Zoekresultaat: 12 artikelen

x
Jaar 2011 x

    Klacht op grond van art. 7:450 BW; op basis van art. 7:465 lid 4 BW mag de hulpverlener de eigen beslissing niet langduriger boven die van een gezaghebbende ouder stellen dan strikt noodzakelijk is; toepasselijkheid art. 2 lid 3 sub c Wet Bopz.

Column

Advies commissie-Doek inzake niet-therapeutisch onderzoek met minderjarigen

Hoe nu verder?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden Commissie-Doek, minderjarigen, niet-therapeutisch onderzoek, WMO
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem en prof. mr. J.C.J. Dute
SamenvattingAuteursinformatie

    Niet-therapeutisch medisch-wetenschappelijk onderzoek met minderjarigen is op dit moment alleen toegestaan indien de risico’s verwaarloosbaar zijn en de bezwaren minimaal. Deze strenge regeling belemmert de wetenschapsbeoefening te zeer. Maar in hoeverre kan de wet worden versoepeld? De door de regering ingestelde commissie-Doek adviseert om de huidige absolute bovengrens van verwaarloosbare risico’s en minimale bezwaren te vervangen door de meer flexibele norm dat risico’s en bezwaren moeten worden geminimaliseerd. In deze bijdrage geven de auteurs aan waarom dit niet verstandig is en doen ze een alternatief voorstel om de wet (iets) te verruimen.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het Academisch Medisch Centrum, Afdeling Sociale Geneeskunde. Daarnaast is zij lid van twee METC’s.

prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is als hoogleraar gezondheidsrecht verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast is hij onder andere lid van de CCMO.
Casus

Certificering in Wetsvoorstel Flex-BV – gevolgen voor de praktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Wetsvoorstel Flex-BV, certificaathouders, vergaderrecht, bewilligde certificaten, niet-bewilligde certificaten
Auteurs Mw. mr. S.C. van Gendt
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Wetsvoorstel Flex-BV is het onderscheid tussen bewilligde en niet-bewilligde certificaten afgeschaft. Het wetsvoorstel bevat voorts enkele bepalingen die het doel hebben duidelijkheid te scheppen ten aanzien van het bestaan van vergadergerechtigdheid van certificaathouders. In deze bijdrage worden enkele aspecten besproken die in de praktijk van belang kunnen zijn ten aanzien van de registratie van reeds uitgegeven certificaten en het vergaderrecht van de certificaathouder onder het wetsvoorstel. Allereerst wordt ingegaan op het juridische verschijnsel ‘certificering van aandelen’ in het algemeen, het verschil tussen bewilligde en niet-bewilligde certificaten en de rechten die worden toegekend aan de houders van bewilligde certificaten. Vervolgens bespreekt de auteur de afschaffing van het onderscheid tussen bewilligde en niet-bewilligde certificaten en de mogelijkheid die in het wetsvoorstel wordt gecreëerd om bij de statuten vergaderrechten te verbinden aan certificaten. Ten slotte komt de vraag aan de orde wat de praktische implicaties zijn van de invoering van het Wetsvoorstel Flex-BV voor de bestaande houders van bewilligde certificaten.


Mw. mr. S.C. van Gendt
Mw. mr. S.C. van Gendt is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.
Artikel

De openheid van de notaris over erflaters testament

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden afschriften en uittreksels uiterste wilsbeschikking(en), testamenten, openbaarheid erflaters testament, geheimhouding notaris testamenten, artikel 49 Wna
Auteurs Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld
SamenvattingAuteursinformatie

    Wanneer, aan wie en hoeveel mag een notaris na overlijden van de testateur over diens testament bekend maken? Wie heeft er recht op een afschrift of uittreksel van een testament? Mag de notaris ook inzage geven in herroepen testamenten? De auteur bespreekt aan de hand van recente jurisprudentie de ruimte die de notaris heeft bij het geven van openheid over de inhoud van een testament.


Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld
Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld is juridisch directeur Netwerk Notarissen, kandidaat-notaris en docent Centrum voor notarieel recht, RU Nijmegen.
Artikel

Het Wetsvoorstel verplichte geestelijke gezondheidszorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Wet Bopz, Wetsvoorstel verplichte GGZ, psychiatrie, rechten van patiënten, dwangtoepassing
Auteurs Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 14 juni 2010 is het Wetsvoorstel verplichte geestelijke gezondheidszorg naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit wetsvoorstel maakt het mogelijk om verplichte zorg te verlenen aan personen die als gevolg van een psychische stoornis een aanzienlijk risico op ernstige schade voor zichzelf of anderen veroorzaken. Veldpartijen en belangenorganisaties zijn overwegend positief over de uitgangspunten van het wetsvoorstel. Het grootste kritiekpunt is het proces van besluitvorming, waarin een multidisciplinaire commissie adviseert en de rechter beslist. Uit een nadere analyse van het wetsvoorstel blijkt echter dat ook de rechtspositie van wilsonbekwame personen en minderjarigen nog sterk onderbelicht is gebleven.


Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
Vivianne Dörenberg is docent gezondheidsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het EMGO-instituut.
Artikel

Nieuwe timeshareregeling biedt nog geen rechtszekerheid

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden timeshare, gebruik in deeltijd, huur, appartementsrecht, consumentenbescherming
Auteurs Mr. C.G. Breedveld-de Voogd
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 23 februari 2011 is een nieuwe timesharerichtlijn in Boek 7 (titel 1A) BW geïmplementeerd. De ruimere definitie van het begrip timeshare doet vragen rijzen over welke huurovereenkomsten al dan niet onder de regeling vallen. De nieuwe regeling wordt tevens bezien vanuit het perspectief van het arrest Schena c.s./Akgi Royal Palm over de lotgevallen van een timeshare op Sint Maarten.


Mr. C.G. Breedveld-de Voogd
Mr. C.G. Breedveld-de Voogd is universitair docent notariële vakken, Universiteit Leiden.
Artikel

Art. 3:310 BW, subjectieve bekendheidseis en niet-stuiting verjaring zijdens minderjarige

HR 3 december 2010, LJN BN6241, RvdW 2010, 1449 (X/Bemoti c.s.)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden verjaring, subjectieve bekendheid, minderjarige, vertegenwoordiging
Auteurs Mr. J.H.M. van Swaaij en Mr. I.M. Walrecht
SamenvattingAuteursinformatie

    HR 3 december 2010, LJN BN6241, RvdW 2010, 1449 (X/Bemoti c.s.). Korte verjaringstermijn van art. 3:310 BW. Subjectieve bekendheidseis ook als eenvoudig identiteitsonderzoek waarmee aansprakelijke persoon bekend was geworden, nagelaten is? Toerekening aan destijds 9-jarig letselschadeslachtoffer van ontoereikende wettelijke vertegenwoordiging door moeder in meelijwekkende omstandigheden? Derogerende werking van redelijkheid en billijkheid?


Mr. J.H.M. van Swaaij
Mr. J.H.M. van Swaaij is Lawyer’s lawyer en advocaat bij Van Swaaij Cassatie & Consultancy te Nijmegen.

Mr. I.M. Walrecht
Mr. I.M. Walrecht is advocaat bij De Kempenaer Advocaten te Arnhem.
Artikel

Access_open Privaatrechtelijke aspecten van ABC-transacties

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2011
Trefwoorden ABC-transacties, doorverkoop, levering, overdrachtstitel, Vormerkung
Auteurs Prof. mr. S.E. Bartels
SamenvattingAuteursinformatie

    Om ABC-transacties hangt een geur van fraude. Maar lang niet alle ABC-transacties zijn frauduleus. In dit artikel worden enkele belangrijke privaatrechtelijke aspecten van ABC-transacties besproken. Onder meer wordt ingegaan op verschillende varianten waarin deze transactie zich in de praktijk voordoet, op het titelvereiste, de Vormerkung en de Wet voorkeursrecht gemeenten.


Prof. mr. S.E. Bartels
Prof. mr. S.E. Bartels is hoogleraar burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en lid van het dagelijks bestuur van het Onderzoekscentrum Onderneming & Recht (OO&R).

    There is a strange contradiction in the history of Dutch criminal justice. On the one hand, until well into the 20th Century, it was peculiarly backward in terms of criminal procedure that remained based on principles deriving essentially from the era of the first Dutch republic (17th and 18th Century) or even earlier. On the other, The Netherlands was one of the first countries in Europe to lastingly abolish capital punishment without the intermediate phase of continuing executions out of public view. In this, Dutch criminal justice was decidedly ahead of its times. This contribution examines this apparent contradiction that cannot be entirely explained by existing theories on (the abolition of) capital punishment. It must also be seen in the light of the historical role of publicity/transparency for the legitimacy of criminal justice in the Netherlands, its link to a legal culture of public confidence in the criminal justice authorities and the relatively late reception of Enlightenment ideals.


