Zoekresultaat: 59 artikelen

x
Jaar 2014 x
Artikel

Het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade: een beschrijving

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade, affectieschade, vorderingsrecht van naasten en nabestaanden, vergoeding, zorgschade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is voornemens om vier veranderingen aan te brengen in het schadevergoedingsrecht, zo blijkt uit het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade. Eén daarvan heeft betrekking op de overgang van het recht op vergoeding voor immateriële schade (art. 6:106 BW), de andere drie veranderingen raken direct het vorderingsrecht van naasten en nabestaanden. Deze bijdrage geeft een beschrijving van het voorstel en vormt een inleiding op de bijdragen van Van, Blok en Van Schoonhoven (commissie Wetgeving van de Vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade) en van Kremer (directeur Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars) in dit nummer.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law van de Universiteit Utrecht.

Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is senior-onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut, vicevoorzitter van het European Forum for Restorative Justice en redacteur van dit tijdschrift.

Bas van Stokkom
Bas van Stokkom is als docent en onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. www.basvanstokkom.nl.
Artikel

Peacemaking circles

Een onderzoek naar de mogelijke implementatie in Europa

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Peacemaking circles, implementation in Europe, community, inclusion, equality
Auteurs Davy Dhondt en Ivo Aertsen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this short paper, a summarising report is presented on a two years action-research project (2011-2013) co-funded by the European Union on how to conceive and implement peacemaking circles in a European legal and cultural environment. In a first part of the paper, the background and reasons for implementing peacemaking circles are explained, and attention is given to their added value as compared to the models of victim-offender mediation and conferencing. After a short presentation of the action-research set-up in three countries (Belgium, Germany and Hungary), a selective list of critical issues is discussed as they have been experienced during the project: the selection of files and the preparatory phase of a peacemaking circle, the running of the circle meeting and the meaning of some of its operational principles (the role of the circle keeper, the function of rituals, the talking piece, the decision making process, …). Also the involvement of the community at its different levels - from the community of care to the macro-community - is discussed, as well as how the direct conflict parties experience the presence of these communities. A general conclusion is that a model of peacemaking circles can be implemented in a European context effectively, but developing a methodology on how to involve members of the wider community remains a challenge.


Davy Dhondt
Davy Dhondt is bemiddelaar bij Suggnome, Forum voor herstelrecht en bemiddeling, www.suggnome.be.

Ivo Aertsen
Ivo Aertsen is hoogleraar Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Katholieke Universiteit Leuven en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Prevalentie van ernstige misdrijven bij slachtoffer-daderbemiddeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden seriousness, offenses, mediation, range of cases, outcome
Auteurs Wendy Schreurs, Sven Zebel en Elze Ufkes
SamenvattingAuteursinformatie

    A debate exists in the literature about the question whether (different forms of) mediated contact between victims and offenders occur and are appropriate only after minor offenses. This contribution therefore examines whether a relationship exists between the seriousness of offenses and the degree to which in practice cases result in mediated contact, in the Dutch context. More specifically, we report the first findings of a study aimed to (a) examine the seriousness of cases that were registered at the foundation Slachtoffer in Beeld (Victim in Focus; responsible for the execution of mediated contacts between victims and offenders in the Netherlands), and (b) compare the seriousness of cases at this foundation that resulted in different forms of mediated contact (including cases in which no contact emerged). To this end, we sampled 200 cases from the data system of Victim in Focus in a random manner; consequently, the seriousness of each of these cases was coded. The mean duration of incarceration sentenced for specific offenses in the Netherlands was used as an (as objective as possible) indication of the seriousness of the offenses in these cases. The results indicated that the cases registered at Victim in Focus do not consist exclusively of minor offenses. A substantial part consists of more serious offenses, especially when this is compared to the prevalence of all (minor and serious) offenses in the Netherlands. In addition, we observed no relationship between the seriousness of cases and the form of mediated contact (or no contact) that emerged at Victim in Focus; mediated contact arose to the same degree for serious compared to minor offenses. The implications of these results for the debate mentioned above are discussed, taking into account the manner in which victim-offender mediation is organized in the Netherlands.


Wendy Schreurs
Wendy Schreurs is afgestudeerd aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid aan de Universiteit Twente, op onderzoek naar de ontwikkeling van een ernstmonitor in de context van slachtoffer-daderbemiddeling. Ze werkt nu als PhD student op een project over de inzet van burgers bij politiewerk en interventies om die inzet te verbeteren.

