Zoekresultaat: 9 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

Aanpassing van de overeenkomst bij onvoorziene omstandigheden: een kwestie van uitleg?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2011
Trefwoorden onvoorziene omstandigheden, aanpassing overeenkomst, uitleg, redelijkheid en billijkheid, goede trouw
Auteurs Prof. mr. J.M. van Dunné
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur tracht in het artikel aan te tonen dat het leerstuk van de onvoorziene omstandigheden een kwestie van uitleg is, en dat uitleg al jaar en dag een kwestie van normatief uitleggen is, alias redelijke uitleg, uitleg te goeder trouw. Dat alles in het licht van het al omvattende beginsel van de redelijkheid en billijkheid.


Prof. mr. J.M. van Dunné
Prof. mr. J.M. van Dunné is emeritus hoogleraar burgerlijk recht, handelsrecht en burgerlijk procesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Regres in internationaal verband

Een bespreking van het leerstuk van regres in het internationale privaatrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2011
Trefwoorden regres, subrogatie, internationaal privaatrecht, Tijdelijke Regeling Verhaalsrechten
Auteurs Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
SamenvattingAuteursinformatie

    Als zich in een regressituatie internationale aanknopingspunten voordoen, rijzen vragen omtrent internationale rechtsmacht en toepasselijk recht. Aan de hand van enkele praktijkvoorbeelden worden in deze bijdrage de op subrogatie en wettelijk verhaal van toepassing zijnde regels van internationaal privaatrecht besproken. Het antwoord de vraag welk recht van toepassing is verschilt per deelaspect van de regressituatie. De rechtsgeldigheid van subrogatie wordt bijvoorbeeld beheerst door het recht op de verzekeringsovereenkomst van toepassing is, maar de omvang van de schade wordt bepaald door het recht dat op de onrechtmatige daad van toepassing is. Oplettendheid is dus geboden.


Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is cassatieadvocaat en tevens medewerkster van het Bureau Kennis & Innovatie bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Discussie

Een haalbaarheidsstudie naar een optioneel instrument

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2011
Trefwoorden optioneel instrument, Europese commissie, oneerlijke bedingen, afgebroken onderhandelingen, bevoegdheid, Rome I Vo
Auteurs Mr. dr. J.W. Rutgers
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur behandelt in haar bijdrage thema’s rondom het concept optioneel instrument zoals de Europese Commissie dat op 3 mei 2011 op haar website heeft gepubliceerd. Zij bespreekt achtereenvolgens de context waarin de Europese Commissie het concept optioneel instrument plaatst, de vraag of er een bevoegdheid is in de Europese verdragen om tot vaststelling van een optioneel instrument te kunnen komen en wat de verhouding tot Rome I Vo is. Ten slotte gaat de auteur in op de inhoud van het document en licht er twee onderwerpen uit: het afbreken van onderhandelingen en de toetsing van oneerlijke bedingen.


Mr. dr. J.W. Rutgers
Mr. dr. J.W. Rutgers is universitair hoofddocent Afdeling Privaatrecht, Juridische Faculteit VU en raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof te Amsterdam.

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.

Artikel

Onvoorziene omstandigheden en het Nederlandse recht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2011
Trefwoorden onvoorziene omstandigheden, Nederlands recht, receptief stelsel, artikel 6:258 BW
Auteurs Prof. mr. E.H. Hondius
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn bijdrage beziet de auteur hoe het Nederlandse recht naar Mombergs onderscheiding zou moeten worden gekwalificeerd: als een receptief of als een niet-receptief stelsel. Dit onderscheid door Momberg is gebaseerd op de ‘(al dan niet) ontvankelijkheid van een rechtsstelsel voor erkenning van de juridische relevantie van gewijzigde omstandigheden, waarbij aan de belanghebbende partij in een dergelijk geval de mogelijkheid wordt geboden om te kunnen vertrouwen op een stelsel van rechtsvorderingen’. De auteur meent dat het Nederlandse recht bij de receptieve stelsels moet worden ingedeeld.


