Zoekresultaat: 57 artikelen

x
Jaar 2010 x

    In het afgelopen decennium is in de (lagere) jurisprudentie op uiteenlopende wijze geoordeeld over de omvang van de 403-aansprakelijkheid van de moedermaatschappij voor uit arbeids- en andere duurovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen van haar vrijgestelde groepsmaatschappij (hierna dochtermaatschappij). De centrale vraag daarbij was telkens of deze aansprakelijkheid alleen geldt voor verplichtingen voortvloeiend uit tijdens de aansprakelijkstellingstelling aangegane arbeidsovereenkomsten of tevens voor verplichtingen voortvloeiend uit voor de aansprakelijkstelling aangegane arbeidsovereenkomsten en, indien dat laatste het geval was, of de aansprakelijkheid dan alleen voor gedurende de aansprakelijkstelling uit arbeidsovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen geldt of ook voor daarvoor reeds uit arbeidsovereenkomsten ontstane verplichtingen.


J.P.H. Zwemmer
Mr. J.P.H. Zwemmer is advocaat te Amsterdam en promovendus bij het Hugo Sinzheimer Instituut van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

‘Uitgediende hetaeren, verjaagde concubines en in den steek gelatenen’

De opsluiting van vrouwelijke bedelaars eind negentiende eeuw

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Gender, Geschiedenis, Vrouwelijke bedelaars, Rijkswerkinrichting
Auteurs Drs. Marian Weevers en Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
SamenvattingAuteursinformatie

    The backgrounds of the female vagabonds and beggars at the end of the 19th century show that contrary to their male counterparts, these females originated almost exclusively from the lower echelons of society. Their professions and those of their parents and husbands were low and ill-paid. Disease was prevalent, mortality was high and many of them had physical or psychological problems. Most of them were single and 25 percent had children out of wedlock. 20 Percent was convicted for mostly minor crimes. Because of their behaviour it is likely that they were not accepted by their family and received no support from the church or other institutions for relief of the poor. To beg and get convicted to RWI-placement may have been their only remaining survival strategy once they were old and ill.


Drs. Marian Weevers
Drs. M.H.A.C. Weevers is historica, mhac.weevers@planet.nl.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is senior onderzoeker aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving en hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, cbijleveld@nscr.nl.
Artikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (2)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenoemde concordantieverplichting voldoen. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut namelijk in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. In dit tweede deel ligt de focus allereerst op gevolgen van de recente staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk voor het vigerende ontslagrecht. Conclusie hiervan is dat de materiële gevolgen voor het ontslagrecht zeer beperkt zijn. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de opzegbepalingen uit het BW, de rechterlijke ontbinding en het einde van rechtswege in de verschillende koninkrijkslanden met elkaar vergeleken. Uit deze vergelijking blijkt dat er tussen de verschillende landen een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Deze verschillen lijken zich evenwel voornamelijk voor te doen op technisch-juridische gebieden. Bij het uitvaardigen van nieuwe wetgeving houden de wetgevers dus onvoldoende rekening met het concordantiebeginsel. De rechters uit het Koninkrijk kan men in dezen daarentegen weinig kwalijk nemen. Daar waar hun een zekere beoordelingsruimte wordt gelaten, bestaat er immers een grote mate aan concordantie. Door middel van concorderende interpretatie worden de open normen in de verschillende landen namelijk op dezelfde wijze ingevuld. Hierbij moet er echter wel voor worden gewaakt dat er een te grote mate van concordantie wordt bereikt. De rechter mag de verschillen in cultuur en gewoontes tussen de Koninkrijkslanden niet uit het oog verliezen.


Mr. F.M. Dekker
Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag.
Diversen

Nieuw toezicht op de advocatuur?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden zelfregulering, systeemtoezicht, toezicht op advocaten, advocatuur, De Hoogd
Auteurs Mr. M. de Rijke
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de totstandkoming van de Advocatenwet van 23 juni 1952 is de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) ingesteld en is wettelijk geregeld dat het toezicht op de advocatuur wordt uitgeoefend door Raden van toezicht, de bestuurders van de plaatselijke orden van advocaten. De leden van de Raden van toezicht worden gekozen uit de leden van de orde. Dit systeem van zelfregulering staat ter discussie, sinds de Minister van Justitie in een brief aan de Tweede Kamer van 5 maart 2010 zijn visie heeft gegeven op de “in de toekomst wenselijke en mogelijke aanpassingen van de wettelijke regelingen van het toezicht op notarissen, advocaten en gerechtsdeurwaarders”. De visie behelst onder meer de introductie van een nieuwe toezichthouder die controle uitoefent op de naleving van wettelijke voorschriften door advocaten. Wat echter ontbreekt in deze visie is een overtuigende onderbouwing om op zoek te gaan naar een alternatief voor het bestaande systeem en daarmee een legitimatie om de keuze te laten vallen op het andere uiterste van het spectrum van toezichtstijlen. In dit essay plaatst de auteur het bestaande toezichtsysteem, de controle hierop en de visie van de Minister in het kader van het algemeen toezichtsrecht. Zij komt tot de conclusie dat een te wankele basis bestaat voor een drastische oversteek van intern naar extern toezicht.


