Zoekresultaat: 29 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

De paradox van de Duitse concentratiekampen

Een criminologische duiding van de ‘plantage’ in Dachau (1937-1945)

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Dachau concentration camp, practices of extermination, German economic interests, organizational criminology, Vaughan
Auteurs Kenneth Hemmerechts en Prof. dr. Stephan Parmentier
SamenvattingAuteursinformatie

    During the Second World War, a large number of prisoners were put to work in concentration camps in order to contribute to the development of Germany. As this labour became more important in economic terms during the years 1939 to 1945, the death toll in the camps also rose during the same period. This contribution aims at providing insight into the apparent contradiction (paradox) between the practices of extermination on the one hand and the German economic interests on the other hand. Not only has historiography paid relatively little attention to this phenomenon (it is not a main topic), criminology has also remained remarkably silent during this debate. Looking at the ‘plantation’ in Dachau concentration camp (1937-1945) we develop an exploratory analysis of the subject. Using Vaughan’s organizational criminology, we discuss the paradox and address the question of the extent to which criminology can offer explanations for phenomena of this kind.


Kenneth Hemmerechts
K. Hemmerechts is wetenschappelijk medewerker bij het Centrum voor Sociologisch Onderzoek (CESO), faculteit sociale wetenschappen, Katholieke Universiteit Leuven, Arbeid en Organisatie, kenneth.hemmerechts@soc.kuleuven.be.

Prof. dr. Stephan Parmentier
Prof. dr. S. Parmentier is hoogleraar Sociologie van de criminaliteit, het recht en de mensenrechten aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), Rechtsfaculteit, Katholieke Universiteit Leuven, stephan.parmentier@law.kuleuven.be.
Artikel

De staat van de criminologie van internationale misdrijven

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2011
Trefwoorden criminology of international crimes, genocide, war crimes, crimes against humanity
Auteurs Mr. dr. Roelof Haveman, Prof. dr. Alette Smeulers, Prof. dr. Stephan Parmentier e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    What do we know about the criminological aspects of international crimes? What do they entail and what are facilitating factors which can help us understand their causes and how should we respond to these crimes? Are international crimes merely a more extreme form of ordinary crimes or are they a different kind of criminality? In the past few years a growing number of scholars both at a national and at an international level have devoted their scholarly attention to this important and urgent research theme. In this special issue we aim to present a number of articles in which different perspectives on this topic are presented. By doing so we hope to enhance our knowledge of this phenomenon and to provide an impulse to further criminological research within this area in both the Netherlands and Belgium. This introductory article gives an overview of the state of the art of international crime criminology in the Netherlands and Belgium, and the rest of the world.


Mr. dr. Roelof Haveman
Mr. dr. R.H. Haveman is freelance Rule of Law-consultant en momenteel gestationeerd in Côte d’Ivoire, roelof.haveman@gmail.com.

Prof. dr. Alette Smeulers
Prof. dr. A.L. Smeulers heeft de onderzoekslijn criminologie van de internationale misdrijven aan de Vrije Universiteit Amsterdam opgezet en is sinds 1 september 2011 tevens hoogleraar internationale criminologie aan de Universiteit van Tilburg, a.l.smeulers@tilburguniversity.edu.

Prof. dr. Stephan Parmentier
Prof. dr. S. Parmentier is hoogleraar Sociologie van de criminaliteit, het recht en de mensenrechten aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), Rechtsfaculteit, Katholieke Universiteit Leuven, stephan.parmentier@law.kuleuven.be.

Dr. Christianne de Poot
Dr. C.J. de Poot is senior onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), Den Haag, en Lector Forensisch Onderzoek bij de Hogeschool van Amsterdam en de Politieacademie, c.j.de.poot@minvenj.nl.
Artikel

Slachtoffers van loverboys als daders bij de reclassering

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2011
Trefwoorden loverboys, probation service, human trafficking
Auteurs Damiaan van den Eijnden
SamenvattingAuteursinformatie

    One of the defining characteristics of so-called ‘loverboys’ is their exploitation of victims in any possible way, including forcing these exploited women to commit crimes. In this way, victims become criminal offenders. After a critical review of the use of the term ‘loverboy’, the first part of this article discusses the responsibility of the Dutch probation service in addressing the problem. The second part describes various ways in which probation officers come into contact with this particular group of offenders and how this contact could then be maintained.


