Zoekresultaat: 29 artikelen

x
Jaar 2012 x

    As a result of reported cases of child abuse by Roman Catholic priests and brothers in The Netherlands, a Dutch solicitor has formally accused the archdiocese of Utrecht and the diocese of Rotterdam of conspiracy. The charges being ill-founded were rejected by the public prosecutor. The present article points out that the charge of conspiracy was ill-considered and legally untenable under Dutch criminal law, because it could not be maintained that the archdiocese of Utrecht or the diocese of Rotterdam were parties to an agreement to commit the offences in question. Unfortunately child abuse and the tendency to keep it silent are a common problem in Dutch society, not only within the Roman Catholic Church, so it should be addressed accordingly. The Dutch Bishops’ Conference and representatives of congregations established in The Netherlands have set up a fact-finding committee under the expert guidance of the elder states-man Mr. Deetman to make an independent investigation into the facts and circumstances of sexual abuse of children within the ecclesiastical province of The Netherlands and to make recommendations for redress and compensation. The committee has submitted its report in December 2011. Like this the Dutch bishops and congregations have set an example how the problem of prescribed cases of child abuse within a complex social organization can be revealed and dealt with. For that purpose criminal law is a less appropriate instrument. It is satisfying to see that other organizations, religious and secular, have taken similar initiatives.


René Guldenmund
Mr. R.M.A. Guldenmund studeerde burgerlijk recht en internationaal recht, en was van 1984-1993 onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Sindsdien werkte hij als jurist aan verschillende ministeries. Hij publiceerde o.a. over de strafrechtelijke handhaving van het EU-gemeenschapsrecht. Thans werkt hij aan het proefschrift God in de publieke ruimte. rene@guldenmund.eu.
Artikel

Naar een Europese glijdende openbare ordeschaal voor het personenverkeer?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8/9 2012
Trefwoorden openbare orde, openbare veiligheid, duurzaam verblijf, artikel 83 lid 1 VWEU, verwijderingsmaatregel
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest P.I is de tweede zaak waarin het Hof van Justitie het begrip ‘dwingende redenen van openbare veiligheid zoals door de lidstaten gedefinieerd’ in artikel 28 lid 3 Richtlijn 2004/38/EG verduidelijkt. Dit arrest verduidelijkt de bevoegdheid die lidstaten genieten om het verblijfsrecht te beperken dat begunstigden van Richtlijn 2004/38/EG die gedurende een periode van tien jaar op hun grondgebied hebben verbleven. Het beeld dat opdoemt, laat zich vergelijken met de in het Nederlandse vreemdelingenrecht gebruikte glijdende schaal waarbij de duur van het verblijf, de ernst van het strafbaar feit, de maximumstrafmaat en de opgelegde straf bepalend zijn om tot beëindiging van het verblijfsrecht over te gaan.


Mr. H. Oosterom-Staples
Mevr. mr. H. Oosterom-Staples, vakgroep Europees en internationaal publiekrecht, Tilburg University.
Artikel

Massaschadeafwikkeling door een Belgische bril

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Massaschade, class action, België
Auteurs Dr. mr. S. Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    Massaschadeafwikkeling door een Belgische bril door dr. mr. Stefaan VoetNaar aanleiding van het voornemen van de Belgische minister van Consumentenzaken om een class action in het leven te roepen, worden in deze bijdrage vier bouwstenen besproken die nakende debat kunnen sturen. Vooreerst wordt verdedigd dat een class action moet worden ingesteld door een “ideological plaintiff”. Vervolgens wordt aandacht besteed aan de vraag hoe de groepsleden van de procedure in kennis moeten worden gesteld, waarbij het begrijpelijk karakter van die kennisgeving wordt benadrukt. Daarnaast wordt verdedigd dat opt-out de regel moet zijn, en opt-in de uitzondering. Tot slot wordt de rol van de rechter als actieve casemanager besproken.


Dr. mr. S. Voet
Dr. mr. S. Voet is verbonden aan het Instituut voor Procesrecht van de Universiteit Gent en werkzaam als advocaat aan de balie van Brugge.
Boekbespreking

Small numbers, big problems

Het levensverhaal en (jeugd)delinquente traject van vrouwelijke gedetineerden

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2012
Auteurs Dr. Anne-Marie Slotboom
Auteursinformatie

Dr. Anne-Marie Slotboom
Dr. A. Slotboom is universitair hoofddocent aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, afdeling strafrecht en criminologie.
Artikel

Op het land in plaats van achter het raam

Aard en omvang van arbeidsuitbuiting in Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Human trafficking, Labour exploitation, Illegal migration
Auteurs Daphne Postma MSc. en Dr. Joris van Wijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 2005 article 273 of the Dutch criminal code does not only qualify exploitation of prostitutes as a criminal act, but also exploitation taking place in other sectors. Seven years down the line not much is known about this type of human trafficking. Based on an analysis of files of the Dutch Social Security Investigation and Detection Service (ISZW-DO) this article describes in which sectors such exploitation takes place, the characteristics of both victims and (alleged) perpetrators and the modus operandi used. The article concludes and emphasizes that especially subtle means of coercion are used, but that these can transform into more serious types of coercion.


