Zoekresultaat: 21 artikelen

x
Jaar 2014 x
Boekbespreking

Criminologie en strafrechtsbedeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Auteurs Dr. mr. Marc Schuilenburg en Prof. dr. René van Swaaningen
Auteursinformatie

Dr. mr. Marc Schuilenburg
Dr. mr. M.B. Schuilenburg is opgeleid als filosoof en jurist en is als universitair docent verbonden aan de sectie Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. René van Swaaningen
Prof. dr. R. van Swaaningen was promovendus van Cyrille Fijnaut en is als hoogleraar internationaal comparatieve criminologie verbonden aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Beursnoteringen van (biotech- en andere) NV’s op NASDAQ; enkele aandachtspunten

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2014
Trefwoorden biotech, governance, NASDAQ, notering, prospectus
Auteurs Mr. A.C. (Anne) Noordzij
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur een aantal keuzes en (aanvullende) verplichtingen van de Nederlandse biotech- en andere vennootschappen die een beursnotering in de Verenigde Staten beogen.


Mr. A.C. (Anne) Noordzij
Mr. A.C. Noordzij is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Ben Koolen
Dr. G.M.J.M. Koolen legt zich na zijn pensionering als ambtenaar van het ministerie van Justitie toe op de bestudering van de verhouding tussen overheden en levensovertuigingen in de negentiende en twintigste eeuw. Hij is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Praktijk

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM of Hof) heeft in het verslagjaar 2013-2014 een groot aantal voor het gezondheidsrecht interessante uitspraken gedaan. Het Hof heeft zich onder meer uitgelaten over de inzagebevoegdheid van een toezichthouder in patiëntendossiers, de (on)redelijkheid van een absolute verjaringstermijn bij letselschadezaken, de bevoegdheid van een lokale overheid om een zorgindicatie naar beneden bij te stellen en het onderscheid tussen het vrijwillig weigeren van zorg en het nalaten goede zorg te bieden. En op de valreep van het zittingsjaar nam het Hof nog een voorlopige maatregel, waardoor het besluit tot staking van de voedsel- en vochttoediening aan een patiënt zonder levensperspectieven niet ten uitvoer kon worden gebracht. Dit en andere hieronder te bespreken onderwerpen zijn ook in Nederland actueel.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De fiscale eenheid niet EU-proof?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden fiscale eenheid, vennootschapsbelasting, vrijheid van vestiging, Papillon
Auteurs Ian van Haaren LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij arrest van 12 juni 2014 heeft het Hof van Justitie in de gevoegde zaken C-39/13, C-40/13 en C-41/13 (zaak C-39/13, Inspecteur van de Belastingdienst/Noord/kantoor Groningen/SCA Group Holding BV; zaak C-40/13, X AG e.a./Inspecteur van de Belastingdienst Amsterdam, en zaak C-41/13, Inspecteur van de Belastingdienst Holland-Noord/kantoor Zaandam/MSA International Holdings BV en MSA Nederland BV, ECLI:EU:C:2014:1758) (hierna: het SCA Group Holding-arrest) de vrijheid van vestiging van de artikelen 43 en 48 EG-Verdrag uitgelegd in het kader van het Nederlandse fiscale eenheidsregime van artikel 15 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet VPB 1969). In deze bijdrage bespreek ik dit arrest. Het Hof van Justitie lijkt erop aan te sturen dat in beginsel alle binnenlandse vennootschappen van een concern die aan de overige eisen voldoen in de fiscale eenheid gevoegd moeten kunnen worden, ongeacht of deze via Europese tussenhoudsters gehouden worden. De wetgever is aan zet maar vooralsnog moet de rechter maatwerk bieden op basis van de regeling voor vaste inrichtingen.
    HvJ EU 12 juni 2014, gevoegde zaken C-39/13, C-40/13 en C-41/13 , Inspecteur van de Belastingdienst/Noord/kantoor Groningen/SCA Group Holding BV; X AG e.a./Inspecteur van de Belastingdienst Amsterdam; en Inspecteur van de Belastingdienst Holland-Noord/kantoor Zaandam/MSA International Holdings BV en MSA Nederland BV, ECLI:EU:C:2014:1758.


