Zoekresultaat: 33 artikelen

x
Jaar 2014 x

Sanne Taekema
Sanne Taekema is Professor of Jurisprudence, Erasmus School of Law, Erasmus University of Rotterdam. Her current research is oriented to the rule of law in a global context and to methodological and conceptual issues pertaining to interdisciplinary rule of law.

Bart van Klink
Bart van Klink is Professor of Legal Methodology at the VU University Amsterdam.
Artikel

Restorative Transformative Learning en Partnergeweld

Van ‘herstellen’ naar ‘herstellend transformeren’

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden intimate partner violence, restorative justice, transformative learning, meaning perspectives, restorative transformative learning
Auteurs Dana Weistra en Anthony Pemberton
SamenvattingAuteursinformatie

    Many articles have dealt with the question why restorative justice in cases of intimate partner violence (IPV) may or may not be appropriate. Seeing however as a punitive approach towards IPV is rapidly losing popularity as an effective way of dealing with this complex type of violence, as well as the outcomes of a recent study by the European Agency for Fundamental Rights (2014) – where 25% of the Dutch women that were surveyed indicated they had experienced violence by an intimate partner – restorative justice may be a promising alternative after all.
    Instead of adding to the debate, the current article focuses on how restorative justice can be constructed to be appropriate for IPV cases, and is explorative in nature. In order to do so, the theory behind transformative learning is combined with restorative justice practices, shifting the focus from ‘restoration’ to ‘restorative transformation’. Such a restorative transformative learning approach focuses on transforming violent meaning perspectives that dictate the use or toleration of violence. Instead of trying to restore the individual back to the state they were in before the violence took place – as ‘restoration’ traditionally implies – the goal of restorative transformative learning is to restore the individual back to a state before a violent meaning perspective was acquired. The transformation of violent meaning perspectives is therefore the prerequisite for restoration.
    The method that is introduced in this article offers a practical framework and guidelines to achieve such a transformation. It answers to the complexity of IPV cases by focusing on the entire family system, while leaving room for individual restoration. In doing so, restorative transformative learning may possibly open the way to the acceptance of restorative justice in the field of IPV.


Dana Weistra
Dana Weistra studeerde in 2014 af aan de Universiteit van Tilburg op het onderwerp restorative justice and intimate partner violence en heeft stage gelopen bij het International Victimology Institute Tilburg op het project Mediation naast strafrecht. Momenteel is zij werkzaam als junior onderzoeker en beleidsmedewerker bij Slachtofferhulp Nederland.

Anthony Pemberton
Antony Pemberton is hoogleraar Victimologie bij Intervict in Tilburg. Hij is tevens redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Met gemeen overleg der Staten-Generaal

Wetgeving als politiek instrument

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2014
Trefwoorden wetgevende rol, Tweede Kamer, minder delegeren, voorhangbepalingen, Eerste Kamer, politiek primaat
Auteurs Mr. C.G. van der Staaij en Mr. drs. W.M.J. de Wildt
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ideaal van de parlementaire medebetrokkenheid bij wetgeving hangt samen met een oud calvinistisch principe: om tirannie te voorkomen moet de macht gedeeld worden tussen meer personen of instituties. Om die gezamenlijke verantwoordelijkheid te handhaven moet de regering ervoor waken te veel macht naar zich toe te halen via vergaande delegatiebepalingen. Ook is het belangrijk dat zorgvuldiger recht wordt gedaan aan adviezen van de Afdeling advisering van de Raad van State. En alertheid op vergaande Europese regelgeving is geboden. Terwijl de Eerste Kamer politieker is geworden, zou de Tweede Kamer duidelijke keuzes moeten maken over het niveau van regelgeving. Het is een teken van wetgevingsarmoede als er veelvuldig voorhangbepalingen worden geregeld. Wat meer juristen met hart voor wetgevingskwaliteit op de lijsten van politieke partijen zou per saldo wel eens meer effect kunnen hebben dan de zoveelste publicitair ingegeven mondelinge vraag of motie. In ‘gemeen overleg’ over wetgeving is politieke profilering zeker mogelijk.