Daphne Postma MSc.
Daphne Postma MSc. is in 2011 afgestudeerd als criminoloog aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. Joris van Wijk
Dr. Joris van Wijk is universitair docent Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, j.van.wijk@vu.nl.
Artikel

Het Nederlandse detentierecht naar internationale maatstaven

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Dutch detention law, human rights, prison conditions, female prisoners, prison staff
Auteurs G. de Jonge
SamenvattingAuteursinformatie

    Dutch detention law seems to meet all standards of the normative European Prison Rules. There is however no reason for self-satisfaction, because other relevant international standards have so far received little attention. The author discusses the Bangkok Rules, the Istanbul Protocol, the Declaration of Malta on Hunger Strikers and the European Code of Ethics for Prison Staff. All of these documents give rise to adaptations or additions of existing Dutch penitentiary law. The author suggests that it would be best to develop a new general detention law containing basic norms for the treatment of everyone deprived of his freedom, irrespective of the detention’s legal title.


G. de Jonge
Prof. dr. Gerard de Jonge is emeritus bijzonder hoogleraar Detentierecht aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Uitbuiting uit zicht?

Getuigenverklaringen van gesmokkelde migranten nader bekeken aan de hand van indicatoren voor mensenhandel

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2012
Trefwoorden human trafficking, migrant smuggling, irregular migration, exploitation, illegal employment
Auteurs Joanne van der van der Leun en Anet van van Schijndel
SamenvattingAuteursinformatie

    Human trafficking means exploitation; human smuggling is associated with illegal labour and a connection with exploitation is absent. Where a victim of human trafficking can appeal for legal protection, a smuggled migrant (illegally residing or with vulnerable legal status) overall has little rights because of the formal absence of the aspects of exploitation and coercion in human smuggling. In this article, the empirical analysis based on file analysis demonstrates that in several files of cases framed as human smuggling indications are found for exploitation of migrants, although this has not been recognised as such. Theoretically the authors tie this to the trend of crimmigration. Measures designed to combat human trafficking and smuggling are often concentrated on (criminal) law enforcement and criminal punishment, to the detriment of a human rights-based approach. The tension between immigration policy and the combat against human trafficking deserves more attention.


Joanne van der van der Leun
Prof. dr. J.P. (Joanne) van der Leun is hoogleraar criminologie aan de Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Instituut voor Strafrecht & Criminologie. Postbus 9520, 2300 RA Leiden. E-mail: j.p.vanderleun@law.leidenuniv.nl

Anet van van Schijndel
A.A.A. (Anet) van Schijndel MSc is onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer. E-mail: a.vanschijndel@rekenkamer.nl

    In dit artikel wordt aandacht besteed aan duo-moederschap in Nederland vanuit een ontwikkelingspsychologisch/pedagogisch en een juridisch perspectief. Allereerst wordt aandacht besteed aan de huidige juridische situatie en de ontwikkelingen die zich recent daarin hebben voorgedaan. Uit deze bespreking rijst een aantal vragen met betrekking tot de relatie tussen de duo-moeders, het kind en de (on)bekende donor, die vervolgens vanuit ontwikkelingspsychologisch perspectief worden besproken. In het laatste deel van het artikel wordt aandacht besteed aan de voorgestelde wetgeving met betrekking tot de positie van het kind in een gezin met twee moeders, waarbij aan de hand van de ontwikkelingspsychologische bevindingen wordt gekeken naar de kwaliteit van het voorstel.
    ---
    This article focuses upon dual motherhood in the Netherlands from a psychological development/educational and legal perspective. Firstly, attention is paid to the current legal situation and the developments which have recently occurred in this regard. From this, a number of questions arise concerning the relationship between dual mothers, the child and the (un)known donor, which will be discussed from a psychological development perspective. The last part of the article focuses upon the proposed legislation with regard to position of the child in a family with two mothers, examining the quality of the proposal on the basis of the findings concerning psychological development.


Machteld Vonk
Machteld Vonk studied law between 1998 and 2002 at the University of Amsterdam. Following this, she began her PhD at the Molengraaff Institute for Private Law of Utrecht University, under the supervision of Prof. K. Boele-Woelki. Her research looked at the legal relationship between children and non-biological parents from a comparative perspective. In December 2007, she defended her PhD dissertation ‘Children and their parents’ (Intersentia; 2007). From January 2008 until July 2012, she was employed at the Molengraaff Institute as a lecturer/researcher on family law and comparative law. Since 1st July 2012, she has worked in the department of child law of Leiden University as a lecturer/researcher on child law.

