Zoekresultaat: 15 artikelen

x
Jaar 2009 x
Artikel

Access_open Doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht in drievoud

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden rechtsmachtverdeling, privaatrecht, publiekrecht, bestuursrechtelijke geldschulden
Auteurs Dr. mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaan in verhoudingen tussen een burger en de overheid drie vormen van doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht. De eerste vorm van doorwerking hangt samen met de rechtsmachtverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter. De tweede vorm van doorwerking hangt samen met de voorrang van publiekrechtelijke normen in het privaatrecht. Deze voorrang kan op twee manieren worden bereikt. Het is mogelijk dat publiekrechtelijke normen op onaanvaardbare wijze worden doorkruist indien gebruik gemaakt wordt van een privaatrechtelijke bevoegdheid. Een andere wijze waarop deze voorrang kan worden bewerkstelligd is het opnemen van een regeling in het publiekrecht van materie die ook in het BW is geregeld. De derde vorm van doorwerking betreft de doorwerking van publiekrechtelijke regels via open normen in het privaatrecht. Met het oog op de toekomst rijst de vraag welke van deze drie vormen van doorwerking in de toekomst zullen blijven bestaan en welke het meest prominent zullen worden.


Dr. mr. M.W. Scheltema
Dr. mr. M.W. Scheltema is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.
Jurisprudentie

De groepsrentebox: verduidelijking van staatssteuncriteria gewenst en gekregen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2009
Trefwoorden groepsrentebox, groepsvenootschappen, selectiviteitsbegrip, fiscale autonomie lidstaten
Auteurs Prof. mr. dr. R.H.C. Luja
SamenvattingAuteursinformatie

    In de groepsrenteboxbeschikking heeft de Commissie zich uitgesproken over fiscale dispariteiten en de toerekening daarvan in het kader van staatssteun. Daarnaast heeft zij getracht helderheid te verschaffen over de vraag of voordelen die beperkt zijn tot ondernemingen die deel uit moeten maken van een groep per definitie selectief zijn. In deze bijdrage worden beide onderwerpen nader besproken.


Prof. mr. dr. R.H.C. Luja
Prof. mr. dr. R.H.C. Luja is hoogleraar rechtsvergelijkend belastingrecht aan de Universiteit Maastricht en verbonden aan Loyens & Loeff N.V.
Artikel

De WOB en de Eurowob in het mededingingsrecht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2009
Trefwoorden Wob, Eurowob, Verordening (EG) nr. 1049/2001, toegang tot documenten, civiele handhaving
Auteurs Mr. L. Haasbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    Toegang tot documenten op grond van de Wob en de Eurowob kan een belangrijke rol gaan spelen in mededingingsprocedures, bijvoorbeeld bij de bewijsvergaring in civiele procedures gebaseerd op het mededingingsrecht. Het daadwerkelijke belang van de openbaarheidsregimes zal afhangen van de interpretatie van de uitzonderingsgronden, op basis waarvan toegang tot documenten mag worden geweigerd. Dit artikel bespreekt de interpretatie van deze uitzonderingsgronden uit de jurisprudentie en beschikkingenpraktijk in voor het mededingingsrecht belangrijke potentiële toepassingen van de openbaarheidsregimes. Aan de hand hiervan zal een inschatting worden gegeven van de mogelijkheden en risico’s van toepassing van de openbaarheidsregimes in het mededingingsrecht


Mr. L. Haasbeek
Mr. L. Haasbeek is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Vijf keer televisie, films en boeken – het cultuurbelang in het Gemeenschapsrecht anno 2009

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8-9 2009
Trefwoorden cultuurbelang, must-carry, pluriformiteit, prejudiciële uitspraken
Auteurs Mr. H.S.J. Albers
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden vijf arresten uit de periode van december 2007 tot april 2009 besproken. Deze vijf arresten hebben gemeen dat zij alle betrekking hebben op het nationale cultuurbeleid en de bescherming van de taal en de pluriformiteit. Uit de analyse van de vijf besproken arresten blijkt dat het inroepen van het cultuurbelang in het Gemeenschaprecht anno 2008/2009 in principe niet leidt tot een alternatieve toepassing van het Gemeenschapsrecht. Slechts met betrekking tot gerechtvaardigde culturele, taal- of pluriformiteitsgerelateerde eisen die een ‘inherent’ bevoordelend effect hebben, zoals een taaleis ter bescherming van de nationale of officiële taal, of de plicht lokaal nieuws te brengen ter bescherming van de pluriformiteit, wordt een bijzondere positie geaccepteerd. In dergelijke gevallen is immers onvermijdelijk dat marktdeelnemers die in de betreffende lidstaat zijn gevestigd gemakkelijker aan de gestelde eisen kunnen voldoen dan marktdeelnemers die daarbuiten zijn gevestigd.


