Zoekresultaat: 10 artikelen

x
Jaar 2015 x
Artikel

De shockschadevordering in het strafproces

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2015
Trefwoorden shockschade, strafproces, voeging benadeelde partij
Auteurs Mr. E.S. Engelhard, Mr. M.R. Hebly en Mr. drs. I. van der Zalm
SamenvattingAuteursinformatie

    Naasten en nabestaanden van slachtoffers van ernstige misdrijven kunnen, indien zij door de confrontatie met de schokkende gebeurtenis psychische schade lijden, zich met hun vordering tot vergoeding van shockschade voegen in het strafproces. Hoe en in welke mate worden shockschadevorderingen in het strafproces inhoudelijk behandeld, gegeven het feit dat deze vorderingen snel een onevenredige belasting van het strafproces kunnen opleveren? Welke invloed en betekenis heeft de verruiming van het voegingscriterium per 1 januari 2011 hierin? Ter beantwoording van deze vragen hebben de auteurs uitvoerig jurisprudentieonderzoek uitgevoerd naar het ‘lot’ van shockschadevorderingen in het strafproces.


Mr. E.S. Engelhard
Mr. E.S. Engelhard is promovendus bij de sectie Burgerlijk Recht van Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.

Mr. M.R. Hebly
Mr. M.R. Hebly is promovendus bij de sectie Burgerlijk Recht van Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.

Mr. drs. I. van der Zalm
Mr. drs. I. van der Zalm is wetenschappelijk docent bij de sectie Burgerlijk Recht van Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.

    Hulp bij zelfdoding door niet-arts; overmacht; betekenis Wtl; ontslag van rechtsvervolging

Artikel

Vertrouwen van politiemensen in de strafrechtspleging

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2015
Trefwoorden politie, strafrechtsketen, cynisme
Auteurs Jelle Kort MSc en Prof. dr. ir. Jan Terpstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Half of Dutch police has no confidence in the criminal justice system. Police officers complain that it is impossible to tackle crime and disorder, because as they believe, prosecutors and judges are often letting them down. This article discusses an empirical study on police attitudes towards criminal law in The Netherlands. It is found that many police officers don’t know much about the legal proceedings that follow police work. A description is presented of how police officers think about legal questions: conviction, sentencing and detention on remand. It is concluded that there is a tension between on the one hand, the operation goals of order following a moral duty to restore street justice, and the protection of legal rights of individual citizens on the other. Subsequent recommendations have to do with the working relationship between police and the judiciary.


Jelle Kort MSc
Jelle Kort MSc is promovendus Strafrecht en Criminologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn promotieonderzoek richt zich op de relatie van de politie met het strafrechtssysteem.

Prof. dr. ir. Jan Terpstra
Prof. dr. ir. Jan Terpstra is hoogleraar Criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jurisprudentie

Meelzaak – beperking aansprakelijkheid investeringsmaatschappijen door ACM?

ACM-besluiten inzake Bencis en CVC d.d. 30 november 2014

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Meel, Toerekening, Ne bis in idem, Investeringsmaatschappij, Boeteberekening
Auteurs Paul van den Berg en Jeannette ten Cate
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de ACM-besluiten inzake Bencis en CVC van 30 november 2014. Met deze besluiten heeft ACM, in navolging van de praktijk van de Europese Commissie, voor het eerst investeringsmaatschappijen beboet voor een inbreuk begaan door een dochtervennootschap. In eerste instantie is alleen de dochtervennootschap, Meneba, aansprakelijk gehouden voor een gestelde kartelinbreuk. In twee nieuwe besluiten zijn Bencis en CVC, beide investeerders, alsnog beboet als gevolg van de inbreuk begaan door hun dochtervennootschap Meneba. De besluiten roepen een aantal interessante vragen op, waaronder met betrekking tot (1) de – in lijn met Europese jurisprudentie – lage standaard die ACM toepast voor toerekening van de inbreuk aan moedervennootschappen, in lijn met recente Europese jurisprudentie; (2) het nemen van een nieuw besluit ten aanzien van de moedervennootschappen; en (3) de wijze van omzetberekening voor de boete.


