Zoekresultaat: 32 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

Eén jaar Wabo-jurisprudentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Wabo, Jurisprudentie, één jaar, Knelpunten
Auteurs Mr. J.R. van Angeren en Mevr. mr. V.M.Y. van ‘t Lam
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is op dit moment iets meer dan een jaar in werking. Voor de auteurs vormde dat een reden om terug te blikken op één jaar ‘Wabo’-ervaring. Wat zijn tot nu toe de ervaringen met de Wabo; in het bijzonder wat zijn tot nu toe opvallende of van belang zijnde uitspraken over de Wabo? De conclusie is dat een jaar nadat de Wabo in werking is getreden er veel voorlopige voorzieningen zijn gewezen waarin de Wabo aan de orde is. Veel van die zaken gaan over het overgangsrecht en handhaving. Er zijn weinig uitspraken gewezen over omgevingsvergunningen die zien op verschillende van de in artikel 2.1 en 2.2 Wabo genoemde activiteiten, terwijl de doelstelling van de Wabo nu juist was dergelijke vergunningen mogelijk te maken. Er zijn over diverse onderwerpen uitspraken gewezen waarin bepaalde aspecten – bijvoorbeeld aspecten die voor de inwerkingtreding van de Wabo onduidelijk waren – nader worden uitgelegd. Ook zijn bepaalde in de literatuur genoemde knelpunten van de Wabo in jurisprudentie (al dan niet geheel) opgelost, zoals het belanghebbendebegrip en de vraag wat onder onlosmakelijke samenhang moet worden verstaan. Niet alle in de literatuur gesignaleerde knelpunten over de Wabo zijn in jurisprudentie opgelost, zoals de vraag hoe het begrip project moet worden uitgelegd. De auteurs wachten met spanning af op de contouren van de nieuwe Omgevingswet.


Mr. J.R. van Angeren
Mr. J.R. van Angeren is advocaat en partner bij Stibbe.

Mevr. mr. V.M.Y. van ‘t Lam
Mevr. mr. V.M.Y. van ’t Lam is advocaat bij Stibbe en lid van de redactie van TO.
Artikel

Access_open Balanceren tussen volkssoevereiniteit en theocratie

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden popular sovereignty, theocracy, christian political parties
Auteurs Emo Bos
SamenvattingAuteursinformatie

    Calvinist politicians have traditionally rejected the principle of people’s sovereignty as contrary to God’s sovereignty. However, over time, the majority of these politicians have used the term democracy, which basically means the same, although there has always been a minority seeking a theocracy or a Christian government. Nowadays, Christian politics will not pursue a Christian state, but it pleads for the right to religious liberty in which it finds the key to thinking about human rights and the rule of law.


Emo Bos
Mr. E. Bos was vanaf 1967 tot 2009 officier van justitie, kantonrechter, rechter, vicepresident en raadsheer-plaatsvervanger in Amsterdam, Rotterdam, Dordrecht en Den Haag. Hij promoveerde in 2009 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op het proefschrift Soevereiniteit en religie. Godsdienstvrijheid onder de eerste Oranjevorsten (Hilversum 2009).
Artikel

Herontwikkeling van stortplaatsen

Kansen en belemmeringen vanuit milieurechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden stortplaats, Wet bodembescherming, Wet milieubeheer, bodemverontreiniging, herontwikkeling
Auteurs Mr. drs. M.A. de Groote
SamenvattingAuteursinformatie

    Er zijn twee soorten stortplaatsen in Nederland, namelijk voormalige stortplaatsen en stortplaatsen die vallen onder de reikwijdte van de Wet milieubeheer (Wm). Een stortplaats die op of na 1 september 1996 in gebruik was of is, valt onder de nazorgregeling van de Wm; overige stortplaatsen zijn voormalige stortplaatsen.Thans worden bijna uitsluitend voormalige stortplaatsen herontwikkeld. Bij de beheersing van bodemverontreiniging van dergelijke stortplaatsen wordt gebruik gemaakt van de Wet bodembescherming (Wbb). Dit lijkt in de praktijk te werken, maar recente rechtspraak noopt tot aanpassing van de wet. De nazorgregeling uit de Wm gaat uit van een actieve nazorg en legt de verantwoordelijkheid voor de milieuhygiënische situatie na sluiting van de stortplaats bij de provincie. Bij herontwikkeling van Wm-stortplaatsen moet er zijn voldaan aan diverse verplichtingen die de Wm voorschrijft. Dat maakt herontwikkeling van Wm-stortplaatsen ingewikkelder dan herontwikkeling van voormalige stortplaatsen. Overheden kunnen door meerdere maatregelen herontwikkeling van beide soorten stortplaatsen vergemakkelijken.