Damiaan van den Eijnden
Damiaan van den Eijnden is beleidsmedewerker bij Reclassering Nederland, regio Limburg.
Artikel

De strafrechter als executierechter in het kader van het strafvorderlijk kort geding (art. 43 Sv)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2011
Trefwoorden executierechter, strafvorderlijk kort geding, voorwaardelijke invrijheidsstelling, elektronisch toezicht
Auteurs Mr. F.J.P. Lock
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag of artikel 43 Wetboek van Strafvordering (‘strafvorderlijk kort geding’) zich ook uitstrekte over de executiefase bestond discussie. Inmiddels is het vaste jurisprudentie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. In het artikel geeft de auteur, tot juli 2011 lid van het Hof, een overzicht van de rechtspraak van het Hof in procedures ex artikel 43 Sv over kwesties die de executie van vrijheidsstraffen betreffen. De vraag wordt behandeld welke kwesties de executie aangaande door het Hof wel en welke niet onder de reikwijdte van artikel 43 Sv worden gebracht. Met name wordt aandacht besteed aan beslissingen aangaande voorwaardelijke invrijheidsstelling en elektronisch toezicht en de toetsing daarvan door de rechter. Ook wordt (mogelijke) toekomstige wetgeving op dit terrein besproken. De auteur komt tot de conclusie dat thans een duidelijk toetsingskader voor beslissingen aangaande executie van vrijheidsstraffen ontbreekt. Het Hof heeft een zekere lijn ingezet. Veel beslissingen aangaande de executie kunnen via de weg van artikel 43 Sv aan de strafrechter worden voorgelegd. Een duidelijk criterium voor de beoordeling welke beslissingen daarvan zijn uitgesloten, is er (nog) niet. Ten aanzien van de beslissingen die wel kunnen worden voorgelegd lijkt het Hof (steeds meer) een marginale, administratiefrechtelijke toets aan te leggen. Ten aanzien van beslis- en beroepstermijnen ontbreekt de nodige duidelijkheid. Met het oog op de rechtsbescherming en de rechtszekerheid van de gedetineerde dient ook aan de resterende onduidelijkheid zoveel mogelijk een einde te worden gemaakt.


Mr. F.J.P. Lock
Mr. F.J.P. Lock was tot 1 augustus 2011 lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Thans is hij raadsheer in het Gerechtshof te Arnhem.
Artikel

Hersteldimensies in de slachtofferzorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden victim policy, victim restoration, victim assistance, restorative justice
Auteurs Ivo Aertsen en Inge Vanfraechem
SamenvattingAuteursinformatie

    This article sketches some important tendencies in the attention for victims of crime, including in supranational regulation, with regard to the position of the offender and possibilities for restorative justice. The evaluation of victim policy in Belgium offers a view on this topic: victims have certain expectations towards the justice system and pose questions with regard to the offender. A third issue regards the place of restoration within the whole range of consequences of crime for victims: what is the meaning of ‘harm’ and what is the content of ‘restoration’ for victims? A last topic considers the openness of victim assistance programmes with regard to the offender dimension and possibilities of restorative justice. This article thus evaluates the possible link between victim assistance and restorative justice.


Ivo Aertsen
Prof. Dr. Ivo Aertsen is hoogleraar aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), K.U.Leuven.

Inge Vanfraechem
Dr. Inge Vanfraechem is coördinator van het project ‘Victims and restorative justice’ bij het European Forum for Restorative Justice en het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), K.U.Leuven.
Artikel

Slachtofferbewegingen en herstelrecht

Over het belang van de realiteit achter de stereotypes

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden victimology, victim movements, social movements, restorative justice
Auteurs Antony Pemberton
SamenvattingAuteursinformatie

    The position of victims of crime has shown marked improvement over the past 30 years. The rise of the victim has been associated with the growth of a unified ‘victim movement’; a social movement that strives to improve the position of victims of crime. However, it is questionable whether the victim movement should be viewed as a unitary phenomenon. Instead of one movement, there appear to be a number of victim movements. There are differences between the victim advocates in the United States, Victim Support in Europe, the violence against women movement and proponents of restorative justice.. In this article, reasons for these differences are sought in victim-endogenous factors: differences in victims’ characteristics and the idealtypes employed by the different movements are an important explanation for the divergent development in organisations representing victims interests, which in turn influences their policy preferences. It is argued that advocates of restorative justice would benefit from understanding both the reality and the distortion involved in the idealtypes, including their own. This would allow proponents of restorative justice to adapt their practices in a manner that is both suitable and convincing to the representative and target group of the different victim movements.


