Zoekresultaat: 87 artikelen

x
Jaar 2014 x
Casus

Tegenstrijdig belang: statuten en reglementen van beursvennootschappen onderzocht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Tegenstrijdig belang, Beursvennootschap, Statuten, Reglement, Stemverbod, Corporate Governance Code
Auteurs Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de regeling van het tegenstrijdig belang van bestuurders en commissarissen in de statuten van beursvennootschappen. Aanleiding is de inwerkingtreding van de Wet bestuur en toezicht op 1 januari 2013 en de veronderstelling dat deze statuten intussen zijn aangepast. Dat blijkt maar ten dele het geval. In meer dan de helft van de onderzochte statuten figureren namelijk nog verouderde, op vertegenwoordiging betrekking hebbende bepalingen inzake het tegenstrijdig belang, soms zelfs in statuten die zijn gewijzigd na 1 januari 2013. De niet aangepaste statuten zijn misleidend als informatiebron over de te volgen handelwijze bij tegenstrijdig belang.
    Een andere bevinding is dat suggesties uit de vakliteratuur voor een adequate statutaire regeling van het tegenstrijdig belang nauwelijks zijn gevolgd.
    Ook de reglementen voor bestuurders en commissarissen van beursvennootschappen zijn onder de loep genomen. De reglementen blijken op het punt van tegenstrijdig belang doorgaans gemodelleerd te zijn naar de Corporate Governance Code. Niettemin bevat een zestal reglementen ook nog verouderde, misleidende bepalingen over het tegenstrijdig belang.


Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn is hoogleraar International Company Law aan de Universiteit en Utrecht en is verbonden aan AKD advocaten en notarissen
Casus

De Ontwerpregeling ter bescherming van derivatenbeleggers tegen faillissement van de tussenpersoon nader beschouwd

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Derivaten, Intermediary risk, Afgescheiden vermogen, Matched Principal, Lastgeving
Auteurs Mr. E.W. Kuijper
SamenvattingAuteursinformatie

    Het consultatiedocument Wijzigingswet financiële markten 2016 omvat een regeling ter bescherming van derivatenbeleggers tegen faillissement van de tussenpersoon. Voorgesteld wordt de regeling op te nemen in de Wge. De regeling beoogt het Nederlandse recht in lijn te brengen met de regels die de MiFID en de EMIR stellen inzake de bescherming van derivatenbeleggers. De auteur beschouwt de voorgestelde regeling nader en signaleert enkele aandachtspunten. Uit de bijdrage blijkt dat het opstellen van een regeling die past binnen het vermogensrecht en aansluit bij de praktijk geen eenvoudige opgave is.


Mr. E.W. Kuijper
Mr. E.W. Kuijper is als promovenda verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht (Universiteit Utrecht). Daarvoor was zij werkzaam als bedrijfsjurist bij KAS BANK te Amsterdam.
Artikel

Toezichthouders op straat

Een internationaal vergelijkende benadering

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden politie, boa’s, handhaving in de openbare ruimte, plural policing, fragmentatie
Auteurs Prof. dr. ir. Jan Terpstra en Dr. Bas van Stokkom
SamenvattingAuteursinformatie

    De zorg voor veiligheid wordt niet meer gezien als exclusieve taak van de politie. Naast de politie zijn andere, zowel publieke als private toezichthouders en handhavers werkzaam in de (semi)publieke ruimte. Dit gebeurt niet alleen in Nederland, maar ook in veel andere landen, zowel binnen als buiten Europa. Vaak leidt dat tot een gefragmentariseerd stelsel van handhaving. Het internationale vergelijkende onderzoek dat in dit artikel wordt gepresenteerd, biedt aanknopingspunten om te leren van ervaringen die in andere landen zijn opgedaan. Tevens worden twee opties besproken waarin wordt aangegeven hoe de coördinatie kan worden verbeterd.


Prof. dr. ir. Jan Terpstra
Prof. dr. ir. J.B. Terpstra is als hoogleraar Criminologie verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit te Nijmegen.

