Zoekresultaat: 101 artikelen

x
Jaar 2013 x

    In 1998 a chapter on administrative enforcement was added to the GALA (in the so-called third Tranche). This contribution reflects on the legislative aims of this Tranche; to what extent these aims have been attained and what important developments have occurred since. As the third Tranche has led to little reform, a brief review will suffice. The developments after the third Tranche are discussed extensively, concerning both the third Tranche - amongst others the obligation in principle to enforce ('beginselplicht tot handhaving') - and reparatory sanctions since the fourth Tranche (2009), which amongst others regulated the execution of administrative reparatory sanctions and added regulation on administrative fines (a punitive sanction). Additionally, more general provisions of administrative law enforcement are discussed. The development of administrative enforcement are reflected against general developments in administrative law, such as harmonization and the increase of litigation. Lastly some bottlenecks will be noticed and solutions proposed.


Prof.mr.drs. Lex Michiels

    This contribution scrutinizes the effect of the General Administrative Act (Algemene wet bestuursrecht) on the doctrine of administrative supervision (bestuurlijk toezicht), especially on the (governmental) power of spontaneous annulment (spontane vernietigingsrecht) towards local authorities. In 1998 the legal provisions concerning administrative supervision have been transferred from the Local Government Act (Gemeentewet) to the General Administrative Act. Since then the doctrine was subject to several major changes, from which the 2006 Policy document on spontaneous annulment (Beleidskader spontane vernietiging) and the 2012 Act on re-vitalizing general supervision (Wet revitalisering generiek toezicht) are the most important. The provisions from the General Administrative Act concerning administrative supervision have hardly been changed; case law concerning spontaneous annulment mainly concerned the interpretation of the Policy documents. The provisions regarding administrative supervision and laid down in the General Administrative Act, can therefore be seen as of constant value of administrative supervision.


Mr. Hansko Broeksteeg
Mr. Broeksteeg is universitair hoofddocent Staatsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Zorgplichten aan het werk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2013
Trefwoorden zorgplicht, doelregelgeving, normadressaat, handhaving, toezicht, communicatieve wetgeving
Auteurs Mr. W. Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Met welke middelen en voorwaarden moet de wetgever de behoorlijke naleving en de handhaving van zorgplichtbepalingen borgen? Zorgplichten bevatten namelijk een open norm en de handhaving ervan is niet eenvoudig. Zorgplichten gedijen bij de professionaliteit en de deskundigheid van de normadressaat. Daarom is vrijwillige naleving van de zorgplicht essentieel; afgedwongen naleving door de handhaver leidt tot minder doelbereik van de zorgplicht. Van belang daarvoor is dat de zorgplicht als een communicatieve norm wordt vormgegeven, functionerend binnen een interpretatiegemeenschap. De handhaver moet bereid zijn tot discours met de normadressaat en moet zo min mogelijk aanvullende regels stellen. Casusonderzoek toont dit aan.


Mr. W. Timmer
Mr. W. Timmer is als wetgevingsjurist werkzaam bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Artikel

‘Connected Continent’: Het voorstel voor een verordening inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden telecommunicatie, netneutraliteit, frequentieveiling, roaming, consumentenbescherming
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. P.C. Knol
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 11 september 2013 werd het voorstel voor een (rechtstreeks werkende) Verordening tot aanpassing van het Europees regelgevingskader voor elektronische communicatiemarkten gepubliceerd. Het voorstel beoogt belemmeringen voor de totstandkoming van een interne telecommunicatiemarkt weg te nemen en zou (deels) per 1 juli 2014 in werking moeten treden. Het voorstel is opzienbarend, niet alleen voor wat betreft de tournure in de gekozen vorm van regulering en de snelle invoering maar ook voor wat betreft de diversiteit aan onderwerpen. De Commissie zal op het gebied van het spectrumbeleid en het opleggen van verplichtingen op basis van het in de verordening opgenomen vetorecht meer regie krijgen over het nationale beleid. Daarnaast zal een Europese aanbieder met één machtiging eenvoudiger toegang kunnen gaan krijgen tot de EU-markt. Tevens geldt dat voor reeds gereguleerde onderwerpen op het gebied van toegangsverplichtingen tot wholesale-diensten, roaming en eindgebruikersbelangen verdergaande regulering wordt bereikt.Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van maatregelen inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie en om een connectief continent tot stand te brengen alsmede tot wijziging van Richtlijnen 2002/20/EG, 2002/21/EG en 2002/22/EG en Verordeningen (EG) nr. 1211/2009 en (EU) nr. 531/2012, COM(2013)627 def.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. dr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als advocaat werkzaam bij KPN te Den Haag en is gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.