Paul van den Berg
Mr. P.D. van den Berg is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.

Jeannette ten Cate
Mr. drs. J.J. ten Cate is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Article

Access_open Draagmoederschap naar Belgisch en Nederlands recht

Tijdschrift Family & Law, mei 2015
Auteurs Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Samenvatting

    Zowel in België als in Nederland komt draagmoederschap voor. Deze bijdrage heeft tot doel om de houding van de twee buurlanden ten aanzien van dit controversiële fenomeen te onderzoeken en te vergelijken.
    De wensouders en draagmoeders ervaren meerdere juridische obstakels. Zo blijkt in beide landen de draagmoederschapsovereenkomst niet geldig en evenmin afdwingbaar te zijn. Hoewel in Nederland de mogelijkheid bestaat om het ouderlijk gezag over te dragen van draagmoeder naar wensouders, is het ook daar, net zoals in België, allesbehalve evident om de band tussen kind en wensouders juridisch te verwezenlijken. Noch de oorspronkelijke, noch de adoptieve afstamming is aan het fenomeen aangepast. Vooral voor Nederland is dit vreemd aangezien de Nederlandse wetgeving uitdrukkelijk bepaalt onder welke voorwaarden medisch begeleid draagmoederschap toegelaten is. De wet schept met andere woorden een gezondheidsrechtelijk kader, maar regelt niet de gevolgen van het draagmoederschap. In België is er daarentegen geen enkele wetgeving betreffende draagmoederschap. Dit betekent dat de onaangepaste wetgeving betreffende medisch begeleide voortplanting van toepassing is op draagmoederschap. Over deze toepassing en de gevolgen ervan bestaat evenwel onduidelijkheid. Commercialisering van draagmoederschap leidt ook tot problemen. In Nederland is professionele bemiddeling en het openbaar maken van vraag en aanbod met betrekking tot draagmoederschap strafbaar gesteld. Daarnaast kunnen de omstandigheden van een zaak waarin het kind als het ware verkocht wordt aan de wensouders zowel in België als in Nederland leiden tot andere misdrijven. Gelet op dit alles begeven sommige wensouders zich naar het buitenland om daar beroep te doen op draagmoederschap. Wensen zij terug te keren met het kind naar het land van herkomst, dan leidt dit in beide buurlanden tot internationaalprivaatrechtelijke problemen.
    Door het gebrek aan een algemeen wettelijk kader, is het draagmoederschapsproces in beide landen vaak een calvarietocht. Dit leidt tot rechtsonzekerheid. Oproepen tot een wettelijk ingrijpen bleven tot nu toe echter onbeantwoord.
    Surrogacy is practiced in Belgium and the Netherlands. The aim of this contribution is to compare the many legal aspects of the phenomenon. In both countries legal problems surround surrogacy: the surrogacy contract is unenforceable; it is difficult for the intended parents to become the legal parents; commercial surrogacy can result in criminal sanctions and cross-border surrogacy leads to limping legal relations. The main differences between the two legal systems are that in Belgium there is no regulation at all, while in the Netherlands, professional mediation and advertising in surrogacy are explicitly forbidden and Dutch law provides a limited health law regulation. In both countries scholars have pressed the need for legal change.


Dr. Liesbet Pluym Ph.D.

