Zoekresultaat: 17 artikelen

x
Jaar 2018 x
Artikel

Het grondrecht op collectief onderhandelen van zelfstandigen versus het Europese mededingingsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Mededingingsrecht, Zelfstandige, Cao-exceptie, Vrijheid van vakvereniging, Recht op collectief onderhandelen
Auteurs Mr. R.F. Hoekstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat centraal dat de beperking van de door het Hof van Justitie geformuleerde ‘cao-exceptie’ op het Europese mededingingsrecht tot ‘werknemers’ en ‘schijnzelfstandigen’ zich moeilijk tot een grondrechtenbenadering lijkt te verhouden. Zelfstandigen met een zwakke arbeidsmarktpositie hebben namelijk evenzeer behoefte aan collectieve middelen om hun arbeidsvoorwaarden te verbeteren en vallen ook onder grondrechtenverdragen. Door een uitgebreide beschouwing van de relevante rechtsinstrumenten van de VN, de IAO en de Raad van Europa en de uitleg die de toezichtorganen hieraan geven blijkt dat het grondrecht op vrijheid van (vak)vereniging, collectief onderhandelen en collectieve actie evenzeer aan deze groep lijkt toe te komen, en een te rigoureuze inperking vanwege het mededingingsrecht niet gerechtvaardigd wordt geacht. De conclusie bevat enkele gedachten over hoe het Europese mededingingsrecht met een grondrechtenbenadering overeenstemming te brengen. Daarbij passeren zowel de recente ontwikkelingen rondom het zelfstandigenvraagstuk in Nederland als initiatieven op Europees niveau de revue.


Mr. R.F. Hoekstra
Mr. R.F. (Robert) Hoekstra is werkzaam als onderzoeker bij de Wiardi Beckman Stichting Den Haag. Daarnaast is hij als promovendus verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn promotieonderzoek ziet op het snijvlak van cao’s en grondrechten.
Artikel

Access_open Strategisch procederen in het milieurecht: bestuursrechter en civiele rechter

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden omgevingsrecht, strategisch procederen, Urgenda
Auteurs Prof. mr. G.A. (Gerrit) van der Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat nader in op het strategisch procederen in het milieurecht en begint met een korte terreinverkenning. Aan de orde komt welke mogelijkheden al bestonden om vraagstukken aan de rechter voor te leggen en wat nu daadwerkelijk nieuw is. Vervolgens wordt bezien welke beperkte mogelijkheden de bestuursrechter heeft om zich over grote maatschappelijke vragen te uiten, en hoe de burgerlijke rechter met grote maatschappelijke vragen recent is omgegaan. Daarbij komen twee aandachtspunten van civiele procedures aan de orde. Deze leiden tot de conclusie dat het nog maar de vraag is of bereikte successen beklijven.


Prof. mr. G.A. (Gerrit) van der Veen
Prof. mr. G.A. van der Veen is advocaat bij AKD te Rotterdam, bijzonder hoogleraar milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en lid van de redactie van TO.
Artikel

De bakens verzet (!?)

De civiele rechter in milieuzaken tegen de overheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden omgevingsrecht, strategisch procederen, rechtsbescherming, Urgenda
Auteurs Prof. mr. E. (Eddy) Bauw
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een reflectie op de stand van zaken waar het gaat om de behartiging van het milieubelang door middel van het privaatrecht. Een dergelijke reflectie begint in het verleden: hoe zijn wij gekomen waar wij nu zijn? En strekt zich uit naar de toekomst: welke ontwikkeling is te verwachten en wat is wenselijk? In deze bijdrage staan deze vragen centraal.


Prof. mr. E. (Eddy) Bauw
Prof. mr. E. Bauw is hoogleraar privaatrecht en rechtspleging bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht. Tevens is hij raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Den Haag en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

Het Nederlandse stelsel van rechtsbescherming tegen plannen en programma’s getoetst

Over het belang van het Verdrag van Aarhus en het Unierecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden omgevingsrecht, strategisch procederen, Aarhus, luchtkwaliteit, rechtsbescherming
Auteurs Mr. E.J.H. (Ernst) Plambeck
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage, die een weerslag biedt van de door Lorenzo Squintani gehouden presentatie tijdens de VMR-bijeenkomst op 31 mei 2018, staat de vraag centraal welke eisen het internationaal en Unierecht stellen aan rechtsbescherming tegen plannen en programma’s in het omgevingsrecht, en in hoeverre Nederland daaraan voldoet. Ter beantwoording van deze vraag wordt eerst het Verdrag van Aarhus en de implementatie daarvan in het Unierecht bekeken, waarbij ook de reikwijdte van het begrip ‘plannen en programma’s’ in het EU-milieurecht wordt geschetst. Daarna wordt ingegaan op de toetsing overeenkomstig het Unierecht en de (on)mogelijkheid van exceptieve toetsing. Dit wordt gevolgd door een analyse van het Nederlandse rechtssysteem, waarna geconcludeerd wordt dat dit rechtssysteem op onderdelen tekort lijkt te schieten, gelet op het internationaal en Unierecht.


