Zoekresultaat: 401 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

Toezichtcontractenrecht: vooruitgang in het burgerlijk recht?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 5 2011
Trefwoorden toezichtcontractenrecht, zelfstandige bestuursrechtelijke normen, financieel toezicht, kernbedingen, privaatrechtelijke overeenkomsten
Auteurs Mr. dr. O.O. Cherednychenko
SamenvattingAuteursinformatie

    Olha Cherednychenko voert ons naar het toezichtcontractenrecht. Zij signaleert de opmerkelijke tendens om privaatrechtelijke normen en zorgplichten mede te vertalen als zelfstandige bestuursrechtelijke normen in de regelgeving over financieel toezicht. Dit leidt dan ook tot een dubbel publiek-privaatrechtelijk normenstelsel, dat ook langs dubbele lijnen kan worden gehandhaafd. Een beetje buiten het zicht van de privatist worden daarin voorts kwesties als iustum pretium tot regeling gebracht – een terrein waarover Grosheide zich ook heeft uitgelaten. Anders dan Grosheide heeft bepleit, wordt volgens Cherednychenko aldus de inhoudscontrole van kernbedingen in privaatrechtelijke overeenkomsten buiten het burgerlijk recht om ingevoerd. Of dat vooruitgang kan worden genoemd, kan worden betwijfeld.


Mr. dr. O.O. Cherednychenko
Olha Cherednychenko is universitair docent privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Proportionele aansprakelijkheid: vooruitgang in het (burgerlijk) contractenrecht?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 5 2011
Trefwoorden proportionele aansprakelijkheid, arrest Fortis/Bourgonje
Auteurs J.M. Emaus LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    Jessy Emaus voert de vraag ten tonele of de proportionele aansprakelijkheid, zoals door de Hoge Raad in het arrest Fortis/Bourgonje wellicht in algemene zin in het contractenrecht geaccepteerd – maar met voorzichtigheid –, gezien moet worden als een exponent van de vooruitgang van het (burgerlijk) contractenrecht. Ook bij haar dus weer Grosheide in zijn rol van progressieve en vooruitziende jurist, met oog voor de nuance.


J.M. Emaus LL.M.
Jessy Emaus is promovenda aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht (J.M.Emaus@uu.nl) en redactiesecretaris van dit tijdschrift.
Artikel

Wegcontracteren van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 5 2011
Trefwoorden redelijkheid en billijkheid, aanvullende werking, Regulation on a Common European Sales Law
Auteurs Prof. mr. M.H. Wissink
SamenvattingAuteursinformatie

    Mark Wissink snijdt vervolgens een onderwerp aan waarover Grosheide en Drion nog wel eens (in discussiërende zin) de staf hebben mogen breken: de rol van de redelijkheid en billijkheid. En dan meer in het bijzonder de vraag naar het al dan niet kunnen wegcontracteren van de aanvullende werking daarvan. Wissink bespreekt oude en nieuwe argumenten, zoals artikel 2 lid 3 van de voorgestelde Regulation on a Common European Sales Law van 11 oktober 2011, op basis waarvan de redelijkheid en billijkheid niet door partijen mogen worden weggecontracteerd. Wissink tekent daarbij – terecht – aan dat de inhoud van de Europese redelijkheid en billijkheid (good faith and fair dealing) nog wel eens zou kunnen verschillen van de Nederlandse.


Prof. mr. M.H. Wissink
Mark Wissink is advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, hoogleraar privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Vrijheid van meningsuiting op de werkplek in twee maten en gewichten: de werknemer mag blaffen, de ‘watchdog’ wordt gemuilkorfd

