Zoekresultaat: 60 artikelen

x
Jaar 2013 x

    Sinds de invoering van het Burgerlijk Wetboek in 1838 heeft men herhaaldelijk getracht de gronden voor echtscheiding te verruimen. Hoewel deze gronden uiteindelijk pas verruimd werden in 1971, werd de tot die tijd bestaande situatie, waarbij echtscheiding slechts op vier gronden mogelijk was en echtscheiding met wederzijds goedvinden verboden was, als onwenselijk beschouwd. Dit gevoelen werd nog sterker na het arrest van de Hoge Raad uit 1883, de zogenaamde 'Groote Leugen'. Teneinde een einde te maken aan deze 'Groote Leugen' en in een poging het Nederlandse echtscheidingsrecht meer in lijn te brengen met het Duitse recht, heeft de Nederlandse secretaris-generaal voor Justitie, J.J. Schrieke, tussen 1942 en 1944 twee wijzigingsvoorstellen voorgelegd aan de Duitse autoriteiten welke destijds Nederland bezet hielden. Dit artikel analyseert beide wijzigingsvoorstellen en probeert een antwoord te geven op de vraag in hoeverre deze voorstellen het resultaat waren van een mogelijke invloed van het Nationaal Socialisme.
    ---
    Since the introduction of the Civil Code in 1838 one has repeatedly tried to extend the grounds for divorce. Although the grounds for divorce were not extended before 1971, the then existing situation, with only four grounds for divorce and a prohibition of divorce with mutual consent, was considered undesirable This sentiment became even stronger after the judgment of the Dutch Supreme Court of 1883, which became known as the 'Big Lie'. In order to stop this 'Big Lie' and in an attempt to bring Dutch divorce law more in line with German divorce law, the Dutch secretary-general of Justice, J.J. Schrieke, has presented the German authorities, which then occupied the Netherlands, with two draft revisions between 1942 and 1944. This article analyses both drafts and tries to answer the question to what extent these drafts were the result of a possible influence of National Socialism. This article is a summary of a part of the most important conclusions of the dissertation of the author, titled: 'National Socialist Family Law. The influence of National Socialism on marriage and divorce law in Germany and the Netherlands' defended at Maastricht University on 8 November 2012. A commercial edition of the dissertation is forthcoming.


Dr. Mariken Lenaerts LL.M., Ph.D.
Mariken Lenaerts obtained her doctorate at Maastricht University.

    Preventive interventions against terrorist attacks can be justified on legal and moral grounds. The Dutch broad-based approach against terrorism also addresses radicalizations processes. It is, however, hard to justify why a government in a liberal democracy should be allowed to intervene in processes of radicalization where danger to society is not obvious. A reason to justify intervention is when a (former) radical asks for help. Theories based on the ideas of Kant and Rawls also allow for intervention if an individual’s autonomy is diminished because he is member of a sect or under the spell of a charismatic leader. Other interventions with regard to (prevention of) radicalization cannot be justified by deontological theories such as Kant’s and Rawls’. Virtue ethics or teleology would, however, allow interventions but only if they are geared towards helping the individual in their quest to the good life. This justification allows for interventions that are, for example, focused on supporting individuals to critically reflect, reason and discuss about the good life and a just society. Based on the teleological justification constraints can be derived for preventive interventions with regard to radicalization or even deradicalisation. Notice that individuals cannot be forced to join these programs because there is no legal basis.


Anke van Gorp
Dr. ir. Anke van Gorp is onderzoeker en hogeschooldocent Ethiek en Veiligheid aan de Hogeschool Utrecht, Integrale Veiligheidskunde, Faculteit FMR. E-mail: anke.vangorp@hu.nl

Arnold Roosendaal
Mr. Arnold Roosendaal is onderzoeker bij TNO, afdeling Strategy and Policy for the Information Society.
Artikel

Vertrouwen en wantrouwen in de Belgische justitie en de rol van de krantenberichtgeving

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Trust in justice system, Belgium, reporting of newspapers
Auteurs Stien Mercelis
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution it has been set out that trust in the Belgian justice system cannot be taken for granted. The article contains empirical research on the reporting of newspapers on the Belgian justice system and tries to uncover a possible causal relationship between reading certain newspapers and trust in the justice system. Although it turns out that quality newspapers report on the justice system in a more negative way, readers of popular papers have less trust in the justice system. A direct link between negative reporting and reduced trust was therefore not found. Socio-economic variables and the priming effect on punitive attitudes in popular newspapers are cited as possible explanations.