Mr. M. de Rijke
Mr. M. de Rijke is advocaat en partner bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Artikel

Dwang blijft wrang

Over vrijheid, verplichte zorg en de rol van het recht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden psychiatric patient rights, compulsary admission, duty of care
Auteurs Pieter Ippel
SamenvattingAuteursinformatie

    The position of patients facing forced hospitalization in a mental health clinic develops both in a soft and in a hard direction. On the one hand there is a soft current of more empathy with legal protection and on the other hand a harder current that leads to a growing number of forced measures. This involves three dilemmas. First, legal intervention touches only upon the fringe and not upon the core of psychiatric treatment. Second, the problematic relation with the criminal justice sector and third, a lack of concern for what happens after the decision of the judge. Quality based peer review has not developed well in this sector. Forced hospitalization will remain sour for the near future.


Pieter Ippel
Pieter Ippel is vanaf 2005 hoogleraar rechtsgeleerdheid bij de Roosevelt Academy in Middelburg, een Engelstalig Liberal Arts & Science College van de Universiteit Utrecht. Daarvoor was hij onder meer hoogleraar rechtstheorie in Utrecht. Hij studeerde wijsbegeerte, criminologie en Nederlands recht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en promoveerde daar in 1989 op een rechtssociologisch proefschrift. Hij publiceerde over uiteenlopende onderwerpen. Zijn belangrijkste boek is Modern recht en het goede leven. Over gezondheid, milieu en privacy (Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2002).
Artikel

De uitstoting van een aandeelhouder op grond van artikel 2:336 BW; nieuwe jurisprudentie

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2010
Trefwoorden uitstoting aandeelhouder, nieuwe jurisprudentie, artikel 2:336 BW, prijsbepaling, toetsingscriterium
Auteurs Mr. M.J. Ubbens
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur twee uitspraken waarin een vordering tot uitstoting van een aandeelhouder op de voet artikel 2:336 BW is toegewezen. Aan de hand van de jurisprudentie, de literatuur en de in de bijdrage behandelde uitspraken wordt de invulling van de uitstotingsregeling van artikel 2:336 BW besproken.


Mr. M.J. Ubbens
Mr. M.J. Ubbens is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Artikel

Herwaardering van certificering als beschermingsconstructie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Administratiekantoor, beschermingsconstructies, certificering, certificering van aandelen, Dutch discount, market for corporate control
Auteurs Mr. J. de Koning Gans en Prof. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    De praktijk wijst uit dat aandeelhoudersactivisme het vennootschappelijk belang kan bedreigen. In deze bijdrage wordt onderzocht wat de meest adequate vorm van bescherming van een beursvennootschap tegen een vijandige overname is. Allereerst worden de in Nederland meest voorkomende beschermingsconstructies besproken en geëvalueerd. De auteurs constateren vervolgens dat aan elke beschermingsmaatregel voor- en nadelen kleven. Deze voor- en nadelen hebben betrekking op de toereikendheid van de bescherming of de aanvaardbaarheid van de inperking van de zeggenschap van kapitaalverschaffers. Vergeleken met de andere behandelde beschermingsconstructies lijkt certificering echter volgens de auteurs het best aan beide criteria te voldoen. De auteurs sluiten deze bijdrage af met enkele aanbevelingen ten aanzien van het bestuur van het Administratiekantoor (AK) die de certificaten uitgeeft teneinde de onafhankelijkheid van het AK te kunnen waarborgen en certificering in het algemeen als meest aanvaardbare beschermingsconstructie te kunnen aanmerken.


Mr. J. de Koning Gans
Mr. J. De Koning Gans is recentelijk afgestudeerd aan de Universiteit Utrecht in de master Recht en Onderneming.

Prof. W.J. Oostwouder
Prof. W.J. Oostwouder is hoogleraar bedrijfsfinancieel recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Earn-outs: smeerolie voor overname deals?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2010
Trefwoorden earn-out, bedrijfsovername, koper, verkoper
Auteurs Mr. A.M. van Hekesen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat het juridische instrument van de earn-out centraal. Allereerst wordt ingegaan op de redenen voor partijen om een earn-out overeen te komen, vervolgens worden verschillende aspecten van de vorm en inhoud van earn-outs besproken. En ten slotte wordt een aantal juridische aandachtspunten van earn-outs behandeld, waaronder de vraag of op de koper een bepaalde inspanningsverplichting kan rusten om te zorgen dat de earn-out targets worden behaald.