Antony Pemberton
Dr. Antony Pemberton is sociaalwetenschapper en universitair hoofddocent bij het International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT) van de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Access_open Lijfstraffen, godsdienst en opvoeding

Moet de pedagogische tik ook in Suriname als mishandeling worden beschouwd?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden corporal punishment, Suriname, parenting
Auteurs Monique Veira en Duncan Wielzen
SamenvattingAuteursinformatie

    One educational mean in parenting is corporal punishment. In Suriname it is still customary and accepted that parents use this as an educational tool. Although Surinamese society is structured differently and thinks differently about the use of corporal punishment than Dutch society does, Dutch rules in this regard have been copied into the draft Surinamese Civil Code. This article gives an overview of the sources of Surinamese law on the issue and the main arguments from the debate about whether or not corporal punishment should legally become a form of abuse. It also considers religiously and biblically inspired motives for applying corporal punishment in parenting. The authors argue that legislation on corporal punishment may not necessarily be at odds with public opinion. That may depend on the impact of religious and biblical sources on personal convictions regarding the upbringing of children. The authors also advocate in favor of a loving upbringing of children by their parents. They claim that legislation can promote such an objective, or at least serve as a deterrent to child abuse through corporal punishment on a symbolic level.


Monique Veira
Dr. M.A. Veira studeerde Rechtswetenschappen aan de Universiteit van Suriname, haalde haar onderwijsbevoegdheid aan het Instituut voor de Opleiding van Leraren in Suriname en promoveerde aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Momenteel is zij als lector verbonden aan de Universiteit van Suriname. Zij doet onder andere onderzoek naar de verschillende aspecten van de op handen zijn veranderingen in het Surinaamse familierecht.

Duncan Wielzen
Dr. D.R. Wielzen studeerde Theologie, Godsdienstwetenschappen en Onderwijskunde (Educational Studies) aan de Radboud Universiteit Nijmegen en aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij is momenteel werkzaam als pastoraal werker in Den Haag en is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij doet onderzoek op het gebied van de rituele studies en de volksreligiositeit.
Artikel

Gescheiden machten

Koloniaal bestuur en de onafhankelijkheid van rechtspraak op Aruba, 1816-1919

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Aruba, machtenscheiding, vredegerecht, kantongerecht, Gerecht in Eerste Aanleg
Auteurs Drs. L. Alofs
SamenvattingAuteursinformatie

    In de koloniale samenlevingen staat de uitvoerende macht boven de rechterlijke macht. Deze bijdrage beschrijft de verzelfstandiging van de rechtspraak op Aruba tussen 1816 en 1919 op basis van de notulen van de rechtsprekende organen en omliggende archiefstukken. Tussen 1824 en 1848 had het Vredegerecht rechtsprekende, wetgevende en uitvoerende taken. In 1848 kwam een aparte wetgevende Adviserende Commissie tot stand en in 1869 een kantongerecht. Onafhankelijkheid van de rechterlijke macht werd ongedaan gemaakt door het gegeven dat de gezaghebber veelal aan het hoofd van de rechtsprekende organen stond. In 1919 kwam daarin verandering met de oprichting van het Gerecht in Eerste Aanleg.


Drs. L. Alofs
Drs. Luc Alofs is cultureel antropoloog, docent aan het Instituto Pedagogico Arubano en curator van het Historisch Museum Aruba. Hij promoveert in 2011 op een historische studie getiteld Onderhorigheid en separatisme; koloniaal bestuur en lokale politiek op Aruba, 1816 en 1955, Leiden: Rijksuniversiteit Leiden 2011.
Artikel

Access_open Contra non valentem agere, non currit praescriptio

De vordering van degene die niet in staat is zijn vordering geldend te maken, verjaart niet

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2011
Trefwoorden verjaring, kennis omtrent de schade en de verantwoordelijke persoon, onmogelijkheid te ageren, contra non valentem-regel, Bemoti-zaak
Auteurs Prof. mr. E.J.H. Schrage
SamenvattingAuteursinformatie

