Zoekresultaat: 7 artikelen

x
Jaar 2010 x
Artikel

Welk spoor volgt Nederland?

Een reactie op Hans Dominicus

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, implementation, conditions for
Auteurs Annemieke Wolthuis en Eric Wiersma
SamenvattingAuteursinformatie

    Comparing the developments in the Netherlands with those in Belgium the authors find important differences relating to the questions pertinent to implementation. Experiments have also been done in the Netherlands and their evaluations showed positive results, but there were different models which were not clearly – or not at all – related to the traditional criminal justice process. They all were lacking the formal collaboration with the courts, that was seen in Belgium. There has been no form of central direction and no important influence from the academic world and the various projects have officially been replaced in 2006 by a national policy of implementing ‘victim-offendertalks’. These talks have their merits and are appreciated by victims and offenders, but they do not amount to mediation in a restorative style, since restorative agreements are not allowed to result. Nevertheless, there are a number of indications that restorative justice practices could still become recognized and accepted. Staff of the police, the public prosecutors office and judges are interested and new experiments are beginning. The new development of local ‘veiligheidshuizen’ (‘front offices for safety’) offers a promising setting for interagency co-operation and conferencing with citizens in trouble and conflict. The conferencing-model has gained broad acceptance in the context of juvenile care and may continue to inspire justice personnel. In process now is the foundation of a new restorative justice network, called ‘Restorative Justice Netherlands’.


Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is als onderzoekster verbonden aan het Hilde Verweij –Jonker Instituut te Utrecht.

Eric Wiersma
Eric Wiersma is werkzaam als beleidsconsulent bij Halt Nederland.

    On 21 May 2008 the European Directive on certain aspects of mediation in civil and commercial matters was adopted. The directive will have to be implemented in Dutch legislation before 21 May 2011. The objective of the Directive is to facilitate access to alternative dispute resolution and to promote the amicable settlement of disputes, by encouraging the use of mediation and by ensuring a balanced relationship between mediation and judicial proceedings (Article 1(1)). As a result of the arrival of the European Mediation Directive mediation the Netherlands will get a legal basis and thereby recognition. This article inter alia discusses the Mediation Directive from the NMI's perspective and discusses the articles from the Directive relevant to NMI step by step.


Esther Gathier
Mr. Esther Gathier is beleidsmedewerker bij het NMI.
Artikel

Access_open Een mijlpaal op weg naar maatschappelijke uitsluiting

Over het SGP-arrest van de Hoge Raad van 9 april 2010

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden discriminatie, godsdienstvrijheid, sociale uitsluiting
Auteurs Matthijs de Blois
SamenvattingAuteursinformatie

    The exclusion of women from being elected for an orthodox Christian political party (SGP) is declared discriminatory by the Supreme Court. It overlooked however the importance of the freedom of religion in a pluralistic society. Furthermore, not any woman concerned was prepared to start proceedings. The party was moreover not inspired by an idea of inferiority, but by religious views on the roles of men and women. The Court ignored the importance of a representation of non-dominant social currents.


Matthijs de Blois
Dr. M. de Blois is als universitair hoofddocent verbonden aan de afdeling Rechtstheorie van het Department Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Utrecht.
Article

Access_open 'Dispensatie onder de loep'

Tijdschrift ARBAC, oktober 2010
Auteurs Dr. M.F.P. Rojer en mr. C.M.T. van der Veldt
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds januari 2007 past de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gewijzigd dispensatiebeleid toe. Aanleiding daarvoor was de constatering dat in de voorafgaande jaren in een aantal gevallen op oneigenlijke wijze gebruik was gemaakt van de mogelijkheid tot dispensatie van algemeen verbindend verklaarde cao-bepalingen. Tegenwoordig zijn aan het verkrijgen van dispensatie verschillende condities verbonden. Behalve het hebben van een rechtsgeldige cao, dienen betrokken partijen onafhankelijk van elkaar te zijn én de dispensatieverzoekende partijen dienen met hun eigen cao zwaarwegende argumenten te hebben waarom het besluit tot algemeenverbindendverklaring op hen niet van toepassing zou moeten zijn. Vooral met de voorwaarde van een beargumenteerde motivatie van het dispensatieverzoek is een draai gemaakt in het dispensatiebeleid van 180 graden: van welhaast automatische dispensatie naar dispensatie onder strikte voorwaarden.