Mr. E.J.H. (Ernst) Plambeck
Mr. E.J.H. Plambeck is adviseur bestuursrecht bij Koninklijke Metaalunie en daarnaast als promovendus verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Richtlijnvoorstel voor grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen: een (geheel) nieuwe stap in het harmonisatieproces

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2018
Trefwoorden grensoverschrijdende omzetting, grensoverschrijdende fusie, grensoverschrijdende splitsing
Auteurs Mr. M.A. Verbrugh
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 25 april 2018 heeft de Europese Commissie een voorstel voor een nieuwe harmonisatieregeling voor grensoverschrijdende omzettingen en grensoverschrijdende splitsingen en een aanpassing van de bestaande regels inzake grensoverschrijdende fusies openbaar gemaakt. In deze bijdrage wordt het voorstel kritisch onderzocht.


Mr. M.A. Verbrugh
Mr. M.A. Verbrugh is universitair hoofddocent ondernemingsrecht aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Access_open De relatie tussen burgerlijke rechter en wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden Landbouwvliegers-maatstaf, rechtsvormende taak, wetgevingsbevel, rechtstreekse werking, bijna-risicoaansprakelijkheid
Auteurs Mr. L.A.D. Keus
SamenvattingAuteursinformatie

    De wet dwingt de rechter tot een terughoudende opstelling jegens de wetgever. Recente rechterlijke uitspraken hebben (opnieuw) de vraag opgeroepen of de verlangde terughoudendheid uit internationaalrechtelijk oogpunt houdbaar is. In zijn bijdrage bespreekt de auteur de stand van de rechtspraak van de Hoge Raad. Zijn conclusie is dat nog altijd terughoudendheid wordt betracht en dat deze niet onhoudbaar is. Wel signaleert hij een verschuiving in de opvatting van het grondwettelijke begrip ‘eenieder verbindende bepalingen’, alsmede een ruimere overheidsaansprakelijkheid voor niet-onverbindende wetgeving, onder meer in geval van onverenigbaarheid met Europese richtlijnen.


Mr. L.A.D. Keus
Mr. L.A.D. (Leen) Keus was advocaat-generaal bij de Hoge Raad en staatsraad in buitengewone dienst met als functie staatsraad advocaat-generaal.
Artikel

De Europese kreukelzone van de wetgever

Goede wetgeving vanuit het EU- en EVRM-perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden EU, EVRM, wetgever, toetsing, Verenigbaarheid
Auteurs Mr. dr. A. Cuyvers en Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is een ‘goede wet’ voor de Nederlandse rechter vanuit het EU-recht en het EVRM bezien? Een ‘goede wet’ – daaronder mede begrepen de toelichting bij de wet – stelt de rechter afdoende in staat om (1) de verenigbaarheid van een wet met het EU-recht of het EVRM te beoordelen en (2) potentiële conflicten met het EU-recht of het EVRM constructief op te lossen zonder te hoeven grijpen naar ‘zware’ opties. Maar hoe, en tot op welke hoogte, kan of moet de wetgever rekening houden met de Europese taak en habitat van de Nederlandse rechter, zowel qua inhoud als qua motivering van wetgeving? En welke wetgevende kreukelzone mag de rechter onder Europees recht en het EVRM aan de wetgever laten alvorens in te grijpen? Ter beantwoording van deze vragen gaat deze bijdrage in op de verschillende vereisten die het EU-recht en het EVRM stellen aan goede wetgeving, waarbij mede wordt ingegaan op de structuur van de stapsgewijze toetsing door de Europese Hoven van nationale wetgeving.


Mr. dr. A. Cuyvers
Mr. dr. A. (Armin) Cuyvers is universitair hoofddocent Europees recht aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.

Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr.dr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt is plaatsvervangend hoofd afdeling Constitutionele Zaken bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Amsterdam en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Jurisprudentie

Annotatie Lang

Afgewezen asielzoekers: wel illegaal, geen bewaring?