    Het instituut van de verjaring beoogt mede de rechtszekerheid en de billijkheid te dienen. Aldus de Hoge Raad in een recent arrest, waarin het beroep op verjaring van de vordering wegens ernstig lichamelijk letsel werd gehonoreerd (de Bemoti-zaak). In het woordje en zit echter veel springstof verborgen. Het kan de grootst mogelijke eenheid suggereren (‘waar werd oprechter trouw dan tussen man en vrouw, ter wereld ooit gevonden?’, vroeg Vondel zich af); hetzelfde woordje en kan echter de grootst mogelijke tegenstelling verdoezelen (zoals in de uitdrukkingen water en vuur, hemel en hel). Dat laatste lijkt zich voor te doen in deze zaak. Misschien is de rechtszekerheid die met het arrest in de Bemoti-zaak is gediend, wel de zekerheid van onrecht. Aan de hand van enige buitenlandse voorbeelden, een tot op de veertiende eeuw teruggaand rechtsbeginsel dat heden ten dage een typerende karaktertrek van het instituut van de verjaring in Frankrijk en Louisiana vormt, en een recent rapport van de Zuid-Afrikaanse Law Commission betoogt de auteur dat toepassing van de korte verjaringstermijn er niet toe mag leiden dat de toegang tot de rechter wordt afgesloten in gevallen waarin gewichtige redenen het tijdig aanhangig maken van de vordering verhinderden.


Prof. mr. E.J.H. Schrage
Prof. mr. E.J.H. Schrage is emeritus hoogleraar Privaatrecht aan de Universiteit van Amsterdam, oud-hoogleraar Romeins recht aan de Vrije Universiteit en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof Amsterdam.
Artikel

‘Boeven vangen’ via internet

Beelden over criminaliteit in opsporingsberichtgeving

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 0 2011
Trefwoorden crime & media, responsibilization, internet, citizen participation
Auteurs Judith van Erp
SamenvattingAuteursinformatie

    This article studies community notification of suspects, as in Crimewatch and its Dutch equivalent, Opsporing Verzocht, and on police websites. It explores how these messages frame crime, and how these frames change when police messages are copied by private websites. Publication of suspects by the police is characterized as responsibilization, because it legitimizes the authority of the police and reinforces existing relations between police and the public. The new media, however, undermine the frame of authority as it is presented by the police, either because publications aiming to detect suspects are transformed into news or entertainment, or because private websites select those publications that give room to the questioning of police performance. As for the presentation of the publications, this article compares the Dutch TV program Opsporing Verzocht and the website GeenStijl. Opsporing Verzocht centers around the victim, while GeenStijl presents the subject from an enforcement point of view. GeenStijl users are not addressed as the police’s helping hands, but as autonomous agents of social control, sometimes standing in for the police. Community notification of suspects therefore not only influences detection rates, but also the relation between the police, the public, and offenders in society.


Judith van Erp
Dr. Judith van Erp is universitair hoofddocent Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: vanerp@law.eur.nl.
Artikel

Mensen met een licht verstandelijke beperking in aanraking met politie en justitie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2011
Trefwoorden learning disability, police, interrogation
Auteurs Dr. Xavier Moonen, MSc Marjolein de Wit en MSc Marjolein Hoogeveen
SamenvattingAuteursinformatie

    There are many situations in which people with a learning disability encounter law enforcement. Early recognition of their learning disability by police and justice authorities is necessary to ensure an appropriate manner of communication and handling that takes into account their limitations and abilities. Yet, without special knowledge, it is not easy to recognize the learning disability, especially if the limitations of the disability are mild. Diagnosing a learning disability requires taking into account several aspects, and a simply determination of the IQ is definitely insufficient. This article deals with the specific characteristics of people with a learning disability in their contacts with the police and the justice system. Furthermore recommendations are given as to how to interrogate them in a respectful and correct way.


Dr. Xavier Moonen
Dr. Xavier Moonen is docent en onderzoeker op het gebied van mensen met een (licht) verstandelijke beperking aan de Universiteit van Amsterdam.

MSc Marjolein de Wit
Marjolein de Wit MSc is als orthopedagoog werkzaam bij Pameijer in Rotterdam, een organisatie voor mensen met een (licht) verstandelijke beperking.

