Zoekresultaat: 211 artikelen

x
Jaar 2010 x
Redactioneel

Voorwoord

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2010
Auteurs M.P.C. Scheepmaker

M.P.C. Scheepmaker

    De uitgevoerde planologische vergelijking bevat geen geheel geobjectiveerde waardevergelijking, doordat slechts is uitgegaan van het bouwplan van appellant voor een bepaald appartementencomplex. Daarmee staat niet vast dat de waarde van het perceel en het daarop gevestigde woonhuis niet is verminderd ten gevolge van andere in het bestemmingsplan vervallen bouwmogelijkheden.

    De partiële herziening is een schadebeperkende omstandigheid waarmee bij het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding rekening dient te worden gehouden omdat appellant anders een vergoeding zou ontvangen voor schade welke hij niet lijdt.

    In het afgelopen decennium is in de (lagere) jurisprudentie op uiteenlopende wijze geoordeeld over de omvang van de 403-aansprakelijkheid van de moedermaatschappij voor uit arbeids- en andere duurovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen van haar vrijgestelde groepsmaatschappij (hierna dochtermaatschappij). De centrale vraag daarbij was telkens of deze aansprakelijkheid alleen geldt voor verplichtingen voortvloeiend uit tijdens de aansprakelijkstellingstelling aangegane arbeidsovereenkomsten of tevens voor verplichtingen voortvloeiend uit voor de aansprakelijkstelling aangegane arbeidsovereenkomsten en, indien dat laatste het geval was, of de aansprakelijkheid dan alleen voor gedurende de aansprakelijkstelling uit arbeidsovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen geldt of ook voor daarvoor reeds uit arbeidsovereenkomsten ontstane verplichtingen.


J.P.H. Zwemmer
Mr. J.P.H. Zwemmer is advocaat te Amsterdam en promovendus bij het Hugo Sinzheimer Instituut van de Universiteit van Amsterdam.

    Industrieterrein en geluidzone. Veranderingen in jurisprudentie inzake definitie industrieterrein vanwege invoering Crisis- en herstelwet.

Artikel

Van de leestafel van SBS

De wettelijke verdeling en legaat vanuit Zuid-Afrika

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 44 2010
Trefwoorden Van de leestafel van ‘SBS’
Auteurs


Artikel

Echtscheidingsjurisprudentie van belang voor estate planning

Geen beleggingsvisie zonder belegging (Hoge Raad 19 november 2010, LJN BN8028)

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 43 2010
Trefwoorden huwelijkse voorwaarden
Auteurs


Artikel

Mensenrechtelijk georiënteerd manspersoon zoekt vrouw, liefst herstelrechtelijk georiënteerd

Een reactie op Joost Huysmans en Frank Verbruggen

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, human rights, criminal procedure, guarantees
Auteurs Renée Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    The author responds to Huysmans and Verbruggen by stressing the importance of recognizing that the criminal procedure has aims, which are entirely different from the aims of restorative procedures. If things can be so arranged that the criminal justice system provides for a structural place and use of restorative procedures, these should and could be guided by different rights and safeguards, which fit and reinforce the different aims of restorative justice and promote their justice qualities. Initial legal studies to develop suitable procedural rights and safeguards for restorative justice have been produced and should be elaborated upon.


Renée Kool
Renée Kool is hoofddocent straf(proces)recht, verbonden aan het Willem Pompe Instituut van de Juridische Faculteit, Universiteit Utrecht.
Artikel

Herstelrecht in Nederland: een slachtofferperspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, paradigma, tailoring, victims
Auteurs Marc Groenhuijsen
SamenvattingAuteursinformatie

    The author advises the protagonists of restorative justice to become less paradigmatic and more pragmatic in their approach of criminal justice and victims needs and interests. The offer of a restorative procedure is not suitable for all victims, nor for all thinkable moments after the event of a crime. Tailoring is needed to make each victim the best offer, and the utility of restorative justice is important, but limited. The author believes that much of the restorative justice literature is aiming at proving the superiority of restorative justice practices above any other type of intervention or service, and he feels that this is partly why restorative justice has not been well received in the Netherlands. A piecemeal implementation of mediation and conferencing in the sphere of criminal justice might be served by being less paradigmatic.