EHRM 21 juli 2011, Application nr. 28274/08 (Heinisch/Duitsland) en EHRM 12 september 2011, Application nr. 28955/06, 28957/06, 28959/06 en 28964/06 (Palomo Sanchez e.a./Spanje)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden klokkenluiders, vrijheid van meningsuiting op de werkplek, private en publieke sector, vakverenigingsvrijheid, EVRM
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens de zomermaanden oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over twee verzoekschriften waarin de vrijheid van meningsuiting van werknemers centraal stond. De eerste zaak (Heinisch/ Duitsland) betrof naar de woorden van het Hof een zaak van whistle-blowing (klokkenluiders). Een werkneemster maakte van haar vrijheid van meningsuiting gebruik om extern wantoestanden in de onderneming aan te klagen die een kwestie van algemeen belang raken. In de tweede zaak (Sanchez e.a./Spanje) onderzocht een Grote Kamer het ontslag op staande voet van enkele vakbondsleden wegens een naar de mening van de werkgever diffamerende cartoon in een interne vakbondspublicatie. Deze cartoon hield verband met een juridisch geschil tussen de vakbond en de werkgever dat in de Spaanse rechtbanken werd uitgevochten. In deze zaak wordt ook aan de vakverenigingsvrijheid getoetst. Een onderliggende vergelijking van beide zaken laat toe te appreciëren of werknemers in de uitoefening van een vertegenwoordigend mandaat dat zij van aangesloten vakbondsleden hebben gekregen, over een grotere dan wel een kleinere expressievrijheid beschikken dan geïsoleerde werknemers die ‘onrecht’ aanklagen. De relevantie van de aard van de ondernemingsactiviteit (publieke of private sector) en de arbeidsverhouding (ambtenaar/contractueel) wordt bekeken. Na een afzonderlijke analyse van beide zaken, een beschouwing over de tussenkomst van de vakbond in de zaak Heinisch en een beschouwing over de formele methodologie van het Hof worden beide arresten vanuit enkele kernvragen rond expressievrijheid op de werkplek op een meer vergelijkende wijze beschouwd.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is als hoogleraar verbonden aan onderzoekscentrum Crides Jean Renauld van de Université catholique de Louvain.
Jurisprudentie

De Hoge Raad en het wijzigingsontslag

HR 24 december 2010, JAR 2011/20 (Woonzorg) en HR 24 december 2010, LJN BO2420

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden ontslagrecht, gesloten stelsel, sociaal rechtvaardig ontslag, wijzigingsontslag, Änderungskündigung
Auteurs mr. N. Gundt
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van twee uitspraken van de Hoge Raad van 24 december 2010 wordt in deze bijdrage het wijzigingsontslag nader onderzocht. In de eerste plaats wordt geconstateerd dat het wijzigingsontslag in Nederland op basis van de huidige regelgeving slechts in de vorm van het deeltijdontslag mogelijk is. Nu de Hoge Raad desondanks het wijzigingsontslag lijkt te hebben aanvaard, is de voornaamste vraag hoe deze ontslagvorm in goede banen kan worden geleid. Onderzocht wordt in hoeverre het Duitse recht hierbij van nut kan zijn, aangezien daar het wijzigingsontslag niet alleen gecodificeerd is, maar ook in rechtspraak en literatuur veelvuldig wordt verfijnd. Ten slotte worden eisen en voorwaarden geïdentificeerd die in de toekomst aan een wijzigingsontslag zouden moeten worden gesteld.


mr. N. Gundt
Mw. mr. N. Gundt is universitair docent Arbeidsrecht aan de Universiteit Maastricht.
Jurisprudentie

Nawerking van gunstigere cao-bepalingen

HR 8 april 2011, JAR 2011/135 (ABVAKABO/Unieke Kinderopvang BV)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden cao, nawerking, minimum-cao, collectieve actie
Auteurs mr. C.W.G. Rayer
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in het arrest ABVAKABO/Unieke Kinderopvang geoordeeld dat een nieuwe minimum-cao geen einde maakt aan de nawerking van gunstigere arbeidsvoorwaarden uit de oude cao voor de gebonden werknemer. Het arrest past in de lijn van voorgaande arresten en literatuur waarbij de permanente doorwerking van de cao in de individuele arbeidsovereenkomst is aangenomen. De rechtsregel is ook toepasbaar op de ongebonden werknemer. Tegelijkertijd heeft het arrest een stapeleffect van de gunstigste arbeidsvoorwaarden tot gevolg. Betoogd wordt dat dit was voorkomen wanneer de Hoge Raad eerder tijdelijke nawerking als uitgangspunt had genomen. Nu echter van permanente nawerking wordt uitgegaan, wordt onderzocht welke oplossingen mogelijk zijn.


