Zoekresultaat: 15 artikelen

x
Jaar 2013 x
Artikel

Naasten, fundamentele rechten en het Nederlandse limitatief en exclusief werkende artikel 6:108 BW: één probleem, twee perspectieven

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden EVRM, recht op leven, schadevergoeding, overlijdensschade, nabestaanden
Auteurs Mr. dr. J.M. Emaus en Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht onder het EVRM, zoals zich dat vormt in de rechtspraak van het EHRM, leidt tot inconsistenties in het Nederlandse schadevergoedingsrecht: een naaste van een persoon die slachtoffer is geworden van een schending van het recht op leven kan tegenwoordig immers alleen vergoeding van eigen immateriële schade vorderen als de schending is gepleegd door een overheidsorgaan. Deze inconsistentie verdient aandacht, maar men realisere zich dat we hier raken aan bredere problematiek. Wij menen daarom dat er in de discussie over de inconsistentie eerst aandacht moet zijn voor de bredere vragen: hoe werken fundamentele rechten door en welke derde verdient waarvan vergoeding? Centraal staan daarbij steeds de overkoepelende kernvragen: wie verdient rechtens een remedie en waarom?


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE).

Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht, verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Henk Leenen: peetvader van het Nederlandse gezondheidsrecht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Health law, agenda-setting, formal and informal position, self-determination
Auteurs Heleen Weyers
SamenvattingAuteursinformatie

    This article paints Henk Leenen as the godfather of Dutch health law. Godfather because Leenendesigned his own version of health law, a version that is characterized by an emphasis on autonomy of the patient. And godfather because Leenen was one of the founders of the Dutch Association of Health Law and for many years the editor of its periodical. He succeeded to bind almost all health law scholars to this organization and his way of seeing health law. The article illustrates Leenen’s influence by describing his reading of autonomy in health law, by outlining his informal and formal position in the health law landscape and by sketching the coming into being and the content of two important laws: the Law on medical contracts and the Law on physician assisted death (‘euthanasia’).


Heleen Weyers
Heleen Weyers is universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Zij geeft onderwijs in rechtssociologie, politieke theorie en wetsevaluatie. In haar onderzoek richt ze zich op de totstandkoming van recht, de sociale werking van recht en de relatie tussen beide. Qua onderwerpen gaat het daarbij onder andere om de regulering van het medisch handelen aan het einde van het leven en het rookverbod in de horeca.
Column

Tbs’ers en autisten bestaan niet

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2013
Auteurs Dr. Jaap A. van Vliet
Auteursinformatie

Dr. Jaap A. van Vliet
Dr. Jaap A. van Vliet is beleidsadviseur bij Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering en senior onderzoeker bij Hogeschool Utrecht. Hij is tevens redactielid van PROCES.
Artikel

Medisch beroepsgeheim en familieleden

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden beroepsgeheim, familieleden, vertegenwoordiging, belangen, conflict van plichten
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute en mr. dr. M.C. Ploem
SamenvattingAuteursinformatie

    Waar het gaat om de uitwisseling van medische gegevens vormt de hoedanigheid van familielid als zodanig geen grond om inbreuk te maken op het medisch beroepsgeheim. Het is in beginsel aan de betrokkene zelf om uit te maken of familieleden mogen worden geïnformeerd. In deze bijdrage worden situaties besproken waarin familieleden vanwege de rol die zij vervullen (vertegenwoordiger) of de belangen die zij bij inzage in het dossier van hun naaste hebben (rouwverwerking, behoefte aan informatie over erfelijkheidsonderzoek of andere gezondheidsbelangen, vermoeden van een medische fout, vermogensbelangen) moeten of mogen worden geïnformeerd, ook al heeft de betrokkene daarmee niet expliciet ingestemd.


Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens lid van het College voor de Rechten van de Mens.

mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC, Afdeling Sociale Geneeskunde.

    In this article I will explore the concept of transgression within the realm of rock music using the biography of Lou Reed, known for such songs as ‘Walk on the Wild Side’ and ’I’m Waiting for the Man’. I discuss Lou Reed’s social transgressions as a reaction to and resistance toward institutions of social control such as family, media and the music industry, which stigmatized him as an outsider. This study, which is based on secondary material, such as biographies, interviews and songs, shows how Lou Reed transgressed social norms with respect to drugs, sex, and gender.


