Zoekresultaat: 9 artikelen

x
Jaar 2010 x
Jurisprudentie

Kwalitatieve aansprakelijkheid jegens medebezitter

HR 8 oktober 2010, LJN BM6095, RvdW 2010, 1164

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden kwalitatieve aansprakelijkheid, medebezit, hangmat, gebrekkige opstal
Auteurs Mevrouw mr. F. Leopold
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 8 oktober 2010 wees de Hoge Raad het baanbrekende Hangmat-arrest, waarin werd geoordeeld dat een vrouw die medebezitter was van een opstal haar echtgenoot die eveneens medebezitter was, kon aanspreken voor 50% van haar schade. In haar noot bij het arrest plaatst de auteur enige kanttekeningen bij het oordeel van de Hoge Raad. Zij gaat daarbij in op het relativiteitsvereiste, de aangenomen gedeeltelijke aansprakelijkheid van de medebezitter en de te verwachten impact van het arrest op ons aansprakelijkheidsrecht en de verzekeringsbranche. Het Hangmat-arrest levert vanuit dogmatisch oogpunt in elk geval het nodige voer voor discussie op.


Mevrouw mr. F. Leopold
Mevrouw mr. F. Leopold is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Artikel

Bewijsvermoedens bij bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2010
Trefwoorden aansprakelijkheid, bestuurder, faillissement, bewijsvermoeden, Voorontwerp Insolventiewet
Auteurs Mr. H.M. Rovers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de vraag welke rol bewijsvermoedens spelen in geval van bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement (art. 2:248 lid 2 BW) en of toepasselijkheid van deze bewijsvermoedens niet een te grote (bewijs)last meebrengt voor de bestuurders.


Mr. H.M. Rovers
Mr. H.M. Rovers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Rotterdam.
Artikel

Access_open Algemene bankvoorwaarden: modernisering, maar geen vernieuwing

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Algemene Bankvoorwaarden, informatieplicht, titel 7.7B BW, zekerheidsrechten, beëindiging kredietrelatie
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 november 2009 gelden de Algemene Bankvoorwaarden 2009, die de Algemene Bankvoorwaarden 1995 vervangen. De Algemene Bankvoorwaarden 2009 bevatten een modernisering ten opzichte van de voorwaarden uit 1995. Er is rekening gehouden met de bepalingen van titel 7.7B BW. Opmerkelijk is voorts de schrapping van de aansprakelijkheidsbeperking. De belangrijkste onderdelen uit de Algemene Bankvoorwaarden 1995 zijn niet gewijzigd, zodat de onder die voorwaarden gewezen rechtspraak haar gelding blijft behouden. De reikwijdte van de voorwaarden is evenwel beperkt, omdat de specifieke bankproducten hun eigen voorwaarden kennen die boven de algemene bankvoorwaarden prevaleren.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten te Alphen aan den Rijn.
Artikel

Boek 10 BW (IPR): Titel 11 Trustrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2010
Trefwoorden internationaal privaatrecht, trustrecht, Haags Trustverdrag
Auteurs Mr. R. Westrik
SamenvattingAuteursinformatie

    Titel 11 van het voorgestelde Boek 10 BW betreft het trustrecht. De titel bestaat uit drie artikelen die vrijwel identiek zijn aan de artikelen 1, 3 en 4 van de Wet conflictenrecht trusts. In de Toelichting bij het Voorstel worden enkele kanttekeningen geplaatst bij de drie trustartikelen. Die kanttekeningen worden per artikel kort besproken.


Mr. R. Westrik
Mr. R. Westrik is universitair hoofddocent privaatrecht Erasmus Universiteit Rotterdam (westrik@frg.eur.nl), tevens verbonden aan het wetenschappelijk bureau van een advocatenkantoor te Den Bosch (r.westrik@holla.nl).
Artikel

Het IPR-vennootschapsrecht en Boek 10 BW: een nadere toelichting

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2010
Trefwoorden internationaal privaatrecht, corporaties, vestigingsvrijheid, faillissement
Auteurs Mr. S.M. van den Braak
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreekt de auteur het internationaal privaatrecht met betrekking tot corporaties. Daarbij gaat zij achtereenvolgens in op het toepasselijk recht, de verplaatsing van de statutaire zetel, de aansprakelijkheid in faillissement en de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen.