Mr. C.G. van der Staaij
Mr. C.G. van der Staaij is lid van de Tweede Kamer voor de SGP.

Mr. drs. W.M.J. de Wildt
Mr. drs. W.M.J. de Wildt is medewerker van de SGP-fractie.
Artikel

Burgemeester en mediation

Meningen over de toekomst van mediation als instrument voor behoorlijk bestuur

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2014
Trefwoorden public administration, mediation, mayor, organizational development
Auteurs Ad Kil en Tanja de Jonge
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years in The Netherlands around 120 mayors were trained as mediator. Focus of this multi method research was to collect the view of those mayors on – the future of - mediation as a tool in local public administration. More specific in conflicts with citizens, industry and other shareholders. Response rates on online survey was below standards but yield some descriptive aspects of this mayor group. Focus groups were informative. Mediation in local public administration is an accepted and successful phenomenon fact and will be further incorporated. Those mayors were pioneers and innovators but want to pass this method to organizational levels. One plead for incorporating principles and practice of mediation in all administrative processes and protocols.


Ad Kil
Ad Kil is emeritus hoogleraar Research Didactiek aan de Nyenrode Business Universiteit.

Tanja de Jonge
Tanja de Jonge is registeraccountant en auditor, research fellow aan de Nyenrode Business Universiteit en fractievoorzitter in de gemeenteraad van Barendrecht.
Artikel

Automatische gedragsanalyse voor effectiever cameratoezicht in de openbare ruimte

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Behavior analysis, Threat detection, Action recognition, Tracking, Re-identification
Auteurs Dr. Henri Bouma, Drs. Jeroen van Rest, Dr. ir Gertjan Burghouts e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    To improve security in crowded environments, such as airports, shopping malls and railway stations, the number of surveillance cameras (CCTV) is rapidly increasing. However, the number of human operators remains limited and only a selection of the video streams can be observed. This makes it hard for an operator to be proactive. This paper gives an overview of novel developments that may lead to more efficient camera surveillance and a more proactive role for camera operators. It focuses on three main steps in this process of video content analysis: pedestrian tracking, action recognition and behavior analysis. Tracking and re-identification (i.e. recognizing a person in another camera) was initially only evaluated on off-line benchmark datasets, though recently it has gained in maturity with live demonstrations in realistic crowded environments and measured improved operator efficiency. For action recognition and automatic behavior recognition, we observe that the simple patterns, such as loitering detection, are emerging in many applications. Human action recognition obtains very high performance values in controlled environments and it is progressing towards more realistic environments. More advanced approaches, such as pickpocket recognition in a shopping mall and the detection of threats to trucks on a parking lot have been developed and the first systems have been presented in live demonstrations. Our main contribution is that we structure the recent advances and the emerging applications of video analysis for security applications, explain and interpret the results, and identify opportunities for the near future.


Dr. Henri Bouma
Dr. Henri Bouma is research scientist bij TNO.

Drs. Jeroen van Rest
Drs. Jeroen van Rest is consultant bij TNO.

Dr. ir Gertjan Burghouts
Dr. ir. Gertjan Burghouts is research scientist bij TNO.

Dr. Klamer Schutte
Dr. Klamer Schutte is research scientist bij TNO.

Ir. Jan Baan
Ir. Jan Baan is research scientist bij TNO.
Artikel

Wetgevingsbeleid springlevend!

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2014
Trefwoorden wetgevingskwaliteitsbeleid, nota Vertrouwen in wetgeving, kwaliteit van wetgeving, wetgever, wetgevingsbeleid
Auteurs Drs. S.A.P.J. van Melis
SamenvattingAuteursinformatie

    De nota ‘Vertrouwen in wetgeving’ heeft gezorgd voor een koerswijziging in het wetgevingskwaliteitsbeleid. In de afgelopen tien jaren heeft dit veel concrete resultaten opgeleverd om de kwaliteit van wetgeving te verbeteren. Dit is in tegenspraak met de eerste stelling bij het proefschrift van M. Bokhorst, Bronnen van legitimiteit. Over de zoektocht van de wetgever naar zeggenschap en gezag, die stelt dat het wetgevingsbeleid anno 2014 op sterven na dood lijkt. Een terecht gebruik van het woord ‘lijkt’, want het wetgevingsbeleid is springlevend. Dit artikel beschrijft de koerswijziging in het wetgevingskwaliteitsbeleid en de bereikte resultaten. Met het oog op de toekomst worden enkele perspectieven voor het wetgevingsbeleid geschetst.