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 2 2018
Auteurs Mr. Jim Waasdorp
Auteursinformatie

Mr. Jim Waasdorp
Mr. J.R.K.A.M. Waasdorp is ambtenaar van staat bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (thans gedetacheerd bij de onderzoeksdirectie van het Hof van Justitie van de Europese Unie) en is als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Utrecht. Hij is tevens lid van de redactie van Crimmigratie & Recht.
Wetenschap en praktijk

Grensoverschrijdende omzettingen

Polbud in perspectief

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Polbud, vrijheid van vestiging, grensoverschrijdende omzetting, zetelverplaatsing, vestigingsvrijheid
Auteurs Mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaat de auteur in op het Polbud-arrest van 25 oktober 2017 over een verplaatsing van de statutaire zetel, waarin het HvJ EU een nadere invulling geeft aan de mogelijkheid van een grensoverschrijdende omzetting op basis van de vrijheid van vestiging van art. 49 en 54 VWEU. Dit artikel bevat een analyse over de betekenis van het Polbud-arrest, mede in het perspectief van het geldende recht met betrekking tot grensoverschrijdende omzettingen.


Mr. H. Koster
Mr. H. (Harold) Koster is verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en aan de Universiteit van Dubai.

    In het arrest Amersfoort en Visser spreekt het Hof van Justitie zich uit over vier kwesties: de verhouding tussen de Dienstenrichtlijn en het kader van de telecomrichtlijnen, de toepasselijkheid van de Dienstenrichtlijn in zuiver interne situaties, de kwalificatie van detailhandel in goederen als ‘dienst’ in de zin van de Dienstenrichtlijn, en de status van (in elk geval één) bestemmingsplan binnen het kader van de Dienstenrichtlijn. Het Hof van Justitie schept in drie van de vier gevallen duidelijkheid over de afbakening van de werkingssfeer van de richtlijn. In het vierde geval, namelijk de kwalificatie van detailhandel in goederen, levert de uitspraak geen echte verduidelijking op, maar voorziet zij wel in een aantal complicaties.
    HvJ 30 januari 2018, gevoegde zaken C-360/15 en C-321/15, College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amersfoort/X BV en Visser Vastgoed Beleggingen BV/Raad van de gemeente Appingedam, ECLI:EU:C:2018:44.


Prof. mr. E. Steyger
Prof. mr. E. (Elies) Steyger is hoogleraar Europees bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en advocaat te ’s-Hertogenbosch.

    In dit artikel wordt ingegaan op het voorstel van de Europese Commissie voor een betere handhaving van de Europese regels voor consumentenbescherming en de modernisering van deze regels en de samenhang met de Mededeling van de Commissie ‘Een “new deal” voor consumenten’. In het tweede deel van deze bijdrage, dat in het volgende nummer van dit blad verschijnt, zal worden nagegaan of met de gedane voorstellen recht wordt gedaan aan de resultaten van de in 2017 uitgevoerde fitness check, welke bedoeld was om te onderzoeken in hoeverre het consumenten-acquis nog voldoende is toegerust voor de bescherming van consumenten en handelaren in staat stelt om gebruik te maken van de interne markt.

    • Voorstel van 11 april 2018 voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993, Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU, COM(2018)185 final

    • Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité: ‘Een “new deal” voor consumenten’, Mededeling van 11 april 2018, COM(2018)183 final


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. (Marco) Loos is als hoogleraar verbonden aan het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.
Rechtsbescherming

Het verbod op misbruik: een algemeen beginsel van unierecht dat de EU en de lidstaten tegen de burger beschermt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden verbod op misbruik, algemene beginselen van Unierecht, doorwerking, legaliteitsbeginsel, Btw-richtlijn
Auteurs Dr. W.J. Blokland
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in het arrest Cussens e.a. eindelijk bevestigd en onderbouwd dat het verbod op misbruik een algemeen beginsel van Unierecht is. Naar de mening van de auteur ligt in het arrest verder besloten dat het verbod op misbruik omgekeerd verticaal kan werken, ten nadele van de burger te kwader trouw. Ten slotte heeft het Hof van Justitie het beoordelingskader voor misbruik nader ingevuld, vooral voor de btw.
    HvJ 22 november 2017, zaak C-251/16, Edward Cussens e.a./T.G. Brosman, ECLI:EU:C:2017:881.


