Zoekresultaat: 16 artikelen

x
Jaar 2011 x

Artikel

Pompen of verzuipen?

Bestuurder in de gevarenzone: ken uw getallen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden insolventie, reorganisatie, bestuur, onbehoorlijke taakvervulling
Auteurs Mw. mr. A.P.G. Gielen en Mr. C. Bijl
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Pompen of verzuipen? Bestuurder in de gevarenzone: ken uw getallen’ is een bewerking van een paper van de auteurs geschreven ten behoeve van de Insolad-cursus ‘Financiële economie voor curatoren’. Onderzocht is of bedrijfseconomische indicatoren handvatten kunnen bieden voor het te voeren beleid van noodlijdende ondernemingen. De auteurs concluderen dat bestuurders zich onvoldoende bewust zijn van het nut van het besturen van de onderneming aan de hand van actuele managementinformatie, die hen in staat kan stellen feitelijke insolventie te voorkomen en tijdig te reorganiseren. Bepleit wordt een wettelijk systeem waarbij de bestuurder door periodieke registraties wordt gedwongen elementaire managementinformatie beschikbaar te hebben, bij gebreke waarvan bij faillissement een wettelijk vermoeden van onbehoorlijke taakvervulling ontstaat.


Mw. mr. A.P.G. Gielen
Mw. mr. A.P.G. Gielen is advocaat bij Vlaskamp Advocaten B.V. te Amersfoort.

Mr. C. Bijl
Mr. C. Bijl is advocaat bij Van Zeijl Bijl Aartsen Advocaten te Harderwijk.
Artikel

Corporate Governance, de financiële crisis en het subsidiariteitsbeginsel

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Corporate Governance, EU Groenboek, Green Paper Financial Institutions, Green Paper Corporate Governance, financiële instellingen
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de onderzoeken naar de oorzaken van de financiële crisis werd ook de rol van Corporate Governance onder de loep genomen. Dit is aanleiding geweest voor de publicatie door de Europese Commissie van twee Groenboeken over respectievelijk Corporate Governance bij financiële instellingen en beloningsbeleid en de Europese Corporate Governance-structuur. Hierbij worden impliciet veel voorstellen voor nieuwe Corporate Governance-regels gedaan. In deze bijdrage wordt een aantal van deze voorstellen getoetst aan het subsidiariteitsbeginsel en het proportionaliteitsbeginsel die in art. 5 leden 3 en 4 TEU zijn vastgelegd en in de literatuur zijn uitgewerkt. Hierbij wordt ook bekeken of regulering van Corporate Governance-onderwerpen op EU-niveau ingaat tegen nationale voorkeuren in de vennootschappelijke regelgeving en dit gerechtvaardigd wordt door de noodzaak tot ingrijpen door de EU. Geconcludeerd wordt dat bij ‘gewone’ vennootschappen terughoudendheid moet worden betracht bij het invoeren van inhoudelijke aanvullende Corporate Governance-regels. Bij financiële instellingen is regulering op EU-niveau gewenst omdat aannemelijk is dat een falende Corporate Governance bij deze instellingen heeft bijgedragen aan de financiële crisis en een bedreiging vormt voor het Europese financiële systeem.


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel recht bij de Universiteit Utrecht en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Kwijtschelding: de gevolgen voor de debiteur en de kwijtscheldingswinstvrijstelling

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2011
Trefwoorden zakelijk versus onzakelijk, prijsgeven, insolventie, fiscale eenheid
Auteurs Mr. M. Kangarani
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage brengt de auteur de fiscale gevolgen van de kwijtschelding van een vordering voor de debiteur in kaart. Daarnaast komen de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een belastingvrijstelling voor de kwijtscheldingswinst aan de orde.


Mr. M. Kangarani
Mr. M. Kangarani is werkzaam als fiscalist bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

De erkenning en tenuitvoerlegging van Europese beslissingen in het licht van de Europese beginselen van procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden wederzijds vertrouwen, erkenning, tenuitvoerlegging, art. 6 EVRM, art. 47 EU-Handvest, exequaturprocedure
Auteurs Mr. M. Freudenthal
SamenvattingAuteursinformatie

    Gebaseerd op het beginsel van ‘wederzijds vertrouwen’ dat EU-staten in elkaars rechtspraak geacht worden te hebben, wordt de grensoverschrijdende erkenning en tenuitvoerlegging van civiele beslissingen binnen de EU gaandeweg vereenvoudigd, dat deze beslissingen geen exequaturprocedure behoeven. Ter bescherming van de (niet verschenen) gedaagde dienen de procesrechtelijke beginselen van art. 6 EVRM en art. 47 EU-Handvest hierbij ijkpunt te zijn. Centraal staat het beginsel van ‘hoor en wederhoor’ dat in de EET-Vo gewaarborgd is o.m. door aan de betekening minimumvereisten te verbinden. In deze bijdrage wordt nagegaan of de balans tussen deze vereenvoudiging en de waarborgen die opgenomen zijn ter bescherming van de gedaagde evenwichtig is.