Marc Groenhuijsen
Marc Groenhuijsen is hoogleraar straf(proces)recht, verbonden aan de Universiteit Tilburg en Intervict.
Artikel

Licenties en de toepassing van het mededingingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2010
Trefwoorden licentieovereenkomst, schikkingsovereenkomst, technologiepools, FRAND-voorwaarden, technologieoverdracht, groepsvrijstellingsverordening
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers en Mr. J.I. Kohlen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de praktijk blijkt vaak onduidelijkheid te bestaan over de vraag of het regime inzake verticale overeenkomsten, technologieoverdracht of misschien horizontale overeenkomsten van toepassing is op overeenkomsten waarbij licenties een rol spelen. In dit artikel bespreken wij de verschillende aspecten die relevant zijn bij de mededingingsrechtelijke beoordeling van licentieovereenkomsten waarbij zowel artikel 101 VWEU als artikel 102 VWEU een belangrijke plaats inneemt.


Mr. drs. D.P. Kuipers
Mr. drs. D.P. Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP.

Mr. J.I. Kohlen
Mr. J.I. Kohlen is advocaat bij Bird & Bird LLP.
Artikel

Fundamentele rechten in de personenschadepraktijk

Een verslag van het jaarcongres van PEOPIL

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden PEOPIL, fundamentele rechten, persoonsschadepraktijk
Auteurs Mevrouw mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Pan European Organisation for Personal Injury Lawyers (PEOPIL) werd opgericht in 1997. Zij heeft zich onder andere ten doel gesteld op Europees niveau op te komen voor onder andere het recht op schadevergoeding en toegang tot het recht. PEOPIL organiseert regelmatig seminars en jaarlijks een congres. In juni van dit jaar vond het jaarcongres plaats in Genève, waar de fundamentele rechten in de personenschadepraktijk centraal stonden. In deze bijdrage wordt verslag gedaan van de lezingen die tijdens het congres werden gegeven.


Mevrouw mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
Mevrouw mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga is president bij PEOPIL en advocaat bij Legaltree.
Jurisprudentie

Kwalitatieve aansprakelijkheid jegens medebezitter

HR 8 oktober 2010, LJN BM6095, RvdW 2010, 1164

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden kwalitatieve aansprakelijkheid, medebezit, hangmat, gebrekkige opstal
Auteurs Mevrouw mr. F. Leopold
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 8 oktober 2010 wees de Hoge Raad het baanbrekende Hangmat-arrest, waarin werd geoordeeld dat een vrouw die medebezitter was van een opstal haar echtgenoot die eveneens medebezitter was, kon aanspreken voor 50% van haar schade. In haar noot bij het arrest plaatst de auteur enige kanttekeningen bij het oordeel van de Hoge Raad. Zij gaat daarbij in op het relativiteitsvereiste, de aangenomen gedeeltelijke aansprakelijkheid van de medebezitter en de te verwachten impact van het arrest op ons aansprakelijkheidsrecht en de verzekeringsbranche. Het Hangmat-arrest levert vanuit dogmatisch oogpunt in elk geval het nodige voer voor discussie op.