Ian van Haaren LLM
M.I. (Ian) van Haaren, LLM, is medewerker bij het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Duitsland en de zigeuners: van uitsluiting tot Endlösung der Zigeunerfrage, 1407-1945

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2014
Trefwoorden gypsies, Germany, Holocaust, racial theories, the Netherlands
Auteurs Dr. M.T. Croes
SamenvattingAuteursinformatie

    This article gives an overview of the persecution of the gypsies in Europe from their arrival in Central and Western Europe in 1407 till the Baro Porrajmos ('great devouring' in some Romani dialects) as the mass killing of gypsies during the Second World War is called. The focus in this article is on Germany.


Dr. M.T. Croes
Dr. Marnix Croes werkt als onderzoeker bij het WODC. Zijn proefschrift uit 2004 handelt over de overlevingskansen van joden in Nederland tijdens de Duitse bezetting van 1940-1945 en werd bekroond met de studieprijs van de Stichting Praemium Erasmianum.
Artikel

Köbler in de polder

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden lidstaataansprakelijkheid, onrechtmatige rechtspraak, Köbler, voldoende gekwalificeerde schending
Auteurs Mr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het komt niet vaak voor dat de Staat wordt aangesproken op grond van onrechtmatige rechtspraak. Alleen dat al vormt aanleiding stil te staan bij de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 15 april 2014, waar juist deze kwestie onderwerp van geschil was. Bovendien betrof de onjuiste rechtstoepassing EU-recht, met als gevolg dat de aansprakelijkheidsvraag mede werd beheerst door het Unierecht. Het vonnis is daarmee ook een goede illustratie van de inbedding van de lidstaataansprakelijkheid.


Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij ZIPPRO & MEIJER advocaten te Amsterdam, universitair docent bij het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht en redacteur van MvV.
Artikel

Codificatie of zelfregulering in de franchisesector?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden franchiseovereenkomst, codificatie, zelfregulering, precontractuele informatieplicht
Auteurs Mr. I.S.J. Houben, Mr. J. Sterk en Mr. J.A.J. Devilee
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag of de franchiseovereenkomst in Nederland alsnog een benoemde status dient te krijgen, wordt aanhoudend gediscussieerd in politiek, media en literatuur. Tot nu toe heeft de focus volgens de auteurs te eenzijdig gelegen op codificatie. In deze bijdrage bepleiten zij dat naast codificatie, mede naar aanleiding van kort rechtsvergelijkend onderzoek, ook zelfregulering een serieus te overwegen optie is.


Mr. I.S.J. Houben
Mr. I.S.J. Houben is universitair hoofddocent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.

Mr. J. Sterk
Mr. J. Sterk is advocaat-partner bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.

Mr. J.A.J. Devilee
Mr. J.A.J. Devilee is student-stagiaire bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.
Artikel

Codificatie of zelfregulering in de franchisesector?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden franchiseovereenkomst, codificatie, zelfregulering, precontractuele informatieplicht
Auteurs Mr. I.S.J. Houben, Mr. J. Sterk en Mr. J.A.J. Devilee
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag of de franchiseovereenkomst in Nederland alsnog een benoemde status dient te krijgen, wordt aanhoudend gediscussieerd in politiek, media en literatuur. Tot nu toe heeft de focus volgens de auteurs te eenzijdig gelegen op codificatie. In deze bijdrage bepleiten zij dat naast codificatie, mede naar aanleiding van kort rechtsvergelijkend onderzoek, ook zelfregulering een serieus te overwegen optie is.


Mr. I.S.J. Houben
Mr. I.S.J. Houben is universitair hoofddocent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.

Mr. J. Sterk
Mr. J. Sterk is advocaat-partner bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.

Mr. J.A.J. Devilee
Mr. J.A.J. Devilee is student-stagiaire bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.

Maurits Berger

Ben Koolen
Dr. G.M.J.M. Koolen legt zich na zijn pensionering als ambtenaar van het ministerie van Justitie toe op de bestudering van de verhouding tussen overheden en levensovertuigingen in de negentiende en twintigste eeuw. Hij is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Artikel

Access_open Constitutionele antwoorden op toenemend pluralistische samenlevingen

Religieuze diversiteit in Frankrijk, Italië en Canada

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2014
Trefwoorden religieuze diversiteit, religieuze symbolen, secularisme, boerkaverbod, ‘reasonable accommodation’
Auteurs Dr. Carla Zoethout
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, the question is raised which constitutional answer to immigration is most sustainable with a view to future multicultural societies. I focus on the constitutional answers to immigration in France, Italy and Canada. In France, in 2010, legislation was adopted prohibiting the wearing of face-covering clothing in public. With this ban, the French intended to enhance the equal participation of citizens in society and to protect the equality of the sexes. In Italy, a heated debate took place about the display of crucifixes in (public) schools, which resulted in a restoration of the predominance of the Catholic religion. Across the ocean, in the Canadian province of Québec, the National Assembly of Québec has been discussing a ‘Charter’, whose prevailing idea is to enhance the neutrality of the state, among others by prohibiting religious clothing in public institutions. The question is which of these approaches is best defensible to regulate a society, which will undoubtedly become even more diverse in the near future.