mr. C.W.G. Rayer
Mw. mr. C.W.G. Rayer is als docent verbonden aan de vakgroep Sociaal recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De subsidiariteitstoets: analyse, ervaringen en aanbevelingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2011
Trefwoorden subsidiariteit, Europa, parlementen, ontvankelijkheid
Auteurs Dr. mr. Ph. Kiiver
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bevat een juridische en empirische analyse van enkele aspecten van de subsidiariteitscontrole van Europese wetsvoorstellen zoals zij door nationale parlementen wordt uitgevoerd. De bijdrage concentreert zich op de ontvankelijkheidscriteria die voor opinies van nationale parlementen gelden en de wetgevingsbeginselen die in deze opinies behandeld kunnen worden, en stelt manieren voor om de strekking van de toets ten gunste van de parlementen lichtelijk uit te breiden zonder daarmee de tekst van de Europese verdragen te schenden.


Dr. mr. Ph. Kiiver
Dr. mr. Ph. Kiiver is universitair hoofddocent Europees en vergelijkend constitutioneel recht aan de Universiteit Maastricht/Montesquieu Instituut Maastricht. philipp.kiiver@maastrichtuniversity.nl
Discussie

Brutus over tirannicide en het risico van wederkerige wetteloosheid

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2011
Trefwoorden natuurrecht, tirannie, wetteloosheid, vrijheid
Auteurs W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    De dood van de Libische dictator Kadhafi is aanleiding voor een korte beschouwing over het leerstuk van de tirannenmoord, zoals dat werd ontwikkeld door de hugenootse monarchomachen in Frankrijk na de Bartholomeusnacht. Onder welke condities kan tirannicide gepaard gaan met een gematigde opstelling die erop gericht is geweld te minimaliseren en de binding aan een voor alle partijen geldende overkoepelende wet te bevestigen?


W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl
Artikel

Arrest Bablok: Naar een sterkere consumentenbescherming op het vlak van genetisch gewijzigde producten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2011
Trefwoorden GGO’s, consumentenbescherming, contaminatie, co-existentie, aansprakelijkheid
Auteurs Prof. dr. P. Nihoul en Dra. E. van Nieuwenhuyze
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag van het arrest Bablok is of er voorafgaande toelating is vereist om een levensmiddel op de markt te brengen dat op een indirecte wijze is besmet met een toegestaan genetisch gemodificeerd organisme (GGO). Door te oordelen dat een vergunning ook noodzakelijk is in geval van een accidentele en minimale besmetting, onderstreept het Hof van Justitie de impact van het voorzorgsbeginsel in het Europees recht en bevestigt bovendien het streven naar een hoog niveau van consumenten- en gezondheidsbescherming in de EU.


Prof. dr. P. Nihoul
Prof. dr. P. Nihoul is verbonden aan het Fonds National de la Recherche Scientifique, Centre de droit de la consommation, Université catholique de Louvain.

Dra. E. van Nieuwenhuyze
Dra. E. Van Nieuwenhuyze is verbonden aan het Fonds National de la Recherche Scientifique, Centre de droit de la consommation, Université catholique de Louvain.
Artikel

Nadere vormgeving van de bescherming van Richtlijn 1999/44/EG

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2011
Trefwoorden consumentenbescherming, non-conformiteit, vervangingskosten, consumentenkoop
Auteurs Dr. M.Y. Schaub
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een non-conforme zaak door de verkoper wordt vervangen, zijn er naast de kosten van de vervangende zaak extra kostenposten, zoals verwijderingskosten van de non-conforme zaak en installatiekosten van de nieuwe zaak. In deze uitspraak bepaalt het Hof van Justitie dat de verkoper die kosten dient te dragen, ook als de tekortkoming niet toerekenbaar is. Uit de uitspraak volgt verder dat artikel 7:21 lid 5 BW in strijd lijkt te zijn met Richtlijn 1999/44/EC (Richtlijn consumentenkoop).


