Zoekresultaat: 29 artikelen

x
Jaar 2015 x
Artikel

Op naar een algemene boetebevoegdheid in de Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Omgevingswet, sanctie, toezicht, strafrecht, bestuurlijke boete
Auteurs Mr. O.J.D.M.L. (Oswald) Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het sanctiestelsel in het voorstel voor een Omgevingswet (zoals aangenomen door de Tweede Kamer) besproken aan de hand van een vergelijking met boetesystemen in andere wetten en het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State.


Mr. O.J.D.M.L. (Oswald) Jansen
Mr. O.J.D.M.L. (Oswald) Jansen is bijzonder hoogleraar Europees bestuursrecht en openbaar bestuur aan de Universiteit van Maastricht en universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht, alsmede juridisch bestuursadviseur en advocaat van de gemeente Den Haag.
Artikel

De doorslaggevende of beslissende stem van de OK-bestuurder

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden doorslaggevende stem, beslissende stem, enquêterecht, tijdelijk bestuurder, onmiddellijke voorziening
Auteurs Mr. T. Salemink
SamenvattingAuteursinformatie

    In enquêteprocedures benoemt de Ondernemingskamer bij wijze van onmiddellijke voorziening met enige regelmaat een tijdelijk bestuurder met een doorslaggevende of beslissende stem. Uit de rechtspraak is echter niet zonder meer duidelijk wat deze begrippen inhouden. Voor de rechtspraktijk is een duidelijk(er) onderscheid van belang.


Mr. T. Salemink
Mr. T. Salemink is advocaat bij Lemstra Van der Korst te Amsterdam en onderzoeker bij het Van der Heijden Instituut, Onderzoekscentrum Onderneming & Recht, van de Radboud Universiteit Nijmegen.

    Deze bijdrage gaat over de verschillen tussen de enquêteprocedure als verzoekschriftprocedure en het kort geding als dagvaardingsprocedure. In beide procedures kunnen voorlopige ordemaatregelen worden verkregen, maar er bestaan belangrijke verschillen. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld het belang dat in de procedure centraal staat alsmede de rol die belanghebbenden spelen.


Mr. B. Kemp
Mr. B. Kemp is advocaat bij DVDW Advocaten te Den Haag, als universitair docent verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, research fellow bij het Institute for Corporate Law, Governance and Innovation Policies (ICGI) van de Universiteit Maastricht.
Artikel

Hoe vrij is de accountant als vrije beroepsbeoefenaar nog?

Een artikel over wijzigingen in wetgeving van toepassing op accountantsorganisaties

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden accountant, accountantsorganisatie, toezicht
Auteurs Mr. drs. E.V.A. Eijkelenboom
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 juni 2016 treedt EU Verordening 537/2014 in werking en moet Richtlijn 2014/56/EU geïmplementeerd zijn in de Nederlandse wetgeving. Naast deze Europese regelgeving betreffende accountantsorganisaties en het accountantsberoep, worden ook aanvullende maatregelen op dit terrein in nationale wetgeving ingevoerd. In deze bijdrage staan de wijzigingen in wet- en regelgeving voor accountantsorganisaties centraal.


Mr. drs. E.V.A. Eijkelenboom
Mr. drs. E.V.A. Eijkelenboom is als promovendus verbonden aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

You can talk the talk but can you walk the walk?

Niet-mededingingsrechtelijke nationale belemmerende maatregelen met betrekking tot fusies en buitenlandse investeringen en het recht van de Europese Unie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden Fusies en buitenlandse investeringen, publieke belangen, bevoegdheidsverdeling nationaal-supranationaal
Auteurs Mr. P. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nieuwe golf van economisch patriottisme doet de vraag rijzen in hoeverre het Unierecht een keurslijf vormt voor publieke belangen die, in het kader van fusies en buitenlandse investeringen, kunnen worden ingeroepen ter onttrekking van nationale regelingen aan de vrije mededinging. In dit artikel zal deze kwestie benaderd worden vanuit het perspectief van het internemarktrecht. Daarbij zal worden ingegaan op de vraag of – en zo ja, wanneer – lidstaten op grond van het Unierecht nationale mechanismen mogen instellen en/of toepassen.


