Zoekresultaat: 24 artikelen

x
Jaar 2012 x

    In deze bijdrage wordt op experimentele wijze gezocht naar een antwoord op de vraag wat de rechtvaardiging is van de beperking van de handelingsbekwaamheid van de minderjarige en het het bewind over zijn vermogen. Bij wijze van experiment wordt een fictieve regeling in het leven geroepen, het zogenaamde tachtigplusbewind. Op grond van deze regeling wordt eenieder die de tachtigjarige leeftijd passeert van rechtswege beperkt in zijn handelingsbekwaamheid en verliest hij het bewind over zijn vermogen. Vervolgens wordt de vraag gesteld waarom een dergelijk tachtigplusbewind niet wenselijk is en de bescherminsgmaatregelen die minderjarigen treffen wel. Deze bijdrage is een onderdeel van een breder dissertatieonderzoek met als titel 'Minderjarigen en (de zorg voor hun) vermogen.'
    ---
    This contribution seeks, in an experimental manner, to find an answer to the question of what is the justification for restriction on the capacity of the minor and the administration of their assets. By way of experimentation, a fictitious arrangement is created, the so-called ‘eighty-plus-fiduciary-administration’. Under this scheme, anyone who is over the age of eighty will have their legal capacity limited, and lose control of their assets. The question then arises as to why this eighty plus rule is not desirable whilst the protective rules for minors are widely accepted. This contribution is part of a wider dissertation research entitled ‘Minors and (the care of) their assets’.


Mr. Hans ter Haar
Hans ter Haar is a lecturer in notarial law at the University of Groningen.
Boekbespreking

Verstandelijk (on)gewoon in het strafrecht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2012
Trefwoorden book review
Auteurs Leny de Groot-van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Recht der Werkelijkheid.


Leny de Groot-van Leeuwen
Leny de Groot-van Leeuwen is rechtssociologe. Zij is als hoogleraar rechtspleging verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit te Nijmegen. Haar onderzoeksinteresses en publicaties betreffen onder meer het beroepsmatig handelen, de taakopvatting en de ethiek van juridische beroepsbeoefenaren.
Praktijk

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in het verslagjaar 2011-2012 weer meer zaken afgedaan dan in het voorgaande jaar. Onder de uitspraken en ontvankelijkheidsbeslissingen van het Hof bevinden zich er verschillende die vanuit gezondheidsrechtelijk perspectief interessant zijn. Hierbij kan worden gedacht aan zaken over het zonder informed consent steriliseren van vrouwen, de gedwongen behandeling van onvrijwillig opgenomen patiënten, het ontslag van een arts na kritiek op het functioneren van een afdelingshoofd en het verwijderen van de naam van een arts op de lijst van toegelaten zorgaanbieders. Deze kroniek bevat een beschrijving en analyse van de voor het gezondheidsrecht belangrijkste zaken uit het verslagjaar 2011-2012.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC en redacteur van dit blad.
Redactioneel

Strafrecht in de uitverkoop

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2012
Auteurs Mr. drs. Sigrid van Wingerden
Auteursinformatie

Mr. drs. Sigrid van Wingerden
Mr. drs. Sigrid van Wingerden is PhD-fellow bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie aan de Universiteit Leiden en redactielid van PROCES.
Artikel

De nagebootste stoornis, gedragskundige en strafrechtelijke benaderingen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Factitious disorder, Münchhausen syndrome by proxy, Diagnosis, Prosecution
Auteurs Dr. Dick Raes en Mr. Yvo van Kuijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Factitious disorders are rather rare. Doctors are not inclined to take such a diagnosis into consideration. Basically, the term Münchhausen-syndrome is not correct, because the stories told by the baron were obviously unbelievable. The DSM IV-TR makes a distinction between malingering, factitious disorder and conversion hysteria. Four cases are shortly described, two with factitious disorder in adults, one with Münchhausen by proxy and one of apparent child abuse.Especially in Münchhausen-syndrome by proxy, clinical and juridical approaches come together in the diagnostic and the criminal investigative phase. Professionals from both disciplines have to work together to protect the wellbeing of the child and to find the adequate (forensic psychiatric) treatment for the mother.


Dr. Dick Raes
Dr. Dick Raes is emeritus hoogleraar Forensische Psychiatrie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en Rijksuniversiteit Groningen en (plv.) raadsheer bij de Penitentiaire Kamer van het Gerechtshof Arnhem.

Mr. Yvo van Kuijk
Mr. Yvo van Kuijk is vicepresident van het Gerechtshof Arnhem en plaatsvervangend lid van het Adviescollege Verloftoetsing Tbs.
Artikel

Reclassering op een kruispunt(?)