Prof. mr. E.H. Hondius
Prof. mr. E.H. Hondius is als faculteitshoogleraar Europees privaatrecht verbonden aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Consumentenbescherming en het Optionele Instrument van contractenrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7/8 2011
Trefwoorden Optioneel Instrument, toepassingsgebied, consumentenbescherming
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanuit consumentenrechtelijk perspectief wordt onderzocht wat het personele, materiële en territoriale toepassingsgebied van het toekomstige Optionele Instrument zou moeten zijn om effectief te kunnen zijn, waarna dit wordt vergeleken met de door de Europese Commissie gemaakte keuzes. Geconcludeerd wordt dat het materiële toepassingsgebied uitgebreid zal moeten worden om het Optionele Instrument aantrekkelijk te maken voor zowel ondernemers als consumenten.


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. Loos is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder het Europees consumentenrecht, aan de Universiteit van Amsterdam, en verbonden aan het Centre for the Study of European Contract Law van die universiteit.
Discussie

Naar een beter instrument voor Europees contractenrecht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2011
Trefwoorden europeanisering, contractenrecht, Groenboek, optioneel instrument, consultatie, Klankbordgroep Internationaal Contracteren
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse, Mr. dr. M.-J. van der Heijden en F. Merab Samii
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk heeft de Europese Commissie het proces van europeanisering van het nationale en internationale contractenrecht opgezweept. In een Groenboek over Europees contractenrecht heeft zij zeven beleidsopties voor de ontwikkeling van een nieuw instrument van Europees contractenrecht gepresenteerd waarbij alle belanghebbenden werden uitgenodigd om daarop te reageren. De Klankbordgroep Internationaal Contracteren heeft daaraan gehoor gegeven door haar reactie begin dit jaar in te sturen. Deze bijdrage is een Nederlandstalige weergave van die Engelstalige reactie. In deze impressie worden allereerst de achtergrond en de doelstelling van het Groenboek belicht. Vervolgens worden voor- en tegenargumenten per beleidsoptie naar voren gebracht en worden de opties getoetst aan de door de Europese Commissie (in het Groenboek) geformuleerde doelstellingen. Daarna volgt een bespreking van vragen van inbedding van de voorgestane keuzemogelijkheden. Tot slot geeft dit artikel een korte weergave van de resultaten van de Europese raadpleging en kondigt het een volgende consultatieronde aan.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. dr. M.-J. van der Heijden
Mr. dr. M.-J. van der Heijden is als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

F. Merab Samii
F. Merab Samii is als student-assistent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. De auteurs zijn lid van de Klankbordgroep Internationaal Contracteren en vormen de werkgroep die de reactie van de Klankbordgroep op het Groenboek voorbereidde en instuurde.
Jurisprudentie

IPR-procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2011
Trefwoorden EEX-Verordening, materiële toepassingsgebied, bepalen van de rechtsmacht, schadebrengende feit
Auteurs Mr. M. Zilinsky
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek zal aandacht worden besteed aan een aantal arresten van het Hof van Justitie over de uitleg van de EEX-Verordening (PbEG L 12/2001, p. 1; hierna: EEX-Vo). In het kader hiervan passeren drie onderwerpen de revue: het materiële toepassingsgebied van de verordening, de vraag naar het bepalen van de rechtsmacht bij geschillen uit overeenkomsten en de vraag naar het bepalen van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan.


Mr. M. Zilinsky
Mr. M. Zilinsky is universitair docent internationaal privaatrecht aan de VU Amsterdam.
Artikel

Naar een Europees Burgerlijk Wetboek? Het Draft Common Frame of Reference (DCFR)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden DCFR, Europees Burgerlijk Wetboek, optional instrument, toolbox, Europees verbintenissenrecht, Europees goederenrecht
Auteurs Mr. P.C.J. De Tavernier en Mr. J.A. van der Weide
SamenvattingAuteursinformatie

    Het DCFR bevat een blauwdruk voor een toekomstig Europees verbintenissen- en goederenrecht. In deze bijdrage wordt ingegaan op de achtergrond, de opzet en inhoud van het DCFR, controversiële en ongeregelde kwesties, evenals de invloed van het DCFR op de bestaande rechtspraktijk.


Mr. P.C.J. De Tavernier
Mr. P.C.J. De Tavernier is werkzaam bij de afdeling Burgerlijk recht van de Universiteit Leiden en lid van het bijzonder academisch personeel van de Universiteit Antwerpen.

Mr. J.A. van der Weide
Mr. J.A. van der Weide is werkzaam bij de afdeling Burgerlijk recht van de Universiteit Leiden.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.