Zoekresultaat: 32 artikelen

x
Jaar 2019 x
Institutioneel recht

Anomalie of de aankondiging van een omwenteling?

Het EU-stelsel van rechtsbescherming na Rimšēvičs

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden EMU, onafhankelijkheid, rechterlijke bevoegdheden, rechtsstaat, direct beroep
Auteurs Mr. dr. A. van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Rimšēvičs vernietigde het Hof van Justitie voor het eerst een besluit van een nationaal overheidsorgaan. Het ging om het ontslag van de president van de Letse centrale bank. De vernietiging doorbreekt de klassieke bevoegdheidsverdeling tussen het Hof van Justitie en nationale rechters, maar is gebaseerd op een bijzondere bepaling uit het EMU-recht. Betreft het om die reden een geïsoleerd geval, of kan de uitspraak bredere implicaties krijgen?
    HvJ 26 februari 2019, gevoegde zaken C-202/18 (Rimšēvičs/Letland) en C-238/18 (ECB/Letland), ECLI:EU:C:2019:139.


Mr. dr. A. van den Brink
Mr. dr. A. (Ton) van den Brink is Jean Monnet professor EU-wetgevingsleer en is als universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan het Utrecht Centre for Shared Regulation and Enforcement in Europe – RENFORCE van de Universiteit Utrecht.

Peter Rodrigues
Prof. dr. mr. P.R. Rodrigues is Hoogleraar Immigratierecht en voorzitter van het Instituut voor Immigratierecht. Hij is verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden en redactielid en voorzitter van dit tijdschrift.
Artikel

Digitale data en retentierecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2019
Trefwoorden opschortingsrechten, software, kwalificatie, zaken
Auteurs Mr. M.A. Heilbron
SamenvattingAuteursinformatie

    Een schuldeiser die weigert digitale data aan zijn schuldenaar af te geven totdat hij is betaald, heeft geen retentierecht. Het retentierecht is immers alleen mogelijk op zaken. Deze kwalificatievraag heeft gevolgen voor de rechtspositie van de opschortende schuldeiser en zijn schuldenaar (of diens curator), want de regeling van het retentierecht verschilt van het algemene opschortingsrecht.


Mr. M.A. Heilbron
Mr. M.A. Heilbron is Professional Support Lawyer bij Lydian in Brussel.

    In this article, the author discusses mediation law and practice in Australia, with a focus on commercial disputes. Statistical data collected in several Australian jurisdictions suggest that mandatory referral works out positively. The author concludes with some observations as to the potential usefulness of the Australian model for court-referred mediation in Europe.


Justus Hoefnagel
Justus Hoefnagel is advocaat bij Linklaters LLP in Amsterdam en werkte van eind 2017 tot eind 2019 in Australië bij Allens, een advocatenkantoor in Perth, West-Australië, in het kader van een tweejarig secondment. Hij werkte daar mee aan de behandeling van procedures ter zake commerciële geschillen bij Australische rechtbanken.
Strafrecht

Het Unierecht komt eraan in strafzaken: bewijsuitsluiting verplicht bij Handvest-schending?

Bespreking van het arrest Dzivev

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden strafrecht, werkingssfeer Unierecht, Handvest grondrechten, bewijsuitsluiting
Auteurs Mr. S.J. van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van de Europese Unie is lange tijd weinig populair geweest onder strafrechtadvocaten. Het was abstract, moeilijk te vinden, en betrof voornamelijk economische verhoudingen. In commune strafzaken vielen er nauwelijks verweren aan te ontlenen. Het Unierecht begint echter steeds relevanter te worden voor de algemene strafrechtspraktijk. In het arrest van 17 januari 2019 inzake Dzivev e.a./Bulgarije accepteerde het Hof van Justitie de uitsluiting van onrechtmatig verkregen tapgesprekken van de bewijsvoering. Betekent dit dat bewijsuitsluiting soms ook verplicht is, zoals sommigen beweren? Dat zou grote gevolgen kunnen hebben voor de Nederlandse strafrechtpraktijk. Een bespiegeling naar aanleiding van het arrest.
    HvJ 17 januari 2019, zaak C-310/16, Dzivev e.a./Bulgarije, ECLI:EU:C:2019:30


Mr. S.J. van der Woude
Mr. S.J. (Simon) van der Woude is advocaat bij Van der Woude de Graaf Advocaten te Amsterdam.