Mr. P.C. Knol
Mr. P.C. (Paul) Knol is als bedrijfsjurist werkzaam bij KPN te Den Haag en is tevens gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.
Artikel

De nieuwe Europese privacywetgeving: stand van zaken bijna twee jaar na Commissievoorstel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden gewone wetgevingsprocedure, artikel 7 en 8 Handvest, gegevensbescherming, verhouding EU-VS, onafhankelijk toezicht
Auteurs Mr. H. Hijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In het voorjaar van 2012 heb ik in NTEReen bijdrage geschreven over de Commissievoorstellen van 25 januari 2012 voor nieuwe Europese wetgeving op het gebied van de gegevensbescherming. De behandeling van deze voorstellen – en dan vooral de voorgestelde verordening – bij de Raad en het Parlement heeft de gemoederen in Brussel en ook in Nederland sterk beziggehouden vanwege de grote belangen die ermee gemoeid zijn en de vaak uiteenlopende meningen over de verordening an sich en veel van de specifieke bepalingen die deze bevat. Het meest aansprekende bewijs daarvan zijn de bijna vierduizend amendementen die binnen het EP zijn ingediend in relatie tot de voorgestelde verordening. Bij het beëindigen van deze bijdrage is nog veel onduidelijk over het vervolg van het dossier. Ik wil deze bijdrage dan ook vooral benutten om de voor de lezers van NTER meest relevante elementen van het debat in kaart te brengen, in vervolg op mijn bijdrage uit 2012.Voorstel voor een verordening betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (algemene verordening gegevensbescherming) ( COM/2012/011 def.).Voorstel voor een richtlijn betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens ( COM/2012/010 def.).


Mr. H. Hijmans
Mr. H. (Hielke) Hijmans is afdelingshoofd Policy & Consultation bij de Europese toezichthouder voor de gegevensbescherming (EDPS). De auteur schrijft dit artikel op persoonlijke titel.
Artikel

Europees bankentoezicht (SSM). Juridische en praktische perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden Europese toezichthouder, bankenunie, interne markt, bankenregelgeving, Europese Centrale Bank (ECB)
Auteurs Mr. W.H. Bovenschen LL.M, Mr. K. Holtring, Dr. G.J.S. ter Kuile LL.M e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor het vormgeven van het Europese bankentoezicht stond de EU-wetgever voor juridische en praktische uitdagingen. In dit artikel worden enkele hiervan belicht: verdragsgrondslag, bevoegdheidsverdeling tussen de Europese en nationale toezichthouders, rechtsbescherming, governance, toezichttaken ECB, vergunningverlening en -intrekking, relevant Unierecht, home/host-toezicht en de verhouding tot EBA. De praktijk moet uitwijzen of de gekozen oplossingen effectief zijn.Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen, Pb. EU 2013, L 287/63-89 (SSM-Verordening);Richtlijn 2013/36/EU betreffende de toegang tot de werkzaamheden van kredietinstellingen en het bedrijfseconomisch toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (CRD IV);Verordening (EU) nr. 2013/575 over prudentiële voorschriften voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (CRR).


Mr. W.H. Bovenschen LL.M
Mr. W.H. Bovenschen LL.M werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.

Mr. K. Holtring
Mr. K. Holtring werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.

Dr. G.J.S. ter Kuile LL.M
Dr. G.J.S. ter Kuile LL.M werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.

Mr. L. Wissink
Mr. L. Wissink werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.
Artikel

Bank, zorgplicht en derden: enkele lessen voor de bancaire praktijk

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2013
Trefwoorden bank, zorgplicht, derden, beleggersbescherming, onderzoeksplicht
Auteurs Mr. A.J.C.M. Meijs
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bank heeft een zorgplicht jegens derden wanneer zij zich realiseert dat mogelijk door een cliënt zonder een vereiste Wft-vergunning wordt gehandeld, waardoor derden schade kunnen ondervinden. De bank moet dan onderzoek doen naar de cliënt. Nadat de bank onderzoek heeft gedaan en ervan overtuigd is dat er niet overeenkomstig de vergunningsplicht wordt gehandeld, moet de bank aan dat gevaar voor beleggers adequaat een einde maken. In de jurisprudentie zijn verschillende mogelijkheden aan de orde geweest, maar zij zijn niet allemaal even adequaat.


Mr. A.J.C.M. Meijs
Mr. A.J.C.M. Meijs is in april 2013 afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen op de bancaire zorgplicht jegens derden.
Diversen

De responsieve toezichthouder

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden WRR-rapport, responsive regulation, tripartite handhaving
Auteurs Judith van Erp en Karin van Wingerde
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage vragen de auteurs aandacht voor een aspect van responsive regulation dat beter aansluit bij de handhavingspraktijk; namelijk dat het de vraag adresseert hoe toezichthouders gebruik kunnen maken van het maatschappelijke krachtenveld dat bestaat uit verschillende publieke en private partijen. Deze zogenoemde tripartite handhaving is ten onrechte onderbelicht gebleven en biedt aanknopingspunten om aan de maatschappelijke functie van toezicht die de WRR bepleit, verder invulling te geven.