Mr. M. Freudenthal
Mr. M. Freudenthal is honorair hoofdonderzoeker aan het Molengraaff Instituut te Utrecht.

Dr. H.J. van Kooten
Dr. H.J. van Kooten is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

dr. G.C.C. Lewin
dr. G.C.C. Lewin is raadsheer in het gerechtshof te Amsterdam.
Artikel

Access_open Boek 10 BW – een grote stap in de codificatie van het internationaal privaatrecht

Achtergronden en enige kanttekeningen

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Boek 10 BW internationaal privaatrecht, codificatie, algemene bepalingen, redelijkheid en billijkheid ook voor het IPR?, tweedeling BW-RV geschikt voor IPR?, verhouding tot het buitenlandse IPR
Auteurs Prof. mr. A.V.M. Struycken
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 januari 2012 zal er een Boek 10 BW zijn dat de codificatie bevat van een groot deel van het Nederlandse IPR. Het gaat om een consolidatie van een reeks IPR-wetten die sedert 1980 tot stand zijn gekomen. Aandacht wordt besteed aan het proces van voorbereiding van Boek 10, aan de functie van de redelijkheid en billijkheid in het IPR, aan de geschiktheid van het BW als onderdak voor het IPR, aan de verhouding tot het buitenlandse IPR en aan enige algemene bepalingen.


Prof. mr. A.V.M. Struycken
Prof. mr. A.V.M. Struycken is emeritus hoogleraar burgerlijk recht, internationaal privaatrecht en rechtsvergelijking aan de Radboud Universiteit Nijmegen en oud-voorzitter van de Staatscommissie voor Internationaal Privaatrecht.
Artikel

Access_open Bezitloze zekerheidsrechten op roerende zaken naar Nederlands, Duits en Amerikaans recht

Is het mogelijk en wenselijk een Europees openbaar register voor bezitloze zekerheidsrechten op roerende zaken te creëren?

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2011
Trefwoorden pandrecht, fiduciaire eigendomsoverdracht, zekerheidsrechten, Europees vermogensrecht, goederenrecht, publiciteit
Auteurs Mr. M.A. Heilbron
SamenvattingAuteursinformatie

    Is het mogelijk en wenselijk een Europees openbaar register voor bezitloze zekerheidsrechten op roerende zaken te creëren? Dat is de vraag die in dit artikel aan de orde komt. Zij past binnen een bestaand debat over de toekomst van het zekerhedenrecht in het Europees privaatrecht. Om tot een antwoord op deze vraag te komen worden de rechtsstelsels van drie landen op het gebied van stille zekerheidsrechten vergeleken: dat van Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten. Deze landen kennen momenteel onderling zeer verschillende systemen voor zekerheidsrechten op roerende zaken. Er wordt nagegaan of er in de Europese Unie behoefte bestaat aan harmonisatie van (delen van) het zekerhedenrecht en zo ja, of deze zou kunnen plaatsvinden door middel van de invoering van een openbare registratie voor zekerheidsrechten. Openbare registratie heeft publieke kenbaarmaking van zekerheidsrechten tot gevolg. Er zal worden onderzocht of het goederenrechtelijke publiciteitsbeginsel voldoende rechtvaardiging biedt voor het in het leven roepen van een openbaar register voor zekerheidsrechten.
    Naar de mening van de auteur is een openbaar register voor bezitloze zekerheidsrechten de meest wenselijke keuze voor het zekerhedenrecht in de EU. Dat komt met name doordat registratie bestaande bezwaren omtrent stille zekerheidsrechten weg zal nemen en een dergelijk recht overal in de EU erkend zal worden. Dat brengt naar haar mening de meeste rechtszekerheid voor het zekerhedenrecht.


Mr. M.A. Heilbron
Mr. M.A. Heilbron is afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam in het privaatrecht.

Maud Piers
Maud Piers is redactielid van TMD.

Annie de Roo
Annie de Roo is hoofdredacteur van TMD.
Artikel

Arbitrage en het draagvlak bij insolventieprocedures

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Arbitrage, Insolventie, toepasselijk recht, praktische gevolgen
Auteurs Dirk De Meulemeester
SamenvattingAuteursinformatie

    An arbitrator and the parties can be confronted with an insolvent party. In such event the arbitrator will have to integrate the effects of the insolvency into the arbitration proceedings and consider several precautions in order to render a valid and enforceable award. The main principle when tackling most of these issues is the equality of creditors. Another issue can be the identification of the applicable (system of) law. The effect of the insolvency can vary considerably depending thereon. In domestic arbitration this will not be an issue. Also, when the parties all come from EU-member states, the identification of the applicable law and the effects of the insolvency are covered by the European Insolvency Regulation. But in other international disputes the relationship between bankruptcy law and arbitration can be complex and uncertain. To illustrate the difficulty of the issues the Syska Vivendi case serves as an excellent example. Finally we describe the impact on the way the arbitration is conducted by the tribunal and on the administration and supervision of the arbitration by the institution.