Stien Mercelis
Stien Mercelis is master in de Rechten en bachelor in de Criminologie. Momenteel is zij assistente Rechtssociologie aan de Universiteit Antwerpen. Zij schrijft een proefschrift over de interne en externe factoren van het vertrouwen in de Belgische justitie als openbare dienst.
Artikel

Transparantie leidt niet vanzelfsprekend tot vertrouwen in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Transparency, information, factors influencing confidence in the judiciary
Auteurs Petra Jonkers
SamenvattingAuteursinformatie

    Transparency of institutions like the judiciary is often assumed to increase confidence. However, a recent survey concerning opinions about the judiciary showed that in many cases one trusts the judiciary without having any special interest in the judiciary itself. It revealed that confidence in the judiciary depends on various factors like anomy, social trust, general institutional trust, personal experience and feelings about a fair chance in a hypothetical case for court. And transparency will not easily change these factors. Furthermore, providing information can both strengthen and weaken confidence due to the personal backgrounds of those receiving the information. Finally, this paper discusses whether strategic and positive information that is needed to increase confidence allows for drawing one’s own conclusions as transparency promises.


Petra Jonkers
Petra Jonkers is politicoloog en stafmedewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Zij promoveerde in 2003 in Nijmegen op een rechtssociologisch onderzoek naar de kwaliteit van wetgeving. Recente publicaties: ‘Inzicht in gedrag voorwaarde voor goede wetgeving’, Regelmaat 2013-28(1), p. 6-21; ‘Zet transparantie liever in voor bekritiseerbaarheid dan voor vertrouwen’, in: D. Broeders, C. Prins, H. Griffioen, P. Jonkers, M. Bokhorst & M. Sax (red.), Speelruimte voor transparantere rechtspraak, Amsterdam: Amsterdam University Press 2013, p. 449-479.
Artikel

Stefano Melloni: grenzen aan de nationale grondwettelijke grondrechtenbescherming bij uitvoering van een EAB

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden Europees strafrecht, voorrang recht van de Unie, Hof van Justitie, Melloni, Europees Aanhoudingsbevel
Auteurs Mr. M.I. Veldt-Foglia
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft zich in de zaak Melloni uitgesproken over de door de Spaanse constitutionele rechter opgeworpen vraag of de nationale rechter in het kader van een overleveringsprocedure aan de verzoekende staat – alvorens toestemming te verlenen de betrokken persoon over te leveren –, aanvullende eisen in de sfeer van de grondrechtenbescherming mag stellen die niet in het Kaderbesluit inzake het Europees aanhoudingsbevel staan vermeld. Deze bijdrage bespreekt de antwoorden van het Hof van Justitie op de door het Spaanse Constitutionele Hof gestelde prejudiciële vragen onder meer in het licht van de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie over de voorrang van het recht van de Unie en duidt de betekenis van deze uitspraak met name in het licht van het bepaalde in artikel 53 van het Handvest.
    HvJ EU 26 februari 2013, zaak C-399/11, S. Melloni/Ministerio Fiscal, n.n.g.
    Kaderbesluit van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (2002/584/JBZ) (verder: Kaderbesluit 2002/584) zoals gewijzigd bij Kaderbesluit 2009/299/JBZ.
    Kaderbesluit 2009/299/JBZ van de Raad van 26 februari 2009 tot wijziging van Kaderbesluit 2002/584, Kaderbesluit 2005/214/JBZ, Kaderbesluit 2006/783, Kaderbesluit 2008/909/JBZ en Kaderbesluit 2008/947/JBZ en tot versterking van de procedurele rechten van personen, tot bevordering van de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen gegeven ten aanzien van personen die niet verschenen zijn tijdens het proces, Pb. EU 2009, L 81/24.