MSc Marjolein Hoogeveen
Marjolein Hoogeveen MSc is criminologe.
Artikel

Hetzelfde maar toch (heel) anders

Jongeren met een licht verstandelijke beperking en een PIJ-maatregel vergeleken met normaal begaafde PIJ’ers

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2011
Trefwoorden youth offenders, intellectual disability, non-intellectual disability
Auteurs Dr. Hendrien Kaal, Eddy Brand en Maroesjka van Nieuwenhuijzen
SamenvattingAuteursinformatie

    Casefile analysis concerning serious youth offenders under a mandatory treatment order in The Netherlands showed that, amongst youth offenders of various IQ-levels (IQ < 70, IQ 70-85, and IQ > 85), behavioural and mental health problems and social background characteristics are in many respects very similar. However, differences found in for example social skills and relationships and the needs inherent with having an intellectual disability (ID) have important implications for the way treatment is offered. As a large proportion of the serious youth offenders has an ID, this is important to consider. Furthermore, as intelligence has a dynamic aspect, the authors advise to occasionally reassess these youths.


Dr. Hendrien Kaal
Dr. H.L. Kaal is als onderzoeker en docent verbonden aan de afdeling Toegepaste Psychologie van de Hogeschool Leiden.

Eddy Brand
Dr. E.F.J.M. Brand is als onderzoeker werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) in Den Haag.

Maroesjka van Nieuwenhuijzen
Dr. M. van Nieuwenhuijzen is als senior onderzoeker verbonden aan de vakgroep Ontwikkelingspedagogiek van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Burenbemiddeling in Leuven

Werken met vrijwilligers

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Neighbourhood mediation, Restorative justice, Prevention, Autonomous action
Auteurs Jana Nickmans en Myra Hoeven
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2008 the prevention office of Leuven started the project ‘neighbour mediation’. Also in Flanders mediation is done by volunteers. The authors stress that mediating conflicts is difficult and demands a lot of energy. Regularly volunteers quit so continuous recruitment is necessary. The volunteers have an added value, not only for the project, but also for neighbours. The insights, life experience and engagement of individual volunteers cause residents to feel good in their proximity. They build bridges, incite residents to reflect, help people to communicate respectfully with each other, stimulate social contacts. In one formula, their attitude mirrors itself in the larger society.


Jana Nickmans
Jana Nickmans is werkzaam bij de Preventiedienst van de Stad Leuven.

Myra Hoeven
Myra Hoeven is werkzaam bij de Preventiedienst van de Stad Leuven.

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Beleid en Maatschappij.


Heleen Weyers
Heleen Weyers is universitair docent bij de vakgroep Rechtstheorie van de Rijksuniversiteit Groningen. In haar onderzoek richt ze zich op de totstandkoming en effectiviteit van wetgeving. Qua onderwerpen gaat het daarbij met name om onderzoek naar euthanasieregelgeving, rookverboden en legitimiteitsvraagstukken. Onlangs publiceerde zij samen met Marc Hertogh Recht van Onderop. Antwoorden uit de rechtssociologie (Nijmegen: Ars Aequi Libri), een boek dat een actueel overzicht geeft van de hedendaagse Nederlandse rechtssociologie.
Jurisprudentie

2011/33 Gerechtshof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem 5 juli 2011

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden domeinnaam, website, vrijheid van meningsuiting, bescherming goede naam
Artikel

Jeugdige zedendelinquenten

Lange termijn criminele carrières en achtergrondkenmerken

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2011
Trefwoorden juvenile sex offender, developmental criminology, criminal career, trajectory analysis, personality and background characteristics
Auteurs Chantal van den Berg MSc., Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld en Prof. dr. Jan Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper delinquent development from age 12 to 32 of 498 juvenile sex offenders is analyzed. Trajectory analysis distinguished five groups: adolescence-limited, adolescence-limited late bloomers, low chronic, high chronic and high declining. These groups are shown to differ on personality, family and background characteristics and type of sampling offenses.Our first conclusion is that juvenile sex offenders generally do not persist in sexual offending. Although the adolescence-limited and low chronic group correspond to Moffitt’s taxonomy, the offenses and characteristics of the groups do not. Therefore, our second conclusion is that juvenile sex offenders criminal careers only partly fit this general theory for delinquent behavior. A special theory for juvenile sex offending is required.


