Zoekresultaat: 34 artikelen

x
Jaar 2015 x
Praktijk

Migranten en minderheden in het vizier van staat en politie

Een langetermijnperspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2015
Auteurs Prof. dr. Margo De Koster
Auteursinformatie

Prof. dr. Margo De Koster
Prof. dr. M. De Koster is universitair docent historische criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Vrije Universiteit Brussel.
Casus

Enkele gedachten over de arbeidsovereenkomst in het concern

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden arbeidsovereenkomst, concern, werknemer
Auteurs Prof. dr. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    De werknemer in het concern heeft veelal niet alleen te maken met degene met wie hij de arbeidsovereenkomst ondertekende, maar ziet zich tevens geconfronteerd met allerhande ‘derden’ die direct of indirect hun invloed uitoefenen op de arbeidsovereenkomst. Denk aan de situatie dat de werkgever niet meer in staat is het loon te betalen omdat de moedervennootschap al haar leningen heeft opgeëist. Een ander concernonderdeel kan zelfs in het geheel niet als derde worden ervaren, bijvoorbeeld in de veelvoorkomende situatie dat de werknemer binnen een concern feitelijk permanent werkt binnen een andere vennootschap dan die waarmee hij de arbeidsovereenkomst sloot. De centrale vraag van de auteur is of het recht voldoende rekening houdt met de arbeidsovereenkomst binnen het concern.


Prof. dr. R.M. Beltzer
Prof. dr. R.M. Beltzer is hoogleraar Arbeid & Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De eerste klap is een daalder waard; de torpedo in de (internationale) procespraktijk

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2015
Trefwoorden torpedo, EEX-Verordening, kartelschade, Engeland, litispendentie
Auteurs Mr. D.J. Beenders en Mr. W. Hofstee
SamenvattingAuteursinformatie

    Het procesrecht kan dienend zijn bij het maken van strategische keuzes. Een voorbeeld hiervan betreft het lanceren van een zogenoemde ‘torpedo’, op basis waarvan een procespartij (preventief) kan beïnvloeden voor welk forum een procedure gaat lopen. In dit artikel analyseren de auteurs dit fenomeen in de kartelschadepraktijk en concluderen zij dat rechters in Nederland, Duitsland en Engeland niet snel genegen lijken te zijn om torpedoacties een halt toe te roepen.


Mr. D.J. Beenders
Mr. D.J. Beenders is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. W. Hofstee
Mr. W. Hofstee is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Redactioneel

Keus

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2015
Auteurs Paul Lugard
Auteursinformatie

Paul Lugard
Mr. H.H.P. Lugard is advocaat bij Baker Botts.
Artikel

Het EVRM, Unierecht en de nationale rechter

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden dialoog, EHRM, HvJ EU, Protocol 16, Bosphorus-vermoeden
Auteurs Mr. J. Silvis
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de dialoog tussen nationale gerechten en het EHRM en op die tussen het EHRM en het Hof van Justitie. Voor de dialoog tussen de hoogste nationale gerechten en het EHRM is het optioneel Protocol 16 bij het EVRM van grote betekenis. De toetreding van de EU tot de mensenrechtenconventie staat onder druk, aangezien het Hof van Justitie in opinie 2/13 een reeks zwaarwegende problemen heeft gesignaleerd en negatief heeft geadviseerd op een concept-toetredingsakkoord.


Mr. J. Silvis
Mr. J. Silvis is rechter in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te Straatsburg.
Artikel

Access_open Pauselijke politiek

De vrijheid van Franciscus

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2015
Auteurs Prof. dr. Marcel Chappin en Prof. dr. Paul van Geest
Auteursinformatie

Prof. dr. Marcel Chappin
Prof. dr. M.J.J.G. Chappin SJ is emeritus hoogleraar Kerkgeschiedenis aan de Pontificia Università Gregoriana te Rome en emeritus viceprefect van het Archivio Segreto Vaticano. Hij is lid van het Pauselijk Comité voor Geschiedwetenschappen.

Prof. dr. Paul van Geest
Prof. dr. P.J.J. van Geest is hoogleraar Kerkgeschiedenis en Geschiedenis van de theologie aan de Tilburg University. Hij is opgenomen op de lijst van periti (deskundigen) van de Congregatie voor de Geloofsleer (Congregazione per la Dottrina della Fede).
Artikel

Access_open ‘Dissenting opinions’ in religiezaken voor het Europees Hof (I)

De Grote Kamer

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2015
Trefwoorden dissenting opinions, freedom of religion, margin of appreciation, ECHR
Auteurs Prof. dr. Sophie van Bijsterveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Religion cases of the European Court of Human Rights are much commented on. A systematic analysis of dissenting opinions in religion cases, however, does not exist. Such analysis can shed light on dividing lines within the ECtHR and deepen our understanding of the methods of reasoning of the ECtHR itself. This article contains analysis of dissenting opinions in the rulings of the Grand Chamber in religion cases. The analysis shows a pattern in the dividing lines. Contrary to the prior expectation, the margin of appreciation as such forms no such dividing line. The article discusses and evaluates the findings.