Mr. drs. M.A. de Groote
Mr. drs. M.A. (Michiel) de Groote is werkzaam als advocaat in dienst van de gemeente Amsterdam (directie Juridische Zaken).
Artikel

De ontheffingsbevoegdheid in provinciale ruimtelijke verordeningen in het licht van de wijzigingswet Wro

Instrument voor gemeentelijke flexibiliteit of provinciale sturing?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden artikel 4.1 Wro, ontheffing, interbestuurlijke regel, interbestuurlijk toezicht, wijzigingswet Wro
Auteurs Mr. dr. F.A.G. Groothuijse en Mr. drs. D. Korsse
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 22 juni 2011 is een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend dat ertoe strekt een grondslag in de Wro op te nemen voor het toekennen van een ontheffingsbevoegdheid in algemene, interbestuurlijke regels op grond van hoofdstuk 4 van die wet. In deze bijdrage wordt eerst nagegaan waarom een ontheffingsbevoegdheid van belang kan zijn, waarom een expliciete grondslag voor zo’n bevoegdheid is vereist en welke bezwaren momenteel tegen het toekennen van een dergelijke bevoegdheid bestaan. In het licht hiervan wordt vervolgens de bevoegdheidsgrondslag beschreven die met het wetsvoorstel in de Wro zal worden opgenomen. Tot slot worden kritische kanttekeningen bij de inhoud van het wetsvoorstel geplaatst en wordt stilgestaan bij de gevolgen van het wetsvoorstel voor de bestaande interbestuurlijke regels die een ontheffingsbevoegdheid bevatten.


Mr. dr. F.A.G. Groothuijse
Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse is onderzoeker/docent bij het Centrum voor Milieurecht (ACELS) aan de Universiteit van Amsterdam en redactielid van TO.

Mr. drs. D. Korsse
Mr. drs. D. (Daan) Korsse is promovendus bij het Centrum voor Omgevingsrecht van de Universiteit Utrecht en bereidt een proefschrift voor over de provinciale planologische verordening.
Redactioneel

Over cultuur en criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 0 2011
Trefwoorden culture, crime, media, research methods
Auteurs Marc Schuilenburg, Dina Siegel, Richard Staring e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In the introduction to this first issue of the Dutch Journal on Culture and Crime, the editors first examine the history of cultural perspectives in criminology and the reasons why this approach is particularly relevant to analyse crime in our globalised consumer societies. Cultural criminology’s social-constructionist perspectives on the key-concepts, culture and crime, are elaborated next, followed by an exposé of the new imaginative meaning of media-studies in our age of information. In the last paragraph the claim is made that, although ethnography plays a key-role, there is a wide variety of research methodologies that can be applied in cultural criminological framework.


Marc Schuilenburg
Mr. drs. Marc Schuilenburg is docent bij de sectie Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn website is www.marcschuilenburg.nl. E-mail: m.b.schuilenburg@vu.nl.

Dina Siegel
Prof. dr. Dina Siegel is als hoogleraar Criminologie verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. E-mail: d.siegel@uu.nl.

Richard Staring
Prof. dr. Richard Staring is bijzonder hoogleraar Mobiliteit, toezicht en criminaliteit aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: staring@law.eur.nl.

René van Swaaningen
Prof. dr. René van Swaaningen is hoogleraar Internationaal vergelijkende criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en wetenschappelijk directeur van de Erasmus Graduate School of Law. E-mail: vanswaaningen@law.eur.nl.
Artikel

Actief burgerschap binnen herstelrecht

Een inventarisatie van participatievormen

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Citizenship, Participation, Mediators, Activism
Auteurs Brunilda Pali
SamenvattingAuteursinformatie

    Seemingly a difficult concept, participation in restorative justice can be understood better once the notion is broadened and operationalized. Therefore a proposal will be made here to first broaden the meaning of participation beyond participation of stakeholders and ‘community’ in the process as it is generally understood in restorative justice literature, and second break down the concept of participation into five different levels: (1) involvement of the stakeholders and the ‘community’ in the restorative process; (2) participation of citizens as volunteer mediators/facilitators in the process; (3) self-referrals from citizens; (4) voluntary participation of experts in restorative justice organisations; (5) promotion from ex-victims of crime and ex-offenders. Based on this approach, in the end, the author opens up the discussion on the meaning of active citizenship for restorative justice in continental Europe. Before discussing how the broadening of the concept of participation is concretely envisioned, the author argues on the importance of prioritizing the notion of citizenship instead of ‘community’ in the continental European restorative justice discourse.