Sven Zebel
Sven Zebel is universitair docent aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid van de Universiteit Twente. Hij houdt zich bezig met de psychologische reacties op wangedrag, conflicten en misdrijven, en de impact van interventies die trachten te herstellen en de kans op recidive te verkleinen (e.g. bemiddeling, reclasseringstoezicht, toekomstverbeelding).

Elze Ufkes
Elze Ufkes is universitair docent aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid aan de Universiteit Twente. Hij richt zich in zijn onderzoek op hoe groepsprocessen zoals groepslidmaatschap en stereotypering conflictgedrag van mensen beïnvloedt.
Casus

Naar een beschaafder delictenrecht

Een impressie van het seminar ‘Civilising Criminal Justice’, 14 oktober 2014, Rotterdam, Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2014
Auteurs Suzanne Jansen
Auteursinformatie

Suzanne Jansen
Suzanne Jansen is jurist bij het Schadefonds geweldmisdrijven en medeauteur van het boek Mediation in strafzaken.
Redactioneel

Criminologie en opsporing

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Trefwoorden criminal investigation, investigative practices, police and security services
Auteurs Prof. dr. Edward Kleemans, Dr. Christianne de Poot en Dr. Antoinette Verhage
SamenvattingAuteursinformatie

    Criminologists have devoted surprisingly little attention to criminal investigation issues. This is understandable given the difficulties faced when performing empirical research into this subject. Getting access to confidential data from police and security services and disclosing such findings in scientific publications remains a challenge.
    However, knowledge about investigative practices and their effects is essential for current debates about the legitimacy of new investigative methods and related privacy violations. This special issue contains contributions from authors who were able to connect research and science with criminal investigation practices. The contributions concern relevant topics, such as interrogation methods, social network analysis in criminal investigations, investigation of terrorist activities, sexual offenses, and private investigations. With these contributions, this special issue illustrates how empirical research into criminal investigation practices can be executed, and what new insights this provides.


Prof. dr. Edward Kleemans
Prof. dr. E.R. Kleemans is hoogleraar Zware Criminaliteit en Rechtshandhaving aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. Christianne de Poot
Dr. C.J. de Poot is senior onderzoeker bij het WODC en tevens lector Forensisch Onderzoek bij de Hogeschool van Amsterdam en de Politieacademie.

Dr. Antoinette Verhage
Dr. A.H.S. Verhage is postdoc onderzoeker aan de Universiteit Gent, en directeur van de research unit Urban Crime & Policing (UGent).
Artikel

Acute dreigingen, vage geruchten

Opsporing van terroristische misdrijven en de handelingsruimte van politie- en justitiefunctionarissen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Trefwoorden criminal investigation, terrorism, discretionary authority, street-level bureaucrats
Auteurs Dr. Barbra van Gestel en Dr. Christianne de Poot
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 2007 the police and the public prosecution service in the Netherlands can apply special investigative powers in case of ‘indications’ of a terrorist offense. To investigate signs of terrorism, a suspicion is no longer needed. The underlying assumption behind this extension is that the ‘old’ legislation offers insufficient opportunities to investigate signs of terrorism in an early phase. In this article we examine this assumption about the action space of investigating officers. For the period 2007-2011, we examined how investigating officers responded to signs of terrorism in practice, what investigative powers they used, and how they – as street level bureaucrats – handled their discretionary authority. The research shows that police and judiciary officials are very well able to investigate signs of terrorism with the already existing powers, and that they have made little use of the new ‘indications’ criterion


Dr. Barbra van Gestel
Dr. B. van Gestel is socioloog en is als onderzoeker werkzaam voor het WODC.

Dr. Christianne de Poot
Dr. C.J. de Poot is senior onderzoeker bij het WODC en tevens lector Forensisch Onderzoek bij de Hogeschool van Amsterdam en de Politieacademie.
Artikel

Recht op toegang tot een advocaat in het strafproces.