Rol en positie van de reclassering bij Forensisch Psychiatrisch Toezicht

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Forensic Psychiatry, Probation service, General Mental Health, Forensic Psychiatric Supervision
Auteurs Dr. Jaap van Vliet
SamenvattingAuteursinformatie

    The probation service has a legally firmly embedded mandate to guide the Tbs-patients (Forensic Psychiatric Patients, subject of a hospital order) during his return to society and to supervise this return. Also because of incidents with Tbs-patients who returned to society, a new way of guidance and supervision was recently developed, in which the treating clinic, the GGz (general mental health care institutions) and the probation service cooperated and enhanced each other’s expertise, more than had been customary in the past. The aim was to reduce the risk of re-offending as far as possible. The first part of this article deals about Forensic Psychiatric Supervision and the problems regarding the links between the judiciary circuit and the GGz. The second part outline the role of the probation service and is concerned with the importance ánd the danger of risk assessment and risk control. Some conclusions are drawn.


Dr. Jaap van Vliet
Dr. Jaap A. van Vliet is beleidsadviseur bij Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering, onderzoeker bij het lectoraat ‘Werken in justitieel kader’ van de Hogeschool Utrecht en redactielid van PROCES.

Michiel van der Wolf
Michiel van der Wolf is jurist en psycholoog en als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij promoveerde op 15 mei 2012 op het proefschrift TBS – veroordeeld tot vooroordeel en werkte als psycholoog-stagiair ooit twee jaar bij toenmalig tbs-kliniek Flevo Future. Hij is rechter-plaatsvervanger, ook in tbs-verlengingszittingen, bij de Rechtbank Amsterdam en bestuurslid van het Psychiatrisch-Juridisch Gezelschap.
Artikel

Gimme hope

De rol van hoop in het werk van groepsleiders in een justitiële jeugdinrichting

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2012
Trefwoorden juvenile detention, What Works, motivation, Pygmalion effect, practitioners
Auteurs Drs. M.J. Geenen
SamenvattingAuteursinformatie

    The relationship between group workers and their pupils in a youth prison influences treatment outcome. A positive relationship stimulates treatment motivation and readiness for change. The aim of this study was to review the role of hope in a correctional institutional setting for youth. Hope is defined as having a goal and a positive outcome expectation. Hope keeps group workers positive, motivated and inspired to overcome difficulties, and the hope of group workers stimulates pupils to openly reflect on the past, reconsider future possibilities, and become motivated to change their behaviour. There are obstacles, however, which hamper the hope of group workers and may instead trigger negative expectations, cynicism, and despair. Key elements for dealing with potential negative influences on a hopeful orientation are leadership and training. Also conscious reflection on one’s acts, thoughts and feelings can help group workers to deal with resistance reactions and aggression, and to remain hopeful.


Drs. M.J. Geenen
Drs. Marie-José Geenen is als docent en supervisor verbonden aan de Academie voor Sociale Studies en als onderzoeker aan het lectoraat Jeugd & Veiligheid van Avans Hogeschool. Zij doet promotieonderzoek naar de aard van de relatie tussen groepsleiders en jongens in een justitiële jeugdinrichting.

    Psychotherapeut; toestemming patiënt; terugkoppeling naar huisarts

    Eindverantwoordelijk psychiater; samenwerkingsverband; verantwoordelijkheid voor eigen handelen of nalaten

Artikel

Wilsonbekwaamheid en vertegenwoordiging

De eerste thematische wetsevaluatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden vertegenwoordiging, vroegere wilsuitingen, wetsevaluatie, wilsonbekwaamheid, zorgvolmachten
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute en prof. mr. J.K.M. Gevers
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel doet verslag van een thematische wetsevaluatie waarin een groot aantal wettelijke regelingen zijn bestudeerd met betrekking tot de daarin opgenomen regels inzake wilsonbekwaamheid en vertegenwoordiging. Het in het kader van de evaluatie uitgevoerde onderzoek bevatte, naast analyse van nationale wetgeving en zelfregulering, ook een rechtsvergelijkende en een belangrijke empirische component. Geconcludeerd wordt dat de Nederlandse regelgeving (die sterkere en zwakkere kanten heeft) op een aantal punten niet de regels biedt die (ook gelet op internationale standaarden) nodig zijn voor een optimale balans tussen zelfbeschikking en bescherming. In het rapport van het evaluatieonderzoek worden dan ook aanbevelingen gedaan ter verbetering van wetgeving en beleid, onder meer betreffende het omgaan met wilsonbekwaamheid, verheldering van het vertegenwoordigingsregiem en verbetering van procedurele rechtsbescherming.


Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

prof. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam/AMC.
Column

Over tbs, de weigerende observandus en het verschoningsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden beroepsgeheim, tbs, weigering medewerking onderzoek, verschoningsrecht
Auteurs Mr. E.J.C. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan daders van (ernstige) strafbare feiten kan tbs worden opgelegd. Nodig is dan dat tijdens het begaan van het strafbaar feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. Dat dient onderzocht te worden als daartoe aanleiding bestaat. Sommige verdachten weigeren medewerking aan zo’n onderzoek, uit angst voor tbs of om andere redenen. Een weigering betekent niet dat geen tbs kan worden opgelegd. Soms is dat feitelijk toch onmogelijk. In verband daarmee is het voorstel gedaan dat de rechter kan gelasten dat hulpverleners aan de onderzoekers gegevens verstrekken die betrekking hebben op bijvoorbeeld eerdere contacten met de psychiatrie. Dit voorstel is zeer kritisch ontvangen. Bezien wordt of dat geheel terecht is.