Dr. Bas van Stokkom
Dr. B.A.M. van Stokkom is verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Artikel

Beschermde stads- en dorpsgezichten

Tijdschrift StAB, Aflevering 4 2014
Auteurs Johan Teters

Johan Teters
Artikel

Peacemaking circles

Een onderzoek naar de mogelijke implementatie in Europa

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Peacemaking circles, implementation in Europe, community, inclusion, equality
Auteurs Davy Dhondt en Ivo Aertsen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this short paper, a summarising report is presented on a two years action-research project (2011-2013) co-funded by the European Union on how to conceive and implement peacemaking circles in a European legal and cultural environment. In a first part of the paper, the background and reasons for implementing peacemaking circles are explained, and attention is given to their added value as compared to the models of victim-offender mediation and conferencing. After a short presentation of the action-research set-up in three countries (Belgium, Germany and Hungary), a selective list of critical issues is discussed as they have been experienced during the project: the selection of files and the preparatory phase of a peacemaking circle, the running of the circle meeting and the meaning of some of its operational principles (the role of the circle keeper, the function of rituals, the talking piece, the decision making process, …). Also the involvement of the community at its different levels - from the community of care to the macro-community - is discussed, as well as how the direct conflict parties experience the presence of these communities. A general conclusion is that a model of peacemaking circles can be implemented in a European context effectively, but developing a methodology on how to involve members of the wider community remains a challenge.


Davy Dhondt
Davy Dhondt is bemiddelaar bij Suggnome, Forum voor herstelrecht en bemiddeling, www.suggnome.be.

Ivo Aertsen
Ivo Aertsen is hoogleraar Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Katholieke Universiteit Leuven en redacteur van dit tijdschrift.

Maartje Berger
Maartje Berger is als specialist jeugdstrafrecht werkzaam bij Defence for Children International.
Artikel

Over pragmatisme en strategie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Trefwoorden corporate security, private investigations, private settlements, forum shopping
Auteurs Clarissa Meerts MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article data derived from observations and interviews are used to examine private methods of investigation as used by corporate security providers in the Netherlands, and the private settlement options which follow those investigations. It is argued that, rather than leadership being exercised by public actors and institutions (police, prosecutors, criminal courts and also civil courts), those actors are selectively and strategically mobilised by corporate security, on behalf of their private sector clients. Corporate security and its clients have a ‘pick and choose’ approach when searching for an optimal solution for the incident at hand (forum shopping).


Clarissa Meerts MSc
C.A. Meerts, MSc is promovenda en wetenschappelijk docent bij de Sectie Criminologie aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De diagnostische waarde van bewijs

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Bayesian analysis, Diagnostic value, Evidence evaluation, Alternative scenarios
Auteurs Prof. mr. dr. Eric Rassin
SamenvattingAuteursinformatie

    Traditionally, the Dutch penal judge needs to determine whether the suspect has committed the crime for which he is being prosecuted. This is generally done by accumulating incriminating evidence. Recently, it has been argued that this accumulation fosters the risk of a miscarriage of justice. Alternatively, the judge may want to rely on a Bayesians analysis of the evidence. Particularly, diagnostic values for each piece of evidence must be established. Therefore, it must be investigated how well the evidence fits in the primary and in alternative scenarios. This approach is discussed in this contribution.


Prof. mr. dr. Eric Rassin
Prof. mr. dr. Eric Rassin is werkzaam bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Kinderpornorechercheurs en hun mentale weerbaarheid

Hoe rechercheurs de impact van kinderpornografiezaken ervaren en daarmee omgaan

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Auteurs Drs. Henk Sollie, Dr. Nicolien Kop en Prof. dr. Martin Euwema
SamenvattingAuteursinformatie

    Eleven Teams against Child Abuse Images and Transnational Child Sex Offences (TBKKs) are operating within the Dutch National Police Force. This study provides an in-depth analysis of the resilience of criminal investigators working in these teams and how they perceive and cope with daily work stressors. Observational studies within five TBKKs and 35 semi-structured interviews with child pornography investigators revealed that managing their heavy caseloads, classifying abusive images, dealing with suspects and conducting home searches can sometimes be (very) challenging. Despite these demanding work aspects, investigators experience low levels of stress. By employing emotional detachment, self-reflection, workload regulation, social support and meaningfulness, they overcome the stress of investigating internet child exploitation. However, successful implementation of these resilience-enhancing strategies depends on the availability of several individual and organizational resources. To reduce the risk of health problems and to stimulate positive functioning, these resources require permanent investment from police management and investigators themselves.


Drs. Henk Sollie
Drs. H. Sollie is promovendus ‘Mentale Weerbaarheid binnen de Opsporing’ bij de Nederlandse Politieacademie.

Dr. Nicolien Kop
Dr. N. Kop is lector Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde bij de Nederlandse Politieacademie.