Enkele gedachten naar aanleiding van de implementatie van Richtlijn 2013/48/EU.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden Richtlijn 2013/48/EU, recht op toegang tot een raadsman, Salduz
Auteurs Prof. mr. Jan Boksem
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 22 oktober 2013 werd Richtlijn 2013/48/EU (hierna: de Richtlijn) vastgesteld. Deze Richtlijn bevat onder meer minimumvoorschriften betreffende het recht van de verdachte op toegang tot een advocaat in strafprocedures. De advocaat moet op zijn beurt de fundamentele aspecten van de verdediging onverkort kunnen waarborgen. De Richtlijn dient uiterlijk op 27 november 2016 in de nationale wetgeving te zijn geïmplementeerd. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de (mogelijke) gevolgen van de implementatie van de Richtlijn voor de Nederlandse rechtsorde.
    Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming, Pb. EU 2013, L 294.


Prof. mr. Jan Boksem
Prof. mr. J. (Jan) Boksem is werkzaam als bijzonder hoogleraar verdediging in strafzaken bij Maastricht University en is tevens advocaat bij Anker & Anker Strafrechtadvocaten te Leeuwarden.

    Kort geding; dochter eist afgifte medisch dossier overleden vader; vader zou niet-natuurlijke dood zijn gestorven; vordering afgewezen; geheimhoudingsplicht artikel 7:457 BW


Joëlle Rozie
Prof. dr. J. Rozie is hoogleraar Strafrecht bij de Onderzoeksgroep Rechtshandhaving aan de Universiteit Antwerpen.

Thierry Vansweevelt
Prof. dr. T. Vansweevelt is hoogleraar Buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht bij de Onderzoeksgroep Persoon & Vermogen aan de Universiteit Antwerpen.
Artikel

Access_open Causaliteit in het Nederlandse strafrecht

Praeadvies voor de Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht van België en Nederland 201

Tijdschrift Preadviezen Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht, Aflevering 1 2014
Auteurs Ad Machielse
Auteursinformatie

Ad Machielse
Hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en advocaat- generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Zwijgen is zilver, spreken is goud. De weigerende observandus en de voorgestelde wijziging van artikel 37a Sr

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2014
Trefwoorden TBS, weigerende observandus, gedragsdeskundige rapportage, medische dossiers, wetsvoorstel forensische zorg
Auteurs Mr. Martine Valk
SamenvattingAuteursinformatie

    When a person commits a severe crime in the Netherlands, for which he cannot be (fully) held responsible because of a mental disorder, a judge may impose a hospital order in a secured psychiatric institution. To make this possible, behavioural experts have to assess whether the suspect suffered from a mental disorder at the time of the crime. However, during this assessment a suspect has the right to remain silent. Since recent years the number of non-cooperating suspects is increasing. To solve this problem, the Secretary of State of Security and Justice has submitted a legislative proposal, which makes it possible to force health professionals to submit past medical records of the suspect to the behavioural experts for their assessment without his consent. This breaches the professional law of confidentiality. Following case law of the European Court of Human Rights, this can only be justified, if it complies with the principles of proportionality, subsidiarity and necessity. The legislative proposal does not comply with these principles, as alternatives are available. These are: improvement of the forensic psychiatric care, reduction of the duration of the treatment and extension of the behavioral research period.


Mr. Martine Valk
Mr. Martine Valk is junior onderzoeker aan het VU medisch centrum, afdeling Metamedica.
Artikel

Nieuwe strafwetgeving: de stand van zaken

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Wetboek van Strafrecht, Caribisch Wetboek van Strafvordering, Constitutioneel Hof, straf- en strafprocesrecht, stand van zaken strafwetgeving
Auteurs Mr. Joost H.J. Verbaan en Mr. Barbara A. Salverda
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de (aankomende) nieuwe strafwetgeving van de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten en het gebied van de BES. Beide auteurs maken deel uit van het Antilliaanse projectteam van professor De Doelder. Dit projectteam heeft bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht (zelfstandig voor elk van de landen), alsmede bij de herziening van het Caribisch Wetboek van Strafvordering (eenvormig). Met het moderniseren van de teksten wordt in alle landen nieuwe strafwetgeving gecreëerd, met uiteraard de nodige wijzigingen in bestaande praktijk tot gevolg.