Drs. S.A.P.J. van Melis
Drs. S.A.P.J. van Melis is coördinerend raadadviseur bij de sector Wetgevingskwaliteitsbeleid, directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Casus

Governance en bescherming van banken

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden banken, publiek belang, publiek aandeelhouderschap, privatisering, Interventiewet, overheidsinvloed, vijandige overnames, beschermingsconstructies, certificering
Auteurs Prof. mr. D.F.M.M. Zaman, Mr. G.M. Portier en Mr. dr. J. Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de vraag welke publiek- en privaatrechtelijke mogelijkheden er bestaan om op permanente wijze een bank (of andere financiële instelling) te beschermen tegen beleid dat niet gericht is op het publieke belang. Daarbij worden mogelijke publiek- en privaatrechtelijke instrumenten vergeleken en geplaatst in een nationaal- en Europeesrechtelijk kader. Aangezien publiekrechtelijke instrumenten uit hoofde van de Interventiewet slechts onder bepaalde voorwaarden inzetbaar zijn (dreigende insolventie van de onderneming of instabiliteit van het financieel stelsel) en traditionele beschermingsconstructies slechts kunnen worden ingezet ter voorkoming van vijandige overnames, zien de auteurs mogelijkheden voor het gebruik van aanvullende privaatrechtelijke instrumenten ter stimulering van beleid van banken gericht op het publieke belang.


Prof. mr. D.F.M.M. Zaman
Prof. mr. D.F.M.M. Zaman is notaris te Rotterdam, (bijzonder) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Utrecht en (gewoon) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. G.M. Portier
Mr. G.M. Portier is notaris te Amsterdam.

Mr. dr. J. Nijland
Mr. dr. J. Nijland is universitair docent aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Het voorbereiden, toetsen en beoordelen van de Omgevingswet: een uitdaging voor regering, Afdeling advisering van de Raad van State en Tweede Kamer

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 03/04 2014
Trefwoorden Omgevingswet, Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Raad van State, Tweede Kamer, Interview
Auteurs Mr. T. Smolders
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt inzicht gegeven in de totstandkoming van de Omgevingswet. Naar aanleiding van gesprekken met enkele direct betrokkenen bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Raad van State en Tweede Kamer wordt inzicht gegeven in de wijze waarop deze partijen omgaan met de uitdaging die de Omgevingswet vormt.


Mr. T. Smolders
Mr. T. (Tom) Smolders, LLMgov is jurist bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en redactiesecretaris van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.
Artikel

Beroepsziekten in Europa

Nederland koploper?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2014
Trefwoorden beroepsziekte, Europa, Europese Commissie, Nederland, schadevergoeding
Auteurs dr. B. Sorgdrager
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoe de aanpak van beroepsziekten in Europa is geregeld, is onderwerp van een studie geweest in opdracht van de Europese Commissie. In deze bijdrage worden de conclusies van het rapport samengevat gepresenteerd, in het bijzonder de wijze waarop de diagnose beroepsziekte in Nederland wordt vastgesteld en voor het slachtoffer gewenste ontwikkelingen ten aanzien van de schadevergoeding.


dr. B. Sorgdrager
Dr. B. Sorgdrager is bedrijfsarts bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten.