Mr. P. Jansen
Mr. P. (Pim) Jansen is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het instituut Consument, Concurrentie en Markt van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven, België.
Casus

Enkele gedachten over de arbeidsovereenkomst in het concern

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden arbeidsovereenkomst, concern, werknemer
Auteurs Prof. dr. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    De werknemer in het concern heeft veelal niet alleen te maken met degene met wie hij de arbeidsovereenkomst ondertekende, maar ziet zich tevens geconfronteerd met allerhande ‘derden’ die direct of indirect hun invloed uitoefenen op de arbeidsovereenkomst. Denk aan de situatie dat de werkgever niet meer in staat is het loon te betalen omdat de moedervennootschap al haar leningen heeft opgeëist. Een ander concernonderdeel kan zelfs in het geheel niet als derde worden ervaren, bijvoorbeeld in de veelvoorkomende situatie dat de werknemer binnen een concern feitelijk permanent werkt binnen een andere vennootschap dan die waarmee hij de arbeidsovereenkomst sloot. De centrale vraag van de auteur is of het recht voldoende rekening houdt met de arbeidsovereenkomst binnen het concern.


Prof. dr. R.M. Beltzer
Prof. dr. R.M. Beltzer is hoogleraar Arbeid & Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Art. 3:305a lid 2 BW schiet zijn doel voorbij!

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2015
Trefwoorden belangenbehartiging, collectieve actie, massaschade, rechtsbescherming, groepsactie
Auteurs Mr. K. Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan art. 3:305a lid 2 BW is een zin toegevoegd over (niet-)ontvankelijkheid van rechtspersonen omdat getwijfeld werd aan de zuiverheid van de motieven van bepaalde ad-hoc claimstichtingen. Aan de hand van twee uitspraken staat de auteur stil bij de rol en functie van commerciële belangenbehartigers in het collectieve actierecht en behandelt hij de vraag of deze toevoeging aan art. 3:305a lid 2 BW niet haar doel voorbijschiet.


Mr. K. Rutten
Mr. K. Rutten is advocaat bij Wijn & Stael Advocaten te Utrecht.
Artikel

Publicatie van de jaarrekening op grond van het effectenrecht: effectieve openbaarmaking of (slechts) verregaand transparant?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden publicatieplicht, beursvennootschappen, jaarrekening, effectenrecht, Fondsenreglement
Auteurs Prof. mr. J.B.S. Hijink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat centraal het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin is uitgemaakt dat met het voldoen aan effectenrechtelijke publicatieverplichtingen ook is voldaan aan de publicatieplicht op grond van Boek 2 BW. Tegen de achtergrond van de uiteenlopend vormgegeven publicatieverplichtingen in het vennootschapsrecht enerzijds en het effectenrecht anderzijds, plaatst de auteur daarbij enige kanttekeningen.


Prof. mr. J.B.S. Hijink
Prof. mr. J.B.S. Hijink is hoogleraar jaarrekeningenrecht en toezicht financiële verslaggeving aan de Erasmus School of Law te Rotterdam en advocaat te Amsterdam.

Mr. J. de Boer
Mr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof.
Jurisprudentie

Bestuursrechtelijke jurisprudentie van het GHvJ

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2015
Auteurs Prof. dr. L.J.J. Rogier

Prof. dr. L.J.J. Rogier
Redactioneel

Toezicht en wetenschap

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2015
Auteurs Prof. dr. Judith van Erp
Auteursinformatie

Prof. dr. Judith van Erp
Prof. dr. J.G. van Erp is Hoogleraar Public Institutions aan de Universiteit Utrecht en redacteur van Tijdschrift voor Toezicht.
Artikel

Vierde Witwasrichtlijn aangenomen; wat wijzigt?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden Integriteit van financiële stelsel, Witwassen, Terrorismefinanciering, UBO-register, Centraal aandeelhoudersregister
Auteurs Mr. dr. B. Snijder-Kuipers en Mr. T.A. Tilleman
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 mei 2015 heeft het Europees Parlement de Vierde antiwitwasrichtlijn (hierna: Vierde Witwasrichtlijn) aangenomen. Uiterlijk juni 2017 dienen de lidstaten de bepalingen van de Vierde Witwasrichtlijn in nationale wetgeving te implementeren. Dat zal in Nederland tot aanpassing van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme leiden. Elke rechtspersoon is verplicht de ultimate beneficial owner, de uiteindelijk belanghebbende (UBO), in een nationaal register te registreren. In deze bijdrage worden de belangrijkste wijzigingen voor u op een rijtje gezet. Afgesloten wordt met enkele suggesties voor de wetgever en andere betrokkenen.
    Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70EG van de Commissie, PbEU 2015, L 141/73 (Vierde Witwasrichtlijn).


Mr. dr. B. Snijder-Kuipers
Mr. dr. B. (Birgit) Snijder-Kuipers is kandidaat-notaris te Amsterdam, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ook is zij lid van de werkgroep WWFT van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en BFT. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.