Prof. dr. Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. S.C. van Bijsterveld is hoogleraar Religie, recht en samenleving aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Artikel

Access_open Schuifelen op de rechterstoel

De taak van de rechter in het Belgisch privaatrechtelijk procesrecht: een kwestie van moeten of mogen

Tijdschrift Preadviezen Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht, Aflevering 1 2015
Auteurs Willy van Eeckhoutte
Auteursinformatie

Willy van Eeckhoutte
W. van Eeckhoutte is advocaat bij het Hof van Cassatie en buitengewoon hoogleraar arbeids- en socialezekerheidsrecht aan de Universiteit Gent.
Praktijk

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM of Hof) heeft in het verslagjaar 2014-2015 een groot aantal voor het gezondheidsrecht interessante uitspraken gedaan. Een selectie van ruim 50 verkort weergegeven zaken leert dat het Hof zich onder andere heeft uitgesproken over gebrekkige samenwerking in de zorg, de kwaliteit van de lijkschouw, de toegang tot informatie in een deskundigenrapport, de omgang met restembryo’s en het staken van een zinloze behandeling. Deze en andere hieronder te bespreken onderwerpen zijn ook voor Nederland relevant.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

National en European champions: moet een hierop gericht industriebeleid onder de Europese concentratiecontroleregels als illusoir worden beschouwd?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden National en European champions, industriebeleid, concentratiecontrole, gewettigde belangen
Auteurs Pim Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    De vergaande overheidsbemoeienis in het kader van de overnamestrijd rondom Alstom en AstraZeneca roept de vraag op of er in een Europese context juridisch gezien nog ruimte is voor een industriebeleid dat is gericht op het creëren, ondersteunen of beschermen van European en national champions. In dit artikel wordt deze vraag benaderd vanuit de Europese concentratiecontroleregels. Voor zover het gewenste beleid niet reeds op grond van de materiële toets in de CoVo kan worden verwezenlijkt, wordt ingegaan op de vraag welke mechanismen de CoVo bevat om te bepalen of, en zo ja, wanneer de mededinging in dat verband zou moeten wijken.


Pim Jansen
Mr. P. Jansen is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het instituut Consument, Concurrentie en Markt van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven, België. Deze bijdrage vertolkt louter de persoonlijke mening van de auteur. Het artikel werd gefinaliseerd op 3 september 2015. Met dank aan Wolf Sauter, Hannelore Buelens en Quirijn Bongaerts voor hun commentaren.
Artikel

HvJ 13 mei 2015, zaak C-536/13, Gazprom/Litouwen

Over de moeizame relatie tussen het Unierecht en arbitrage

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden Arbitrage, EEX-Verordening, EEX-herschikking, anti-suit injunction
Auteurs Mr. dr. B. van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie oordeelt dat de EEX-Verordening niet van toepassing is op de erkenning en tenuitvoerlegging van arbitrale anti-suit injunctions. Die vraag wordt beheerst door het nationale en het internationale recht dat van toepassing is in de lidstaat waar de erkenning en tenuitvoerlegging van de anti-suit injunction wordt gezocht.
    HvJ 13 mei 2015, zaak C-536/13, Gazprom/Litouwen, ECLI:EU:C:2015:316


Mr. dr. B. van Zelst
Mr. dr. B. (Bas) van Zelst is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam en verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming en Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Zaaien en oogsten bij enquêteprocedures

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden onderzoeksverslag, Ondernemingskamer, Fortis, aansprakelijkheidsprocedures, enquêterecht
Auteurs Mr. F.G.K. Overkleeft
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in deze bijdrage in op het onderzoeksverslag als sluitstuk van de eerste fase bij de Ondernemingskamer. Wie heeft recht op inzage? En wanneer is het toegestaan mededelingen uit het onderzoeksverslag aan derden te doen? De auteur komt tevens met aanbevelingen om een onredelijke informatieasymmetrie in opvolgende civiele aansprakelijkheidsprocedures te voorkomen.


Mr. F.G.K. Overkleeft
Mr. F.G.K. Overkleeft is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Gewone verblijfplaats in de Erfrechtverordening

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden internationaal erfrecht, gewone verblijfplaats, woonplaats, Erfrechtverordening
Auteurs Mr. dr. I. Curry-Sumner
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 augustus 2015 wordt de Erfrechtverordening van toepassing. De verordening bevat zowel regels op het gebied van de bevoegdheid van de notaris om een Europese verklaring van erfrecht op te stellen, als regels van toepasselijk recht. In beide gevallen wordt gebruikt gemaakt van de aanknopingsfactor van de gewone verblijfplaats van de erflater. De vraag rijst echter hoe deze dient te worden vastgesteld. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij het verschil tussen de begrippen woonplaats en gewone verblijfplaats, en wordt nader gekeken naar de factoren die een rol spelen bij de vaststelling van de gewone verblijfplaats van de erflater.