Mevrouw mr. F. Leopold
Mevrouw mr. F. Leopold is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Jurisprudentie

Medezeggenschap na overgang onderneming: behoud van eenheid is geen synoniem van identiteitsbehoud

Hof van Justitie EG 29 juli 2010, C-151/09 (UGT-FSP)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden overgang van onderneming, overgang van medezeggenschap, behoud van eenheid, behoud van entiteit, ondernemingsraad
Auteurs Mr. I. Zaal
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij een overname van de activa van een onderneming gaat het personeel op grond van de Richtlijn inzake overgang van onderneming automatisch mee over op de verkrijger, met behoud van alle rechten en plichten uit de (collectieve) arbeidsovereenkomst. Wanneer bij de vervreemder een medezeggenschapsorgaan is ingesteld, rijst de vraag of deze na overgang blijft bestaan. Op grond van artikel 6 van de Richtlijn 2001/23 behoudt de werknemersvertegenwoordiging haar functie en positie wanneer de onderneming na overgang ‘als eenheid blijft bestaan’. In de uitspraak UGT-FSP geeft het Hof van Justitie nadere invulling aan dit begrip. In haar annotatie analyseert de auteur deze uitspraak en past deze – aan de hand van een aantal casusposities – toe op de Nederlandse rechtspraktijk. Haar belangrijkste conclusie is dat de Nederlandse wetgever artikel 6 van de richtlijn alsnog moet implementeren.


Mr. I. Zaal
Mw. mr. I. Zaal is werkzaam als junior docent onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Zij schrijft een proefschrift over medezeggenschap.
Artikel

Het compromis van artikel 16 Tiende Richtlijn

Werknemersmedezeggenschap bij een grensoverschrijdende juridische fusie

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Tiende Richtlijn, (vennootschappelijke) medezeggenschap, grensoverschrijdend, (juridische) fusie en werknemers
Auteurs Mr. F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    Na meer dan twintig jaar discussiëren is op 26 oktober 2005 de Tiende Richtlijn inzake grensoverschrijdende juridische fusies aangenomen. Belangrijkste knelpunt was de vennootschappelijke medezeggenschap. Uiteindelijk hebben de lidstaten een compromis bereikt dat is neergelegd in artikel 16 Tiende Richtlijn. Dit artikel is zeer complex en bevat veel onduidelijkheden. Bovendien blijkt dat Nederland en Duitsland bepaalde aspecten op eigen wijze in het nationale recht hebben geïmplementeerd en vanuit hun nationale medezeggenschapsperspectief benaderen. Dit vergroot de populariteit van een grensoverschrijdende juridische fusie niet. Deze bijdrage tracht de ingewikkelde materie van artikel 16 Tiende Richtlijn wat inzichtelijker te maken en de toepasbaarheid te bevorderen.


Mr. F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is als docent/onderzoeker verbonden aan de vaksectie Sociaal recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en doet onderzoek naar de rechtspositie van de Nederlandse werknemer bij een grensoverschrijdende juridische fusie.
Artikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (2)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenoemde concordantieverplichting voldoen. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut namelijk in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. In dit tweede deel ligt de focus allereerst op gevolgen van de recente staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk voor het vigerende ontslagrecht. Conclusie hiervan is dat de materiële gevolgen voor het ontslagrecht zeer beperkt zijn. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de opzegbepalingen uit het BW, de rechterlijke ontbinding en het einde van rechtswege in de verschillende koninkrijkslanden met elkaar vergeleken. Uit deze vergelijking blijkt dat er tussen de verschillende landen een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Deze verschillen lijken zich evenwel voornamelijk voor te doen op technisch-juridische gebieden. Bij het uitvaardigen van nieuwe wetgeving houden de wetgevers dus onvoldoende rekening met het concordantiebeginsel. De rechters uit het Koninkrijk kan men in dezen daarentegen weinig kwalijk nemen. Daar waar hun een zekere beoordelingsruimte wordt gelaten, bestaat er immers een grote mate aan concordantie. Door middel van concorderende interpretatie worden de open normen in de verschillende landen namelijk op dezelfde wijze ingevuld. Hierbij moet er echter wel voor worden gewaakt dat er een te grote mate van concordantie wordt bereikt. De rechter mag de verschillen in cultuur en gewoontes tussen de Koninkrijkslanden niet uit het oog verliezen.