Judith van Erp
Dr. J.G. van Erp is universitair hoofddocent criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Karin van Wingerde
Dr. C.G. van Wingerde is universitair docent criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Diversen

Repliek vanuit de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden WRR-rapport, WRR, repliek, reactie
Auteurs André Knottnerus, Meike Bokhorst, Peter de Goede e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Het feit dat een groot aantal experts de tijd en moeite heeft genomen om te reflecteren op het advies past goed bij wat de WRR beoogt: het entameren van een brede discussie over de toekomst van het overheidstoezicht. In hun reactie op de bijdragen in dit nummer gaan de medewerkers van de WRR kort in op de relevante observaties, opmerkingen en ideeën die naar voren zijn gebracht.


André Knottnerus
Prof. dr. J.A. Knottnerus is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Meike Bokhorst
Drs. A.M. Bokhorst maakte als stafmedewerker deel uit van de projectgroep die het rapport Toezien op publieke belangen heeft voorbereid.

Peter de Goede
Dr. P.J.M. de Goede maakte als stafmedewerker deel uit van de projectgroep die het rapport Toezien op publieke belangen heeft voorbereid.

Pieter Welp
Drs. P. Welp maakte als stafmedewerker deel uit van de projectgroep die het rapport Toezien op publieke belangen heeft voorbereid.
Diversen

Rugwind van de WRR, tegenwind verzekerd

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden WRR-rapport, toezichthouder, ACM
Auteurs Chris Fonteijn
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur is verheugd te zien dat er veel parallellen zijn tussen de aanbevelingen van de WRR en de strategie en werkwijze van ACM. ACM voelt zich daardoor gesteund, want hun opvattingen en de daarop gebaseerde toezichtstijl zijn niet zonder controverse. Veranderingen gaan nu eenmaal nooit zonder slag of stoot. De auteur gaat op enkele van de aanbevelingen in het bijzonder in.


Chris Fonteijn
Mr. C.A. Fonteijn is bestuursvoorzitter van de Autoriteit Consument & Markt. Hiervoor is hij voorzitter geweest van zowel de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) als de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA).
Diversen

Access_open Het lastige gesprek

Een reactie op ‘Toezien op publieke belangen’ vanuit het perspectief van de burger

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden WRR-rapport, Nationale ombudsman, burger
Auteurs Dr. Alex Brenninkmeijer
SamenvattingAuteursinformatie

    De redactie van Tijdschrift voor Toezicht sprak met de Alex Brenninkmeijer, de Nationale ombudsman over zijn visie op het WRR-rapport


Dr. Alex Brenninkmeijer
Dr. A.F.M. Brenninkmeijer is de Nationale ombudsman.
Diversen

Naar een verruimd perspectief op rijkstoezicht

De WRR is nog niet klaar

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden WRR-rapport, inspecteur-generaal, inspectie
Auteurs Ferdinand Mertens
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage geeft de auteur een antwoord op de vraag of hij zich als inspecteur-generaal door dit rapport geholpen zou voelen. Naar zijn oordeel is de WRR nog niet klaar met zijn taak.


Ferdinand Mertens
Prof. dr. ing. F.J.H. Mertens (1946) is werkzaam als codecaan van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) voor toezichtopleidingen.
Diversen

Toezicht op publieke belangen, een reactie

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden WRR-rapport, toezichthouder, Inspectie voor het Onderwijs
Auteurs Annette Roeters en Jos Verkroost
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bekijken het rapport vanuit het perspectief van de toezichthouder. Zij geven aan dat het rapport nog aanvulling verdient in het leggen van een verbinding met de medewerkers van de inspecties die het werk op straat, in de bedrijven en in de instellingen uitvoeren en die aan de reflecties gestalte moeten geven.


Annette Roeters
Drs. A.S. Roeters is inspecteur-generaal van het Onderwijs.

Jos Verkroost
Drs. J. Verkroost is coördinerend inspecteur bij de Inspectie van het Onderwijs.
Diversen

Het politieke perspectief

De kritiek van de WRR op politici en bestuurders

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden WRR-rapport, politiek, onafhankelijkheid, kosten
Auteurs Hans de Bruijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In het rapport deelt de WRR op z’n minst twee tikken uit aan de politiek: politici respecteren onvoldoende de onafhankelijkheid van de toezichthouder en zijn te vaak gefixeerd op de kosten en lasten van toezicht. De auteur vertaalt de twee tikken in drie kanttekeningen bij het rapport.