Mr. M.I. Veldt-Foglia
Mr. M.I. (Mappie) Veldt-Foglia is raadsheer in de sector Strafrecht van het Gerechtshof Den Haag.
Artikel

Pot, crack en Obama’s ‘third way’

Liberalisering van drugsbeleid in de Verenigde Staten?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2013
Auteurs I. Haen Marshall
SamenvattingAuteursinformatie

    This essay describes the most important recent events in the field of American drugs legislation covering the liberalization of cannabis policies in several states as well as the reduction of penalties for the possession of crack at the federal level. These developments are situated in a broader context of a complicated and big country with plenty of room for extreme moral views and a very punitive justice policy that targets Blacks and Latino’s much more than the white middle class. The disproportionate impact of the punitive drugs legislation is an important driving force behind the trend towards liberalization, next to the high costs of maintaining an overcrowded prison system.


I. Haen Marshall
Ineke Haen Marshall, PhD is Professor bij het Department of Sociology & Anthropology and School of Criminology and Criminal Justice van de Northeastern University in Boston.
Artikel

Een ommekeer in de Amerikaanse strafrechtpleging?

De inzet van alternatieve rechtspraakprogramma’s ter bestrijding van overbevolkte gevangenissen in Texas

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2013
Auteurs M. Bachmann, P. Kinkade en B. Smith-Bachmann
SamenvattingAuteursinformatie

    This article introduces and evaluates three different specialty court programs that are being enacted in a large Texas county to locally fight the growing tide of unsustainably high incarceration rates that is sweeping the United States. The study provides a brief description of the general dilemma of the American criminal justice system that, as a result of the widespread fear of crime and a mainstream news arena that favors grossly simplistic sound-byte-compatible get-tough policies, has become so immensely punitive and overburdening on public budgets that it is de facto no longer sustainable and in desperate need of immediate change. Faced with a situation of political stalemate on state and federal levels, county judges in Texas and other states are taking it upon themselves to bring about change in their local jurisdictions. Through newly designed specialty courts models, they seek to divert special-needs offenders away from the default incarceration track. The article evaluates the overall effectiveness of these new sentencing alternatives and identifies specific areas that need further improvement.


M. Bachmann
Michael Bachmann, PhD is als assistant professor verbonden aan het Department of Criminal Justice van de Texas Christian University.

P. Kinkade
Patrick Kinkade, PhD is associate professor aan het Department of Criminal Justice van de Texas Christian University.

B. Smith-Bachmann
Brittany Smith-Bachmann is als lecturer verbonden aan de afdeling Strafrecht van de Texas Christian University.
Artikel

Conferencing internationaal: vaker toegepast dan gedacht

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Conferencing, Internationale toepassing
Auteurs Estelle Zinsstag en Inge Vanfraechem
SamenvattingAuteursinformatie

    Conferencing is a restorative justice practice which has started developing quite consistently since the 1990s, in majority in Anglophone countries such as New Zealand, Australia, the USA, Canada or the UK and in particular with consistently promising results for juvenile justice in Northern Ireland. Some continental European, Latin American and African countries are also starting to introduce this alternative to traditional criminal justice, especially in the case of juvenile justice, with some equally promising results. This article presents up-to-date information about the state of conferencing in the world and discusses some of the major conclusions that have come out of a European research project and book.


Estelle Zinsstag
Estelle Zinsstag is senior onderzoeker aan het KU Leuven Instituut voor Criminologie (België) en coördineert een EC Daphne project rond seksueel geweld en herstelrecht. Ze is managing editor van Restorative Justice: An International Journal.

Inge Vanfraechem
Inge Vanfraechem is senior onderzoeker aan het KU Leuven Instituut voor Criminologie (België) en manager van een Europees FP7 project rond herstelrecht en interculturele conflicten.