Mr. S.M. van den Braak
Mr. S.M. van den Braak is hoofddocent bij de sectie Handelsrecht en Notariaat, Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Beslag- en executierecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2010
Trefwoorden beslag- en executierecht, blokkerende werking, Vormerkung, verklaringsprocedure, beslag als pressiemiddel
Auteurs Mr. D.M. de Knijff
SamenvattingAuteursinformatie

    De kroniek bevat een overzicht van recente rechtspraak (vanaf ultimo 2008) m.b.t het beslag- en executierecht. Met name komen daarin aan de orde de blokkerende werking van het beslag en van de ‘Vormerkung’ ex art. 7:3 BW, eigenbeslag en verrekening en enkele aspecten van de verklaringsprocedure. Ook wordt ingegaan op het rapport Conservatoir beslag in Nederland, zekerheid en pressiemiddel van M. Meijsen en A.W. Jongbloed, dat onlangs onder auspiciën van de Raad voor de Rechtspraak is verschenen.


Mr. D.M. de Knijff
Mr. D.M. de Knijff is advocaat bij Ekelmans & Meijer advocaten te Den Haag.
Jurisprudentie

Causaliteit

HR 18 december 2009, RvdW 2010, 33

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2010
Trefwoorden meervoudige causaliteit, alternatieve causaliteit, mengschade, hoofdelijke aansprakelijkheid, proportionele aansprakelijkheid
Auteurs Mevrouw mr. L.C. Roelofs
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak doet zich een geval voor van meervoudige causaliteit: gelaedeerde is tot tweemaal toe slachtoffer geworden van een aanrijding. Onzeker is door welk van beide ongevallen de na het tweede ongeval ontstane schade is veroorzaakt. Deze schade kan namelijk het gevolg zijn van ofwel het eerste ofwel het tweede ongeval, of zelfs van beide. In deze bijdrage wordt het standpunt verdedigd dat in dit geval van zuiver alternatieve causaliteit terecht geen proportionele aansprakelijkheid is aangenomen – zoals bepleit door A-G Spier in zijn conclusie voor dit arrest – maar een hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van art. 6:99 jo. 6:102 lid 1 BW.


Mevrouw mr. L.C. Roelofs
Mevrouw mr. L.C. Roelofs, docent en promovenda aan de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming & Recht.
Artikel

De Turnaround Kamer van de rechtbank?

Naar een alternatief systeem voor reorganisatie en conflictoplossing bij dreigende insolventie

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2010
Trefwoorden resolving financial distress, turnaround management, (court-annexed) bankruptcy mediation, insolvency
Auteurs Jan Adriaanse
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article it is argued that bankruptcy courts really can help in preventing distressed companies to become bankrupt. However, the use of judicial reorganization procedures (moratoria) should then be abolished. By nature judicial reorganization instruments invoke polarization of debtors and creditors in fact making the (financial) problems of distressed companies worse. A new system for reorganization and dispute settlement should be introduced, at least in the Netherlands, in which insolvency judges act as mediators in confidential negotiation sessions between companies and their creditors. These negotiations should take place at an early stage of the insolvency process, in to be established (neutral) ‘Turnaround Chambers’ of district courts, and should be accompanied by a holistic business turnaround process taking place at the company at stake. By introducing this alternative system the dramatic failure rate of current judicial reorganization procedures (between 73%-95% in the Netherlands) can and will be reduced dramatically.


Jan Adriaanse
Dr. mr. Jan Adriaanse is verbonden aan de Universiteit Leiden en is partner van Solvensys Restructuring Professionals, onderdeel van de WissemaGroup, te Den Haag.
Artikel

Schuldverrekening in het fiscale invorderingsrecht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2010
Trefwoorden verrekening van schulden en vorderingen, invordering, faillissement, fiscale eenheid
Auteurs Mr. M.J. Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt stilgestaan bij de verrekening van belastingteruggaven en belastingschulden op grond van artikel 24 IW. Aan bod komen onder andere de achtergrond van dit specifieke fiscaaljuridische verrekeningsregime, de verhouding tussen artikel 24 IW 1990 en het civieljuridische verrekeningsregime zoals opgenomen in artikel 6:127 e.v. BW en artikel 53 Fw. Het belang van het fiscale verrekeningsregime van artikel 24 IW 1990 komt vooral tot uitdrukking bij aanwezigheid van een fiscale eenheid in de zin van artikel 15 Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Daarom wordt specifieke aandacht besteed aan de toepassing van artikel 24 IW 1990 bij aanwezigheid van een dergelijke fiscale eenheid.


Mr. M.J. Boer
Mr. M.J. Boer is als postdoc verbonden aan de vakgroep belastingrecht van de Rijksuniversiteit Groningen.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.