Zoekresultaat: 159 artikelen

x
Jaar 2015 x
Artikel

De verschuivende functies van de Awb

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden harmonisatie, rechtseenheid, borging van rechtsstatelijkheid
Auteurs Prof. dr. B.J. Schueler
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat aan de hand van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in op een van de drie hoofdcategorieën van rechtseenheid die Stip en Zijlstra onderscheiden, namelijk de rechtseenheid die ziet op het voorkomen van verschillende uitleg en toepassing van dezelfde rechtsnormen binnen een rechtsorde. De auteur bespreekt de vijf belangrijkste redenen om algemene regels van bestuursrecht in de Awb op te nemen in plaats van een regeling te maken voor deelterreinen. Hij bespreekt deze redenen vanuit vijf invalshoeken: rechtseenheid, kenbaarheid, voorspelbaarheid, efficiëntie van wetgeving en borging van rechtsstatelijkheid. In het huidige tijdsgewricht zijn met name die laatste twee van belang door twee ontwikkelingen. Ten eerste proberen bestuur en wetgevers de slagkracht van het bestuur te vergroten. De Awb waarborgt dat burgers de middelen houden die nodig zijn om voor hun belangen en rechten op te komen. Ten tweede komt door verschuivingen het zwaartepunt in wetgeving steeds meer bij het bestuur te liggen: normstelling wordt meer bestuurlijk ingekleurd, de rechter wordt op afstand gezet en de wetgever laat inhoudelijke regelgeving over aan het bestuur. Dit werpt een nieuw licht op de waarborgfunctie van de Awb, die het handelen van het bestuur normeert.


Prof. dr. B.J. Schueler
Prof. dr. B.J. Schueler is hoogleraar bestuursrecht, in het bijzonder het omgevingsrecht, aan de Universiteit Utrecht en staatsraad in de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel

Rechtseenheid binnen het Koninkrijk: kiezen tussen drie kwaden

Het is niet zo democratisch of het werkt niet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden consensusrijkswetgeving, concordantie, eenvormigheid, democratische legitimatie
Auteurs Mr. H.R. Schouten en Mr. C.C. van Niel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt besproken op welke manieren binnen het Koninkrijk der Nederlanden eenheid kan worden bevorderd tussen de rechtsordes van de vier landen (Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten). De eerste vorm die wordt besproken, zijn onderlinge regelingen, met name consensusrijkswetgeving. Onderwerpen die in beginsel door de landen zelf worden geregeld, worden in dit geval door de landen gezamenlijk geregeld in rijkswetgeving. De tweede vorm is eenvormigheid, waarbij via een speciaal vastgestelde procedure wordt bevorderd dat wetgeving van de landen naar de letter hetzelfde is. De derde vorm is concordantie. Ook hier is van belang dat wetgeving van de landen zo veel mogelijk hetzelfde luidt, maar in tegenstelling tot eenvormigheid hoeft wetgeving hier niet naar de letter hetzelfde te luiden. De auteurs betogen dat deze vormen van rechtseenheid ofwel niet effectief zijn, ofwel dat vragen kunnen worden gesteld bij de betrokkenheid van de respectievelijke parlementen, met name die van de Caribische landen. Dit laatste aspect blijft volgens de auteurs in het artikel van Stip en Zijlstra in deze aflevering van RegelMaat onderbelicht, waar zij het hebben over rechtseenheid tussen rechtsordes. Tevens wordt in de bijdrage een verband gelegd tussen de ingewikkelde procedures voor de totstandkoming van consensusrijkswetgeving, eenvormige landsverordeningen en concordante wetgeving en het gebrek aan effectiviteit van deze instrumenten.


Mr. H.R. Schouten
Mr. H.R. Schouten was tot 1 juni 2014 wetgevingsjurist bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en is sinds die datum werkzaam bij het ministerie van Financiën. Zij was tot 1 februari 2015 redactiesecretaris van RegelMaat.