Prof. dr. Martin Euwema
Prof. dr. M.C. Euwema is hoogleraar Organisatiepsychologie, KU Leuven.
Jurisprudentie

Overdracht van jaarlijkse vakantie bij ziekte: alle ambtenaren zijn gelijk, zelfs de EU-ambtenaren zijn niet langer (on)gelijker dan de ambtenaren van de lidstaten

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2014
Trefwoorden EU-ambtenaren, Sociaal grondrecht, Eenheid van rechtspraak in het Unierecht, Recht op jaarlijkse vakantie, Doorwerking Arbeidstijdenrichtlijn
Auteurs Alexander De Becker
SamenvattingAuteursinformatie

    Het grondrecht op jaarlijkse vakantie impliceerde, volgens eerdere rechtspraak van het Hof van Justitie, ook een grondrecht op overdracht van door ziekte niet-opgenomen vakantiedagen op basis van hetgeen was bepaald in de Arbeidstijdenrichtlijn 2003/88. Dit recht op overdracht van jaarlijkse vakantie werd niettemin nog steeds ingeperkt in het statuut van de EU-ambtenaren. De heer Strack – EU-ambtenaar – vond dat hij niettemin aanspraak kon maken op de volledige overdracht van zijn door ziekte niet-opgenomen vakantiedagen. De Europese Commissie volgde zijn redenering echter niet omdat EU-ambtenaren niet rechtstreeks onder het toepassingsgebied van de Arbeidstijdenrichtlijn 2003/88 vallen. Het Gerecht voor ambtenarenzaken stelde de Commissie in het ongelijk, maar het Gerecht van eerste aanleg beslist dat de Commissie het wel bij het rechte eind had. Uiteindelijk oordeelde het Hof van Justitie, in het belang van de eenheid van de rechtspraak, dat de EU-ambtenaren ook aanspraak dienden te kunnen maken op de overdracht van hun door ziekte niet-opgenomen vakantiedagen. Het arrest van het Hof van Justitie staat in deze bijdrage centraal.


Alexander De Becker
A. De Becker is bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam ‘De overheid als arbeidsorganisatie’, en tevens hoofddocent aan de Universiteit van Hasselt.

Prof. mr. dr. Jeroen ten Voorde
Prof. mr. dr. Jeroen ten Voorde is universitair hoofddocent Straf(proces)recht aan de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar Strafrechtsfilosofie, leerstoel Leo Polak, aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is tevens rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Noord-Holland en redactielid van PROCES.
Artikel

In de leer over eer bij Curaçaose jongens

Mogelijkheden voor verdieping van het begrip ‘eergerelateerd geweld’

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2014
Trefwoorden eergerelateerd geweld, Gender, Antillen
Auteurs Dr. Janine Janssen en Dr. Marion van San
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands honour based violence is often associated with cases that take place in a Turkish context. But honour codes can be found all over the world. In order to develop a more profound understanding of honour based violence it is therefore important to study this phenomenon in different social and cultural circumstances. In this contribution attention is paid towards the experiences of young men from Curaçao that live on the fringes of Dutch society. How do they perceive honour and the relationship with the use of violence?


Dr. Janine Janssen
Dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld (LEC EGG) van de Nederlandse politie, universitair docent bij de vakgroep Strafrecht & Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en tevens redacteur van PROCES.

Dr. Marion van San
Dr. Marion van San is hoofdonderzoeker bij RISBO (Erasmus Universiteit Rotterdam).
Discussie

De stelling

De Aanwijzingen 6 en 7 van de Aanwijzingen voor de regelgeving, die verlangen dat niet tot nieuwe regelingen wordt besloten dan nadat de noodzaak daarvan is komen vast te staan en nadat alternatieven voor wetgeving gewogen en te licht bevonden zijn, zijn een dode letter gebleken.

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2014
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, alternatieven voor wetgeving, regeldruk, alternatievenonderzoek
Auteurs Mr. dr. E. Helder
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit een oogpunt van kenbaarheid van de onderliggende afwegingen is het nodig dat Ar 6 en 7 in perfecte harmonie met Ar 211 en 212 worden nageleefd. Wat heeft het parlement als medewetgever en wat hebben justitiabelen aan een wel in het voortraject, ergens in de black box, gemaakte afweging van de nuloptie en van alternatieven, zonder dat deze kenbaar is verwoord? Gelet op de bevindingen van Actal dat het kabinet de regeldrukgevolgen niet goed en volledig in beeld brengt voor wetsvoorstellen waarvoor die gevolgen waarschijnlijk groot zijn, zijn Ar 6 en 7 in ieder geval in zoverre een dode letter. Maar gevreesd moet worden dat die niet-naleving ook in ruimere zin nogal problematisch is. Hoog tijd voor revitalisering van Ar 6 en 7!