Thaddeus Müller
Dr. Thaddeus Müller is verbonden aan de sectie criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: Muller@law.eur.nl.
Artikel

Ik ben geen freak! Het leven van transgenders in Nederland

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2013
Trefwoorden transgender, gender identity, sex operations, social acceptance, mental health
Auteurs S. Keuzenkamp
SamenvattingAuteursinformatie

    Some people are born as men, but feel like a woman; some feel like both a man and a woman; and some feel neither man nor woman. Similarly, there are people who are born as women, but feel like a men, etcetera. For these people, their birth gender and gender identity do not (completely) correspond. The Netherlands Institute for Social Research (SCP) studied the lives of these so-called transgender persons. 459 transgender persons filled out an online questionnaire between September 2011 and April 2012. Half the respondents knew before the age of 10 that their gender identity did not correspond with their birth gender. Almost a third of the respondents are still (mainly) living in the closet. Negative reactions are quite common. And compared with the rest of the Dutch population, transgender persons are much more often declared unfit for work and suffer much more often from mental health problems.


S. Keuzenkamp
Prof. dr. Saskia Keuzenkamp is als bijzonder hoogleraar Emancipatie in internationaal vergelijkend perspectief verbonden aan de faculteit Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij is tevens sinds kort werkzaam als manager van de afdeling Effectiviteit bij Movisie in Utrecht. Daarvoor was zij verbonden aan het Sociaal en Cultureel Planbureau in Den Haag.
Artikel

De zaak Pringle en de eurocrisis: juridische paradoxen en constitutionele perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden eurocrisis, ESM, democratische legitimatie, rechterlijk activisme
Auteurs Mr. dr. A. van den Brink en Mr. J.W. van Rossem
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Pringle biedt een caleidoscopische blik op de constitutionele problematiek van de eurocrisis. Tegen de achtergrond van het ESM-Verdrag wordt in deze bijdrage aandacht besteed aan de dynamische wijze waarop Europa op dit moment zweeft tussen juridisering van de politiek en politisering van het recht. In dat verband staat ook een thema centraal dat niet direct door het Hof van Justitie in Pringle werd aangeroerd maar in de eurocrisis wel een grote rol speelt: het thema democratie.
    HvJ EU 27 november 2012, zaak C-370/12, Pringle, n.n.g.


Mr. dr. A. van den Brink
Mr. dr. A. van den Brink is verbonden aan het Europa Instituut, afdeling Staatsrecht en doet onderzoek binnen het nieuwe onderzoeksprogramma 'RENFORCE – Gedeelde Regulering en Handhaving in Europa' van deze universiteit.

Mr. J.W. van Rossem
Mr. J.W. van Rossem is verbonden aan het Europa Instituut, afdeling Bestuursrecht en doet onderzoek binnen het nieuwe onderzoeksprogramma 'RENFORCE – Gedeelde Regulering en Handhaving in Europa' van deze universiteit.

Erik Toxopéus
Erik Toxopéus is advocaat bij Van Wijngaarden & Toxopéus Advocaten te Rotterdam.
Artikel

Frontlijnwerken in de grote stad

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2013
Trefwoorden frontline social work, Rotterdam, crisis situations, tailor-made approach, protection of the less-privileged
Auteurs B. Rombout
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on the activities and working methods of the Rotterdam social aid agency Bureau Frontlijn. It is based on the personal views and experiences of the author, Bureau Frontlijn director Barend Rombout, a former policeman who switched to social work in the disadvantaged districts more than ten years ago. The teaching of skills, coaching and training are key concepts in the work of Bureau Frontlijn. Many people suffering from a crisis because of unemployment, divorce, homelessness or early pregnancy are not adequately helped by state institutions, but instead get entangled in all kinds of bureaucratic procedures. What is needed in social aid is a more comprehensive and tailor-made approach. Even though individual responsibility is important, society has a moral obligation to protect the less privileged, because many of them have been in a disadvantaged situation since their birth or even earlier.


B. Rombout
Barend Rombout is hoofd van Bureau Frontlijn in Rotterdam.

    Verslag van de najaarsvergadering van de Vereniging voor Gezondheidsrecht (VGR) op vrijdag 2 november 2012 in de Domus Medica in Utrecht. De vergadering had als thema ‘zorgverlening aan jeugdigen’.