    Strafvorderlijk vergaard bewijsmateriaal kan via artikel 55 AWR of door spontane verstrekking in handen van de fiscus geraken en worden gebruikt voor belastingheffing en/of bestuurlijke beboeting. De vraag rijst wat er moet gebeuren als het materiaal op strafvorderlijk onrechtmatige wijze is verkregen. Deze noot gaat in op deze vraag en vergelijkt daarbij het beoordelingskader ten aanzien van bewijsuitsluiting van de belastingrechter met dat van de strafrechter.


mr. C. Hofman

mr. dr. J.S. Nan
Artikelen

Verhullen van de herkomst bij witwassen

Een stand van zaken en handvatten voor de praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2015
Auteurs mr. W.H. Hulst en mr. S. Visser
Samenvatting

    Witwassen is in het Wetboek van Strafrecht in art. 420bis lid 1 sub b strafbaar gesteld. Naar de tekst van de wet is het enkele voorhanden hebben van een goed uit eigen misdrijf voldoende voor een witwasveroordeling. De Hoge Raad ontwikkelde daarop wat in de dogmatiek de kwalificatieuitsluitingsgrond wordt genoemd. Dit artikel geeft een juridisch kader waarin wordt uitgelegd wat deze kwalificatieuitsluitingsgrond inhoudt, hoe de rechterlijke macht deze kwalificatieuitsluitingsgrond heeft toegepast in de praktijk, hoe deze kwalificatieuitsluitingsgrond zich verhoudt tot het begrip herkomst genoemd in sub a van art. 420bis lid 1 en tot slot worden enkele handvatten voor de praktijk (opsporing, vervolging, rechterlijk oordeel en verdediging) geboden.


mr. W.H. Hulst

mr. S. Visser

    Met de onderhavige uitspraak bracht de Hoge Raad het alcoholslot (voluit: het alcoholslotprogramma) een gevoelige klap toe door – in navolging van het oordeel van het Hof Den Haag van 22 september 2014 en overeenkomstig de conclusie van AG Harteveld – te bepalen dat een strafrechtelijke vervolging wegens rijden onder invloed onverenigbaar is met het opleggen van dit programma.


prof. mr. J.H. Crijns
Artikel

Verslag najaarsvergadering Vereniging voor Gezondheidsrecht 2014

Thema: ‘Strafrecht als waarborg voor kwaliteit van zorg’

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden strafrecht, handhaving, kwaliteit van zorg
Auteurs Mr. J.C. Smeur
SamenvattingAuteursinformatie

    Verslag van de op vrijdag 7 november 2014 gehouden najaarsvergadering van de Vereniging voor Gezondheidsrecht die als thema had: ‘Strafrecht als waarborg voor kwaliteit van zorg’. Het inhoudelijke gedeelte van de vergadering bestond in hoofdzaak uit twee voordrachten over de toenemende nadruk op het handhavende deel van het (gezondheids)recht, waaronder het strafrecht, ten aanzien van zowel reguliere zorgverleners als alternatieve behandelaren.


Mr. J.C. Smeur
Judith Smeur is senior parketsecretaris bij het Expertisecentrum Medische Zaken van het Openbaar Ministerie
Artikel

Strafrecht en de (kwaliteit van) zorg

Een benadering vanuit de gezondheidsrechtelijke praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden strafrecht, tuchtrecht, kwaliteit van zorg, meldingsprocedure IGZ-OM
Auteurs Mr. W.R. Kastelein
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is het effect van het gebruik van het strafrecht in de zorg op de kwaliteit van zorg? Bij een vergelijking van de jurisprudentie in tucht- en strafzaken lijkt de strafrechter bij hetzelfde feitencomplex grondiger onderzoek te doen. Vanuit die optiek is het feit dat er, mede ten gevolge van een onvoldoende instroom van zaken bij het OM, weinig levensdelicten in de zorg strafrechtelijk worden getoetst een gemiste kans. Die instroom zou wellicht beter kunnen worden gewaarborgd door een meldingsprocedure bij IGZ met een ‘doormelding’ aan het OM van potentiële levensdelicten in de zorg, vergelijkbaar met de meldingsprocedure euthanasie.


Mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is advocaat/partner bij Nysingh advocaten en notarissen te Zwolle.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.