Prof. dr. Dina Siegel
Prof. dr. Dina Siegel is hoogleraar criminologie bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie en wetgeving

Lachiri/België: het Europees Hof voor de Rechten van de Mens blijft worstelen met de hoofddoek

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Islamitisch recht;, sharia in Europa;, hoofddoek;, vrijheid van religie, Mensenrechten
Auteurs Prof. dr. mr. Maurits S. Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    In the ruling on Lachiri/Belgium, commentators discern a new development in the ECHR’s jurisprudence on the relationship between the headscarf and freedom of religion. According to the author, that is not the case: in fact, he observes a continued bias of the Court towards the headscarf.


Prof. dr. mr. Maurits S. Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Tevens is hij senior research associate aan Instituut Clingendael, en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.

    In de Caribische gebiedsdelen geldt met betrekking tot kwesties van personen-, familie- en erfrechtelijke aard als geschreven regel van conflictenrecht dat het daarop toepasselijke recht het recht is van de ‘gewone verblijfplaats’ van betrokkene(n). Bij de praktische toepassing van deze algemeen geformuleerde regel rijzen de nodige vragen. In deze bijdrage worden de belangrijkste daarvan besproken, om vervolgens met enige handreikingen te komen inzake de omgang daarmee.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht.
Artikel

Voorontwerp wetsvoorstel overgang van onderneming in faillissement

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2019
Trefwoorden faillissement, doorstart, overgang van onderneming
Auteurs Mr. M.R. van Zanten
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt het voorontwerp wetsvoorstel overgang van onderneming in faillissement. Hiermee moet een einde worden gemaakt aan de onzekerheid die is ontstaan na het Smallsteps-arrest. De huidige wettelijke regeling voor werknemers na een doorstart na faillissement gaat volledig op de schop. De auteur bespreekt daarnaast praktische gevolgen van het voorontwerp en alternatieven.


Mr. M.R. van Zanten
Mr. M.R. van Zanten is advocaat en curator bij CMS. Hij verricht als buitenpromovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek naar de pre-pack.

Joachim Meese
Joachim Meese is hoofddocent aan de Universiteit Antwerpen en advocaat aan de balie van Gent.
Praktijkberichten

De Verordening inzake screening van overnames in de EU – de gevolgen voor de M&A-praktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Screening mechanisme, Buitenlandse directe investeringen, FDI, Europese CFIUS
Auteurs Mr. W.M. Kros
SamenvattingAuteursinformatie

    De Verordening tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de EU (Verordening 2019/452) is op 19 maart 2019 aangenomen door het Europees Parlement en zal met ingang van 11 oktober 2020 van toepassing zijn. De Verordening stelt een raamwerk vast waarbinnen de EU-lidstaten en de Europese Commissie samenwerken aan de screening van investeringen van buiten de EU. Alhoewel de EU-lidstaten zelf verantwoordelijk blijven voor het al
    dan niet screenen van foreign direct investments zal de Verordening waarschijnlijk zorgen voor een uitgebreider en langduriger screening proces omdat belangen van betrokken EU lidstaten in overweging genomen moeten worden.


Mr. W.M. Kros
Mr. W.M. (Wouter) Kros is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

Over een grens: Nederlandse vondelingen uit of naar het buitenland

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Vondeling, migratie, Nederland, rationelekeuzetheorie, gelegenheidstheorie
Auteurs Kerstin van Tiggelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the group of Dutch foundlings, 28% are migratory foundlings: children coming from abroad to the Netherlands (inbound foundlings), and children going abroad from the Netherlands (outbound foundlings). According to the rational choice theory, there is at some point a rational decision behind human action, based on consideration of costs and benefits – terminology reminiscent of the origins within economic science. When viewed from that perspective, cross-border abandonment may be regarded to be a conscious effort to hinder detection. After all, abandonment of foundlings has been a criminal offence in the Netherlands since at least the Middle Ages. There is therefore also a vested interest in not attracting attention. Anyone abandoning a child and wishing to protect their identity will be attracted to locations that lack effective supervision, defined as guardianship within the criminological routine activities theory. However, the less familiar a location, the trickier it is to avoid visibility. Does the rational consideration of costs and benefits result in migratory foundlings being abandoned just over the border (in order that the perpetrators attract the least possible attention) or actually further inland (in order to detract from the cross-border activity, for example)? Is there a comparable choice in terms of distance when people abandon native foundlings – children found in their country of birth? Relevant questions indeed, as greater insight into such variables can support the direction taken by detection activities. This study is an exploratory analysis of the distance between the domicile or birth location and the abandonment location of cross-border foundlings. The results will then be compared with the distances in the case of domestic foundlings.