Mr. T.A. Tilleman
Mr. T.A. (André) Tilleman LL.M. is werkzaam bij het Bureau Financieel Toezicht en freelance docent/auteur. Ook is hij lid van de werkgroep WWFT van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en BFT. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Strijd tegen misbruik van rechtspersonen: twee nieuwe registers voor aandeelhouders in opkomst

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7/8 2015
Trefwoorden UBO-register, centraal aandeelhoudersregister, fraude, antiwitwasrichtlijn, privacy aandeelhouders
Auteurs Mr. F. van Zanten en Mr. S.S.M. Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk is een richtlijn aangenomen waarbij het verplicht wordt voor bedrijven om gegevens over hun ultimate beneficial owner (UBO) ‘openbaar’ te maken in een register. Daarnaast ligt er een conceptwetsvoorstel ter invoering van een centraal aandeelhoudersregister. De auteurs bespreken van beide registers de achtergrond, geven een inhoudelijke toelichting en sluiten af met een vergelijking, tevens in tabelvorm.


Mr. F. van Zanten
Mr. F. van Zanten is advocaat corporate M&A bij NautaDutilh te Rotterdam.

Mr. S.S.M. Rutten
Mr. S.S.M. Rutten is professional support lawyer corporate M&A bij NautaDutilh te Rotterdam en Amsterdam.
Artikel

De beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7/8 2015
Trefwoorden bmvk, open-end beleggingsmaatschappij, closed-end beleggingsmaatschappij, icbe, abi
Auteurs Mr. M.R.H.M. Plasmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal, waarbij zij voorbeelden uit de praktijk behandelt en enkele kanttekeningen plaatst in het licht van de huidige wet- en regelgeving.


Mr. M.R.H.M. Plasmans
Mr. M.R.H.M. Plasmans is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Pfandbriefe, covered bonds of gedekte obligaties

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden covered bond, gedekte obligatie, Pfandbrief, UCITS
Auteurs Mr. A.H. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Covered bonds ofwel gedekte obligaties ofwel Pfandbriefe zijn belangrijke financieringsinstrumenten voor banken. In Nederland is per 1 januari 2015 een nieuwe wettelijke regeling voor gedekte obligaties ingevoerd. De auteur beschrijft het fenomeen covered bonds en de nieuwe wettelijke regeling.


Mr. A.H. Scheltema
Mr. A.H. Scheltema is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Access_open De toekomst van het begrip ‘richting’ in de onderwijswetgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden freedom of education, denominational education, Roman Catholic education
Auteurs Mr. René Guldenmund
SamenvattingAuteursinformatie

    The Netherlands has a unique educational system, based on freedom of education, that provides for public and denominational education both financed on equal terms by the state. Only schools belonging to formally recognized denominations are qualified for public finance. School education is one of the few policy fields in The Netherlands where a formal recognition of faith actually occurs.
    A denomination is qualified for recognition when four formal conditions are met: (1) it is a fundamental orientation well founded on a specific faith or philosophy of life, (2) that is apparently entrenched in Dutch society, (3) distinguishable from other recognized denominations, and (4) implemented in the bye-laws that must safeguard the religious or philosophical character of the school. In the Roman Catholic denomination only the bishop is competent to recognize a school as Roman Catholic. This system is now under discussion in the political arena, where two alternatives are presented: extension as opposed to abolition of the concept of denomination. The present article concludes that denominational school education is rooted in the concept of civil society and argues the extension of the concept of denomination to include also pedagogical visions. But also in its extended application a connection with a shared contemplation of man should be put first and foremost.


Mr. René Guldenmund
Mr. R.M.A. Guldenmund was enige jaren leerkracht en directeur van een rooms-katholieke basisschool in Voorburg. Na zijn studie Burgerlijk recht en internationaal recht was hij van 1984-1993 onderzoeker aan de Universiteit Utrecht, eerst aan het Europa Instituut, vervolgens aan het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen. Daarna werkte hij als senior wetgevingsjurist bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het ministerie van Economische Zaken. Hij publiceerde onder andere over de rechten van de mens en de strafrechtelijke handhaving van het EU-recht. Thans is hij legal adviser on public international law van de apostolische nuntiatuur en werkt hij aan het proefschrift God in de publieke ruimte.
Artikel

De implementatie van artikel 16 van de richtlijn voor grensoverschrijdende fusies: third time’s a charm?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2015
Trefwoorden grensoverschrijdende fusie, implementatie Richtlijn 2005/56/EG, werknemersmedezeggenschap, artikel 2:333k BW
Auteurs Mr. S.S.M. Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie een arrest gewezen waarin het stelt dat de medezeggenschapsrechten van werknemers bij een grensoverschrijdende fusie uit Richtlijn 2005/56/EG niet correct zijn geïmplementeerd. Naar aanleiding hiervan heeft de Nederlandse wetgever artikel 2:333k BW in zijn geheel herzien. De auteur bespreekt of deze wijzigingen in lijn zijn met deze richtlijn.