Mr. A.M. van Hekesen
Mr. A.M. van Hekesen is bedrijfsjurist bij Philips.

Mr. E.R. Helder
Artikel

Enkele aspecten van de (on)mogelijkheid tot het vorderen van ‘afgeleide schade’

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2010
Trefwoorden afgeleide schade, Poot/ABP, Kip/Rabo, specifieke zorgvuldigheidsnorm, geschillenregeling
Auteurs Mr. S. Schmeetz
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het leerstuk van de afgeleide schade en de mogelijkheden die de aandeelhouder heeft wanneer afgeleide schade niet (rechtstreeks) gevorderd kan worden.


Mr. S. Schmeetz
Mr. S. Schmeetz is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.
Artikel

De aanbevelingen van de commissie-De Wit

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2010
Trefwoorden aanbevelingen commissie-De Wit, beloningsbeleid
Auteurs Mr. J.P. Kreule
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de aanbevelingen van de commissie-De Wit, waarbij met name wordt ingegaan op de aanbevelingen met betrekking tot het beloningsbeleid en de bedrijfsvoering.


Mr. J.P. Kreule
Mr. J.P. Kreule is advocaat bij Loyens & Loeff.
Artikel

De nieuwe oproepingstermijn en registratiedatum – enkele praktische beschouwingen

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2010
Trefwoorden oproepingstermijn, registratiedatum, richtlijn aandeelhoudersrechten
Auteurs Mr. J.G. Thijssen en Mr. W.T. Bongartz
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken in deze bijdrage de wijze waarop de Nederlandse wetgever invulling heeft gegeven aan de implementatie van met name de oproepingstermijn en registratiedatum die onder de richtlijn aandeelhoudersrechten verplicht worden voor beursgenoteerde NV’s.


Mr. J.G. Thijssen
Mr. J.G. Thijssen is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance.

Mr. W.T. Bongartz
Mr. W.T. Bongartz is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance.
Artikel

Meervoudig gebruik binnen de gesubsidieerde rechtsbijstand: clusters en triggers

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2010
Trefwoorden legal aid, trigger, cluster, justiciable problem
Auteurs Susanne Peters, Lia Combrink en Mirjam van Gammeren-Zoeteweij
SamenvattingAuteursinformatie

    The use and expenditure of the Legal Aid System is ever increasing. In addition, some people make use of the Legal Aid System more often than others. In fact, a small percentage of clients (2,6%) uses a substantial part (11,2%) of the legal aid. This paper sheds light on the occurrence of multiple use of legal aid and gives insight into the frequency and characteristics of multiple use.
    In the research described in this article, we have made use of the data from 2000 until 2009 concerning legal aid that was provided by the Legal Aid Board. This dataset contains over 3 million cases (so-called certificates that are issued by the Board). The main difference between this research and other (paths to justice) studies is that the dataset contains actually provided legal aid and not self-reported problems by clients. Therefore, the representativeness is guaranteed and no false recollections can occur. At the same time, this means that the research is limited to people who are entitled to legal aid (approximately 39% of the Dutch population) and have actually received a certificate.
    The results show that the provision of legal aid leads to new cases for which legal aid is again provided. Also, certain certificates coincide with and act as a trigger for certain other certificates. In the discussion we clarify the significance and implications of the results that are presented. Furthermore, we discuss the recently ordered budget cut in legal aid in the Netherlands. We describe ways to decrease the use and expenditure of the Legal Aid System, some of which are already implemented in the system. Finally, we discuss possible other (non-legal) problems that can be experienced by multiple users of the Legal Aid System.


Susanne Peters
Susanne Peters promoveerde in de sociale wetenschappen aan de Universiteit van Utrecht (2005) op een proefschrift over rechtvaardigheid. Momenteel is zij werkzaam bij de Raad voor Rechtsbijstand, waar zij onderzoek uitvoert ten behoeve van de Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand.

Lia Combrink
Lia Combrink-Kuiters studeerde rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en promoveerde aan de juridische faculteit van deze universiteit op een jurimetrisch proefschrift betreffende de voorspelbaarheid van rechterlijke beslissingen (1998). Daarna werkte zij bij het WODC aan de evaluatie van twee landelijke mediationprojecten. Momenteel is zij werkzaam als onderzoeker bij de Raad voor Rechtsbijstand, waar zij onderzoek doet op het gebied van de gesubsidieerde rechtsbijstand.