Dr. Henny Bos
Henny Bos works as a lecturer at the University of Amsterdam (the department of child development and education and teacher training). Her research concerns gay and lesbian parenthood. She has established a Dutch longitudinal study on this research area, and also participates in an American longitudinal study concerning this subject. From February until the end of June 2012, she was a visiting scholar at the Williams Institute (University of California in Los Angeles).
Artikel

Stilzwijgen onder toezichthouders

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2012
Trefwoorden secrecy, denial, silence, monitoring
Auteurs Henk van de Bunt
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines the silence of control agents. It is often said that control agents as representatives of the risk society are obsessed with control activities and fact-finding, and that rule breakers are regularly exposed by negative publicity. The author takes the contrary position that even major cases demonstrate the persistence of silence on the part of control agents. He distinguishes between two types of silence: denial and secrecy. Denial means that control agents saw nothing while they could have discovered wrongdoing. He points to the fact that this denial in the face of knowledge is the result of sociological ambivalence: control agents are often forced to reconcile conflicting interests, which supersede the importance of supervision. The article shows that secrecy plays an important role in trust relationships between control agents and the objects of their supervision. Secrecy enables control agents to better obtain information. In effect, with regard to the supply of information and the scrutiny of the objects under supervision, control agents are dependent on the cooperativeness of the objects of supervision. These days, much emphasis is placed on breaking the walls of silence. Perpetrators, victims and witnesses, as well as control agents, are being encouraged to break the silence through the use of star witness arrangements, whistleblower arrangements, witness protection, and reporting centres. But is this effective? The author suggests that maintaining secrecy is essential and that those measures limit the space for control agents to develop trust relationships with the objects of supervision, and thereby the opportunity to engage in fact-finding.


Henk van de Bunt
Prof. dr. Henk van de Bunt is hoogleraar criminologie aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail:vandebunt@law.eur.nl
Redactioneel

De sociale rol van het geheim: inleiding

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2012
Trefwoorden disclosure, research of secrecy, cultural criminology, meaning
Auteurs Dina Siegel
SamenvattingAuteursinformatie

    In cultural criminology, we talk about crimes as secrets and secrets as crimes. There is a close relationship between criminality and secrecy. The unravelling of secrets can help us discover the meaning criminals attach to their actions and contacts. Secrets have always been a topical issue, as they are strongly embedded in our social world. Secrecy used to be functional in times of war and under dictatorships as a symbol of political and/or religious protest. Today, however, secrecy is most often associated with illegality and criminality. It is not easy to study secrets and secrecy, and for this reason criminological research requires specific, mainly ethnographic, research methods.


Dina Siegel
Prof. dr. Dina Siegel is hoogleraar criminologie aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. E-mail: d.siegel@uu.nl
Praktijk

Rechtspsychologie

De waarheid over seksueel misbruik

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2012
Auteurs Prof. mr. dr. Eric Rassin
Auteursinformatie

Prof. mr. dr. Eric Rassin
Prof. mr. dr. E. Rassin is aangesteld bij de faculteit sociale wetenschappen en de School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Het effect van werk op de criminele carrière van jeugdige zedendelinquenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2012
Trefwoorden juvenile sex offender, life-course criminology, employment, fixed and random effects model, typologies
Auteurs MSc Chantal van den Berg, Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld, Prof. dr. Jan Hendriks e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper delinquent development from age 12 to 29 of 498 juvenile sex offenders is analyzed. Fixed and random effects models are used to determine the effect of employment and of the stability of employment on the criminal career. We first show that juvenile sex offenders have limited access to the labor market, with stagnating participation rates from age 25 on, many different and short contracts. In spite of this, employment reduces offending, and having stable employment has an additional reducing effect on crime. We also looked at three types of sex offenders (child abusers, peer abusers and group offenders), who have a different background and for whom therefore effects could differ. We found no difference for offender types in the effect of employment on offending. The effects of employment stability, however, were due to only child abusers experiencing significant effects of continuity. We conclude that for juvenile sex offenders employment impacts similarly on offending as was found in previous studies among high-risk groups.


MSc Chantal van den Berg
C.J.W. van den Berg, MSc is junior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar methoden & technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Jan Hendriks
Prof. dr. J. Hendriks is klinisch psycholoog bij De Waag in Den Haag, bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en bijzonder hoogleraar forensische orthopedagogische diagnostiek en behandeling aan de Universiteit van Amsterdam.

Dr. Irma Mooi-Reçi
Dr. I. Mooi-Reçi universitair docent bij de afdeling Sociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 29 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.