Mr. dr. I. Curry-Sumner
Mr. dr. I. Curry-Sumner is freelance docent/onderzoeker, eigenaar en oprichter van Voorts Juridische Diensten te Dordrecht en tevens rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Overijssel.
Jurisprudentie

Collectieve acties uit solidariteit, als correlarium van de vrijheid van collectief overleg (artikel 6 ESH) en van de vrijheid van vakvereniging (artikel 11 EVRM)

HR 31 oktober 2014, JAR 2014/298 (Enerco)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Staking, Enerco, Solidariteit, Euopees Sociaal Handvest, EVRM
Auteurs F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    HR 31 oktober 2014, JAR 2014/298 (Enerco)
    In 2014 dienden twee hoge rechtscolleges een uitspraak te doen over de rechtmatigheid van collectieve acties die in het teken stonden van solidariteit. Het meest recente arrest is van Hollandse bodem. Op 31 oktober 2014 sprak de Hoge Raad zich uit over de voorziening in cassatie die FNV Bondgenoten en de vakvereniging Het Zwarte Korps inleidden tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Nagenoeg acht maanden eerder diende het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich uit te spreken over de vraag of de Britse wettelijke bepalingen die solidariteitsstakingen (secondary actions) verboden een aantasting inhielden van de door artikel 11 EVRM gewaarborgde vrijheid van vakvereniging. In deze bijdrage wordt het arrest van de Hoge Raad geanalyseerd en geduid. Het Enerco-arrest wordt in drievoud gecontextualiseerd. De eerste contextualisering is van rechtsvergelijkende aard. In een tweede beweging wordt onderzocht hoe de door de Hoge Raad gegeven interpretatie van artikel 6 ESH zich verhoudt tot de ‘jurisprudentie’ (lees: de conclusies van het Europees Comité voor Sociale Rechten) en met enkele spraakmakende commentaren van het Europees Sociaal Handvest in verband met de rechtspositie van de uit solidariteit gevoerde collectieve actie. Tot slot wordt het Enerco-arrest geconfronteerd met het arrest RMT/VK


F. Dorssemont
F. Dorssemont is hoogleraar aan de UCLouvain (België).
Artikel

Hof van Justitie erkent meestbegunstigingsverplichting in het EU-recht: de zaak Sopora

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden meestbegunstiging, non-discriminatie, vrij verkeer van werknemers, 30 procent-regeling, fiscale belemmering
Auteurs Dr. M.G.H. Schaper en Mr. H. Niesten
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in zijn arrest Sopora geoordeeld dat een verschillende behandeling van twee buitenlanders discriminatoir kan zijn. Daarmee heeft het Hof van Justitie effectief een verdragsrechtelijke verplichting tot meestbegunstiging geschapen. De reikwijdte van deze verplichting is echter onzeker wanneer deze wordt bezien in het licht van ’s Hofs eerder gewezen jurisprudentie in directe belastingzaken.
    HvJ 24 februari 2015, zaak C-512/13, Sopora, ECLI:EU:C:2015:108


Dr. M.G.H. Schaper
Dr. M.G.H. (Marcel) Schaper is als Universitair docent verbonden aan het Maastricht Centre for Taxation van de Universiteit Maastricht. Deze bijdrage is geschreven in het kader van het onderzoeksprogramma van het Institute for Transnational and Euregional Cross Border Cooperation and Mobility (ITEM).

Mr. H. Niesten
Mr. H. (Hannelore) Niesten promoveeert aan de Universiteit Hasselt. Deze bijdrage is geschreven in het kader van het onderzoeksprogramma van het Institute for Transnational and Euregional Cross Border Cooperation and Mobility (ITEM).

    In deze bijdrage gaat de auteur naar aanleiding van HR 11 juli 2014, JOR 2014/254 (Seacastle/Peters q.q.) in op de vraag in hoeverre een buitenlands voorrecht ‘verwant’ moet zijn met een vergelijkbaar Nederlands voorrecht om het daarmee voor de toepassing van artikel 203 Fw gelijk te stellen.


Mr. E.M.F. de Vette
Mr. E.M.F. de Vette is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Jurisprudentie

Meelzaak – beperking aansprakelijkheid investeringsmaatschappijen door ACM?