Mr. Joost H.J. Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. Barbara A. Salverda
Mw. mr. B.A. Salverda is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De ongeldigverklaring van de Dataretentierichtlijn: een nieuwe stap in de bescherming van de grondrechten door het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden grondrechten, gegevensbescherming, ongeldige richtlijn, verkeersgegevens, evenredigheidstoetsing
Auteurs Mr. Hielke Hijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 8 april 2014 heeft het Hof van Justitie een opmerkelijk arrest gewezen in de gevoegde zaken Digital Rights Ireland en Seitlinger.
    Het heeft voor het eerst wegens strijd met het EU-Handvest voor de grondrechten een richtlijn in zijn geheel vernietigd. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat de Uniewetgever met de vaststelling van de Dataretentierichtlijn de door het evenredigheidsbeginsel gestelde grenzen heeft overschreden die hij in het licht van de artikelen 7, 8 en 52 lid 1 van het Handvest in acht dient te nemen. Het heeft geen beperking in de tijd aangebracht (het Hof van Justitie wijkt hiermee af van de conclusie van advocaat-generaal Cruz Villalón, overwegingen 154-158).
    HvJ EU 8 april 2014, gevoegde zaken C-293/12 en C-594/12, Digital Rights Ireland en Seitlinger, EU:C:2014:238, n.n.g.


Mr. Hielke Hijmans
Mr. H. (Hielke) Hijmans is verbonden aan de Europese toezichthouder voor de gegevensbescherming (EDPS), tot 1 juli 2014 als afdelingshoofd Policy & Consultation. Thans heeft hij een sabattical, en werkt hij aan een onderzoek naar de grondrechtenbescherming op internet en de rol van de EU daarbij, als geassocieerd medewerker van de Vrije Universiteit Brussel en van de Universiteit van Amsterdam. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

De rol van DNA bij het vinden van een dader

Het succesverhaal rond DNA als opsporingsmiddel in perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Forensic process, Crime Scene, Scene of Crime Officer, DNA-typing, DNA-database
Auteurs Anna Mapes Msc, Dr. Christianne de Poot en Prof. dr. Ate Kloosterman
SamenvattingAuteursinformatie

    Current statistics are unclear about the contribution of DNA as a crime-fighting tool. To obtain an objective view on the effectiveness to use DNA as intelligence information we analyzed all forensic reports from serious (N=116) and high volume crime cases (N=2791) over the year 2011 at one police region in the Netherlands. DNA-profile results show that 38 percent of the serious crime traces (N=384) and 17 percent of the high volume crime traces (N=386) did not result in a DNA-profile. Turnaround times of these DNA-traces from crime scene to DNA-report were relatively long; for serious crimes 66 days and for high volume crimes 44 days. Based on these results a suspect was truly identified through a match with the Offender DNA-database of the Netherlands in 3 percent of the serious crime cases and in 1 percent of the high volume crime cases. Insight in DNA-results and adjustments in the analysis process could benefit the use of DNA as a crime-fighting tool.


Anna Mapes Msc
A.A. Mapes, MSc Forensic Science is promovendus forensisch onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam.

Dr. Christianne de Poot
Dr. C.J. de Poot is lector forensisch onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam en de Politieacademie.

Prof. dr. Ate Kloosterman
Prof. dr. A.D. Kloosterman is DNA-deskundige op het Nederlands Forensisch Instituut en bijzonder hoogleraar forensische biologie aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

‘We zijn geen padvinders’

Een verkennend onderzoek naar de criminele carrières van leden van één procent motorclubs

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Outlaw Motorcycle Gangs, one percenters, criminal careers, adult onset
Auteurs Prof. Dr. Mr. Arjan Blokland, Melvin Soudijn en Dr. Eric Teng
SamenvattingAuteursinformatie

    Using officially registered conviction history data, this study examines the criminal careers of 601 members of Dutch outlaw motorcycle gangs, identified as such by the Dutch police. We find that the average 1% er in our sample is a 44-year-old, Dutch-born male. The large majority of these 1% ers have been convicted for a crime at least once. One in four convicted 1% ers can be classified as a chronic offender accumulating over ten convictions from age 12 until 2013. The large majority of 1% ers experiences an adult onset of their officially registered criminal career, with almost half acquiring their first conviction when they are aged 30 or older, challenging the generality of criminology's accepted conclusions about criminal career development.


Prof. Dr. Mr. Arjan Blokland
Prof. Dr. Mr. A.A.J. Blokland is senior Onderzoeker Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving en Bijzonder Hoogleraar Criminology and Criminal Justice, Universiteit Leiden.