Dr. M.Y. Schaub
Dr. M.Y. Schaub is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

CBb stelt grenzen aan alles-in-één-hand stelsel

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden functiescheiding, alles-in-één-hand stelsel, bouwfraude, onderzoek, uitsluiting van bewijs
Auteurs Mr. B.H.J. Braeken
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij uitspraak van 30 augustus 20111x LJN BR6737. bevestigt het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 28 april 20092x LJN BI3337. waarin de rechtbank oordeelde dat de NMa de verplichting tot functiescheiding zoals bedoeld in artikel 54a Mw had geschonden. Het CBb overweegt dat de verplichting tot functiescheiding ertoe strekt te verzekeren dat de beslissing om al dan niet een boete op te leggen objectief en onbevooroordeeld plaatsvindt. Volgens het CBb had de NMa zich in de onderhavige zaak niet van die verplichting gekweten. De Juridische Dienst van de NMa had namelijk voorafgaand aan het primaire besluit bij een derde partij feitelijke informatie opgevraagd. Het opvragen van dergelijke informatie kwalificeert als een onderzoekshandeling en is voorbehouden aan de daartoe aangewezen ambtenaren van de NMa. Het CBb overweegt dat binnen het in de Mededingingswet voorziene alles-in-één-hand stelsel de verplichting tot functiescheiding van fundamentele betekenis is. Het CBb verbindt daaraan vervolgens de conclusie dat niet alleen het procedureel incorrect verkregen bewijsmateriaal moet worden uitgesloten, maar dat de ‘smet’ van dit bewijsmateriaal ook kleeft aan de waardering van het reeds in de onderzoeksfase verkregen bewijsmateriaal.

Noten


Mr. B.H.J. Braeken
Mr. B.H.J. Braeken is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

De redelijke termijn in het mededingingsrecht

Nog altijd redelijk?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden redelijke termijn, rechten van verdediging, artikel 6 EVRM, schending
Auteurs Mr. S.M.M.C. Vinken en Mr. M.J. van Joolingen
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit artikel 6 lid 1 EVRM volgt de plicht een procedure binnen een redelijke termijn te berechten. Artikel 6 EVRM is onverkort van toepassing op mededingingsprocedures. Het leerstuk van de redelijke termijn in mededingingszaken is sinds enkele jaren een bekend fenomeen, zowel Europees als nationaal. Het leerstuk is echter nog altijd in ontwikkeling. In deze bijdrage staan wij stil bij de laatste ontwikkelingen op het gebied van de redelijketermijnjurisprudentie in het (Europese) mededingingsrecht.


Mr. S.M.M.C. Vinken
Mr. S.M.M.C. Vinken is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.

Mr. M.J. van Joolingen
Mr. M.J. van Joolingen is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.
Jurisprudentie

Van Drie/Alpuro

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden inkoopmacht, geografische marktafbakening, concentratiecontrole, doorgifte inkoopvoordelen, kalfsvlees
Auteurs Dr. T. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 mei 2010 heeft de NMa besloten dat voor de voorgenomen overname van Alpuro Holding B.V. (Alpuro) door Van Drie Holding B.V. (Van Drie) geen vergunning is vereist.1x Besluit van de Raad van Bestuur van de NMa van 4 mei 2010, zaaknr. 6891, Van Drie/Alpuro. Van Drie en Alpuro zijn actief op het gebied van de verkoop van kalfsvlees en in verschillende lagen in de bedrijfskolom die hieraan voorafgaan: in de mesterij, waarin nuchtere kalveren door kalvermesters worden gemest tot vette kalveren; en in de slachterij, waarin vette kalveren worden geslacht en verwerkt.Er is overlap tussen Van Drie en Alpuro in de mesterijfase. Beide partijen kopen nuchtere kalveren in op verzamelplaatsen en Van Drie ook nog op veemarkten. Beide sluiten contracten af met kalvermesters die de nuchtere kalveren vetmesten, en produceren kalvermelk voor de mesterij, waarbij Van Drie ook nog grondstoffen voor kalvermelk produceert. Verder is er ook overlap in de slachterijfase. Partijen beschikken allebei over slachtcapaciteit waar de vette kalveren van hun contractmesters worden geslacht, en met name Van Drie koopt daarnaast ook vette kalveren in bij derden. Ten slotte is zowel Van Drie als Alpuro actief in de verkoop van kalfsvlees.