Kerstin van Tiggelen
Kerstin van Tiggelen is gepromoveerd in de Humanistiek en voorzitter van stichting Nederlands Instituut voor de Documentatie van Anoniem Afstanddoen (NIDAA).
Artikel

De inzet van privaat gewapend maritiem beveiligingspersoneel of Privately Contracted Armed Security Personnel (PCASP) aan boord van Belgische en Nederlandse koopvaardijschepen

Een rechtsvergelijkende analyse van de wetgeving van Europese vlaggenstaten

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Maritime piracy, private maritime security company, PMSC, vessel protection detachment, privately contracted armed security personnel
Auteurs Ilja Van Hespen
SamenvattingAuteursinformatie

    Until recently, Dutch merchant ships could not rely on privately contracted maritime security staff to protect themselves against pirates. On the one hand, the argument prevailed that the State had to retain the monopoly on the use of force and, on the other hand, one also feared for the escalation of violence or international incidents. Nowadays, however, more and more European countries allow for the use of privately contracted armed security personnel on board merchant ships. As a result, the Dutch Parliament has adopted a bill containing rules for the use of armed private security guards on board Dutch maritime merchant ships (Law to Protect Merchant Shipping 2019 (published in the Dutch official Gazette on June 7th, 2019)).
    The author addresses the question whether because of the new law a level playing field will emerge with the Merchant Navies from the neighboring Flag States of Belgium, the United Kingdom, Spain and Denmark, presenting a comparative analysis of their domestic legislation.
    The Dutch law clearly regulates the use of force and the master has the final responsibility for everything that happens under his authority. In principle, the security guards may only apply violence as the master has determined that it is necessary. Innovative is that there is a reporting obligation whereby every incident should be reported with images and sound recordings. It seems, however, that the law is especially made to protect and secure and not necessarily to provide a solution for situations in which pirates come on board.
    It is clear that the intention of the legislator is to leave the monopoly on the use of force in the hands of the State. However, the adoption of this law to protect merchant shipping could constitute a first step in enabling the use of force by other actors than the State, which in itself is groundbreaking. Before being able to go on this road, there are still countless political (mainly related to the sovereignty of a State) and legal challenges (mainly concerning the use of force and respect for human rights) to be addressed.


Ilja Van Hespen
Ilja Van Hespen is luitenant-ter-zee eerste klasse bij de Belgische Marinecomponent, hoofd van de Sectie Governance van de Naval Policy Staff van het Operationeel Commando van de Marine, doctorandus in de Sociale en Militaire Wetenschappen aan de Koninklijke Militaire School, doctorandus in de Rechten aan de Vrije Universiteit Brussel en Universiteit Gent, master Handelsingenieur en doctoral researcher aan het Rolin-Jaequemyns International Law Institute Ghent.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak Europees recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden geneesmiddelen, hulpmiddelen, beroepskwalificaties, discriminatie, mededinging
Auteurs mr. N.A.D. Groot, mr. M.A.M. Verduijn en mr. drs. J.J. Rijken
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek bevat een overzicht van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) en het Gerecht van de Europese Unie (Gerecht EU) op het gebied van het gezondheidsrecht in de afgelopen twee jaar. De precieze kroniekperiode is 1 februari 2017 tot 1 april 2019.


mr. N.A.D. Groot
Nikee Groot is advocaat bij AKD te Brussel.

mr. M.A.M. Verduijn
Margriet Verduijn is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag.

mr. drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij AKD te Amsterdam en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Wo viel Licht ist, ist starker Schatten?

Het recht op een effectieve (civiele) remedie naar Unierecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden effectiviteitsbeginsel, effectieve rechtsbescherming, doorwerking, Unierecht, civiele remedie
Auteurs Mr. I.V. Aronstein
SamenvattingAuteursinformatie

    Het effectiviteitsbeginsel en het beginsel van effectieve rechtsbescherming vormen het fundament van de doorwerkingsvormen van Unierecht in privaatrechtelijke rechtsverhoudingen. Deze bijdrage geeft globaal inzicht in hoe private partijen Unierecht kunnen inroepen tegen een andere private partij, welke voorwaarden gesteld worden aan civiele remedies en hoe in die context de bovengenoemde beginselen andere beginselen beperken.