Mr. dr. E. Helder
Mr. dr. E. Helder is lid van het Actal – Adviescollege toetsing regeldruk.
Artikel

Een onderzoek naar reflexiviteit bij conflictmanagement

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Conflictmanagement, reflexivity, strategy, dispute resolution clauses
Auteurs Luc Demeyere
SamenvattingAuteursinformatie

    Managing commercial conflicts requires reflexivity: the description of the conflict influences the manner in which the conflict is handled, and changing this description may influence this approach and the desirable outcome. The Belgian law firm contrast was curious to find out more of different parameters influencing the manner in which a conflict is handled. It developed an in-dept questionnaire and submitted it to 40 participants. The findings of this research are commented.


Luc Demeyere
Luc Demeyere is advocaat aan de Balie te Antwerpen, werkzaam bij Contrast, erkend bemiddelaar en redacteur van TMD.
Column

Ruim baan voor co-mediation

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2014
Trefwoorden co-mediation, peer review, supervision, methods of co-mediation
Auteurs Drs. Lisette van der Lans en Drs. Anneke van Teijlingen
SamenvattingAuteursinformatie

    How to make co-mediation to a success. About managing expectations, securing confidentiality and clarifying the role of the mediator and co-mediator to everybody involved. Many very good examples of co-mediation can be found in neighbourhood mediation, cross border mediation in child obduction cases, mediation in local government and in a normal, general mediation office.
    Reasons to choose for co-mediation are:

    • four eyes see more than two;

    • you can give each other feedback;

    • a starting mediator can gain experience without any risk for the client;

    • when emotions get high, parties can be split up.


    Reasons not to choose for co-mediation are:
    • lower revenues for the mediator;

    • problems with planning.


Drs. Lisette van der Lans
Drs. Lisette van der Lans is MfN-registermediator.

Drs. Anneke van Teijlingen
Drs. Anneke van Teijlingen is MfN-registermediator.
Praktijk

Arbitrage en algemene voorwaarden: the twain shall meet?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2014
Trefwoorden arbitrage, Weens Koopverdrag, algemene voorwaarden, toepasselijkheid, informatieplicht
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In april 2013 gaf het CISG Advisory Committee een rechtsgeleerde opinie over de toepasselijkheid van algemene voorwaarden onder het Weens Koopverdrag (‘WKV’). In die opinie worden aanwijzingen gegeven over de vraag, hoe algemene voorwaarden ter beschikking kunnen worden gesteld om gelding te hebben onder het WKV. In deze bijdrage staat een arrest van het hof Den Haag centraal, waarin de opinie wordt toegepast. Tevens komt de invloed van de toepasselijkheid van algemene voorwaarden op het bestaan van een arbitrageovereenkomst aan de orde.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

Contracteren met arbiters

Aandachtspunten bij de rechtsrelatie tussen arbiters en procespartijen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2014
Trefwoorden overeenkomst, arbiters, procespartijen, verschoning, opdracht
Auteurs B. van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de aard en inhoud van de rechtsverhouding tussen het scheidsgerecht en de procespartijen nader geanalyseerd. Aan de orde komen: het toepasselijk recht, de verplichtingen van partijen en de rol van het scheidsgerecht in post-arbitrage geschillen.


B. van Zelst
B. van Zelst is advocaat bij Van Doorne N.V. te Amsterdam en als onderzoeker verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming en Recht van de Radboud Universiteit.
Article

Access_open Samenlevingsovereenkomsten in de notariële praktijk

Tijdschrift Family & Law, november 2014
Auteurs Petra Kuik, Wendy Schrama en Prof. dr. Leon Verstappen
Samenvatting