Dr. Carla Zoethout
Dr. C.M. Zoethout is universitair hoofddocent Staatsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Hoofdartikel

De binding van werkgevers aan collectieve arbeidsovereenkomsten

Enkele beschouwingen over juridische factoren die binding bevorderen of verzwakken

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2014
Trefwoorden cao, alternatieve binding, vakbonden, rechtsvergelijking, representativiteit
Auteurs Prof. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    De dekkingsgraad (vertaling van coverage) van cao's wordt gedefinieerd als de verhouding van het aantal werknemers dat gebonden is aan een cao tot het geheel van de werkende bevolking. In deze bijdrage beperk ik me tot een analyse van de juridische factoren die de binding van werkgevers bevorderen dan wel bemoeilijken. De volgende nationale rechtsordes worden in het onderzoek op systematische wijze betrokken: België, Nederland, Italië, Frankrijk en Duitsland. De problematiek van de binding aan (Europese) cao's wordt eveneens onderzocht binnen de rechtsorde van de Europese Unie.
    Het klassieke scenario van cao-binding (door een cao te sluiten dan wel door lidmaatschap van een ondertekenende werkgeversorganisaties) kan worden bevorderd door een verplichting voor werkgevers in te bouwen om tot onderhandelingen over te gaan. Omgekeerd kan de toegang tot de onderhandelingstafel worden belemmerd door aan werkgeversorganisaties representativiteitseisen op te leggen. Voor het klassieke bindingsscenario bestaan in een aantal nationale rechtsordes enkele ‘alternatieven’. Deze alternatieven leiden ertoe dat een werkgever die noch aan de onderhandelingen heeft deelgenomen, noch aangesloten is bij een onderhandelende organisatie alsnog verplicht wordt bepaalde cao-bepalingen toe te passen. De vraag of een gebondenheid (aan een sectorale of intersectorale cao) die niet op de wilsuiting van de werkgever berust per se strijdig is met de (negatieve) vakverenigingsvrijheid, komt aan bod. In de slotbeschouwingen wordt onderzocht welke 'alternatieven' dienstig kunnen zijn om de dekkingsgraad op te voeren.


Prof. F. Dorssemont
Prof. F. Dorssemont is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit catholique de Louvain (België)
Artikel

Bevoegdheid van het Hof van Justitie: de ene interne situatie is de andere niet

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden verhuur van motorvoertuigen met chauffeur, voorwaarden vergunning, zuiver interne situatie, bevoegdheid Hof van Justitie
Auteurs Mr. Klaas Sevinga
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze arresten acht het Hof van Justitie zich niet bevoegd om vragen van de verwijzende rechter over de uitlegging van artikel 49 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie te beantwoorden omdat het hoofdgeding een zuiver interne situatie betreft. De ene interne situatie is echter de andere niet: het Hof van Justitie blijkt zich niet in alle gevallen onbevoegd te verklaren om vragen te beantwoorden in interne situaties.
    HvJ EU 13 februari 2014, gevoegde zaken C-162/12 en C163/12, Airport Shuttle Expres scarl e.a. en Gianpaolo Vivani/Commune di Grottaferrata, n.n.g. en HvJ EU 13 februari 2014, gevoegde zaken C-419/12 en C-420/12, Crono Service scarl e.a. en Anitrav – Associazione Nazionale Imprese Trasporto Viaggiatori/Roma Capitale en Regione Lazio, n.n.g.