Mirjam van Gammeren-Zoeteweij
Mirjam van Gammeren-Zoeteweij is aan de Universiteit Leiden afgestudeerd als psycholoog. Momenteel is zij werkzaam als onderzoeker bij de Raad voor Rechtsbijstand, waar zij onderzoek uitvoert ten behoeve van de Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand.
Artikel

De executeur en de Ondernemingskamer

HR 10 september 2010, LJN BM6077

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 33 2010
Trefwoorden testament
Auteurs


Artikel

Het op risicobasis gefinancierde partnerpensioen (II)

Uitzondering of regel? De cijfers

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 32 2010
Trefwoorden levensverzekering en pensioen
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens

Mr. F.M.H. Hoens
Artikel

Access_open Wat deed Ramadan in Rotterdam?

De gemeentelijke opdracht aan Tariq Ramadan

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Tariq Ramadan, Islam, Islamofobie, Integratiebeleid
Auteurs Nelleke van Zessen
SamenvattingAuteursinformatie

    The contract between the administration of Rotterdam and Tariq Ramadan January ended abruptly at august the 18th 2009 because of his connection with the Iranian satellite channel PressTV. Ramadans assignment in Rotterdam was challenged from the beginning and the accusation of cooperating with an oppressive regime overruled the voices that wanted him to stay. Bottom line of the ongoing dissension was the charge on Ramadan that his object was the islamization of Europe that would cause Western achievements like freedom and democracy to perish. The municipal government was blamed for offering him the stage and the facilities. The controversies were not limited to Rotterdam but also reported on by national and international media.In this article we will highlight the role of the Town Hall in the early end of the commitment of Tariq Ramadan in Rotterdam.


Nelleke van Zessen
Drs. N. van Zessen studeerde Musicologie aan de Universiteit van Utrecht (1988) en volgt momenteel de master Religie en beleid aan de Faculteit der Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij was van oktober 2008 tot juni 2009 verbonden aan de Directie Beleid van de Bestuursdienst van de gemeente Rotterdam in het kader van een onderzoek naar religie en lokale overheid. Zij maakte deel uit van de commissie die de gemeente Rotterdam in maart 2009 instelde om de beschuldigingen aan het adres van Tariq Ramadan te onderzoeken.
Artikel

Een beloningscode voor de financiële sector

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2010
Trefwoorden beloningsbeleid financiële sector, corporate governance,, Code Banken, financiële onderneming
Auteurs Mr. C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage heeft betrekking op het beloningsbeleid in de financiële sector. Allereerst wordt ingegaan op toegenomen aandacht voor de beloningen in de financiële sector en op de opbouw en reikwijdte van de verschillende initiatieven. Vervolgens worden de verschillende initiatieven op het gebied van het beloningsbeleid in de financiële sector met elkaar vergeleken. Die vergelijking mondt uit in een (model) beloningscode die weergeeft wat goede corporate governance op het gebied van het beloningsbeleid zou kunnen zijn. Deze (model) beloningscode zouden financiële instellingen of financiële ondernemingen kunnen gebruiken als leidraad bij het vaststellen en uitvoeren van hun beloningsbeleid. Deze bijdrage wordt afgesloten met enkele afsluitende opmerkingen.


Mr. C. de Groot
Mr. C. de Groot is universitair hoofddocent ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Stuiting van de verjaring in en buiten rechte

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden verjaring, stuiting, voorlopige bewijslevering, voorlopig getuigenverhoor
Auteurs Mr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staan de eisen die de Hoge Raad stelt aan de stuiting van de verjaring in en buiten rechte centraal. Daarbij wordt in het bijzonder ingegaan op de stuitingsproblematiek in het kader van onderhandelingen en stuiting van de verjaring door handelingen zoals het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor.


Mr. M.L. Tuil
Mr. M.L. Tuil is postdoc bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Hoofdartikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (1)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenaamde concordantieverplichting voldoen. In dit eerste deel van de tweeluik ligt de focus allereerst op het concordantiebeginsel. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de drie regelingen inzake de preventieve ontslagtoetsing met elkaar vergeleken. Daaruit blijkt dat er tussen het Buitengewoon besluit arbeidsverhoudingen 1945 en de beide Landsverordeningen beëindiging arbeidsovereenkomsten een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Ook tussen de landsverordeningen onderling bestaan de nodige verschillen. Geconcludeerd moet daarom worden dat de Koninkrijkswetgevers op dit terrein niet aan hun Statutaire concordantieverplichting voldoen.


Mr. F.M. Dekker
Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag
Discussie

Naschrift van Verburg bij de reactie van Heinsius op de annotatie van het Akavan-arrest in ArA 2010/1

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2010
Trefwoorden medezeggenschap collectief ontslag, richtlijnconformiteit, raadpleging, concernverhouding, Akavan/Fujitsu Siemens
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage reageert de auteur op het stuk van Heinsius. Volgens de auteur staat de huidige wettelijke regeling van de WMCO richtlijnconforme uitleg van het begrip ‘doen eindigen’ niet in de weg. Voorts gaat de auteur in op het tijdstip van raadpleging binnen concernverhoudingen.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht aan de RU en advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 57 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.