Brunilda Pali
Brunilda Pali verricht promotieonderzoek aan het Instituut voor Criminologie van de Katholieke Universiteit van Leuven.
Artikel

Twintig jaar nieuwe aansprakelijkheden voor personen

Over de (beperkte) betekenis van art. 6:171 en 6:172 BW

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden kwalitatieve aansprakelijkheid, vertegenwoordigers, niet-ondergeschikten, begrenzing, schadevergoeding
Auteurs Mr. R.D. Lubach
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijna twintig jaar na de inwerkingtreding wordt mede aan de hand van recente rechtspraak de balans opgemaakt van twee van de noviteiten die het BW destijds introduceerde: de aansprakelijkheid voor zelfstandige hulppersonen (art. 6:171 BW) en de aansprakelijkheid voor vertegenwoordigers (art. 6:172 BW). Wat hebben de artikelen de rechtspraktijk gebracht?


Mr. R.D. Lubach
Mr. R.D. Lubach is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.

Mr. H.A.J. Gierveld
Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld is werkzaam bij de hoofddirectie Juridische Zaken van het ministerie van Verkeer en Waterstaat en redacteur van TO.
Artikel

De watervergunning en samenloop van bevoegdheden

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Waterwet, samenloop van bevoegdheden, artikel 6.17 Waterwet, watervergunning, handhaving
Auteurs Mr. W.B. van der Gaag
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds 22 december 2009 is de Waterwet van kracht. Sinds deze datum is integraal waterbeheer in het nationale recht verankerd. Deze bijdrage richt zich op de integratie ten aanzien van vergunningverlening en handhaving. Wanneer voor een samenstel van handelingen voor meerdere onderdelen een vergunning noodzakelijk is, geldt als uitgangspunt dat één integrale watervergunning wordt verleend. De Waterwet biedt echter de mogelijkheid om een uitzondering te maken ten aanzien van dit uitgangspunt en afzonderlijke watervergunningen te verlenen. In deze bijdrage geeft de auteur aan dat deze uitzonderingsmogelijkheid niet onbeperkt is.Bij een samenstel van handelingen kan het voorkomen dat meerdere bestuursorganen de bevoegdheid om op een vergunningaanvraag te beslissen toebedeeld hebben gekregen. In deze gevallen is sprake van samenloop van bevoegdheden. In de lijn met het uitgangspunt van één integrale watervergunning kent de Waterwet als uitgangspunt dat slechts één bestuursorgaan het bevoegde gezag is. Om vast te houden aan de gedachte van één bevoegd gezag is voor deze gevallen van samenloop van bevoegdheden de samenloopregeling in de Waterwet opgenomen. Op grond van deze samenloopregeling wordt bepaald welk van de bestuursorganen in het concrete geval bevoegd gezag is.


Mr. W.B. van der Gaag
Mr. ing. W.B. (Wouter) van der Gaag is beleidsadviseur bij het Hoogheemraadschap van Rijnland. Deze bijdrage is geschreven op persoonlijke titel.

    Inpassingsplan. Provinciale belangen in geval van rondweg die twee gemeenten doorsnijdt en onderdeel zal gaan uitmaken van provinciale infrastructuur.

    Ontheffing Provinciale verordening. Bevoegdheid burgemeester en wethouders. Concrete situatie die uitzondering op algemene regels rechtvaardigen.

    Reactieve aanwijzing. Huisvesting tijdelijke werknemers. Provinciaal beleid.

    Verweerder heeft in redelijkheid gebruik kunnen maken van zijn bevoegdheid om de milieuvergunning te weigeren wegens strijd met de provinciale milieu­verordening. Daaraan doet niet af dat het ten tijde van het nemen van het bestreden besluit vigerende bestemmingsplan zich niet tegen de aangevraagde uitbreiding van de inrichting verzet en dat realisatie van het met de provinciale verordening beoogde doel ook mogelijk is bij de aangevraagde uitbreiding van zijn bedrijf.