C.H. Brants
Prof. dr. Chrisje Brants is als hoogleraar straf- en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Omkering van de bewijslast

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden stelplicht, bewijslast, omkering van de bewijslast, bevrijdend verweer, klachtweer
Auteurs Mr. E.J. Bellaart en Mr. D.E. Alink
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest van 23 april 2010 van de Hoge Raad betreft naar de mening van auteurs een voorbeeld van toepassing van een bijzondere regel van omkering van de bewijslast op grond van art. 150 Rv in het kader van een vernietigingsprocedure van een arbitraal vonnis. Het arrest maakt, in meer algemene zin, duidelijk dat de omkering van de bewijslast niet een omkering van de stelplicht betekent. Als sprake is van een bevrijdend verweer dient daarop een beroep te worden gedaan, ongeacht de omkering van de bewijslast. Het arrest schijnt ook licht op andere bevrijdende verweren waarbij de bewijslast is omgekeerd, zoals de klachtplicht ex art. 7:23 BW.


Mr. E.J. Bellaart
Mr. E.J. Bellaart is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau (Civiel) van de Hoge Raad der Nederlanden.

Mr. D.E. Alink
Mr. D.E. Alink is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau (Civiel) van de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

De formulering van rechtsnormen in wetsteksten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2011
Trefwoorden formulering, rechtsnormen, deontische modaliteit, negatie, schrijfadvies
Auteurs Lic. K. Deschamps
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage doet verslag van een onderzoek naar de formulering van deontische concepten (bijvoorbeeld gebod, toestemming, verbod) en negatie in wetsteksten. Het onderzoek gebeurde op basis van een taalkundige analyse van een verzameling wetsteksten uit België en Nederland. Er wordt nader ingegaan op twee belangrijke bevindingen, namelijk het feit dat deontische concepten niet op een consequente manier uitgedrukt worden, en dat rechtsnormen soms nodeloos negatief geformuleerd worden. Telkens worden enkele suggesties gedaan die de redactionele kwaliteit van wetsteksten op deze punten kunnen verbeteren.


Lic. K. Deschamps
Lic. K. Deschamps is als doctor-assistent verbonden aan de rechtsfaculteit van de Katholieke Universiteit Leuven, waar ze medewerking verleent aan het opleidingsonderdeel ‘Juridisch schrijven’. Karen.Deschamps@law.kuleuven.be
Artikel

Dienstbodes in Saoedi-Arabië; intersectionaliteit en toegang tot het recht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden domestic workers, Saudi Arabia, patriarchy, access to justice
Auteurs Antoinette Vlieger
SamenvattingAuteursinformatie

    Domestic workers in Saudi Arabia suffer from severely limited access to justice, which affects the conflicts they may have with their employers. As there is no bargaining in the shadow of the law, the more powerful party, employer, can usually enforce their preferred outcome. This article focuses on the question of why domestic workers’ access to justice is so limited; are the underlying causes comparable to the ones in other countries, or does it concern an issue specific to Saudi Arabia? Literature on domestic workers points at both gender and citizenship as factors that weaken the position of these female migrant workers in many societies. This article discusses to what extent these two factors limit access to justice in Saudi Arabia and concludes with some critical remarks concerning the concept of intersectionality.


Antoinette Vlieger
Antoinette Vlieger is docent-onderzoeker aan de juridische faculteit van de Universiteit van Amsterdam. De afgelopen vijf jaar deed zij onderzoek naar conflicten tussen dienstbodes en hun werkgevers in Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Op 21 december aanstaande zal zij haar proefschrift hierover verdedigen. Zij heeft lesgegeven in verschillende juridische en metajuridische vakken. Hierna hoopt zij nieuw onderzoek te doen, bijvoorbeeld naar de vraag wat de verschillende relaties zijn tussen olie, migratiestromen en de ontwikkeling van arbeidsrecht. Ook hoopt zij te kunnen bijdragen aan de verbetering van de positie van met name vrouwen en migranten in het Midden-Oosten.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.