Dirk De Meulemeester
Dirk De Meulemeester is advocaat.
Artikel

The proof of the pudding…: het nieuwe EU-toezichtstelsel voor de financiële sector

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden toezicht, banken, verzekeringsmaatschappijen, effectenhandel, financiële sector
Auteurs Mr. J.C. van Haersolte
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2011 is in de Europese Unie het nieuwe toezichtstelsel voor de financiële sector in werking getreden. Het is een groot bouwwerk geworden met drie sectorale pilaren (EBA, EIOPA en ESMA). De ECB fungeert, in de gedaante van de ESRB, als entablement en de ondergrond wordt gevormd door de toezichthouders in de lidstaten. In dit artikel komen de belangrijkste verschillen met de reeds eerder in NTER besproken voorstellen van september 2009 aan de orde.– Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betr. macroprudentieel toezicht van de Europese Unie en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico’s, Pb. EU 2010, L 331/1;– Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie, Pb. EU 2010, L 331/12;– Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie, Pb. EU 2010, L 331/48;– Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie, Pb. EU 2010, L 331/84;– Verordening (EU) Nr. 1096/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2010 tot toewijzing aan de Europese Centrale Bank van specifieke taken betreffende de werking van het Europees Comité voor systeemrisico’s, Pb. EU 2010, L 331/162


Mr. J.C. van Haersolte
Mr. J.C. van Haersolte is jurist EU-recht, bureau Secretaris bij de Raad van State.
Jurisprudentie

IPR-procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2011
Trefwoorden EEX-Verordening, materiële toepassingsgebied, bepalen van de rechtsmacht, schadebrengende feit
Auteurs Mr. M. Zilinsky
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek zal aandacht worden besteed aan een aantal arresten van het Hof van Justitie over de uitleg van de EEX-Verordening (PbEG L 12/2001, p. 1; hierna: EEX-Vo). In het kader hiervan passeren drie onderwerpen de revue: het materiële toepassingsgebied van de verordening, de vraag naar het bepalen van de rechtsmacht bij geschillen uit overeenkomsten en de vraag naar het bepalen van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan.


Mr. M. Zilinsky
Mr. M. Zilinsky is universitair docent internationaal privaatrecht aan de VU Amsterdam.
Artikel

De wet tot implementatie van de FZO-wijzigingsrichtlijn (2009/44/EG): zekerheid over zekerheid?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden financiëlezekerheidsovereenkomst, 2002/47/EG, kredietvordering, 2009/44/EG
Auteurs Mr. P. Heemskerk
SamenvattingAuteursinformatie

    De wet tot implementatie van Richtlijn 2009/44/EG (waarbij Richtlijn 2002/47/EG is gewijzigd) maakt mogelijk dat naast geld en effecten ook zogeheten ‘kredietvorderingen’ kunnen worden verschaft als zekerheid onder een financiëlezekerheidsovereenkomst. In de bijdrage wordt de implementatiewet besproken. Niet zelden lijkt de implementatiewet, die raakt aan de fundamenten van het Nederlandse goederenrecht, niet helemaal doordacht.


Mr. P. Heemskerk
Mr. P. Heemskerk is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Nieuwe vereisten aan securitisatietransacties in de Regeling securitisaties Wft 2010

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 3 2011
Trefwoorden financiële ondernemingen, securitisaties, Wet op het financieel toezicht, Besluit prudentiële regels Wft
Auteurs Mr. R.J.W. Analbers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de nieuwe vereisten die door de Regeling securitisaties Wft 2010 worden gesteld aan financiële ondernemingen die betrokken zijn bij een securitisatietransactie.


Mr. R.J.W. Analbers
Mr. R.J.W. Analbers is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.
Artikel

Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung en Transaction avoidance in insolvencies

Proefschrift van mr. R.J. de Weijs

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden faillissementspauliana, rechtsvergelijking, dubbele opstelling aandeelhouders
Auteurs Mr. drs. F.P. van Koppen
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van het proefschrift van mr. R.J. de Weijs.


Mr. drs. F.P. van Koppen
Mr. drs. F.P. van Koppen is wetenschappelijk medewerker bij de sectie Insolvency/Litigation van NautaDutilh te Amsterdam.
Jurisprudentie

Insolventieprocesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden insolventieprocesrecht, Insolventiewet, Recofa-richtlijnen, Procesreglementen
Auteurs Mr. E.F. Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    De periode van deze kroniek over insolventieprocesrecht beslaat twee jaar (van september 2009 tot september 2011). De auteur behandelt het voorontwerp voor een Insolventiewet, de Recofa-richtlijnen en Procesreglementen. Vervolgens bespreek ze verschenen jurisprudentie van (met name) de Hoge Raad.


Mr. E.F. Groot
Mr. E.F. Groot is docent Burgerlijk procesrecht & Insolventierecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.