Zoekresultaat: 28 artikelen

x
Jaar 2016 x
Artikel

Schade door een ongeschikte medische hulpzaak ex artikel 6:77 BW: een rechtsvergelijking met Frankrijk en Duitsland

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2016
Trefwoorden artikel 6:77 BW, medische hulpzaken, Frans aansprakelijkheidsrecht, Duits aansprakelijkheidsrecht
Auteurs Mr. V.J.P. Ramaekers
SamenvattingAuteursinformatie

    De aansprakelijkheidsregeling voor gebruikers van ongeschikte medische hulpzaken volgens artikel 6:77 BW heeft geleid tot rechtsonzekerheid en discussie. Om nieuwe inzichten te verkrijgen is het interessant om een rechtsvergelijking te maken met twee nabijgelegen landen die voor wat betreft het rechtssysteem en de juridisch-culturele ontwikkeling op Nederland lijken. In deze bijdrage is daarom onderzocht wie in Frankrijk en Duitsland door patiënten kunnen worden aangesproken, wat daar de tendensen in zijn en op welke manier het Nederlandse recht daar inspiratie aan kan ontlenen.


Mr. V.J.P. Ramaekers
Mr. V.J.P. Ramaekers is jurist bij OBV-Logistiek B.V. te Eijsden.
Artikel

Openheid doorbreekt spiraal van geweld

De praktijk van Eigen Kracht-conferenties in situaties met geweld en misbruik

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Eigen Kracht-conferentie, Eigen Kracht Centrale, Huiselijk geweld, regie
Auteurs Jolanda Stellingwerff
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands there is a tendency to make use of the methodology of conferencing circles in case of domestic violence and abuse. The 2009 evaluation showed positive results and since then the approach has been improved, giving way to an increase of requests coming from justice (related) authorities. The underlying approach and caveats are discussed, portraying Eigen Kracht-conferences as an adequate means to unravel the complex phenemenon of domestic violence and abuse, calling upon significant others.


Jolanda Stellingwerff
Jolanda Stellingwerff werkt als communicatieadviseur en fondsenwerver voor de stichting Eigen Kracht Centrale. Daarvoor was ze onder meer werkzaam als hoofdredacteur voor Mobiel, Tijdschrift voor Pleegzorg, als freelance tekstschrijver en communicatieprofessional in de theatersector.
Artikel

Safe havens voor onrechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen

Veiligheid en het toezicht op irreguliere migratie via hulpverleningsorganisaties

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2016
Trefwoorden unauthorized migrants, civil society, safety, migration control, policing non-citizens, NGOs
Auteurs prof. dr. Richard Staring en Mieke Kox MA
SamenvattingAuteursinformatie

    Nongovernmental organizations (NGOs) within Dutch civil society provide material and immaterial assistance to unauthorized migrants in the Netherlands. Based on long-term qualitative fieldwork in the life worlds of unauthorized migrants, the authors describe how the migrants experience these NGOs as a safe haven where they feel at home and secure for the risks of apprehension and deportation. We argue that these safe havens are also beneficial for the society at large. These NGOs contribute to preventing unauthorized migrants from sleeping in public places and employing illegitimate survival strategies. In addition, the NGOs’ empowerment of these migrants is advantageous for their willingness to access healthcare and employ legal rights. Recent attempts of the Dutch government to restrict the number of these NGOs, lead amongst other things to NGOs who are increasingly focusing on the unauthorized migrants’ return. We argue that these governmental efforts of controlling unauthorized migration through NGOs, will result in unauthorized migrants loosing trust in these safe havens. Ultimately, this governmental control through NGOs will have a negative impact on feelings of security in the society at large as it fundamentally diminishes the significance of these NGOs in civil society for unauthorized migrants without offering an alternative.


prof. dr. Richard Staring
Prof. dr. Richard Staring is bijzonder hoogleraar mobiliteit, toezicht en criminaliteit aanp de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mieke Kox MA
Mieke Kox, MA, is PhD kandidaat bij de sectie criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Het gebruik van patiëntgegevens in de nieuwe klachtenprocedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden Klachtrecht, Wkkgz, patiëntgegevens, verdediging, art. 6 EVRM
Auteurs Mr. C.E. Philips-Santman
SamenvattingAuteursinformatie