Dr. M.F.P. Rojer
dr. M.F.P. Rojer is werkzaam bij Werkgeversvereniging AWVN en participeert daar in het Expertisecentrum cao en AVV.

mr. C.M.T. van der Veldt
mr. C.M.T. van der Veldt is promovenda aan de Universiteit van Tilburg, Vakgroep Sociaal Recht en Sociale Politiek.
Praktijk

Alles ineen: het combineren van uitvoeringsregels

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2010
Trefwoorden wetgevingstechniek, delegatie, Aanwijzingen voor de regelgeving, delegatiegrondslag, algemene maatregel van bestuur
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel de Aanwijzingen voor de regelgeving over deze materie zwijgen, is er sprake van een tendens om gedelegeerde regelgeving ter uitvoering van een wet te combineren in één uitvoerings-AMvB en één ministeriële uitvoeringsregeling. Dit kan worden aangetoond aan de hand van diverse voorbeelden. Argumenten voor bundeling van de uitvoeringswetgeving zijn veelal het bevorderen van overzichtelijkheid en samenhang en het terugdringen van het aantal regelingen.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Artikel

‘Een sterke tweede pijler. Naar een toekomstbestendig stelsel van aanvullende pensioenen.’

Een beschouwing van de bevindingen van de commissie-Goudswaard

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Commissie-Goudswaard, aanvullend pensioen, pensioenopbouw, rapport-Goudswaard, tweedepijlerpensioenen, pensioenfondsen, commissie-Frijns
Auteurs Mr. J.G.E. van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2008 werd de kwetsbaarheid van het stelsel van aanvullende pensioenen duidelijk toen veel pensioenfondsen in een situatie van onderdekking terechtkwamen en herstelplannen moesten indienen bij DNB. Vragen rond het beleggingsbeleid en het risicobeheer tegen de achtergrond van de dalende dekkingsgraden van pensioenfondsen waren voor minister Donner aanleiding tot het instellen van een tweetal commissies, te weten de commissie-Frijns (onderzoek naar beleggingsbeleid en risicobeheer van pensioenfondsen) en de commissie-Goudswaard (onderzoek naar toekomst- en schokbestendigheid van aanvullende pensioenen en mogelijk oplossingen het stelsel te verbeteren). In dit artikel wordt ingegaan op de bevindingen van de commissie-Goudswaard die uit haar rapport ‘Een sterke tweede pijler: naar een toekomstbestendig stelsel van aanvullende pensioenen’ naar voren komen. Hierbij wordt o.a. ingegaan op de karakteristieken van het aanvullend pensioenen (tweede pijler), de zwakke plekken van het pensioenstelsel en de mogelijke oplossingen hiervoor die door de commissie-Goudswaard worden aangedragen. Tevens wordt aandacht besteed aan de kabinetsreactie op het rapport en worden de diverse besproken oplossingen tegen elkaar afgewogen.


Mr. J.G.E. van Leeuwen
Mr. J.G.E. van Leeuwen is verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Over (het belang van) feitenonderzoek bij de voorbereiding en evaluatie van wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2010
Trefwoorden feitenonderzoek, wetgeving, voorbereiding wetgeving, evaluatie wetgeving
Auteurs Prof. dr. F.L. Leeuw, Drs. F. F. Willemsen en Mr. W.M. de Jongste
SamenvattingAuteursinformatie

    Welke feitenverzamelingen spelen bij het voorbereiden en het evalueren van beleid en wetgeving? Deze vraag wordt vanuit de beschrijving van een vijftal cases beantwoord. De voorbeelden laten zien hoe belangrijk feiten zijn bij het besluiten over beleidsinterventies en bestuurlijke maatregelen, respectievelijk bij het evalueren van beleid en wetgeving. In lijn met recente beschouwende studies over de functie van empirisch onderzoek voor juristen kan een drietal vormen van empirisch, op de vinding van feiten (en verklaringen) gericht onderzoek worden onderscheiden: het beschrijvend onderzoek, het verklarend (‘evaluatief’) onderzoek en het empirisch onderzoek, dat is gericht op het ontwerpen van (nieuwe) juridische constructies. Ten slotte worden enkele aanbevelingen voor het universitair onderwijs en de Academie voor Wetgeving gedaan.


Prof. dr. F.L. Leeuw
Prof. dr. F.L. Leeuw is hoogleraar Recht, openbaar bestuur en sociaalwetenschappelijk onderzoek aan de Universiteit Maastricht en Directeur van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie.

Drs. F. F. Willemsen
Drs. F. Willemsen is senior projectbegeleider bij het WODC.

Mr. W.M. de Jongste
Mevrouw mr. W.M. de Jongste is teamleider groot onderzoek bij het bureau Nationale ombudsman.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.