Hans de Bruijn
Prof. mr. dr. J.A. de Bruijn is hoogleraar bestuurskunde aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management. Hij is tevens lid van de redactie van TvT.
Diversen

Onrustige onafhankelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden WRR-rapport, onafhankelijkheid, kernwaarde
Auteurs Margot Aelen en Gustaaf Biezeveld
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt voortgebouwd op het idee dat onafhankelijkheid een kernwaarde is van toezicht. De auteurs gaan in op de voornaamste redenen voor onafhankelijkheid en de oorzaken van de ‘onrust’. Tot slot schetsen zij de contouren van een structurele oplossing voor de spanning tussen de politiek en toezichthouders.


Margot Aelen
M. Aelen LL.M is promovenda aan de Universiteit Utrecht en tevens lid van de redactie van dit tijdschrift.

Gustaaf Biezeveld
Mr. G.A. Biezeveld is lid van de redactie van dit tijdschrift.
Diversen

Het publieke belang van professionele toezichthouders

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden WRR-rapport, toezichthouder, inspecteur, personeel, opleiding
Auteurs Ko de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreekt de auteur het WRR-rapport vanuit het perspectief van de toezichthouder. Hiermee doelt hij op de ‘toezichthoudende instantie’ maar meer nog op de ‘persoon van de inspecteur’


Ko de Ridder
Dr. J. de Ridder is hoogleraar bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Diversen

Toezicht: politiek opportunisme versus het veiligstellen van publieke belangen

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden mededingingstoezicht, publieke belangen, niet-contracteerbare kwaliteit, politieke economie
Auteurs Paul de Bijl
SamenvattingAuteursinformatie

    De WRR neemt een toezichtparadox waar. Er is een roep om meer toezicht, want er gaat van alles mis, en tegelijkertijd een roep om minder toezicht, want er zijn te veel regeltjes. Toezicht staat daarmee in de schijnwerpers. Het speelt niet direct een glansrol in deze voorstelling. De avond zou kunnen eindigen met applaus van het publiek – maar als er tussentijds gejoel uitbreekt, is het nog maar de vraag hoe de voorstelling zal aflopen.


Paul de Bijl
Dr. P.W.J. de Bijl is gasthoogleraar op de leerstoel Regulatory Economics aan de WHU Otto Beisheim School of Management (Düsseldorf en Vallendar, Duitsland) ; en daarnaast adviseur marktordening, mededinging en regulering bij Radicand Economics en bij Lexonomics. Extramural fellow van TILEC, Tilburg University. E-mail: paul.debijl@whu.edu.
Diversen

Juridische ruggengraat toezicht mag niet ontbreken

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden WRR-rapport, legaliteitsbeginsel, bestuursrecht, bestuursprocesrecht
Auteurs Annetje Ottow en Madeleine de Cock Buning
SamenvattingAuteursinformatie

    Juridische aspecten van het toezicht komen in het WRR-rapport slechts incidenteel aan de orde. In deze bijdrage gaan de auteurs door waar de WRR op dit punt ophield door nadere kleuring te geven aan de voor toezicht zo bepalende juridische context.


Annetje Ottow
Prof. mr. A.T. Ottow is hoogleraar economisch publiekrecht, Universiteit Utrecht en non- executive director Competition Markets Authority United Kingdom.

Madeleine de Cock Buning
Prof. mr. dr. M. de Cock Buning is voorzitter van het Commissariaat voor de Media en hoogleraar Media-Communicatie en Auteursrecht aan de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Handhaven en balanceren: een tussenstand van privaatrechtelijke handhaving in Europa

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2013
Trefwoorden privaatrechtelijke handhaving, collectief verhaal, kartelschade, richtlijnvoorstel, aanbeveling
Auteurs Prof. mr. I.N. Tzankova, Mr. M.J. Plomp en Mr. T. Raats
SamenvattingAuteursinformatie

    Na een jarenlange politieke strijd heeft de Europese Commissie in het voorjaar van 2013 een pakket aan maatregelen gepubliceerd waarmee zij beoogt het verhaal van schade als gevolg van inbreuken op het mededingingsrecht te faciliteren. In dit artikel gaan wij in op de achtergrond en inhoud van het pakket van maatregelen. Centraal staat de vraag of de Europese Commissie haar doelstellingen met het voorliggende pakket zal bereiken en welke gevolgen de praktijk kan verwachten naar aanleiding van de voorgestelde maatregelen.


Prof. mr. I.N. Tzankova
Prof. mr. I.N. Tzankova is advocaat bij BarentsKrans advocaten en notarissen en daarnaast hoogleraar massaschade aan Tilburg University.

Mr. M.J. Plomp
Mr. M.J. Plomp is advocaat bij BarentsKrans advocaten en notarissen, zij treedt per 1 januari 2014 in dienst bij Heineken.

Mr. T. Raats
Mr. T. Raats is advocaat bij BarentsKrans advocaten en notarissen.
Toont 1 - 20 van 101 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.