Mr. C.C. van Niel
Mr. C.C. van Niel is wetgevingsjurist bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en redactiesecretaris van RegelMaat.
Artikel

Rechtseenheid: concepten, motieven, actoren en instrumenten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden rechtseenheid, harmonisatie
Auteurs Mr. M.J.C. Stip en Prof. mr. S.E. Zijlstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Rechtseenheid speelt in de juridische dogmatiek en de rechtsvorming een grote rol. Op tal van fronten wordt er onderzoek naar gedaan, beleid over ontwikkeld, en komt rechtseenheidbeogende wetgeving tot stand. Bij nadere bestudering blijkt het daarbij echter niet steeds over hetzelfde te gaan. In dit artikel wordt een typologie van varianten van rechtseenheid ontwikkeld. De auteurs analyseren het debat en trachten het te ontdoen van de begripsmatige verwarring. Vervolgens werken zij een van de varianten uit, namelijk rechtseenheid tussen rechtsnormen die niet logisch tegenstrijdig zijn. Daarna wordt besproken welke actoren en instrumenten een rol spelen bij het bewerkstelligen van die variant van rechtseenheid.


Mr. M.J.C. Stip
Mr. M.J.C. Stip is promovenda en docent staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij bereidt een proefschrift voor over vergelijkende wetgevingstechniek.

Prof. mr. S.E. Zijlstra
Prof. mr. S.E. Zijlstra is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De OM-strafbeschikking en de minderjarige bestrafte

Is het recht op een eerlijk proces voldoende verzekerd?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2015
Trefwoorden OM-strafbeschikking / Public prosecutor’s penalty decision, jeugdige verdachten / juvenile suspects, recht op eerlijk process / right to due process
Auteurs Petra Van Es MBA
SamenvattingAuteursinformatie

    This article tries to answer the question whether the right to due process, especially for minors receiving a public prosecutor’s penalty decision in the Netherlands is sufficiently guaranteed. To answer this question, formal legislature with respect to this topic, the concept of ‘due process’ as well as the actual legal guarantees for minors, have been explored. In juvenile criminal law, contrary to adult criminal law, the pedagogic aspect plays an important role. The pedagogic point of view is also taken into account. A recent report by the Attorney General of the Dutch Supreme Court showed undoubtedly that after six years of experience, the processes surrounding the instrument of the public prosecutor’s penalty decision are far from being executed flawlessly. Both from a judicial perspective as well as a pedagogic perspective, this is a serious problem. The most important procedural aspects that require substantial improvement are related to determining guilt, attorney accessibility and the presence of parents.


Petra Van Es MBA
Petra van Es MBA werkt als officier Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland voor het ministerie van Defensie en studeert strafrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Doelen van straffen bereiken door lokale interventies

Taakstraffen in de wijk bezien in het licht van morele straftheorieën en visie van het Openbaar Ministerie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2015
Trefwoorden community sentencing / taakstraffen, moral theories / morele theorieën, public prosecutor / openbaar ministerie, execution of punishments / executie van straffen
Auteurs Mr. Disa Jironet Loewe en Mr. Leon Plas
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch prosecutor’s office has set itself the goal of contributing to a safer and just society. This article investigates how a more proactive and innovative approach to the sanctioning of crimes can help towards realizing this goal. The authors take a close look at which types of sanctions could be ‘employed’ for this purpose, and when and how they ought to be executed, in the light of moral retributive and utilitarian theories on punishment. Specifically, the article considers community-sentencing punishments – punishments that are executed locally and in a way that is connected to context (perpetrator, neighbourhood) within which the crime was committed. The authors conclude that a visible connection between the crime and the punishment is vital to achieve the goals set out by the prosecutor’s office. However, at the same time various features of the execution of the punishment need to be considered in order to reach the right effect. This article does not purport to give a single answer these issues, but aspires to indicate where there is unexplored potential in the way community sentences are executed, and hopes to give a framework of what needs to be considered in order to do so effectively.


Mr. Disa Jironet Loewe
Mr. Disa Jironet Loewe is officier van Justitie in opleiding bij het Arrondissementsparket Amsterdam.

Mr. Leon Plas
Mr. Leon Plas is advocaat-generaal bij het Ressortsparket Den Haag en lector OM en Strafrecht bij het Studiecentrum Rechtspleging (SSR).
Artikel

Militaire actoren en accenten in de veiligheidszorg in twintigste-eeuws België

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2015
Trefwoorden security, policing, Belgium, twentieth century, gendarmerie
Auteurs Jonas Campion Phd in History (UCLouvain, Paris Sorbonne – Paris IV)
SamenvattingAuteursinformatie

    Since mid-January 2015, nearly 300 soldiers were mobilized by the Belgian government to ensure the safety of public places in Liège, Brussels, Antwerp and Verviers, providing assistance to local and federal police forces. This provoked intense political and public debate about the issue of the provision of security in a democratic society, raising questions such as: which are the goals of security policies and what kind of risks are they supposed to address? Which control instances should be responsible for the provision of security and how should they operate? The central issue, here, is whether either civilian or military actors and practices are the most appropriate for surveillance and policing tasks. As a matter of fact, this discussion goes back to the Belgian independence and has marked the entire history of the Belgian police system, since at the heart of it, there has long been a military police force, the gendarmerie. In this contribution, we examine how the militarization of security and policing tasks evolved across the twentieth century in Belgium, which socio-political conditions shaped these evolutions, and what kind of arguments pro or contra military approaches have been advanced in this process.