    In deze bijdrage worden de resultaten van een empirisch onderzoek dat in 2013 is verricht naar de inhoud van gemaakte samenlevingsovereenkomsten gepresenteerd. De beroepsgroep die zich met het maken van samenlevingsovereenkomsten bezig houdt - het notariaat - is bevraagd over deze praktijk aan de hand van een digitale vragenlijst. Daarmee is het qua opzet een verkennend onderzoek, dat een eerste beeld geeft van de notariële praktijk. In deze bijdrage worden de resultaten van een empirisch onderzoek dat in 2013 is verricht naar de inhoud van gemaakte samenlevingsovereenkomsten gepresenteerd. De beroepsgroep die zich met het maken van samenlevingsovereenkomsten bezig houdt - het notariaat - is bevraagd over deze praktijk aan de hand van een digitale vragenlijst. Daarmee is het qua opzet een verkennend onderzoek, dat een eerste beeld geeft van de notariële praktijk. De inhoud van de doorsnee samenlevingsovereenkomst verschilt aanzienlijk van die van huwelijkse voorwaarden. Bedingen waaruit vermogensrechtelijke solidariteit tussen ongehuwd samenwonenden blijkt (inkomens- of vermogensverrekening of alimentatiebedingen), komen slechts zeer beperkt voor in samenlevingsovereenkomsten, terwijl die juist in huwelijkse voorwaarden zeer frequent voorkomen. Ook op andere onderdelen verschaft dit onderzoek interessante bevindingen. Nader onderzoek is gewenst om meer inzicht te krijgen in de praktijk van het maken van samenlevingsovereenkomsten. --- In this paper, the authors present an empirical research on the content of cohabitation contracts in the Netherlands, conducted in 2013. The legal professionals who mostly deal with cohabitation contracts - the notaries - have been asked to fill in a digital questionnaire. The format of this research is exploratory, painting a first picture of legal practice on making cohabitation contracts. The content of the average cohabitation contract differs very much compared to the content of the average marriage contract. Clauses that express solidarity between cohabitants (sharing income or property values or maintenance) are rare in cohabitation contracts, whereas they are rather popular in matrimonial property contracts. Further research is necessary to gain more insight into the legal practice of making cohabitation contracts.


Petra Kuik

Wendy Schrama

Prof. dr. Leon Verstappen
Artikel

MiFID II, een complex product

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden MiFID II, MiFIR, beleggingsondernemingen, handelsplatformen
Auteurs Mr. drs. Erwin Schreuder
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 juni 2014 zijn de herziene Richtlijn voor Markten in Financiële Instrumenten (MiFID II) en de Verordening voor Markten in Financiële Instrumenten (MiFIR) gepubliceerd. MiFID II en MiFIR zijn de gezamenlijke opvolger van MiFID I. De regelgeving is relevant voor beleggingsondernemingen (zoals effectenbemiddelaars en vermogensbeheerders) en exploitanten van handelsplatformen voor financiële instrumenten. Vergeleken met MiFID I gelden er veel nieuwe regels, waaronder transparantievereisten bij beurshandel en nieuwe gedragsregels voor beleggingsondernemingen. Tevens worden voorheen ongereguleerde activiteiten onder toezicht geplaatst. De uitdaging voor marktpartijen om per uiterlijk januari 2017 te voldoen aan de nieuwe regels is groot, mede vanwege vele rule-based normen.
    Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU, Pb. EU 2014, L 173/34.


Mr. drs. Erwin Schreuder
Mr. drs. E.R. (Erwin) Schreuder is advocaat bij de Financial Markets and Services Group van Clifford Chance LLP (Amsterdam)
Artikel

Het Hof van Justitie in Kamino-Datema: horen in bezwaar onder voorwaarden gesanctioneerd

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden rechten van de verdediging, hoorplicht, gevolgen schending hoorplicht, douanerecht
Auteurs Mr. Anoeska Buijze
SamenvattingAuteursinformatie

    Met zijn uitspraak van 3 juli 2014 verduidelijkt het Hof van Justitie de betekenis van de rechten van de verdediging voor het Nederlandse bestuursrecht, meer in het bijzonder voor het douanerecht. Voor de douane lijkt de uitkomst positief: het horen van belanghebbenden tijdens de bezwaarprocedure is onder voorwaarden voldoende om aan de rechten van de verdediging tegemoet te komen. Afdeling 4.1.2 van de Awb blijft nog even in het beklaagdenbankje: de ruime uitzondering op de hoorplicht uit artikel 4:12 Awb lijkt niet altijd houdbaar en het Hof van Justitie wijst de rechtvaardiging van de Nederlandse regering expliciet af.
    HvJ EU 3 juli 2014, gevoegde zaken C-129/13, Kamino en C-130/13, Datema, ECLI:EU:C:2014:2041


Mr. Anoeska Buijze
Mr. A.W.G.J. (Anoeska) Buijze is postdoctoraal onderzoeker bij het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe en het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainbility Law.
Toont 1 - 20 van 87 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.