Dr. W.J. Blokland
Dr. W.J. (Wouter) Blokland is universitair docent omzetbelasting aan de Vrije Universiteit en verbonden aan het wetenschappelijk bureau (sectie fiscaal) van de Hoge Raad der Nederlanden.
Actualia contractspraktijk

Detailhandelaren en leveranciers in distributieland treden toe tot het walhalla van de Dienstenrichtlijn

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Algemene voorwaarden, Informatieplicht, Dienstenrichtlijn, Detailhandel, Distributiehandel
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    De Dienstenrichtlijn is op 28 december 2009 geïmplementeerd in het BW. De regeling in het BW bevat een eigen, van artikel 6:234 BW afwijkende, lichte wijze van informeren over algemene voorwaarden. Omdat de informatieplicht onder de Dienstenrichtlijn lichter is dan die onder het BW, streven veel partijen naar de status van dienstverrichter. Op 30 januari 2018 oordeelde het HvJ EU dat ook detailhandel en distributiehandel onder het bereik van de Dienstenrichtlijn vallen. De reikwijdte van dit arrest valt niet te onderschatten, De gevolgen van dit arrest voor de algemenevoorwaardenregeling in het BW worden besproken.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Vrij verkeer

Herziening van de Detacheringsrichtlijn: over (on)gelijke beloning en de ‘harde kern-plus’ bij langdurige detacheringen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden Detacheringsrichtlijn, herziening, gelijke beloning, langdurige detachering, harde kern-plus
Auteurs Mr. dr. M. Kullmann
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat na hoe door de voorgestelde herziening van de Detacheringsrichtlijn het evenwicht tussen het bevorderen van het vrije dienstenverkeer en het beschermen van gedetacheerde werknemers eruit zal zien. Ingegaan wordt op een tweetal wijzingen: langdurige detacheringen en de toepassing van een ‘harde kern-plus’ alsmede duidelijkheid en toepassing van beloning en andere arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden.
    Europese Commissie, Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, 8 maart 2016, COM(2016)128 def.


Mr. dr. M. Kullmann
Mr. dr. M. (Miriam) Kullmann is Assistant Professor aan de WU Vienna University of Economics and Business.
Artikel

De gevolgen van het arrest ‘Visser Vastgoed’ op de ruimtelijke regulering van kleinhandelsactiviteiten in het Vlaamse Gewest

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Europees recht, Vlaams recht, Handelsvestigingsbeleid, bestemmingsplanM
Auteurs Mr. I. (Isabelle) Larmuseau en Mr. M. (Matthias) Strubbe
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteurs geven aan dat de ruimtelijke regulering van kleinhandelsactiviteiten in het Vlaamse Gewest twee niveaus kent: (1) het vergunningenniveau, hetgeen betekent dat voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten, boven bepaalde drempels, een omgevingsvergunning is vereist; (2) het ruimtelijk planniveau, hetgeen betekent dat ruimtelijke ordeningsplannen beperkingen op kleinhandel kunnen bevatten om ruimtelijke redenen of met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van het integraal handelsvestigingsbeleid. Zij gaan in op het Decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid en op de mogelijke gevolgen van het Hofarrest voor Vlaamse besluitvorming ten aanzien van plannen en vergunningen.


Mr. I. (Isabelle) Larmuseau
Mr. I. Larmuseau is verbonden aan LDR-Advocaten in Omgevingsrecht in Gent/Brugge. Zij is tevens docent omgevingsrecht aan de KU Leuven en voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Omgevingsrecht.

Mr. M. (Matthias) Strubbe
Mr. M. Strubbe is verbonden aan LDR-Advocaten in Omgevingsrecht in Gent/Brugge.
Artikel

Grensoverschrijdende bewijsverkrijging door de Nederlandse rechter in strijd met buitenlandse wettelijke geheimhoudingsplichten

Lessen uit de Amerikaanse discovery-praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2018
Trefwoorden grensoverschrijdende bewijsverkrijging, geheimhouding, comitas, inzage
Auteurs Mr. R. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt een mogelijk internationaal gevolg van het advies Modernisering burgerlijk bewijsrecht. Uit Amerikaanse federale jurisprudentie blijkt dat partijen in een spagaat kunnen belanden, wanneer hun wederpartij hen kan verplichten om informatie te verstrekken waarop een buitenlandse wettelijke geheimhoudingsplicht rust. De auteur beschrijft de afweging die federale rechters maken bij het beoordelen van een inzageverzoek. Deze blijkt soortgelijk te zijn aan een beoordeling onder art. 843a Rv. Zijns inziens bestaat hierdoor de kans dat de Nederlandse rechter onvoldoende gewicht toekent aan een buitenlandse geheimhoudingsplicht. De comitas-leer zou de rechter ertoe kunnen bewegen om het inzageverzoek via de internationale bewijsverkrijgingsregelingen te laten verlopen.


Mr. R. Jansen
Mr. R. Jansen is als promovendus verbonden aan het departement Privaatrecht van Tilburg University, waar hij onderzoek verricht naar de rol van buitenlandse verschoningsrechten in civiele procedures en de invloed van de comitas-leer.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.