    Een vrijstellingsmogelijkheid voor het vergroten van de maximumoppervlakte tot 10.000 m² voor agrarische bedrijfsgebouwen is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.

    Reactieve aanwijzing. Nieuwvestiging grondgebonden agrarisch bedrijf. Provinciaal belang. Verordening nog niet in werking getreden hetgeen een aanwijzing noodzakelijk maakte. Toepassing andere bevoegdheden bieden onvoldoende bescherming. Aanwijzing is geen onderdeel reeks aanwijzingen.

Praktijk

Kroniek concentratiecontrole 2010

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2011
Trefwoorden kroniek, concentratiecontrole 2010, NMa, concentratie
Auteurs Mr. M.J. Plomp
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste besluiten en informele zienswijzen van de NMa in 2010 op het gebied van concentratiecontrole. Het jaar 2010 wordt onder meer gekenmerkt door het voornemen van de politiek om een fusieverbod voor zorgverzekeraars en zorgaanbieders in te voeren, een boete voor de Staat wegens het niet tijdig melden van een concentratie, de vergunningsplichtige concentratie tussen zorgverzekeraar DSW en het Vlietland Ziekenhuis, de ingetrokken melding van de overname door KPN van T for telecom en de goedgekeurde concentratie tussen Veolia – CDC – Transdev waardoor Veolia en Connexion niet langer concurrenten van elkaar zullen zijn.


Mr. M.J. Plomp
Mr. M.J. Plomp is advocaat bij BarentsKrans in Den Haag.

Koen Van Aeken
Koen Van Aeken studeerde politieke en sociale wetenschappen en methodologie en promoveerde op een rechtssociologisch proefschrift aan de Universiteit Antwerpen. Sinds 2006 is hij verbonden aan de Tilburg Law School. Zijn onderwijs en onderzoek situeren zich op het terrein van de interdisciplinaire benadering van het recht, met bijzondere aandacht voor reguleringsvraagstukken.
Artikel

Staatsrechtelijke consequenties van de toekenning van een UPG-status aan de Caribische eilandgebieden

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2011
Trefwoorden ultraperifeer gebied (UPG), Europees recht, koninkrijksverhoudingen, toezicht, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. H.G. Hoogers, prof. mr. H.E. Bröring en dr. D. Kochenov
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over de gevolgen van de keuze voor de status van ultraperifeer gebied (UPG) voor het constitutionele ordeningsmodel van het Statuut. Aan de orde komen de bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor de implementatie en toepassing van Europees recht en de gevolgen in geval van niet nakoming van dit recht. Wie is aansprakelijk? Wat betekent dat voor de Koninkrijksverhoudingen? Zijn nieuwe toezichts- en regresvoorzieningen noodzakelijk? De bijdrage maakt duidelijk dat de (sterk ontwikkelde) Europese rechtsorde en de (zwak ontwikkelde) rechtsorde van het Koninkrijk zich moeizaam tot elkaar verhouden.


Mr. H.G. Hoogers
Mr. H.G. Hoogers is universitair hoofddocent staatsrecht verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

prof. mr. H.E. Bröring
Prof. mr. H.E. Bröring is hoogleraar integrale rechtsbeoefening verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

dr. D. Kochenov
Dr. D. Kochenov is universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Toetsing aan provinciale milieuverordening. Beschikbaarheid ontheffing hoeft niet als voorwaarde in de regels inzake wijzigingsbevoegdheid.

    There is a strange contradiction in the history of Dutch criminal justice. On the one hand, until well into the 20th Century, it was peculiarly backward in terms of criminal procedure that remained based on principles deriving essentially from the era of the first Dutch republic (17th and 18th Century) or even earlier. On the other, The Netherlands was one of the first countries in Europe to lastingly abolish capital punishment without the intermediate phase of continuing executions out of public view. In this, Dutch criminal justice was decidedly ahead of its times. This contribution examines this apparent contradiction that cannot be entirely explained by existing theories on (the abolition of) capital punishment. It must also be seen in the light of the historical role of publicity/transparency for the legitimacy of criminal justice in the Netherlands, its link to a legal culture of public confidence in the criminal justice authorities and the relatively late reception of Enlightenment ideals.


C.H. Brants
Prof. dr. Chrisje Brants is als hoogleraar straf- en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht.
Toont 1 - 20 van 32 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.