ACM-besluiten inzake Bencis en CVC d.d. 30 november 2014

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Meel, Toerekening, Ne bis in idem, Investeringsmaatschappij, Boeteberekening
Auteurs Paul van den Berg en Jeannette ten Cate
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de ACM-besluiten inzake Bencis en CVC van 30 november 2014. Met deze besluiten heeft ACM, in navolging van de praktijk van de Europese Commissie, voor het eerst investeringsmaatschappijen beboet voor een inbreuk begaan door een dochtervennootschap. In eerste instantie is alleen de dochtervennootschap, Meneba, aansprakelijk gehouden voor een gestelde kartelinbreuk. In twee nieuwe besluiten zijn Bencis en CVC, beide investeerders, alsnog beboet als gevolg van de inbreuk begaan door hun dochtervennootschap Meneba. De besluiten roepen een aantal interessante vragen op, waaronder met betrekking tot (1) de – in lijn met Europese jurisprudentie – lage standaard die ACM toepast voor toerekening van de inbreuk aan moedervennootschappen, in lijn met recente Europese jurisprudentie; (2) het nemen van een nieuw besluit ten aanzien van de moedervennootschappen; en (3) de wijze van omzetberekening voor de boete.


Paul van den Berg
Mr. P.D. van den Berg is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.

Jeannette ten Cate
Mr. drs. J.J. ten Cate is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.

    In het arrest San Lorenzo oordeelt het Hof van Justitie dat sociale doelstellingen een rechtvaardiging kunnen zijn voor het buiten aanbesteding verstrekken van een opdracht tot het verrichten van medisch vervoer. Daarmee is San Lorenzo een belangrijk arrest, waarin het Hof van Justitie voor het eerst erkent dat de organisatie van sociale zekerheid kan leiden tot een gerechtvaardigde uitzondering op het beperkte aanbestedingsregime voor IIB-diensten en de verdragsvrijheden.
    HvJ (Vijfde kamer) 11 december 2014, zaak C-113/13, Azienda sanitaria locale nr. 5 ‘Spezzino’, Associazione nazionale pubblica assistenza (ANPAS) - Comitato regionale Liguria /San Lorenzo Soc. coop. sociale, Croce Verde Cogema cooperativa sociale Onlus, in tegenwoordigheid van Croce Rossa Italiana-Comitato regionale Liguria e.a., ECLI:EU:C:2014:2240, n.n.g.


Mr. Hélène Stergiou
Mr. H.M. (Hélène) Stergiou is senior Europees jurist op de afdeling Europees recht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

C’est arrivé près de chez vous! Het arrest Italmoda en het ontzeggen van rechten aan de particulier op grond van de EU-richtlijn

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden btw-fraude, omgekeerde verticale werking, Mangold-doctrine, fraudebestrijding, fiscale neutraliteit
Auteurs Dr. Thomas Vandamme
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Italmoda waarin een nieuw aspect van directe werking van richtlijnen naar voren komt. Nationale overheden zijn verplicht rechten te weigeren als niet aan de materiële vereisten voor de verkrijging daarvan is voldaan. Dat is met name het geval als de begunstigde van btw-faciliteiten betrokken bleek te zijn geweest bij fraude of misbruik van recht. Deze zaak is voor fiscalisten van groot belang, temeer omdat hij vragen oproept ten aanzien van de relatie tussen fraudebestrijding en fiscale neutraliteit. Het arrest heeft echter ook een institutioneel belang dat het btw-recht overstijgt. In hoeverre wordt het verbod van omgekeerde verticale werking van richtlijnen, en daaraan gekoppeld het verbod tot het direct opleggen van verplichtingen aan de particulier, ingeperkt?
    HR 22 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BW5440


Dr. Thomas Vandamme
Dr. T.A.J.A. (Thomas) Vandamme is docent/onderzoeker bij het Amsterdam Centre for European Law and Governance, Universiteit van Amsterdam.
Artikel

API, een noot over mededingingsbeperkingen en overheden

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden mededingingsbeperking, overheid, vervoer, Unietrouw, Wouters
Auteurs mr. drs. Stefan Vollering en mr. dr. Tjarda van der Vijver
SamenvattingAuteursinformatie

    Wanneer overtreedt een overheid artikel 101 VWEU door betrokken te zijn bij een mededingingsbeperkende overeenkomst tussen ondernemingen? Over die vraag wees het Hof van Justitie op 4 september 2014 in de zaak API een belangrijk arrest. In het arrest geeft het Hof van Justitie meer duidelijkheid over het toepasselijke beoordelingskader in het geval dat de overheid betrokken is bij mededingingsbeperkende gedragingen door ondernemingen.
    HvJ 4 september 2014, zaak C-184/13, API, ECLI:EU:C:2014:2147


mr. drs. Stefan Vollering
mr. drs. S.F.M. (Stefan) Vollering is bedrijfsjurist bij Philips.

mr. dr. Tjarda van der Vijver
mr. dr. T.D.O. (Tjarda) van der Vijver is advocaat bij Allen & Overy.
Toont 1 - 20 van 34 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.