    At the end of 2000, a pilot project began in Flanders (Belgium) to offer family group conferencing for juvenile offenders. Since June 2006, this restorative practice – together with victim-offender mediation – has been inserted in the new Youth Justice Act, making conferencing available in all judicial districts in Flanders. Five years later, however, the mediation-services had to conclude that the number of referrals for conferencing remains rather limited. This observation inspired the mediation services to take actions to bring conferencing more to the attention. This article reports on the findings of a study that was part of this process. Based on (1) an analysis of all conferencing-files that were referred between 1 January 2007 and 31 December 31, (2) focus groups with youth court social workers and criminologists working at the level of the public prosecutor and (3) surveys conducted with youth judges, the study aimed to identify and discuss barriers and obstacles within the current referral practice of conferencing in Flanders.


Inge Vanfraechem
Inge Vanfraechem is senior onderzoeker aan het KU Leuven Instituut voor Criminologie (België) en manager van een Europees FP7 project rond herstelrecht en interculturele conflicten. Zij is redactielid van dit tijdschrift.

Lode Walgrave
Lode Walgrave was tot 2002 gewoon hoogleraar aan de KU Leuven in het domein van Jeugdcriminologie, Criminologische Psychologie en Theoretische Criminologie. Hij is redactielid van dit tijdschrift.

Ivo Aertsen
Prof. Dr. Ivo Aertsen is hoogleraar aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (KU Leuven) en redactielid van dit tijdschrift.

Evelyne Huytebroeck
Evelyne Huytebroeck is Minister van Jeugd en Jeugdbijstand van de Franse Gemeenschap.

    At the end of 2000, a pilot project began in Flanders (Belgium) to offer family group conferencing for juvenile offenders. Since June 2006, this restorative practice – together with victim-offender mediation – has been inserted in the new Youth Justice Act, making conferencing available in all judicial districts in Flanders. Five years later, however, the mediation-services had to conclude that the number of referrals for conferencing remains rather limited. This observation inspired the mediation services to take actions to bring conferencing more to the attention. This article reports on the findings of a study that was part of this process. Based on (1) an analysis of all conferencing-files that were referred between 1 January 2007 and 31 December 31, (2) focus groups with youth court social workers and criminologists working at the level of the public prosecutor and (3) surveys conducted with youth judges, the study aimed to identify and discuss barriers and obstacles within the current referral practice of conferencing in Flanders.


Lieve Bradt
Lieve Bradt studeerde af als sociaal agoog aan de Universiteit Gent. In 2009 promoveerde zij op een proefschrift over herstelbemiddeling en sociaal werk. Momenteel is zij als doctor-assistent verbonden aan de Vakgroep Sociale Agogiek van de Universiteit Gent.
Artikel

Verschillen crackers van andere criminelen?

Een vergelijking op basis van Nederlandse verdachtenregistraties

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2013
Trefwoorden hackers, crackers, computer intrusion, suspects, The Netherlands
Auteurs Dr. Stijn Ruiter en Frank Bernaards LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Scientific research on cybercrime has mainly focused on its technological aspects. There is a lack of knowledge regarding the human factor in cybercrime. In this article we focus on the human factor and address the question to what extent crackers (criminal hackers) are similar to other criminals. We analyse socio-demographic characteristics as well as criminal careers of crackers in comparison to those of other criminals. We employ Dutch police data on criminal suspects from 1996-2009. Our results show that hacking suspects are quite similar to other criminals with respect to both socio-demographic characteristics and their criminal careers.


Dr. Stijn Ruiter
Dr. S. Ruiter is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Frank Bernaards LLM
F. Bernaards, LLM is strategisch expert bij het Team High Tech Crime (THTC) van de politie.
Redactioneel

Criminaliteit en criminologie in een gedigitaliseerde wereld

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2013
Trefwoorden cybercrime, cyberspace, criminology
Auteurs Dr. Judith van Erp, Prof. dr. Wouter Stol en Dr. Johan van Wilsem
SamenvattingAuteursinformatie

    This special issue introduces the topic of cybercrime to Dutch criminology. First, it raises the major substantive issues that computer technology involves for criminology, in terms of crime volume, people involved in crime, and the ways that crimes are committed. Also, it deals with research literature on cybercrime on various topics, such as survey methodology, crime prevention and Internet applications open to justice professionals in the fight against crime. Overall, the article concludes that much research remains to be done in this relatively new field.