Mr. H.S.J. Albers
Mr. H.S.J. Albers is advocaat bij Houthoff Buruma, Brussel.

Mr. F.M. Fleurke
Mr. F.M. Fleurke is promovendus aan de Universiteit van Amsterdam.

Mr. F.G. Wilman
Mr. F.G. Wilman is advocaat bij Houthoff Buruma in Brussel. De auteur dankt zijn kantoorgenoten prof. mr. J.M. Hebly en mr. G. van der Wal voor hun opmerkingen bij eerdere versies van dit artikel.
Artikel

De overheidscommissaris revisited

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2009
Trefwoorden overheidscommissarissen, taak, norminstructie en zelfstandigheid, tipverbod, beheer staatsdeelnemingen door agentschap
Auteurs Prof. mr. G.T.M.J. Raaijmakers en Mr. J.J. Prinsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgend op kapitaalinjecties door de Nederlandse Staat in het najaar van 2008, werden op voordracht van de minister van Financiën commissarissen benoemd bij enkele financiële instellingen. Hoewel de publieke perceptie anders is, handelen ‘overheidscommissarissen’ zonder last en ruggespraak en is hun richtsnoer het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Zij mogen zich niet laten leiden door politieke of beleidsmatige doelstellingen van de minister. Tevens mogen zij geen koersgevoelige informatie delen met de minister, tenzij dat ‘strikt noodzakelijk’ is. Tegen deze achtergrond onderzoeken Raaijmakers en Prinsen in hun bijdrage of het beheer van staatsdeelnemingen (naar Engels voorbeeld) kan worden ondergebracht bij een ‘Agentschap Staatsdeelnemingen Financiële Instellingen’.


Prof. mr. G.T.M.J. Raaijmakers
Prof. mr. G.T.M.J. Raaijmakers is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. J.J. Prinsen
Mr. J.J. Prinsen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

De IPR-bepalingen in de ALI/UNIDROIT Principles of transnational civil procedure

Een bruikbaar model voor harmonisatie?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2009
Trefwoorden internationaal privaatrecht, internationale bevoegdheid, harmonisatie
Auteurs Dr. X.E. Kramer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de nog weinig onderzochte bepalingen van de ALI/UNIDROIT Principles of transnational civil procedure bekeken die relevant zijn voor het internationaal privaatrecht. Deze Principles worden afgezet tegen bestaande internationale en Nederlandse IPR-regels. Voorts wordt nagegaan in hoeverre deze Principles, waarin zowel elementen van de civil law als de common law zijn verwerkt, bruikbaar zijn voor een verdergaande internationale harmonisatie. Geconcludeerd wordt dat de Principles enkele waardevolle uitgangspunten bieden, maar dat ze te vaag zijn en, wat de bevoegdheidsbepalingen betreft, te veel van de bestaande (Europese) regelgeving afstaan om daadwerkelijk een belangrijke rol te spelen als model voor harmonisatie.


Dr. X.E. Kramer
Dr. X.E. Kramer is universitair hoofddocent EUR en rechter-plaatsvervanger Rechtbank Rotterdam.

    In Nieuws wordt verslag uitgebracht van actuele ontwikkelingen.

Artikel

Ziekenhuisfusies en publieke belangen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2009
Trefwoorden ziekenhuisfusies, zorgfusies, algemeen belang in de zorg, bevoegdheden NMa, steunverlening ziekenhuizen
Auteurs Prof. dr. M.F.M. Canoy en Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Zorgfusies zijn een onderwerp van aanhoudend politiek debat. In het bijzonder ziekenhuisfusies houden de gemoederen bezig. Deze bijdrage bespreekt het bijzondere karakter van de ziekenhuismarkt. We betogen dat de liberalisering, de methodologie van marktafbakening, de beperkte schaalvoordelen en de publieke belangen in de zorg maken dat fusies moeilijk beoordeelbaar zijn. Daarbij gaan we in op het spanningsveld tussen de adviserende zorgtoezichthouders NZa en IGZ en de verantwoordelijke algemene mededingingstoezichthouder NMa. Ook analyseren we mogelijke oplossingsrichtingen, in het bijzonder de borging van publieke belangen middels de diensten van algemeen economisch belang, en een aanvullende zorgtoets gebaseerd op het “DNB model” uit de financiële sector.