Mr. F.M. Dekker
Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag.
Discussie

De AMvB Ruimte: rem op ontwikkeling nieuwe bedrijventerreinen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden AMvB, ruimte, duurzaam, SER-ladder, bestemmingsplan
Auteurs Mr. dr. M. Klijnstra
SamenvattingAuteursinformatie

    De medio 2009 gepubliceerde ontwerp-AMvB Ruimte legt ter bevordering van diverse nationale, ruimtelijke belangen verplichtingen op aan provincies en gemeenten. Eén daarvan betreft het locatiebeleid inzake de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en kantoren. Op grond van de ontwerp-AMvB moeten provincies via een provinciale verordening de gemeenten opdragen een verplichte afweging te maken omtrent de daadwerkelijke behoefte aan nieuwe locaties en de mogelijkheden in die behoefte te voorzien door herstructurering en intensivering van bestaande locaties. Dit verplichte afwegingskader betreft de toepassing van de zogenoemde SER-ladder. De vraag is echter onder meer of de ontwerp-AMvB wel iets toevoegt aan de reeds bestaande afspraken die Rijk, provincies en gemeenten op dit punt al hebben gemaakt.


Mr. dr. M. Klijnstra
Mr. dr. M. (Michael) Klijnstra is advocaat bij Lexence te Amsterdam.
Jurisprudentie

Access_open Winstafdracht: einde aan slapend bestaan van artikel 6:104 BW

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 3 2010
Trefwoorden winstafdracht, abstracte schadeberekening, concrete schade, begroting van schade, punitive damages
Auteurs Mr. dr. T.E. Deurvorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Door dubbelzinnig taalgebruik in artikel 6:104 BW en een tweeslachtige parlementaire doelstelling wordt dit artikel weinig toegepast in de praktijk. Op 18 juni 2010 heeft de Hoge Raad in twee arresten – Setel/AVR en Ymere/X – artikel 6:104 BW aanzienlijk ruimer geïnterpreteerd in verschillende opzichten. De rechter wordt nu veel vrijheid gegund bij het bepalen van een vergoeding in het geval dat de benadeelde schade heeft geleden en de aansprakelijke winst heeft genoten, mits de vergoeding de vermoedelijke schade niet aanmerkelijk overschrijdt. Aan de begroting van de vermoedelijke schade worden echter geen hoge eisen gesteld. Te verwachten valt daarom dat justitiabelen geen flauw idee zullen hebben hoe groot de vergoeding zal zijn wanneer de rechter overgaat tot toepassing van artikel 6:104 BW. Daardoor komen de rechtszekerheid en een eerlijke rechtsbedeling op de tocht te staan.


Mr. dr. T.E. Deurvorst
Mr. dr. T.E. (Titia) Deurvorst is advocaat te Amsterdam en toegevoegd universitair hoofddocent aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht (CIER).
Jurisprudentie

Access_open Toepassing van artikel 6:80 lid 1 aanhef en onder b BW bij verplichtingen uit duurovereenkomsten

Een bespreking van HR 9 juli 2010, NJ 2010, 417 (Nissan/Nieuwkoop)

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 3 2010
Trefwoorden niet-nakoming, verzuim, tekortkoming, opeisbaarheid, duurovereenkomsten
Auteurs Mr. V.C. van Ginkel-Claessens en Mr. A. Mulder
SamenvattingAuteursinformatie

    In het op 9 juli 2010 gewezen Nissan/Nieuwkoop-arrest (NJ 2010, 417) heeft de Hoge Raad zijn eerdere oordelen over de toepassing van het verzuimvereiste bij duurovereenkomsten bevestigd. In dit arrest heeft de Hoge Raad daaraan toegevoegd dat de gevolgen van niet-nakoming dus ook intreden indien de prestatie van de schuldenaar op dat moment nog niet opeisbaar was en om die reden nog niet is uitgebleven. De auteurs gaan in deze bijdrage in op dit arrest en staan stil bij de vraag wat de consequenties van deze toevoeging zijn.