    For the occasion of the 40 th anniversary of the Netherlands’ Society of Criminology the author has analysed the Society’s archive and related the development of this professional organisation to the development of Dutch criminology in the period between 1974 and 2014. He distinguishes five turning points in this respect: between 1965 and 1974 we witnessed the emancipation of criminology as an autonomous discipline; the period 1978-1985 is characterised by a downfall of criminology at the universities; between 1992 and 1995 a period of restoration started, that is characterised by a focus on criminology’s policy-relevance; from 1999 to 2010 we can witness a recovery, in which academic criminology raised like a phoenix from its ashes; and from that time on we see the discipline broadening up again, in which the dominance of positivist research agendas is countered by a cultural criminology and a more critical attitude towards the production-oriented research policy in general. The bottom line is that the Society followed these trends imperceptibly: it was active when criminology did well and was ‘in rest’ when it did not. The article concludes with the question whether the Society has an active role to play in the public debate about the role of science and crime and punishment.


René van Swaaningen
René van Swaaningen is hoogleraar internationaal comparatieve criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Criminologie.
Artikel

Een benadering op maat

Resultaten van een Q-studie naar behoeften in de omgang met groepsleiders bij jongens in een justitiële jeugdinrichting

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Juvenile correctional facility, incarcerated boys, interaction preferences, Q methodology, group workers
Auteurs Drs. Marie-José Geenen
SamenvattingAuteursinformatie

    The quality of the relationship between boys and group workers in a correctional youth facility determines a part of the success of their incarceration. In a Q-study is examined what incarcerated boys consider as important in (the interaction with) group workers. There are four preferences discerned: anxious & willingly; rebellious & defensive; autonomous & indifferent; dependent & approachable. The needs in dealing with group workers of these four differ. Understanding and awareness of these preferences can provide tools for the treatment of boys in a correctional facility. It can enlarge the opportunity for a good relationship and the boys’ readiness to change.


Drs. Marie-José Geenen
Drs. M.-J. Geenen is docent bij de Academie Sociale Studies, onderzoeker bij het lectoraat Jeugd & Veiligheid van Avans Hogeschool en promovendus aan de Open Universiteit.
Artikel

Een terughoudende praktijk

Over de praktische vraagtekens bij het bestrijden van onveiligheidsgevoelens

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2014
Trefwoorden reducing fear of crime, reflective practitioners
Auteurs Remco Spithoven
SamenvattingAuteursinformatie

    Despite the international scientific inconclusiveness about the nature of the fear of crime, the strategic layer of the Dutch government aims to reduce the fear of crime in general by 2017. But their policy-goals were not accompanied with a plan how to realize them. Meanwhile, local practitioners claim to be in search of practical tools and substantive support how to fight back the public’s fear of crime. This study was aimed to feed the discussion with a constructive and realistic input from both the practitioners and the scientific view. The research question was: ‘What do local practitioners do against the public’s fear of crime and how can these activities be improved?’ 36 local practitioners from Dutch local municipalities, the police force and the public prosecutor were interviewed. Schön’s idea of the ‘reflective practitioner’ (1983) was the underlying argument to make practical knowledge about reducing the fear of crime explicit. The respondents from both institutional layers of local ‘policy advise’ and ‘policy implementation’ were quite reluctant about fighting back the public’s fear of crime. They aim to reduce the fear of crime in a doubtful and indirect way. Because many sources of the public’s fear of crime were unknown to them or were not in the reach of their professional activities. In this way, the interviewed local practitioners approach strongly aligned with the advice of international scientists to be reluctant and realistic about fighting back the public’s fear of crime. We advised an approach of ‘local fear of and worry about crime’ in dialog between international science and the interviewed local Dutch practitioners. The results of it will probably not contribute to quantitative policy goals at the national level, but rather to custom fit, qualitative improvements on the local level. This will probably be the most effective way to fight back the few tractable elements that make up the fear of crime.


Remco Spithoven
Remco Spithoven is promovendus bij de leerstoel Burgerschap en Veiligheid aan de Vrije Universiteit Amsterdam in samenwerking met het lectoraat Participatie en Maatschappelijke Ontwikkeling aan de Hogeschool Utrecht en docent Integrale Veiligheidskunde bij het Instituut voor Veiligheid aan de Hogeschool Utrecht.