Jonas Campion Phd in History (UCLouvain, Paris Sorbonne – Paris IV)
Jonas Campion is postdoconderzoeker aan de Universiteit Lille 3, France (Irhis, gesteund door het région Nord-Pas-de-Calais) en gastprofessor aan het UCLouvain, België.
Artikel

De remmende werking van huwelijk en arbeid op vermogensdelicten. Rotterdam, 1812-1820

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2015
Trefwoorden property crime, marriage, labour, nineteenth century, Netherlands
Auteurs Bjørn Gallée BA en Jaap Ligthart MA
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the field of criminology, marriage and labour are important determinants for the decline in criminal behavior. However, these factors are seldom researched in the context of historical criminology. By conducting research into crimes against property in Rotterdam, those brought to the Rotterdam correctional court in the 1812-1820 period, this paper attempts to shed light on the topic. Our findings show that a majority of the delinquents in question were employed, while a minority of those female delinquents were married, yet also in gainful employment in most cases. Male adolescents, who had just entered the labour market, were the largest group of male delinquents. The female population of delinquents consisted mostly of women who were close to marriageable age. Thus, it is suggested that labour and marriage supplied insufficient economical stability to inhibit criminal behavior during the 1812-1820 period.


Bjørn Gallée BA
B. Gallée, BA is werkzaam als onderzoeksassistent in het project ‘Crime and Gender’ aan de Universiteit Leiden.

Jaap Ligthart MA
J. Ligthart, MA was in 2013 werkzaam als onderzoeksassistent in het project ‘Crime and Gender’ en promoveert momenteel aan de Universiteit Leiden op financiële problemen van vorsten in de vijftiende-eeuwse Nederlanden.
Artikel

‘Dat het uwe Majesteit moge behagen de innigste wensch van een uwer onderdanen te vervullen’

Gratieverzoeken van vrouwen in de Rijkswerkinrichting 1886-1907

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2015
Trefwoorden female vagrants, Beggars, Reprieve, State Labor Institution
Auteurs Drs. Marian Weevers
SamenvattingAuteursinformatie

    The files of the women in the State Labor Institution who submitted a request for reprieve showed that they were well aware of the prevailing discourses. They referred for example to their indispensability at home as mother and spouse. In case they were in the Institution for the first time and had no ‘unfavorable’ reputation they mainly succeeded. The main consideration to grant a pardon was the prospect of maintenance to prevent recurrence and consequently nuisance for society. Those who were seriously ill were pardoned because they could not work, the youngest residents to save them from the bad influence of their older inmates. Nevertheless many returned in the State Labor Institution.


Drs. Marian Weevers
Drs. M.H.A.C. Weevers is promovendus aan de Universiteit Leiden.
Praktijk

Migranten en minderheden in het vizier van staat en politie

Een langetermijnperspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2015
Auteurs Prof. dr. Margo De Koster
Auteursinformatie

Prof. dr. Margo De Koster
Prof. dr. M. De Koster is universitair docent historische criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Vrije Universiteit Brussel.
Artikel

Stapels koopwaar als eene bestendige aanlokking voor dieven’. De economische visie op criminaliteit en criminaliteitscontrole in de haven van Antwerpen (1880-1940)

De economische visie op criminaliteit en criminaliteitscontrole in de haven van Antwerpen (1880-1940)

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2015
Trefwoorden governance of security, private security, crime control, situational crime prevention, loss prevention
Auteurs Drs. P. Leloup
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution focuses on the manner in which between 1880 and 1940 private actors in the port of Antwerp, whether or not in cooperation with the public authorities, interpreted crime and crime control in terms of risk management, loss prevention and situational crime prevention through a strict economic approach, as opposed to the then dominant institutionalized and criminological discourse. Whereas crime control by the major criminal justice institutions put an emphasis on the biological, psychological and sociological characteristics of the offender, measures taken by maritime, industrial and commercial organizations were aimed exclusively at manipulating the temporal and spatial dimensions of the opportunity structures in which criminal activities, which posed a threat to the economic profitability, could develop.