Melvin Soudijn
Politie, Landelijke Eenheid afdeling Analyse & Onderzoek

Dr. Eric Teng
Dr. M.R.J. Soudijn is Senior Onderzoeker, Landelijke Eenheid, afdeling Analyse & Onderzoek.
Artikel

Simulatie onder slachtoffers van schokkende gebeurtenissen

Een pleidooi voor onafhankelijk onderzoek naar de echtheid van psychische klachten in schadevergoedingsprocedures

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2014
Trefwoorden victims, compensation, malingering, detection
Auteurs Maarten Kunst
SamenvattingAuteursinformatie

    High-impact incidents, such as (natural) disasters, severe (traffic) accidents, and exposure to (war) violence, may have severe psychological consequences, both for direct and indirect victims. Such consequences may qualify for financial compensation. However, some victims malinger their psychological status to get compensated for damages they have not suffered. This type of fraudulent behavior costs insurance companies and publicly funded compensation services enormous amounts of money and may eventually make compensation unaffordable. To prevent this from occurring, it is argued that lawyers who need to decide upon victims’ claims for compensation should call in independent experts to evaluate the genuineness of victims’ reported psychological symptoms by administrating a malingering detection test. To enable correct interpretation of the outcome of such a test, the base rate problem is extensively discussed. In short, this problem means that correct test interpretation in individual cases depends on the prevalence of malingering in the population to which a victim belongs. Finally, several counter arguments for the standard assessment of malingering by independent experts are discussed.


Maarten Kunst
Maarten Kunst is werkzaam als universitair hoofddocent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. In 2010 is hij in Tilburg gepromoveerd op de psychosociale gevolgen van slachtofferschap van interpersoonlijk geweld. Daarvoor was hij werkzaam als jurist bezwaar en beroep bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Hij studeerde Nederlands recht en psychologie aan de Universiteit van Tilburg.
Casus

Bewogen dagen in Belfast

Impressies van het achtste congres van het European Forum for Restorative Justice

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2014
Auteurs Annemieke Wolthuis
Auteursinformatie

Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is werkzaam bij het Verwey-Jonker Instituut in Utrecht en is bestuurslid van het European Forum for Restorative Justice.

    Since 2005, Dutch victims of serious crime have the right to make an oral statement in court (‘spreekrecht’). In the past decade, the Dutch criminal justice system has accommodated this right to make an oral statement with regard to the consequences of the crime; no major problems have occurred. Indeed, only a minority of the victims consumes this right (ca. 230 cases annually), the majority prefers to lodge a written statement. Nevertheless, the Dutch legislature is of the opinion that the right to make an oral statement should be extended and has lodged a draft-proposal recently. The aim is to provide crime victims a right to put forward an advice to the judge at the trial session, such an advice relating to the full scheme of judicial decision-making (truth, legal qualification, punishment). Such a provision resembles a Victim Statement of Opinion, used in the American scheme of justice, and even exceeds this. The draft has been met with criticism, only the Dutch Victim Support is in favor. One of the objections heard is the one dimensional focus underlying the draft: by focusing on a specific group of victims – those who have suffered from serious crimes – the legislature neglects the heterogeneous nature of victims’ needs.


Renée Kool
Renée Kool is als universitair hoofddocent verbonden aan Ucall en het Montaigne-Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Utrecht en redacteur van dit blad.
Artikel

Herstelbemiddeling als sociaal werk-praktijk

Bemiddelaars in Vlaanderen aan het woord

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Social work practices
Auteurs Lieve Bradt en Maria Bouverne-De Bie
SamenvattingAuteursinformatie

    Restorative justice as well as restorative justice practices have mainly been researched from judicial and criminologist perspectives, whereas social work has been remarkably silent in the restorative justice debate. As a consequence, the role of social work in the restorative justice field remains largely unexplored. In this article we report the findings of two focus groups conducted with mediators working in juvenile and adult mediation practices in Flanders to gain more insight into how mediators perceive their role and to analyse to what extent they refer to the individual and structural dimension of victim-offender mediation.


Lieve Bradt
Lieve Bradt is als doctor-assistent verbonden aan de vakgroep sociale agogiek van de Universiteit Gent.

Maria Bouverne-De Bie
Maria Bouverne-De Bie is als hoofddocent verbonden aan de vakgroep sociale agogiek van de Universiteit Gent.
Toont 1 - 20 van 59 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.