Noten

  • * De auteur bedankt drs. J. Rosenstok voor commentaar op een eerdere versie van dit artikel.
  • 1 Besluit van de Raad van Bestuur van de NMa van 4 mei 2010, zaaknr. 6891, Van Drie/Alpuro.


Dr. T. van Dijk
Dr. T. van Dijk is econoom bij Lexonomics.
Artikel

De herziening van het Altmark-pakket

Nieuwe regels voor staatssteun en diensten van algemeen economisch belang

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden staatssteun, diensten van algemeen economisch belang (DAEB), Altmark, compensatiebeginsel, artikel 106 lid 2 VWEU
Auteurs Prof. mr. Wolf Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Altmark uit 2003 betekende een doorbraak ten aanzien van de behandeling van diensten van algemeen economisch belang (DAEB) onder de staatssteunregels.1x HvJ EG 24 juli 2003, zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH, Jur. 2003, p. I-7747 annotatie F.B. Ronkes Agerbeek, M&M 2003/6, p. 213. Zie ook B.J. Drijber en N. Saanen-Siebenga, ‘Financiering van openbare diensten na Altmark’, NTER 2003/10, p. 253. De Commissie bouwde in 2005 voort op dit arrest met een aantal samenhangende maatregelen op grond van artikel 106 lid 3 TFEU die erop gericht waren een kader te stellen voor DAEB die niet aan alle Altmark-voorwaarden voldeden maar de minimis waren of om andere redenen in aanmerking kwamen voor een vrijstelling op basis van artikel 106 lid 2 VwEU.2x Beschikking van de Commissie 2005/842/EG van 28 november 2005 betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend, Pb. EU 2005, L312/67; Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, Pb. EU 2005, C297/4. Zie E.W.F. Schotanus, ‘Voordeel versus compensatie’, M&M 2005/7, p. 200; L. Hancher en S.J.H. Evans, ‘Altmark als katalysator: het Commissiepaklket met alle antwoorden rond staatssteun en diensten van algemeen economisch belang?’, NTER 2006/7, p. 153. Dit kader wordt hier het Altmark-pakket genoemd.3x Onder verwijzing naar de (destijds) verantwoordelijke Europees Commissaris spreekt de Commissie zelf wel van het (oude) ‘Monti/Kroes-pakket’ en van het (toekomstige) ‘Almunia-pakket’. Op grond van de tussentijds opgedane ervaring en een uitgebreide consultatie heeft de Commissie in september 2011 voorstellen gedaan voor de herziening van het Altmark-pakket met de bedoeling de nieuwe maatregelen nog in 2011 of januari 2012 vast te stellen. In deze bijdrage worden eerst kort het Altmark-arrest en het huidige Altmark-pakket besproken om vervolgens uitgebreider in te gaan op de nieuwe voorstellen. De nadruk ligt daarbij op de verschillen met de huidige situatie.

Noten

  • * Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel, met dank aan Hans Vedder, Rein Halbersma en Michiel Veersma voor hun commentaar.
  • 1 HvJ EG 24 juli 2003, zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH, Jur. 2003, p. I-7747 annotatie F.B. Ronkes Agerbeek, M&M 2003/6, p. 213. Zie ook B.J. Drijber en N. Saanen-Siebenga, ‘Financiering van openbare diensten na Altmark’, NTER 2003/10, p. 253.

  • 2 Beschikking van de Commissie 2005/842/EG van 28 november 2005 betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend, Pb. EU 2005, L312/67; Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, Pb. EU 2005, C297/4. Zie E.W.F. Schotanus, ‘Voordeel versus compensatie’, M&M 2005/7, p. 200; L. Hancher en S.J.H. Evans, ‘Altmark als katalysator: het Commissiepaklket met alle antwoorden rond staatssteun en diensten van algemeen economisch belang?’, NTER 2006/7, p. 153.

  • 3 Onder verwijzing naar de (destijds) verantwoordelijke Europees Commissaris spreekt de Commissie zelf wel van het (oude) ‘Monti/Kroes-pakket’ en van het (toekomstige) ‘Almunia-pakket’.