    De heersende opvatting dat voor het gebruik van patiëntgegevens in een klachtenprocedure uitdrukkelijke toestemming van een patiënt nodig is, moet in het kader van de inwerkingtreding van de Wkkgz worden heroverwogen. Twee belangrijke wijzigingen in het klachtrecht geven daarvoor aanleiding: (1) een zorgaanbieder is voor de interne behandeling van een klacht niet langer verplicht gebruik te maken van een onafhankelijke klachtencommissie en (2) een zorgaanbieder is verplicht zich aan te sluiten bij een geschilleninstantie die (in tweede instantie) bij wege van bindend advies over een klacht oordeelt. Als een zorgaanbieder zelf een oordeel velt over de gegrondheid van een klacht moet het gebruik van patiëntgegevens in dat kader ook zonder toestemming van de patiënt mogelijk zijn. De procedure bij een geschilleninstantie valt onder de reikwijdte van artikel 6 lid 1 EVRM. De daarmee samenhangende waarborgen zouden ook van toepassing moeten zijn op de afhandeling van een klacht in ‘eerste aanleg’.


Mr. C.E. Philips-Santman
Cezanne Philips-Santman (34 jaar) is docent/onderzoeker in de sectie ethiek en recht van de gezondheidszorg in het LUMC. De auteur dankt Dick Engberts voor zijn commentaar op een eerdere versie van dit artikel.
Artikel

De verzwaarde betwistplicht: gebrekkige verslaglegging en een rechtsvergelijkend perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden verzwaarde betwistplicht, gebrekkige verslaglegging, rechtsvergelijking
Auteurs Mr. A. Beekhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Een belangrijke factor die eraan bijdraagt dat medische schade weinig verhaald wordt, is dat de bewijslast bij de patiënt ligt, terwijl het bewijsmateriaal zich veelal bij de hulpverlener bevindt. In de Nederlandse rechtspraak is voor dit probleem een oplossing gevonden in de zogenoemde ‘verzwaarde stelplicht’ of ‘verzwaarde betwistplicht’. Een belangrijke vraag is wat in het kader van deze plicht rechtens is wanneer de medische verslaglegging gebrekkig is. De antwoorden op deze vraag geven aanleiding tot rechtsvergelijking: de bewijsrechtelijke positie van de patiënt heeft bij onze oosterburen in bepaalde situaties een meer afgewogen regeling gekregen.


Mr. A. Beekhof
Alexander Beekhof (25 jaar) studeerde cum laude af aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dit artikel is geschreven naar aanleiding van de scriptie ter afronding van de master Nederlands Recht (privaatrecht en bedrijfsrecht) met de titel: ‘De verzwaarde betwistplicht. Toegespitst op medische aansprakelijkheidszaken’. De auteur dankt prof. mr. dr. H.B. Krans voor de uitstekende begeleiding tijdens het scriptietraject.
Artikel

Civiele aansprakelijkheid voor het gebruik van medische applicaties

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden medische applicaties, software, medische hulpmiddelen, civiele aansprakelijkheid
Auteurs Mr. A.J. Zijlstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Het toenemende gebruik van smartphones en de technologische ontwikkelingen op het gebied van medische applicaties hebben voor grote veranderingen gezorgd binnen de gezondheidszorg. Ook de juridische wereld wordt geconfronteerd met dit fenomeen, aangezien de schade die voortvloeit uit het gebruik van medische applicaties zou kunnen leiden tot claims. In dit artikel wordt onderzocht in hoeverre medische applicaties passen binnen het wettelijk kader van een gebrekkig product en een ongeschikte hulpzaak. Daarnaast worden verschillende verhaalsmogelijkheden voor de patiënt behandeld, wanneer een dergelijke applicatie wordt ingezet bij een geneeskundige behandelingsovereenkomst.