Mr. Klaas Sevinga
Mr. K. (Klaas) Sevinga is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

De kunst van het verbeelden

Over de relatie tussen beeldende kunst en criminologie

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2014
Trefwoorden visual criminology, fine arts, representation
Auteurs prof. dr. Willem de Haan en prof. dr. René van Swaaningen
SamenvattingAuteursinformatie

    Cultural criminology has shown an interest in the visual representation of perpetrators, victims and scenes of crime and punishment in the media. Relatively little attention has been paid to the visual representation of these subjects in the fine arts, however. This lacuna has been the inspiration for this special issue about the art of representation and the relationship between fine arts and criminology. Questions that are addressed include: What is the importance and meaning of representational art for the criminologist? It is conceivable that a criminological researcher would reformulate his or her research problem due to insights that have been articulated by artists? And, by the same token, is it possible that an artist would revise his or her representation because of scientific research? Or, are the doings of both independent of one another? Ultimately, this special issue is concerned with how representations of perpetrators, victims and scenes of crime and punishment come into being, which meaning these images have in different social and cultural contexts and what we, as criminologists, can contribute to them.


prof. dr. Willem de Haan
Prof. dr. Willem de Haan is emeritus hoogleraar criminologie en senior research fellow bij de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam.

prof. dr. René van Swaaningen
Prof. dr. René van Swaaningen is hoogleraar Internationaal Comparatieve Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Criminologie.

Prof. mr. A.L.M Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is hoogleraar privaatrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

Stefan Rummens
Stefan Rummens is Associate Professor of Moral Philosophy at the Institute of Philosophy of the KU Leuven (Belgium).
Praktijk

Het vijandig bod

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2014
Trefwoorden vijandig bod, openbaar bod, activistische aandeelhouder, biedingsregels, stakebuilding, melding zeggenschap, beschermingsconstructie, KPN, América Móvil
Auteurs Mr. W.W.C.I.G. Bijveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Vijandige biedingen komen met enige regelmaat voor in de Nederlandse openbarebiedingenpraktijk. Van een ‘vijandig bod’ wordt gesproken indien de besturen van een potentiële bieder en een doelvennootschap geen overeenstemming kunnen bereiken over het voorgenomen openbaar bod van de potentiële bieder. De huidige regelgeving omtrent openbare biedingen behandelt een ‘vijandig bod’ op enkele bepalingen na niet anders dan een volledig openbaar bod. Enkele belangrijke regels die een vijandige bieder tegen zal komen gedurende het biedingsproces zijn onder andere de regels omtrent het melden van zeggenschap, de bepaling over de aankondiging van een vijandig bod, de ‘put up or shut up’-regeling en art. 4 en 5 van de SER Fusiegedragsregels 2000. Naast deze regels zal in het artikel tevens worden ingegaan op de overnamestrijd tussen América Móvil en KPN.


Mr. W.W.C.I.G. Bijveld
Mr. W.W.C.I.G. Bijveld is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam.
Artikel

De attestatie de vita

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden attestatie de vita, bewijsrecht, pensioenrecht
Auteurs Prof. mr. W. Breemhaar
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage is gewijd aan de attestatie de vita, waarvan de grondslag is te vinden in de op 10 september 1998 te Parijs tot stand gekomen Overeenkomst betreffende de afgifte van een attestatie de vita alsmede artikel 1:19k BW. Met de invoering van de attestatie de vita is beoogd om het bewijs van het in leven zijn van een persoon in een ander land dan waar deze woont, te vergemakkelijken. Men denke in dit verband bijvoorbeeld aan elders opgebouwde pensioenrechten.


Prof. mr. W. Breemhaar
Prof. mr. W. Breemhaar is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en bijzonder hoogleraar Bijzondere onderwerpen Notarieel recht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De Srebrenica-arresten: een doorbraak met grote gevolgen?

Kan de Nederlandse Staat aansprakelijk worden gehouden voor de dood van drie moslimmannen die in juli 1995 werden verwijderd van de compound van Dutchbat in Srebrenica?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden onrechtmatige daad, toerekening, internationaal recht, Srebrenica-arresten
Auteurs Dr. drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars
SamenvattingAuteursinformatie

    In twee parallelle uitspraken beantwoordt de Hoge Raad de vraag of de Nederlandse Staat aansprakelijk is voor de dood van drie moslimmannen die werden verwijderd van de compound van Dutchbat na de val van de moslimenclave Srebrenica in juli 1995. De Hoge Raad bekrachtigt het oordeel van het gerechtshof dat de verweten gedragingen aan de Staat kunnen worden toegerekend.


Dr. drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars
Dr. drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars is universitair hoofddocent Privaatrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 21 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.