Prof. mr. Wolf Sauter
Prof. mr. Wolf Sauter is werkzaam bij Tilburg University (TILEC) en bij de Nederlandse Zorgautoriteit.


Mr. R. Wesseling
Mr. R. Wesseling is advocaat bij Stibbe en Professor of Competition Law and Regulation aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De nieuwe Europese financiële toezichthouders

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Europese toezichtautoriteiten, macroprudentieel toezicht, financiële stabiliteit
Auteurs Prof. dr. J.A. Bikker, Drs. J. Brinkhoff en Drs. A.A.T. Wesseling
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens de kredietcrisis kwam duidelijk aan het licht dat het bestaande systeem van financieel toezicht in Europa verbetering behoefde. Het Europees stelsel van financieel toezicht dat in 2011 in werking is getreden, betekent meer samenwerking tussen nationale toezichthouders, onder meer door de oprichting van colleges of supervisors, een gedeeltelijke overheveling van toezichtbevoegdheden naar de nieuw opgerichte Europese toezichtautoriteiten en meer aandacht voor instellingsoverschrijdende ontwikkelingen die implicaties kunnen hebben voor de gehele sector, waarbij de nieuwe Europese risk board waarschuwingen kan afgeven aan competente autoriteiten. Deze bijdrage bespreekt de achtergronden van de vormgeving van de nieuwe Europese toezichtstructuur, gaat nader in op de taken en bevoegdheden van de nieuwe Europese toezichtorganisaties en bespreekt wat de uitdagingen voor en de kanttekeningen bij dit nieuwe model zijn. De bijdrage sluit af met een beschouwing van enkele andere beleidsinitiatieven in reactie op de crisis.


Prof. dr. J.A. Bikker
Prof. dr. J.A. Bikker is senior onderzoeker bij De Nederlandsche Bank en hoogleraar aan de Utrecht School of Economics van de Universiteit Utrecht.

Drs. J. Brinkhoff
Drs. J. Brinkhoff is beleidsmedewerker bij De Nederlandsche Bank.

Drs. A.A.T. Wesseling
Drs. A.A.T. Wesseling is senior beleidsmedewerker bij De Nederlandsche Bank.
Artikel

Het gewijzigde depositogarantiestelsel

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden depositogarantiestelsel, depositohouders, Europese Commissie, fondsenstelsel, richtlijn depositogarantiestelsel, stichting depositogarantiefonds
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    Het depositogarantiestelsel zal aanzienlijk worden gewijzigd. Als er onder het huidige depositogarantiestelsel een beroep wordt gedaan op het depositogarantiestelsel, moeten de banken een bijdrage doen, waarmee de depositohouders van de in financiële problemen verkerende bank kunnen worden voldaan. Op basis van de beoogde wijzigingen zullen de banken die onder het depositogarantiestelsel vallen, vanaf juli 2012 vooraf periodieke bijdragen moeten doen voor het depositogarantiestelsel. Ook op Europees niveau zijn er wijzigingen voorgesteld. De Europese Commissie heeft voorgesteld dat alle depositogarantiestelsels vooraf moeten worden gefinancierd. Een andere voorgestelde wijziging is dat de deposito’s die onder de verschillende depositogarantiestelsels vallen, worden geharmoniseerd. Tevens is beoogd dat de uitbetalingstermijn aan de depositohouders verder wordt verkort. In deze bijdrage worden zowel de voorgestelde wijzigingen op nationaal niveau als op Europees niveau besproken.


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

Pompen of verzuipen?

Bestuurder in de gevarenzone: ken uw getallen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden insolventie, reorganisatie, bestuur, onbehoorlijke taakvervulling
Auteurs Mw. mr. A.P.G. Gielen en Mr. C. Bijl
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Pompen of verzuipen? Bestuurder in de gevarenzone: ken uw getallen’ is een bewerking van een paper van de auteurs geschreven ten behoeve van de Insolad-cursus ‘Financiële economie voor curatoren’. Onderzocht is of bedrijfseconomische indicatoren handvatten kunnen bieden voor het te voeren beleid van noodlijdende ondernemingen. De auteurs concluderen dat bestuurders zich onvoldoende bewust zijn van het nut van het besturen van de onderneming aan de hand van actuele managementinformatie, die hen in staat kan stellen feitelijke insolventie te voorkomen en tijdig te reorganiseren. Bepleit wordt een wettelijk systeem waarbij de bestuurder door periodieke registraties wordt gedwongen elementaire managementinformatie beschikbaar te hebben, bij gebreke waarvan bij faillissement een wettelijk vermoeden van onbehoorlijke taakvervulling ontstaat.


