Ketel, M. Bakker en P. Beker, leden-arts, mr. W.A.H. Melissen, lid-jurist, mr. J.Ch. Blaisse, secretaris) d.d. 30 maart 2010.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2010
Jurisprudentie

2010/35 Psychotherapeut; abrupte beëindiging therapie, geen doorverwijzing; niet bijhouden patiëntendossier; verweving privéleven in therapie; verweerder is van mening dat hij klager adequaat heeft behandeld en heeft doorverwezen: klacht is gegrond en beroep wordt verworpen

Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (mr. W.D.H. Asser, voorzitter, mr. W.P.C.M. Bruinsma en mr. A. Dupain, leden-juristen, drs. M.A.J. Hagenaars en drs. L. Swen, leden-beroepsgenoten, mr. H.J. Lutgert, secretaris) d.d. 19 augustus 2010.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2010

Mr. W.R. Kastelein
Artikel

Het aanbod van herstelgerichte interventies aan slachtoffers van geweldsmisdrijven

Is een beschermende of proactieve aanpak wenselijk?

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden slachtoffers, victimologie, geweldsmisdrijven, slachtofferhulp, bemiddeling, bescherming
Auteurs Tinneke Van Camp
SamenvattingAuteursinformatie

    Evaluative studies show that victims are generally satisfied with their participation in a restorative intervention, even when concerning violent crime. Therefore, we don’t have to ask whether restorative justice should be offered to victims of crime, but how it should be offered. Using the victimological literature, we explore the appropriateness of two opposing models with regard to the offer in violent crime cases. The protective model, as for instance endorsed by victim support services in Québec, is based on the concern for the protection of vulnerable victims. The proactive model, as inscribed in the 2005 law on the general offer of mediation in Belgium, is based on the informed consent principle. Both models respect the needs of victims, while ranking these needs differently. The available empirical and theoretical observations on the subject do not unilaterally support or reject either model. We, therefore, present a complementary, albeit theoretical model, i.e. the integration of the invitation to a restorative intervention within victim support services.


Tinneke Van Camp
Tinneke Van Camp is doctoraatsstudent aan de École de Criminologie, Université de Montréal (Canada), en vrijwillig medewerker van het Leuvens Instituut voor Criminologie, KULeuven.
Artikel

Meervoudig gebruik binnen de gesubsidieerde rechtsbijstand: clusters en triggers

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2010
Trefwoorden legal aid, trigger, cluster, justiciable problem
Auteurs Susanne Peters, Lia Combrink en Mirjam van Gammeren-Zoeteweij
SamenvattingAuteursinformatie

    The use and expenditure of the Legal Aid System is ever increasing. In addition, some people make use of the Legal Aid System more often than others. In fact, a small percentage of clients (2,6%) uses a substantial part (11,2%) of the legal aid. This paper sheds light on the occurrence of multiple use of legal aid and gives insight into the frequency and characteristics of multiple use.
    In the research described in this article, we have made use of the data from 2000 until 2009 concerning legal aid that was provided by the Legal Aid Board. This dataset contains over 3 million cases (so-called certificates that are issued by the Board). The main difference between this research and other (paths to justice) studies is that the dataset contains actually provided legal aid and not self-reported problems by clients. Therefore, the representativeness is guaranteed and no false recollections can occur. At the same time, this means that the research is limited to people who are entitled to legal aid (approximately 39% of the Dutch population) and have actually received a certificate.
    The results show that the provision of legal aid leads to new cases for which legal aid is again provided. Also, certain certificates coincide with and act as a trigger for certain other certificates. In the discussion we clarify the significance and implications of the results that are presented. Furthermore, we discuss the recently ordered budget cut in legal aid in the Netherlands. We describe ways to decrease the use and expenditure of the Legal Aid System, some of which are already implemented in the system. Finally, we discuss possible other (non-legal) problems that can be experienced by multiple users of the Legal Aid System.


Susanne Peters
Susanne Peters promoveerde in de sociale wetenschappen aan de Universiteit van Utrecht (2005) op een proefschrift over rechtvaardigheid. Momenteel is zij werkzaam bij de Raad voor Rechtsbijstand, waar zij onderzoek uitvoert ten behoeve van de Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand.

Lia Combrink
Lia Combrink-Kuiters studeerde rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en promoveerde aan de juridische faculteit van deze universiteit op een jurimetrisch proefschrift betreffende de voorspelbaarheid van rechterlijke beslissingen (1998). Daarna werkte zij bij het WODC aan de evaluatie van twee landelijke mediationprojecten. Momenteel is zij werkzaam als onderzoeker bij de Raad voor Rechtsbijstand, waar zij onderzoek doet op het gebied van de gesubsidieerde rechtsbijstand.

Mirjam van Gammeren-Zoeteweij
Mirjam van Gammeren-Zoeteweij is aan de Universiteit Leiden afgestudeerd als psycholoog. Momenteel is zij werkzaam als onderzoeker bij de Raad voor Rechtsbijstand, waar zij onderzoek uitvoert ten behoeve van de Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand.
Jurisprudentie

2010/29 Internist-nefroloog; voorschrijven van ACE-remmers ondanks waarschuwing in het poliklinisch dossier; ten onrechte vertrouwen op elektronisch patiëntendossier: waarschuwing

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam (T.L. de Vries, voorzitter, dr. mr. P.H.M.T Olde Kalter, R. Vogelenzang en dr. J. Bellaar Spruyt, leden-arts, mr. C.E. Polak, lidjurist, mr. S.S. van Gijn, secretaris) d.d. 23 maart 2010.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2010
Artikel

GOMA: Gedragscode Openheid medische incidenten; betere afwikkeling Medische Aansprakelijkheid

Van theorie naar praktijk?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2010
Trefwoorden GOMA, medische aansprakelijkheid, aanbevelingen zorgaanbieders, afwikkeling schadeclaims
Auteurs Mr. Chr.H. van Dijk en Mr. ir. J.P.M. Simons
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn hoedanigheid van voorzitter van De Letselschade Raad heeft Aleid Wolfsen op 16 juni 2010 het eerste exemplaar van de nieuwe ‘Gedragscode Openheid medische incidenten; betere afwikkeling Medische Aansprakelijkheid’ (kortweg: GOMA) aangeboden aan demissionair minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin. Naast de al bestaande Gedragscode Behandeling Letselschades voor de afwikkeling van schades ten gevolge van – met name – verkeersletsels (kortweg: GBL) bestaat er daarmee nu ook een breed gedragen code voor de wijze van handelen bij incidenten, klachten en schadeclaims in het kader van een medische behandeling.


Mr. Chr.H. van Dijk
Mr. Chr.H. van Dijk is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

Mr. ir. J.P.M. Simons
Mr. ir. J.P.M. Simons is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

    In een column geeft een redacteur of auteur zijn of haar visie op een bepaald onderwerp.


Dr. A.F.M. Brenninkmeijer
Dr. A.F.M. Brenninkmeijer is de Nationale ombudsman.
Toont 1 - 20 van 29 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.