Mr. I.V. Aronstein
Mr. I.V. Aronstein is onderzoeker aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht, Radboud Universiteit en daarnaast verzorgt zij postacademisch onderwijs op het gebied van de invloed van het Unierecht op de civiele rechtspraktijk.
Artikel

Richtlijnen en privaatrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden implementatie, doorwerking, invloed, ambtshalve toetsing, remedies
Auteurs Mr. drs. D.F.H. Stein
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijnen zijn niet meer weg te denken uit het privaatrecht. In deze bijdrage gaat de auteur in op verschillende wijzen waarop richtlijnen invloed uitoefenen op het privaatrecht, anders dan door middel van implementatie. De auteur formuleert een antwoord op de vraag in hoeverre richtlijnen voor het Nederlandse én Europese (Unie)privaatrecht als ‘gamechanger’ moeten worden aangemerkt.


Mr. drs. D.F.H. Stein
Mr. drs. D.F.H. Stein is promovendus en docent Burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R). Hij is tevens redacteur van dit blad.

    Op 7 februari 2019 heeft de Duitse kartelwaakhond Bundeskartellamt (BKa) het langverwachte besluit bekendgemaakt waarin het vaststelt dat Facebook misbruik maakt van haar dominante marktpositie door op websites van derden gebruikersdata te verzamelen en te verwerken en in strijd handelt met dataprotectiewetgeving. Volgens het BKa geven gebruikers hier geen expliciete toestemming voor of wordt hun geen ‘opt-out’ geboden. Dat geldt ook voor de toestemming voor commercieel gebruik van persoonsgegevens, die door Facebook wordt afgedwongen van haar gebruikers. Het BKa legt Facebook daarom verplichtingen op om dit gedrag binnen twaalf maanden te beëindigen en haar gebruiksvoorwaarden aan te passen. De zaak is een novum, omdat het de eerste keer is dat een mededingingsautoriteit het misbruikverbod handhaaft op grond van overtreding van de dataprotectieregels. In deze bijdrage gaan de auteurs in op het Facebook-besluit, een aantal controversiële standpunten die het BKa inneemt en hoe de zaak past in het bredere debat over mededingingstoezicht in digitale markten.


Pauline Kuipers
Mr. drs. D.P. Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Janneke Kohlen
Mr. J.I. Kohlen is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Annelot Kuiper
Mr. A.C.A. Kuiper is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Irawan Sewandono
Irawan Sewandono is universitair docent staats- en bestuursrecht bij de Faculteit Cultuur- en Rechtswetenschappen van de Open Universiteit.
Casus

Meervoudig stemrecht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2019
Trefwoorden stemrecht, meervoudig stemrecht, beursvennootschappen
Auteurs Mr. J.S. Kalisvaart
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste jaren zijn er diverse beursvennootschappen bij gekomen die Nederland als vestigingsplaats hebben gekozen en een structuur met meervoudig stemrecht hebben geïntroduceerd. Vaak zijn deze vennootschappen van origine buitenlands. Bij een aantal van deze vennootschappen is de mogelijkheid geïntroduceerd extra stemrecht toe te kennen aan ‘loyale’ aandeelhouders. De andere in de praktijk gebruikte vorm is de high/low voting stock-structuur, waarbij door introductie van aandelen met een verschillende nominale waarde verschil in stemrecht verbonden aan die aandelen wordt gecreëerd. In dit artikel bespreekt de auteur de kenmerken van de genoemde structuren en gaat hij in op de juridische ‘haken en ogen’.


Mr. J.S. Kalisvaart
Mr. J.S. (Jelmer) Kalisvaart is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Rechtsmacht bij pauliana: Feniks-arrest leidt tot onvoorzienbaarheid

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden internationale bevoegdheid, pauliana, bevoegdheidsgrond ‘verbintenissen uit overeenkomst’, voorzienbaarheid
Auteurs Mr. drs. C.F. Michiels
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Feniks-arrest heeft het Europees Hof van Justitie geoordeeld dat in geval van een pauliana de bijzondere bevoegdheidsgrond van verbintenissen uit overeenkomst (art. 7 lid 1 sub a Brussel I-bis) van toepassing is. Dat oordeel lijkt niet in lijn te zijn met de doelstelling van voorzienbaarheid van deze verordening.


Mr. drs. C.F. Michiels
Mr. drs. C.F. Michiels is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 32 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.