Mr. S.S.M. Rutten
Mr. S.S.M. Rutten is professional support lawyer corporate M&A bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Vijf jaar bindend Handvest van de Grondrechten: wat heeft het de rechtzoekende opgeleverd?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Handvest van de Grondrechten, EVRM, Grondwet, eerlijk proces, persoonlijke levenssfeer
Auteurs Mr. J. Morijn, Mr. A. Pahladsingh en Mr. H. Palm
SamenvattingAuteursinformatie

    Levert het Handvest van de Grondrechten de rechtzoekende iets op? Om dit te beantwoorden analyseren we allereerst welke procesmatige en inhoudelijke voordelen het inroepen van het Handvest kan hebben ten opzichte van andere mensenrechtenbronnen. Daarna kijken we naar de eerste Nederlandse en Luxemburgse praktijk aangaande het recht op een eerlijk proces en het recht op privéleven en gegevensbescherming. Ook brengen we de wisselwerking in kaart tussen de rechterlijke bescherming gebaseerd op het Handvest en het EVRM. Wij concluderen dat er eerste tekenen van meerwaarde van het Handvest zijn voor de rechtszoekende, maar ook mogelijkheden bestaan zijn potentie nog beter te benutten.


Mr. J. Morijn
Mr. J. (John) Morijn is werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Vakgroep Europees en economisch recht, Rijksuniversiteit Groningen. De bijdrage aan dit artikel is op persoonlijke titel.

Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. (Aniel) Pahladsingh is werkzaam bij de Raad van State. De bijdrage aan dit artikel is op persoonlijke titel.

Mr. H. Palm
Mr. H. (Hanneke) Palm is werkzaam bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. De bijdrage aan dit artikel is op persoonlijke titel.
Artikel

De onderzoeksbevoegdheden van de Commissie scherpgesteld

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden mededinging, onderzoeksbevoegdheden Verordening (EG) nr. 1/2003, recht op eerbiediging privé-, familie- en gezinsleven, motivering, rechterlijke toetsing
Auteurs Mr. Y. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt, mede aan de hand van het arrest Deutsche Bahn van het Gerecht en het arrest Delta Pekárny van het EHRM, ingegaan op de vraag of de Commissie een voorafgaande rechterlijke machtiging nodig heeft voor het verrichten van inspecties onder Verordening (EG) nr. 1/2003. Ook worden de arresten Nexans, Prysmian en Schwenk besproken, die inzicht geven in de effectiviteit van de rechterlijke controle die de Unierechter uitoefent over het gebruik van de onderzoeksbevoegdheden van de Commissie. Deze arresten verduidelijken de rechten en plichten van ondernemingen en de Commissie bij inspecties en verzoeken om inlichtingen onder Verordening (EG) nr. 1/2003.
    Gerecht 6 september 2013, gevoegde zaken T-289/11, T-290/11 en T-521/11, Deutsche Bahn, ECLI:EU:T:2013:404, EHRM 2 oktober 2014, nr. 97/11, Delta Pekárny/Tsjechische Republiek, Gerecht 14 november 2012, zaak T-135/09, Nexans, ECLI:EU:T:2012:596, Gerecht 14 maart 2014, zaak T-306/11, Schwenk, ECLI:EU:T:2014:123


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is Senior Director Antitrust bij Philips International B.V.
Casus

Rechtsstatelijk wetgeven in de West

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden gelegenheidswetgeving, primaat, bestemmingsplan, rechtsbescherming, grondrechten
Auteurs R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Wijziging van bestemmingsplan op Curaçao voor de commerciële ontwikkeling van het Oostpunt-gebied met het oog op het bouwen van woningen en recreatievoorzieningen met behulp van gelegenheidswetgeving, waardoor de bestuursrechtelijke rechtsbescherming tegen ruimtelijke plannen buiten spel lijkt te worden gezet zonder dat de wetgever in formele zin volledig open is over de belangenafweging die heeft plaatsgevonden. Mogelijke strijd met EVRM. Verhouding tussen primaat van de wetgever en mogelijke toetsing van wetgeving aan eenieder verbindende verdragsbepalingen.


R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar theorie en methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat.
Toont 1 - 20 van 29 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.