    In 2005 and 2006 three state-funded Islam- and imam training programs started at Amsterdam Free University, Leiden University and Hogeschool Inholland, after more than two decades of political and public debate. These confessional programs were to educate a Dutch ‘polder imam’. Recently however, the closure of two programs was announced.
    This article places the establishment as well as the closure of these programs in a historical perspective. It explores two striking parallels between the motivations in favor of an imam training and the ways the Dutch state has dealt with the institutionalization of religious plurality in the nineteenth and twentieth centuries.


Dr. Welmoet Boender
Dr. W. Boender is universitair docent Islamstudies en religiewetenschap aan de Universiteit Utrecht, faculteit Geesteswetenschappen, departement Filosofie en Religiewetenschap.

Ben Koolen
Dr. G.M.J.M. Koolen legt zich na zijn pensionering als ambtenaar van het ministerie van Justitie toe op de bestudering van de verhouding tussen overheden en levensovertuigingen in de negentiende en twintigste eeuw. Hij is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Artikel

Eerste hulp bij emancipatie: waarom we nudging nodig hebben

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2014
Trefwoorden paternalism, Foucault, emancipatory norms, interactive metal fatigue, nudging
Auteurs Dr. G. van Oenen
SamenvattingAuteursinformatie

    Both the traditional liberal view of freedom as absence of paternalist state interference and the nonliberal Foucaultian analysis of modern governmentality as fully consisting of behavioural management cannot provide an adequate explanation or justification of the popularity of nudging. Alternatively, the theory of interactive metal fatigue shows why nudging is neither paternalist nor managerial; it is better understood as a much-needed and very contemporary way of assisting the modern individual who is no longer able to carry the full burden of his own emancipation. Nudging is thus found unobjectionable, and even beneficial, as long as it enables individuals to act in accordance with the emancipatory norms they themselves adhere to, but not always manage to act on, due to interactive metal fatigue.


Dr. G. van Oenen
Dr. Gijs van Oenen is als universitair hoofddocent sociale en politieke filosofie verbonden aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit Rotterdam; daarnaast is hij fellow van het Erasmus University College.
Artikel

Ex-antestudies op de kaart

Onderzoek naar beleidsvoornemens (2005-2011): aard, aantallen en wat ex-postevaluaties erover zeggen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden ex-ante-evaluatie, beleidsvoorbereiding, metastudie, ex-postevaluatie, feedback-onderzoek
Auteurs Dr. C.M. Klein Haarhuis en Dr. M. Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoeverre is de toegenomen aandacht voor ex-ante-evaluatie, zowel in beleidskringen als in publicaties, terug te zien in de evaluatiepraktijk? Op basis van de uitkomsten van een recente door het WODC verrichte metastudie gaan we in deze bijdrage in op aard en omvang van 306 in de periode 2005-2011 voor de rijksoverheid verrichte ex-anteanalyses. Daarbij besteden we ook aandacht aan hun voorspellingskracht. We onderscheiden acht typen ex-anteanalyses. Combinaties van studietypen, kosten-batenanalyses en verkennende ( quickscan) studies komen het meest voor. Van de bestudeerde analyses was 15% gevolgd door een latere evaluatie (ex durante of ex post). Redenen waarom latere evaluaties ontbreken, zijn dat het ex ante onderzochte beleid inmiddels van de baan is, of nog in de ontwerpfase verkeert. In sommige gevallen was het waarschijnlijk nog te vroeg voor evaluatie. Lang niet alle latere evaluaties sluiten aan op het ex-anteonderzoek. Wanneer dat wel het geval is, worden voorspellingen soms wel, soms deels en soms niet bevestigd. Aan het belang van zowel ex-ante- als ex-postonderzoek doen deze observaties niet af; bevindingen uit ex-postevaluaties over wat in het verleden of elders gewerkt heeft, zijn een onmisbare bron van kennis voor toekomstig ex-anteonderzoek en daarmee voor beleid en wetgeving.