Mr. V.C. van Ginkel-Claessens
Mr. V.C. (Vivian) van Ginkel-Claessens is werkzaam als advocaat bij Baker & McKenzie Amsterdam N.V. op de sectie Litigation & Arbitration.

Mr. A. Mulder
Mr. A. (Anika) Mulder is werkzaam als advocaat bij Baker & McKenzie Amsterdam N.V. op de sectie Litigation & Arbitration.
Discussie

De kracht van ecosysteemfuncties en het falen van het recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden ongerechtvaardigde verrijking, profijtbeginsel, voordeelaansprakelijkheid, ecosysteemdiensten, falen van het recht
Auteurs Dr. G.M.A. van der Heijden
SamenvattingAuteursinformatie

    Ecosysteemfuncties zijn functies die de fysieke leefomgeving biedt aan de samenleving, zoals het reinigen van grondwater en het leveren van biomassa voor voedsel en energie. Zij laten zien hoe de ene functie de andere kan bevoordelen als in een soort kringloop. Die bevoordeling is niet alleen ecologisch, maar ook economisch. Het recht moet op z’n minst een basis zijn voor deze kringloop. Dat wil zeggen zekerheid bieden aan partijen, zoals natuurbeheerders en waterbeheerders, dat zij functies elkaar kunnen laten bevoordelen. Het recht biedt deze basis, maar draagt daarnaast steeds het risico in zich tot verstoring van de kringloop. Versterking van voordeelaansprakelijkheid in het Nederlandse recht kan publieke en private partijen prikkelen om voordeel te creëren. Die oplossing wortelt al in het geldende recht, maar nieuw recht is wenselijk.


Dr. G.M.A. van der Heijden
Dr. G.M.A. (Jurgen) van der Heijden is werkzaam als adviseur bij AT Osborne en als gastonderzoeker bij het Amsterdam Center for Environmental Law and Sustainability (ACELS/UvA).
Artikel

Recht op jeugdzorg: betekenis en praktijk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden youth care, rights of the youth, organisation of youth care
Auteurs Renske de Boer en Adri van Montfoort
SamenvattingAuteursinformatie

    The ‘Bureau Jeugdzorg’ is the gatekeeper in the field of youth care policy. From its start the Bureau has faced a difficult combination of empathy and social control. The individual youth was entitled to ‘a right on care’, which in practice was frustrated by long waiting lists. The mental health professionals also resisted the central role of the Bureau. So, soon after its inception Bureau Jeugdzorg is already in jeopardy. It is unlikely that the new political initiatives in this field will improve the legal protection of minors.


Renske de Boer
Renske de Boer is werkzaam als senior juridisch adviseur bij Adviesbureau Van Montfoort, gespecialiseerd in jeugdrecht en jeugdzorg, jeugdgezondheidsrecht en privacywet- en -regelgeving. Eerder was zij jurist bij Bureau Jeugdzorg. Zij geeft juridische trainingen en is tevens docent in de SSR-cursus voor jeugdrechters. Zij heeft onder meer meegewerkt aan het Evaluatieonderzoek Wet op de jeugdzorg. Momenteel werkt zij aan een onderzoek naar de inzet van het strafrecht bij kindermishandeling.

Adri van Montfoort
Adri van Montfoort werkte na zijn studies sociale pedagogiek en Nederlands Recht achtereenvolgens als hulpverlener, projectleider en onderzoeker. In 1994 promoveerde hij bij de juridische faculteit op een proefschrift over de aanpak van kindermishandeling in ons land. In 1996 richtte hij Adviesbureau Van Montfoort op, voor onderzoek, advies, opleiding en training, voornamelijk in de jeugdzorg en jeugdbescherming. Hij publiceerde sinds begin jaren tachtig vele artikelen en enkele boeken over gezinsbehandeling, kinderbescherming en jeugdzorg.
Toont 1 - 20 van 211 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10 11
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.