Dr. Judith van Erp
Dr. J.G. van Erp is universitair hoofddocent Criminologie aan de Erasmus School of Law.

Prof. dr. Wouter Stol
Prof. dr. W.Ph. Stol is lector Cybersafety aan de NHL Hogeschool en Politieacademie en bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit.

Dr. Johan van Wilsem
Dr. J. van Wilsem is universitair hoofddocent Criminologie aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Raphael Lemkin en de misdaad zonder naam

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Genocide Convention, human rights, public international law, United Nations, international tribunals, jurisdiction, campaigning
Auteurs Reyer Baas
SamenvattingAuteursinformatie

    Could one imagine that up until the mid-1940s international treaties had been ratified on postal services, copyright protection, and whale hunting, but not on genocide? It was only after the Second World War that the deliberate and systematic destruction of groups was recognised as an international crime. There had not even been a name for this practice, which has existed since the beginning of humanity. The 1948 Genocide Convention, the first human rights treaty adopted by the United Nations, was a milestone in the international protection of human rights, although several tragedies have shown that mere law is not sufficient to relegate genocide to the scrapheap of history. The initiator of the Convention was not a very well-known man. This article is about the struggle of Raphael Lemkin, who had, with unflagging zeal, devoted his life to the elimination of genocide.


Reyer Baas
Reyer Baas is promovendus Rechtspleging aan de Radboud Universiteit Nijmegen en bereidt een proefschrift voor over rechterlijke besluitvorming. Tevens is hij docent Algemene rechtswetenschap. Hij publiceerde onder andere: R. Baas e.a., Rechtspraak: samen of alleen, Den Haag: Raad voor de rechtspraak 2010.
Column

Tbs’ers en autisten bestaan niet

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2013
Auteurs Dr. Jaap A. van Vliet
Auteursinformatie

Dr. Jaap A. van Vliet
Dr. Jaap A. van Vliet is beleidsadviseur bij Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering en senior onderzoeker bij Hogeschool Utrecht. Hij is tevens redactielid van PROCES.
Artikel

Het slachtoffer centraal?

Opinie ten aanzien van slachtofferrechten in Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2013
Trefwoorden opinie over slachtofferrechten, slachtofferrechten in Nederland, attitudes, willingness to pay
Auteurs Dr. Karlijn F. Kuijpers, Sanne van Parera en Lieke Popelier
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of the current study is to provide insight in the support for victim rights among Dutch citizens. Although it is generally assumed that the Dutch public supports these rights, empirical research into this topic appears to be scarce. The opinion with regard to four victim rights was established in two ways. Firstly, respondents were asked about their attitudes and, secondly, about their willingness to pay extra taxes for those rights. Respondents’ attitudes concerning the victim rights in this study appear to be positive; their willingness to pay, however, is low. Findings indicate the importance of combining conventional attitude questions with alternative methods (such as questions about willingness to pay) when studying public preferences and opinions.


Dr. Karlijn F. Kuijpers
Dr. Karlijn Kuijpers is universitair docent Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden

Sanne van Parera
Sanne van Parera was ten tijde van het onderzoek bachelorstudent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Lieke Popelier
Lieke Popelier was ten tijde van het onderzoek bachelorstudent Criminologie aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Het Liefdehuis-arrest na honderd jaar herinnerd

Kanttekeningen bij de opmaat tot een fameus arrest van de Hoge Raad

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden medisch beroepsgeheim, verschoningsrecht, Liefdehuis-arrest
Auteurs Prof. mr. dr. D.P. Engberts
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Liefdehuis-arrest uit 1913 was het eerste arrest waarin het medisch beroepsgeheim centraal stond. De Hoge Raad relativeert daarin drastisch de betekenis van de artseneed/-belofte voor het beroepsgeheim en het verschoningsrecht. Grondslag en oogmerk van het beroepsgeheim worden niet op regelgeving gebaseerd maar op de eigen aard van de verhouding patiënt-arts. In dit artikel schetst de auteur kort de achtergronden van het arrest. Hij gaat in op het belang van de uitspraak en geeft een korte analyse van de sterke en zwakke kanten.