Chantal van den Berg MSc.
C.J.W. van den Berg, MSc. is junior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), cvandeberg@nscr.nl.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar methoden & technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam, cbijleveld@nscr.nl.

Prof. dr. Jan Hendriks
Prof. dr. J. Hendriks is bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en klinisch psycholoog bij De Waag in Den Haag, j.hendriks@vu.nl.
Discussie

Access_open Drie visies op de relatie tussen religie en veiligheidsbeleid

Verslag van de expertmeeting ‘Angst voor religie?’ van de Commissie Religie in het Publieke Domein, 23 juni 2010, Den Haag

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden government, safety policy, religious orthodoxy, counternarratives
Auteurs Ernst Hirsch Ballin, Peter Knoope en James Kennedy
SamenvattingAuteursinformatie

    Which role do religious beliefs and practices play in radicalization processes of individuals and groups? In the Netherlands, the authorities are not entitled to interfere in religious content, given this content does not undermine democratic order. On the other hand religious orthodoxy is increasingly perceived as a source for violence and coercion in public discourse. Former minister of Justice Ernst Hirsch Ballin argued for a better understanding for the value of religion in society. ICCT-director Peter Knoope explained how the government can enable the development of counternarratives to violent jihadism within the civil society. James Kennedy criticised the fact that religion is increasingly problematized and politicized and argued for a more reluctant and relaxed view on religious radicalization.


Ernst Hirsch Ballin
Mr. dr. Ernst Hirsch Ballin was van 1989 tot 1994 minister van Justitie in het kabinet-Lubbers III en van 2006 tot 2010 eveneens minister van Justitie in de kabinetten-Balkenende III en IV.

Peter Knoope
Drs. Peter Knoope is directeur van het International Centre for Counter-Terrorism aan de Universiteit Leiden – Campus Den Haag.

James Kennedy
Prof. dr. James Kennedy is hoogleraar Nederlandse geschiedenis in de moderne tijd aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

2011/20 Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem 29 oktober 2010

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden onrechtmatig handelen, beschuldiging, verwijdering, rectificatie
Samenvatting

    Onrechtmatig handelen jegens UMC St Radboud c.s. door publicaties op de website van gedaagde; ernstige beschuldigingen in grove bewoordingen zonder enig objectief bewijs: gebod tot verwijdering van de betreffende publicaties en gebod tot rectificatie.

Artikel

Een gevalsstudie van mensenhandel

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2011
Trefwoorden mensenhandel, aangiftebereidheid, slachtofferperspectief, strafrechtelijk perspectief
Auteurs Drs. Marjolein Goderie en Prof. dr. Hans Boutellier
SamenvattingAuteursinformatie

    In the fight against human trafficking it is very important that victims are willing to report incidents and otherwise cooperate with the criminal proces. In practice there are serious problems with the attitude of the victim towards the suspect and with the consistency and solidness of the testimonies of the victim. In a study to explore this problem we found that the perspectives of the victims were not on the same wavelength with the perspective of the criminal law. In order to illustrate this great gap, in this article we present a case-study.


Drs. Marjolein Goderie
Drs. Marjolein Goderie is senior onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut te Utrecht.

Prof. dr. Hans Boutellier
Prof. dr. Hans Boutellier is algemeen directeur bij het Verwey-Jonker Instituut en bijzonder hoogleraar aan de VU.
Artikel

Meditatie in het gevangeniswezen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2011
Trefwoorden meditatie, gevangenis, resocialisatie, coping
Auteurs Cheshta Panday
SamenvattingAuteursinformatie

    The master thesis Meditation inside the prison system describes the role of mindful meditation practises inside the prison environment. This article shortly summarizes the positive effects of (vipassana) meditation on the mental well-being of prisoners as set out in foreign studies and elaborates on the potential context for meditation programmes inside the Dutch prison system. This context can be found in the legal aim of individual rehabilitation including more intrinsic notions of internal growth and in certain insights of criminological nature. Interviews with several prison managers reveal an open attitude towards the practical integration of meditation programmes.


Cheshta Panday
Cheshta Panday LLM studeerde Strafrecht aan de Universiteit Utrecht.
Toont 1 - 20 van 29 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.