Mr. A.J. Zijlstra
Anna Zijlstra (27 jaar) is advocaat bij Lauxtermann Advocaten te Amsterdam. Dit artikel is geschreven naar aanleiding van de scriptie ter afronding van de master Gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, met de titel: ‘Civiele aansprakelijkheden bij medische applicaties’ en te raadplegen via www.gzr-updates.nl. De auteur dankt mr. dr. R.P. Wijne voor het commentaar op eerdere versies van dit artikel.
Artikel

Wilsbekwaam maar te jong? Over euthanasie bij wilsbekwame kinderen jonger dan twaalf jaar

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden Twaalfjaarsgrens euthanasie, leeftijdsgrenzen Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, wilsbekwaamheid onder de twaalf, euthanasie minderjarigen
Auteurs Mr. O.A. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt naar aanleiding van de actuele discussie en de hierbij door de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) en de Minister van VWS ingenomen standpunten, de mogelijkheid tot het schrappen van leeftijdsgrenzen in de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl) besproken en becommentarieerd. Dit artikel spitst zich hierbij toe op de juridische positie van kinderen die jonger dan twaalf én wilsbekwaam zijn. Ingegaan wordt op voor- en nadelen van het schrappen van de leeftijdsgrenzen en de juridische mogelijkheden en moeilijkheden die zich bij een eventuele wijziging van de Wtl zullen voordoen.


Mr. O.A. Meijer
Ottilie Meijer (26 jaar) is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen en schreef in 2015 de masterscriptie Over()lijden; als het jonge leven slechts lijden rest, waarin zij onderzoek deed naar de juridische, rechtsfilosofische en ethische aspecten bij de vormgeving van euthanasie en actieve levensbeëindiging bij kinderen tussen één en twaalf jaar jong. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.

Dr. mr. C. Blankman
Dr. mr. C. (Kees) Blankman is als universitair docent verbonden aan de Juridische Faculteit van de VU te Amsterdam.

mr. K. Vermariën
Mr. Karen Vermariën is werkzaam als wetenschappelijk docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Werkplaatsen ZSM: samenwerken bij betekenisvol sanctioneren

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Zorgvuldig Selectief Maatwerk (Tailor-made, selective sanctioning), Betekenisvol sanctioneren (Meaningful sanctioning), Kernexpertise reclassering (Key-expertise of probation), Toekomstbestendige professionals (Sustainable professionals)
Auteurs Drs. Anneke Menger en Drs. Lous Krechtig
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands two experiments are conducted with a new kind of collaboration between probation and prosecution. The experiments aimed for the development of meaningful, contextual and tailor-made sanctioning. As a result, the experiments reached a new group of citizens that probation nor social services ever reached before, people who commit very light offenses, but struggle with heavy social problems. The new method of working resembles short intensive case management (hit and run) and includes commitment of social context and close collaboration with social work and care. Based on the results, probation and prosecution decided to implement this method in all Dutch regions and the Ministry of Safety and Justice adapted their financing structure.


Drs. Anneke Menger
Drs. Anneke Menger is lector Werken in Justitieel Kader bij het Kenniscentrum Sociale Innovatie van de Hogeschool Utrecht.

Drs. Lous Krechtig
Drs. Lous Krechtig is senior ontwikkelaar en onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader bij het Kenniscentrum Sociale Innovatie van de Hogeschool Utrecht.

    In deze bijdrage wordt de reikwijdte van de tweede tuchtnorm van de Wet BIG in kaart gebracht. Daarbij wordt nagegaan of wijziging van de betreffende norm noodzakelijk c.q. wenselijk is. Geconstateerd wordt dat de tuchtrechter de afgelopen jaren geen consistente lijn heeft gevolgd bij de uitleg van de tweede tuchtnorm, hetgeen onwenselijk is. Aanbevolen wordt om de tuchtnorm(en) te wijzigen in een zogenoemde betamelijkheidsnorm en om in het kader van de ontvankelijkheid niet langer te toetsen aan de reikwijdte van de tuchtnorm(en).


Mr. C.A. Bol
Caressa Bol is docent/onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit te Nijmegen.

prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit; lid College voor de Rechten van de Mens en redacteur van dit tijdschrift.