Mw. mr. A.P.G. Gielen
Mw. mr. A.P.G. Gielen is advocaat bij Vlaskamp Advocaten B.V. te Amersfoort.

Mr. C. Bijl
Mr. C. Bijl is advocaat bij Van Zeijl Bijl Aartsen Advocaten te Harderwijk.
Artikel

Corporate Governance, de financiële crisis en het subsidiariteitsbeginsel

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Corporate Governance, EU Groenboek, Green Paper Financial Institutions, Green Paper Corporate Governance, financiële instellingen
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de onderzoeken naar de oorzaken van de financiële crisis werd ook de rol van Corporate Governance onder de loep genomen. Dit is aanleiding geweest voor de publicatie door de Europese Commissie van twee Groenboeken over respectievelijk Corporate Governance bij financiële instellingen en beloningsbeleid en de Europese Corporate Governance-structuur. Hierbij worden impliciet veel voorstellen voor nieuwe Corporate Governance-regels gedaan. In deze bijdrage wordt een aantal van deze voorstellen getoetst aan het subsidiariteitsbeginsel en het proportionaliteitsbeginsel die in art. 5 leden 3 en 4 TEU zijn vastgelegd en in de literatuur zijn uitgewerkt. Hierbij wordt ook bekeken of regulering van Corporate Governance-onderwerpen op EU-niveau ingaat tegen nationale voorkeuren in de vennootschappelijke regelgeving en dit gerechtvaardigd wordt door de noodzaak tot ingrijpen door de EU. Geconcludeerd wordt dat bij ‘gewone’ vennootschappen terughoudendheid moet worden betracht bij het invoeren van inhoudelijke aanvullende Corporate Governance-regels. Bij financiële instellingen is regulering op EU-niveau gewenst omdat aannemelijk is dat een falende Corporate Governance bij deze instellingen heeft bijgedragen aan de financiële crisis en een bedreiging vormt voor het Europese financiële systeem.


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel recht bij de Universiteit Utrecht en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Financiële dienstverlening binnen groepsverband bezien vanuit fiscaal perspectief

Met de nadruk op de onzakelijke lening

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden onzakelijke lening, afwaarderingsverlies, groepsgarantie
Auteurs Drs. S. den Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het certificaathouders-uitkoop-arrest van 9 mei 2008 heeft de Hoge Raad een nieuw begrip in het fiscaal recht geïntroduceerd: de onzakelijke lening. Onder de onzakelijke lening wordt in dit verband verstaan een geldverstrekking aan een gelieerde partij die onder zodanige voorwaarden en omstandigheden heeft plaatsgevonden dat daarbij door die geldverstrekking een debiteurenrisico wordt gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Daar een dergelijke lening niet geacht wordt te zijn verstrekt uit zakelijke motieven, maar uit aandeelhoudersmotieven is een afwaarderingsverlies – als liggende in de aandeelhouderssfeer – fiscaal niet aftrekbaar. In deze bijdrage wordt allereerst aangegeven welke plaats de onzakelijke lening in het fiscaal recht inneemt te midden van de zakelijke lening en de lening die fiscaal volledig wordt geherkwalificeerd in eigen vermogen. Vervolgens wordt ingegaan op een viertal vragen die het certificaathouders-uitkoop-arrest heeft opgeroepen en de gevolgen van het arrest voor andere vormen van financiële dienstverlening binnen groepsverband. Afgesloten wordt met een aantal aandachtspunten voor de praktijk.


Drs. S. den Boer
Drs. S. den Boer is werkzaam als fiscalist bij Simmons & Simmons te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 401 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 20 21
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.