Prof. dr. M.F.M. Canoy
Prof. dr. M.F.M. Canoy is als buitengewoon hoogleraar verbonden aan TILEC (Universiteit van Tilburg) en is werkzaam als chief economist bij ECORYS.

Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. W. Sauter buitengewoon hoogleraar verbonden aan TILEC (Universiteit van Tilburg) en is expert bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).
Artikel

De beoordeling van samenwerkingsvormen in de zorg onder artikel 6 Mw

Ketenzorg is geen kartel

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2009
Trefwoorden VWS, ketenzorg, samenwerkingsvormen, mededinging, zorg, art. 6 Mw
Auteurs Mr. drs. B.M.M. Reuder, Dr. G. Tezel en mr. I.W. VerLoren van Themaat
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Ministerie van VWS staat in de zorg zowel meer concurrentie, als meer samenwerking voor, waaronder samenwerking in de vorm van ketenzorg. Dat lijkt op het eerste gezicht paradoxaal. Marktwerking wordt immers vaak geassocieerd met de plicht voor partijen zelfstandig strategische keuzes te maken, terwijl ketenzorg juist vergaande afstemming verlangt. Dit artikel laat zien dat het mededingingsrecht niet in de weg staat aan realisatie van beide beleidsdoelen. Het mededingingsrecht biedt voldoende ruimte voor samenwerkingen die bijdragen aan de zorgdoelen kwaliteit, betaalbaarheid en bereikbaarheid, doch verbiedt afspraken die de marktwerking verder beperken dan noodzakelijk is voor de realisatie van deze doelstellingen.


Mr. drs. B.M.M. Reuder
Mr. drs. B.M.M. Reuder is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.

Dr. G. Tezel
Dr. G. Tezel is principal manager bij PricewaterhouseCoopers Advisory.

mr. I.W. VerLoren van Themaat
Mr. I.W. VerLoren van Themaat is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Jurisprudentie

Europese ontwikkelingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2009
Trefwoorden Europese ontwikkelingen, Europees betalingsbevel, Europese geringe vordering, Mediationrichtlijn
Auteurs Mevrouw mr. P.M.M. van der Grinten
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek bespreek de auteur ontwikkelingen op het terrein van het Europees procesrecht van 2005 tot en met januari 2009. Daarbij worden onder meer de verordeningen 1896/2006 (Europese betalingsbevelprocedure) en 861/2007 (Europese procedure voor geringe vorderingen) behandeld inclusief de daarbij behorende wetsvoorstellen ter uitvoering van deze verordeningen. Ook de Mediationrichtlijn (2008/52) komt kort aan de orde, evenals een tweetal groenboeken op het gebied van het executierecht.


Mevrouw mr. P.M.M. van der Grinten
Mr. P.M.M. van der Grinten is wetgevingsjurist bij het ministerie van Justitie.
Column

Great expectations

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2009
Trefwoorden duurzaam ondernemen, sociale omstandigheden, aanbesteding
Auteurs Prof. mr. A.G. Castermans
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid wil dat haar leveranciers ervoor instaan dat hun producten zonder schending van fundamentele normen zijn geproduceerd, maar de vormgeving van de aan leveranciers te stellen eisen stuit op aanbestedingsrechtelijke bezwaren. Vooral kwetsbaar is de eis dat er geen sprake mag zijn van schending in de gehele productieketen, omdat die lastig is te controleren. De aanbesteder moet voorzien in concrete, uitgewerkte maatregelen om de naleving te verifiëren, zodat hem niet verwijt kan treffen dat het louter om mooie woorden gaat.


Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Reformatio in peius of ambtshalve toetsing?

Over plichten, effectiviteit en nationale procedurele autonomie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2009
Trefwoorden reformatio in peius, ambtshalve toetsing, gemeenschapsrecht
Auteurs Mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 25 november 2008 heeft het HvJ EG arrest gewezen in de zaak Heemskerk met betrekking tot de ambtshalve toetsing aan gemeenschapsrecht. In deze bijdrage wordt bekeken hoe dient te worden omgegaan met gemeenschapsrecht dat aan justitiabelen verplichtingen oplegt. Het arrest wordt daarbij in het kader van de ambtshalve toepassing van gemeenschapsrecht geplaatst.


Mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. mr. J.M. Hebly
Prof. mr. J.M. Hebly is bijzonder hoogleraar Bouwrecht aan de Universiteit Leiden en advocaat bij Houthoff Buruma

mr. F.G. Wilman
Mr. F.G. Wilman is advocaat bij Houthoff Buruma
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.