Dr. Janine Jansen
Dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld (LEC EGG) van de nationale politie, lector ‘Veiligheid in afhankelijkheidsrelaties’ aan de Avans Hogeschool in Den Bosch en voorzitter van de redactie van PROCES.

    GHB is an anaesthetic that in Netherlands since the 1990s is used as a drug by various groups. Although GHB is often defined as a ‘party drug’, particularly in rural areas it is also used in street cultures. GHB is mainly used recreationally, but a minority uses the drug frequently and/or becomes addicted. GHB use and associated problems are disproportionately spread across the Netherlands and are concentrated in certain rural areas (‘trouble spots’), especially in low SES villages or neighbourhoods. Predominantly based on qualitative research, this article describes supply and use of GHB in rural ‘trouble spots’. The profile of experienced current GHB users in rural areas is characterized by a wide age range, a low level of education, often multiple psychosocial problems and poly drug use. They are almost exclusively ‘white’, in majority male users, of whom a large part has been arrested on several occasions. From a supply perspective, GHB could spread quickly because of the short distribution chain, the limited social distance between dealers and users, as well as the closeness an reticence of user groups. Even though as a drug GHB is very different from methamphetamine, there are striking similarities in set and setting characteristics between rural GHB use in the Netherlands and rural methamphetamine use in the US.


Dr. Ton Nabben
Dr. Ton Nabben is onderzoeker en docent op het Bonger Instituut voor Criminologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is medeauteur van het jaarlijks verschijnende Antenneonderzoek naar trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. In 2010 kwam zijn proefschrift uit over het gebruik van uitgaansdrugs in Amsterdam.

prof. dr. Dirk J. Korf
Prof. dr. Dirk J. Korf is bijzonder hoogleraar criminologie en directeur van het Bonger Instituut, Universiteit van Amsterdam.
Praktijk

Kroniek rechtspraak bestuursrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2016
Auteurs Mr. J.A.E. van der Jagt-Jobsen en Mr. M.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    De Kroniek rechtspraak bestuursrecht bespreekt de jurisprudentie van 9 april 2014 tot en met 15 april 2016. De kroniek bevat een overzicht van de belangrijkste bestuursrechtelijke uitspraken op het gebied van de gezondheidszorg: algemeen bestuurs(proces)rechtelijke onderwerpen, uitspraken over de Wet BIG, diverse uitspraken op het terrein van handhaving, Wob-jurisprudentie, een uitspraak over de Wbp, jurisprudentie over de Geneesmiddelenwet, varia en de rapporten van de Nationale Ombudsman.


Mr. J.A.E. van der Jagt-Jobsen
Juliette van der Jagt-Jobsen en Merle de Vries zijn beiden advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag. Juliette is met ingang van 15 juni 2016 in dienst getreden als staats- en bestuursrechtjurist in dienst bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Mr. M.A. de Vries
Juliette van der Jagt-Jobsen en Merle de Vries zijn beiden advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.
Praktijk

Kroniek wetgeving gezondheidsrecht 2015

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Kroniek, Wetgeving, Gezondheidsrecht, 2015
Auteurs Mr.drs. J.J. Rijken en Mr. W.F. van der Wel
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek beschrijft de ontwikkelingen op het gebied van wetgeving in het gezondheidsrecht in 2015. De parlementaire behandeling van de grote wetsvoorstellen over gedwongen zorg lijkt zo goed als tot stilstand gekomen. Op het gebied van kwaliteit zijn wel duidelijke vorderingen te melden: de Wkkgz trad in werking en een conceptwetsvoorstel over wijzigingen in de Wet BIG (beroepenregulering en tuchtrecht) zag het licht. De wetgevingsactiviteit ten aanzien van de marktordening lijkt onderhevig aan veranderlijke politieke windrichtingen: de NZa moet tegelijkertijd méér en minder bevoegdheden krijgen.


Mr.drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij AKD N.V. en redacteur van dit tijdschrift.

Mr. W.F. van der Wel
Willemijn van der Wel is juridisch medewerker bij AKD N.V.

Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen en redacteur van dit tijdschrift.
Toont 1 - 20 van 28 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.