Dr. C.M. Klein Haarhuis
Dr. C.M. Klein Haarhuis is onderzoeker bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. M. Smit
Dr. M. Smit is afdelingshoofd bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

De nieuwe aanbestedingsrichtlijnen: werk aan de winkel of kan de wetgever op zijn lauweren rusten?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden nieuwe aanbestedingsrichtlijnen, concessierichtlijn, inbesteding, B-diensten, Wezenlijke wijziging
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers, Mr. R.S. Damsma en Mr. C.G. van Blaaderen
SamenvattingAuteursinformatie

    Minder dan een jaar na de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet 2012 wordt de nationale wetgever – niet geheel onverwacht – geconfronteerd met drie nieuwe aanbestedingsrichtlijnen. Op 21 december 2011 had de Europese Commissie al een eerste aanzet gedaan door een drietal voorstellen te publiceren. Het wetgevingstraject is na de gebruikelijke rondjes langs de diverse Europese (advies) instellingen op 26 februari 2014 uitgemond in de ondertekening van een drietal definitieve teksten. Deze teksten zijn op 28 maart 2014 in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend gemaakt. Nationale wetgevers hebben tot en met 18 april 2016 de tijd om de richtlijnen in de Aanbestedingswet te implementeren. Vanzelfsprekend zullen de ‘huidige’ aanbestedingsrichtlijnen met de komst van de nieuwe richtlijnen worden ingetrokken. In dit artikel zullen wij alleen de ‘highlights’ bespreken van de nieuwe Richtlijn Overheden (hierna: de nieuwe Richtlijn) en de Concessierichtlijn.Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten, Pb. EU 2014, L 91/1;Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG, Pb. EU 2014, L 94/65;Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG, Pb. EU 2014, L 94/243.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. R.S. Damsma
Mr. R.S. (Redmar) Damsma is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. C.G. van Blaaderen
Mr. C.G. (Cor) van Blaaderen is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Marco van der Land
Marco van der Land is universitair docent bij de afdeling Bestuurswetenschappen en Politicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en onderzoeker bij de leerstoel Veiligheid en Burgerschap aldaar. Hij is tevens hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Veiligheid.
Redactioneel

Voorwoord

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2014
Auteurs Bert Berghuis en Marit Scheepmaker
Auteursinformatie

Bert Berghuis
Gastredacteur Bert Berghuis is als raadadviseur verbonden aan de Directie Rechtshandhaving en Criminaliteitsbestrijding van het ministerie van Veiligheid & Justitie. Hij is tevens redactieraadlid van Justitiële verkenningen.

Marit Scheepmaker
Marit Scheepmaker is hoofdredacteur van Justitiële verkenningen.
Artikel

Interview met Kamerlid Ard van der Steur: de wetsvoorstellen bevordering mediation

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2014
Trefwoorden wetsvoorstellen, registermediator, kwaliteitseisen, rechtsbijstand
Auteurs Rob Jagtenberg en Herman Verbist
SamenvattingAuteursinformatie

    Mr Ard van der Steur MP for the Dutch Liberals (VVD), has introduced three interconnected private member bills to anchor mediation more firmly into the Dutch legal system. This initiative grew out from dissatisfaction over the truly minimal implementation of EU Directive 2008/52 in the Netherlands. For one thing, the bill envisages stricter quality standards and registration requirements. Professional privilege, for instance, will only accrue to those who meet all requirements as Registermediators. Another interesting aspect of the bills concerns the duty for parties to indicate to court in the writ of summons whether mediation has been attempted, and if not, why not. If a legal question arises while a mediation is pending before a Registermediator, the latter may refer that question on behalf of the parties to a cantonal judge electronically, whereas proviso is made for the judge handing down judgment at short notice, in order not to interrupt the flow of mediation more than necessary. These are just some of the innovative aspects of the bills that are being discussed during this interview at the premises of the Dutch parliament.


Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg is docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en redacteur van dit tijdschrift.

Herman Verbist
Herman Verbist is advocaat bij de balies te Gent en te Brussel, werkzaam bij Everest Advocaten, erkend bemiddelaar en redacteur van dit tijdschrift.
Toont 1 - 20 van 33 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.