Drs. P. Leloup
Drs. P. Leloup is verbonden aan de Crime & Society (CRiS)-onderzoeksgroep van de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Recht en Criminologie, is houder van masterdiploma’s geschiedenis (Universiteit Gent, 2009) en criminologische wetenschappen (Universiteit Gent, 2012) en werkt aan een proefschrift over de ontwikkeling van de private veiligheidszorg in België, getiteld ‘The development of the private security industry in Belgium (1907-1990). A historical-criminological perspective on contemporary changes in security and crime control’.
Jurisprudentie

Verwerping beroep omkeringsregel

Hof Arnhem-Leeuwarden 31 maart 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:2353

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2015
Trefwoorden zorgplicht, risicoaansprakelijkheid, causaal verband, omkeringsregel
Auteurs Mr. M. Jongkind
SamenvattingAuteursinformatie

    Ouders stellen de camping aansprakelijk voor gehoorschade van hun zoon. Op 12 juni 2003 zou de zoon in het zwembad van de camping besmet zijn geraakt met de PA-bacterie. Daarna is geconstateerd dat een filter van het zwembad defect was. De ouders stellen dat de camping haar zorgplicht heeft geschonden, alsmede dat de camping risicoaansprakelijk is op grond van artikel 6:175, 6:174 of 6:173 BW. Met betrekking tot het causaal verband wordt een beroep gedaan op de omkeringsregel. Het gerechtshof oordeelt dat geen sprake is van risicoaansprakelijkheid ex artikel 6:175 BW. Het beroep op de omkeringsregel wordt verworpen.


Mr. M. Jongkind
Mr. M. Jongkind is advocaat bij Van Traa Advocaten te Rotterdam.
Jurisprudentie

Privaatrechtelijke handhaving door de Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Privaatrechtelijke handhaving, Sociale partners, Uitzendsector, Schadevergoeding, Boetebeding
Auteurs Mr. dr. M. Kullmann
Auteursinformatie

Mr. dr. M. Kullmann
Mr. dr. M. Kullmann is universitair docent Sociaal recht aan de Universiteit van Maastricht.
Casus

Remedies bij inbreuken op garanties in overnamecontracten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Garantie, Non-conformiteit, Remedies, Schadevergoeding, SPA
Auteurs Prof. mr. R.J. Tjittes
Auteursinformatie

Prof. mr. R.J. Tjittes
Prof. mr. Rieme-Jan Tjittes is advocaat en partner bij BarentsKrans, hoogleraar Privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van dit blad.
Artikel

De hervorming van het Franse verbintenissenrecht: le renouveau de la grande dame

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Hervorming, Verbintenissenrecht, Contractenrecht, Algemeen, Frankrijk/België
Auteurs Dr. S. Jansen
Auteursinformatie

Dr. S. Jansen
Sanne Jansen is postdoctoraal onderzoeker (en aspirant van het FWO-Vlaanderen) aan het Instituut voor Verbintenissenrecht, afdeling Privaatrecht, KU Leuven.

    In het arrest Alimanovic staat de vraag centraal of een Zweedse onderdaan die onvrijwillig werkloos is geworden nadat ze enige tijd in Duitsland had gewerkt, uitgesloten mag worden van een Duitse premievrije publieke bijstandsuitkering. Zonder een individuele afweging te maken oordeelt het Hof van Justitie dat artikel 24 Richtlijn 2004/38/EG een dergelijke uitsluiting toestaat. Na het eerder gewezen arrest Dano bevestigt het Hof van Justitie met dit arrest dat het is overgegaan tot een ruimere uitleg van de toegestane beperkingen op het vrij verkeer van personen. Ook werkzoekende Unieburgers met een recent arbeidsverleden in een gastlidstaat mogen categoriaal worden uitgesloten van het recht op een bijstandsuitkering in deze lidstaat.
    HvJ 15 september 2015, zaak C-67/14, Alimanovic, ECLI:EU:C:2015:597


Mr. dr. A. Eleveld
Mr. dr. A. (Anja) Eleveld is universitair docent Sociaal Recht aan de Vrije Universiteit.
Praktijk

PARP voor schadeverzekeraars

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden schadeverzekeraars, productontwikkeling
Auteurs Mr. F.M.A. ’t Hart
SamenvattingAuteursinformatie