Mr. E.J.C. de Jong
Ernst de Jong is advocaat bij KBS advocaten te Utrecht en lid van de Commissie van Toezicht FPC 2landen te Utrecht.

    Hoofdbehandelaarschap; regie behandeling patiënt; verwijtbaar handelen

Artikel

Het effect van werk op de criminele carrière van jeugdige zedendelinquenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2012
Trefwoorden juvenile sex offender, life-course criminology, employment, fixed and random effects model, typologies
Auteurs MSc Chantal van den Berg, Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld, Prof. dr. Jan Hendriks e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper delinquent development from age 12 to 29 of 498 juvenile sex offenders is analyzed. Fixed and random effects models are used to determine the effect of employment and of the stability of employment on the criminal career. We first show that juvenile sex offenders have limited access to the labor market, with stagnating participation rates from age 25 on, many different and short contracts. In spite of this, employment reduces offending, and having stable employment has an additional reducing effect on crime. We also looked at three types of sex offenders (child abusers, peer abusers and group offenders), who have a different background and for whom therefore effects could differ. We found no difference for offender types in the effect of employment on offending. The effects of employment stability, however, were due to only child abusers experiencing significant effects of continuity. We conclude that for juvenile sex offenders employment impacts similarly on offending as was found in previous studies among high-risk groups.


MSc Chantal van den Berg
C.J.W. van den Berg, MSc is junior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar methoden & technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Jan Hendriks
Prof. dr. J. Hendriks is klinisch psycholoog bij De Waag in Den Haag, bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en bijzonder hoogleraar forensische orthopedagogische diagnostiek en behandeling aan de Universiteit van Amsterdam.

Dr. Irma Mooi-Reçi
Dr. I. Mooi-Reçi universitair docent bij de afdeling Sociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Recht der Werkelijkheid.


Albert Klijn
Albert Klijn is rechtssocioloog en was in de periode 2002-2011 als wetenschappelijk adviseur verbonden aan de Raad voor de rechtspraak. Hij is thans als zodanig op parttime basis verbonden aan Stichting Studiecentrum Rechtspleging (SSR).

    BJZ verzoekt om vervangende toestemming voor voorschrijven anticonceptiepil voor minderjarige: verzoek verleent

    In a column a journal editor or an author expresses his or her opinion on a particular subject.


Mr. Coosje Peterse
Mr. Coosje Peterse is advocaat te Den Haag en tevens redactielid van PROCES.
Artikel

Voorwaardelijke PIJ-maatregel of voorwaardelijke jeugddetentie?

Een vergelijking van problematiek van de jeugdigen en invulling van de sancties

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2012
Trefwoorden conditional juvenile detention, conditional PIJ-measure, change of behaviour, punishment
Auteurs MSc Aniek Verwest
SamenvattingAuteursinformatie

    Juvenile detention and the custodial measure ‘institutional placement order’ (plaatsing in een inrichting voor jeugdigen; PIJ-measure) are often administered by the court under conditions at first. It is unknown to what extend it is possible to make a distinction between a punishment and a treatment measure looking at both conditional penalties. In order to gain more information about the differences and similarities between these conditional penalties, the verdicts of juvenile offenders have been studied. The study involves a group of juvenile offenders with a conditional PIJ-measure and a group of juvenile offenders with a conditional juvenile detention. The results reveal that there are considerable similarities between the two groups. The high prevalence of behavioural problems and disorders in the group juvenile offenders with a conditional juvenile detention is particularly notable. Conditional juvenile detention may include treatment of the behavioural problems and disorders, but if the conditional juvenile detention is transformed into unconditional juvenile detention there will be no individual and specific treatment of these disorders.


MSc Aniek Verwest
Aniek Verwest MSc studeerde Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, met als specialisatie Jeugd, Samenleving en Criminaliteit. Momenteel volgt zij de master Strafrecht aan diezelfde universitieit.
Artikel

De levenslange gevangenisstraf, gratie en voorwaardelijke invrijheidstelling in rechtsvergelijkend perspectief

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2012
Trefwoorden mandatory life sentence, parole, European Convention on Human Rights, comparative law
Auteurs Mr. Wesley Welten
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, a person sentenced to life imprisonment (lifer) cannot be pardoned or paroled. This has led to debate. I have investigated if this impossibility also exists in other countries (Canada, England, Germany, Belgium). This article shows that in all the other countries studied, lifers can be pardoned after a certain period of time. A law comparative interpretation of article 3 ECHR would therefore lead to the conclusion that the current Dutch policy is contradictory to this article. The results in this article could contribute to the debate that has arisen in the Netherlands.


Mr. Wesley Welten
Mr. Wesley Welten is werkzaam als buitengriffier bij de Rechtbank Rotterdam, sector strafrecht.
Toont 1 - 20 van 24 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.