Prof. mr. dr. D.P. Engberts
Dick Engberts is hoogleraar Normatieve aspecten van de geneeskunde aan de Universiteit Leiden en hoofd van de sectie Ethiek & Recht van de Gezondheidszorg van het Leids Universitair Medisch Centrum.

Eric Brewaeys
Eric Brewaeys is Staatsraad, docent aan de Vrije Universiteit Brussel en lid van de Raad voor de Journalistiek.
Artikel

Actieve rechtvaardigheid

Herstelrecht als vruchtbare bodem voor de uitoefening van burgerschap

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2013
Auteurs Brunilda Pali
SamenvattingAuteursinformatie

    The article reflects on the conceptual work undertaken during the first year of ALTERNATIVE, a project coordinated by KU Leuven. The overall objective of the project is to provide an alternative and deepened understanding of justice and security based on empirical evidence of how to handle conflicts within intercultural contexts, mainly through the active participation of citizens. The paper focuses mainly on the relation of the concept of citizenship with restorative justice, especially as viewed and enacted in the four intercultural settings of the ALTERNATIVE project. Several issues are discussed: the concept of participatory citizenship in relation to crime and conflict; the claim of the discourse of restorative justice to the concept of participatory citizenship and democracy and the challenges in the restorative justice discourse that complicate its relationship to participatory citizenship. Next, insight is provided in the ways the ALTERNATIVE project tries to tackle some of these challenges, by exploring and strengthening the relationship between the concept of active citizenship and justice in Europe. By targeting the intercultural field the ALTERNATIVE aims to explore the potential of mediation services and restorative justice models to engage with macro societal conflicts that are not referred to these services by the criminal justice system, and on the other hand expand the way some of the crimes referred by the criminal justice system are handled by the mediation services alternatively by fostering alliances with various civil society organisations. Employing ‘action research’ methodology, it is argued that the concept and framework of ‘nodal governance’ (Shearing and Wood, 2003) can serve to support participatory modes of conflict regulation. Interactive settings are created, which allow for spaces between informal and formal justice, and between justice mechanisms at the individual and at the societal level (Aertsen, 2001, 2008). Arguments are provided in support of the need to promote broader models of restorative justice which are able to address social and systemic crimes and conflicts, and which will help the theory and practice of RJ to move beyond the individualisation of crime and its remedies.


Brunilda Pali
Brunilda Pali is onderzoekster aan het Criminologisch Instituut, KU Leuven (LINC). Daar werkt zij aan een proefschrift over ethiek en herstelrecht, als onderdeel van het onderzoek verricht binnen het ALTERNATIVE-project.
Artikel

Samen beslissen over je eigen omgeving.

Wijkbewoners aan zet met een Eigen Kracht-conferentie voor groep, wijk of buurt

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2013
Auteurs Hilleke Crum
SamenvattingAuteursinformatie

    The Eigen Kracht Centrale is striving for a society based on participation and mutual self reliance of citizens, where citizens remain in charge of their own life, especially when dealing with organizations and government bodies. It is important, in the Eigen Kracht Centrale vision, that everyone is part of society and everyone can participate, everyone has a say and remains in charge of his or her own life, everyone gets support from their own social network: family, friends, neighbors, etc.
    Especially when problems arise that might lead to involvement of various (social care) institutions.
    To implement this vision in daily life, the Eigen Kracht Centrale has introduced the Family Group-conference as a decision making model. This model appears to be effective for citizens to make their own plans. When given responsibility for the situation and the solution, citizens, in every situation thinkable, create, according to themselves and professionals as well, save and creative plans that fit.
    In this article the FG-c for a group, district or neighbourhood is discussed and is illustrated by real life examples. Even when people don’t know each other, they can make a plan to solve conflicts in their street or neighbourhood: they all have a strong interest in living in safe, comfortable surroundings. Although the experience with this variant of FGC is limited in The Netherlands: what are they, what lessons can be learned?


Hilleke Crum
Hilleke Crum is regiomanager Eigen Kracht Centrale Noord-Holland en redacteur van dit tijdschrift.
Toont 1 - 20 van 60 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.