    De toenemende maatschappelijke druk op banken, verzekeraars en andere financiële dienstverleners om zo veel mogelijk zorg te dragen dat consumenten de juiste financiële beslissingen nemen, heeft tot nieuwe regelgeving geleid. Regelgeving die aanbieders van financiële producten verplicht om bij de ontwikkeling van hun producten – kort gezegd – rekening te houden met het klantbelang en om te bezien op welke wijze het ontwikkelde financiële product terechtkomt bij de doelgroep waarvoor het financiële product ook daadwerkelijk bedoeld is. De regels over productontwikkeling worden door de wetgever beschouwd als een nadere uitwerking van het algemene vereiste dat een financiële onderneming zorg dient te dragen voor een beheerste en integere bedrijfsuitoefening. De in 2013 ingevoerde regels behelzen meer dan een juridisch-technische toetsing van een voorgenomen financieel product. Ook zal rekening moeten worden gehouden met maatschappelijke inzichten en aspecten van reputationele aard. De commotie rondom het aanbod van een grote verzekeraar om klanten korting te geven op schadeverzekeringen indien klanten bereid zijn om bepaalde persoonsgegevens met de verzekeraar te delen, is daarvan een goed voorbeeld.


Mr. F.M.A. ’t Hart
Mr. F.M.A. ’t Hart is advocaat bij Hart Advocaten te Amsterdam.
Casus

Drie ontwikkelingen in de rechtspraak van de Hoge Raad in 2015 over personenvennootschappen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden maatschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, personenvennootschap
Auteurs Mr. C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2015 is de Hoge Raad in drie belangrijke uitspraken ingegaan op het personenvennootschapsrecht. De Hoge Raad besliste dat een vennoot die toetreedt tot een al bestaande vennootschap onder firma of als gewone vennoot toetreedt tot een al bestaande commanditaire vennootschap ook aansprakelijk is voor verbintenissen die al waren ontstaan vóór zijn toetreden. De Hoge Raad is tevens ingegaan op de vraag wanneer een commanditaire vennoot het zogenoemde bestuursverbod overtreedt. Ten slotte heeft de Hoge Raad beslist dat het faillissement van een vennootschap onder firma niet automatisch tot gevolg heeft dat ook de vennoten in staat van faillissement komen te verkeren.


Mr. C. de Groot
Mr. C. de Groot is universitair hoofddocent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De ministerieplicht van de notaris wordt door de Hoge Raad gefundeerd op de civielrechtelijke positie van zijn cliënt

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2015
Trefwoorden ministerieplicht notaris, rechtmatig belang koper bij levering, botsende rechten op levering, vestiging tweede hypotheekrecht zonder vereiste toestemming eerste hypotheekhouder, verhouding civielrechtelijke en tuchtrechtelijke aansprakelijkheid van notaris
Auteurs Prof. dr. S. Perrick
SamenvattingAuteursinformatie

    In het belangrijke arrest HR 3 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:831 grondt de Hoge Raad de ministerieplicht van de notaris op de civielrechtelijke positie van zijn cliënt. Daaruit valt de zorgplicht jegens derden af te leiden. De auteur verheldert de betekenis van het arrest, behandelt het verband met het tuchtrecht en ziet onder ogen wat de betekenis van het arrest is voor andere casusposities.


Prof. dr. S. Perrick
Prof. dr. S. Perrick is advocaat te Amsterdam en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De eerste klap is een daalder waard; de torpedo in de (internationale) procespraktijk

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2015
Trefwoorden torpedo, EEX-Verordening, kartelschade, Engeland, litispendentie
Auteurs Mr. D.J. Beenders en Mr. W. Hofstee
SamenvattingAuteursinformatie

    Het procesrecht kan dienend zijn bij het maken van strategische keuzes. Een voorbeeld hiervan betreft het lanceren van een zogenoemde ‘torpedo’, op basis waarvan een procespartij (preventief) kan beïnvloeden voor welk forum een procedure gaat lopen. In dit artikel analyseren de auteurs dit fenomeen in de kartelschadepraktijk en concluderen zij dat rechters in Nederland, Duitsland en Engeland niet snel genegen lijken te zijn om torpedoacties een halt toe te roepen.


Mr. D.J. Beenders
Mr. D.J. Beenders is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. W. Hofstee
Mr. W. Hofstee is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

    Drempel normaal maatschappelijk risico van 5% toegelicht

Toont 1 - 20 van 159 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.