Mr. R.E. van Hellemondt
Rachèl van Hellemondt is als onderzoeker/docent verbonden aan de sectie Ethiek en Recht van de gezondheidszorg van het LUMC.
Artikel

De Gedragscode Behandeling Letselschade 2012; tekst en uitleg

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2013
Trefwoorden ethiek, benadeelde, schadevergoeding, GBL, De Letselschade Raad
Auteurs Mr. dr. E.J. Wervelman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Letselschade Raad heeft de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL) herzien. De auteur gaat in op het proces van de totstandkoming van de nieuwe versie van de GBL. Daarbij behandelt hij de ethische uitgangspunten die daaraan thans expliciet ten grondslag liggen. Door bij behandeling van letselschade in te gaan op het waarom achter een bepaalde beslissing zal de benadeelde beter kunnen begrijpen welke argumenten tot de beslissing hebben geleid. Daardoor is hij, los van andere elementen die maken dat hij serieus wordt genomen, bijvoorbeeld ook beter in staat om zijn eigen belangen te behartigen. Dat levert dus een bijdrage aan het herwinnen van de menselijke waardigheid dat hem door het ongeval is ontnomen.


Mr. dr. E.J. Wervelman
Mr. dr. E.J. Wervelman is werkzaam bij Verschoof Wagenaar Wervelman Advocaten, specialisten in arbeidsrecht en arbeidsongeschiktheid.
Artikel

Access_open Geestelijke verzorging in de gevangenis

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2013
Trefwoorden geestelijke verzorging, gevangeniswezen, scheiding kerk en staat, pastoraal
Auteurs Nelleke van Zessen en Ben Koolen
SamenvattingAuteursinformatie

    The chaplaincy in penitentiary institutions shows a peculiar co-operation between the state and the religious communities. The chaplains provide a safe opportunity for supporting the detainees. The growing religious individualisation as well as a political rethinking of the role of religions institutions ask for system adaptations. In particular, the denominational approach is subject to discussion.


Nelleke van Zessen
Drs. N. van Zessen MA studeerde musicologie aan de Universiteit van Utrecht en religiewetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Thans is zij geestelijk verzorger namens de Boeddhistische Unie Nederland in enkele gevangenissen. nvanzessen@gmail.com.

Ben Koolen
Dr. G.M.J.M. Koolen was sinds 1982 tot zijn pensionering in 2003 verbonden aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en nadien aan dat van Justitie. Hij is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. gmjmk@onsmail.nl.
Artikel

Welke vrije wil heeft het strafrecht nodig?

Over bewustzijn, brein en capaciteitsverantwoordelijkheid

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2013
Trefwoorden free will, criminal responsibility, metaphysics, causal control, capacity control
Auteurs D. Roef
SamenvattingAuteursinformatie

    Various leading neuroscientists argue that free will does not exist and that therefore any traditional notion of criminal responsibility is based upon an illusion. This article attempts to make clear that the ‘free will’, which is now empirically denied, is conceptually not the one we use and need in criminal law. The neuroscientific argument depends on the assumption that undetermined causal control is necessary to responsibility. It supposes that someone has no free will when his conscious will is not the ultimate cause of his behaviour. However, the legal practice of criminal responsibility is not rooted in such a metaphysically free will, but on an alternative, more realistic understanding of control, i.e. the capacity sense of control. Criminal law bases responsibility on certain mental capacities people have, for instance the capacity to act for reasons, according to socially constructed standards. The so-called illusion of free will forms therefore not a serious threat to the foundations of our criminal responsibility system.


D. Roef
Dr. David Roef is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht.
Artikel

Zorg om jonge kinderen. Een gezondheidsrechtelijke benadering

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden minderjarigen, WGBO, beroepsgeheim, meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld, verwijsindex risicojongeren, bemoeizorg
Auteurs Mr. R.P. de Roode
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt besproken hoe de zeggenschap over medische behandeling van jonge patiëntjes is geregeld en hoe ver de verantwoordelijkheden en mogelijkheden van artsen reiken om in te grijpen en/of het beroepsgeheim te doorbreken als er zorgen zijn om deze kinderen. Betoogd wordt dat het gezondheidsrecht voldoende ruimte biedt om het kind in de knel te beschermen als dat nodig is. De zorgplicht van de arts, ondersteund door beroepsnormen die eisen en grenzen van goed hulpverlenerschap aangeven, zoals de KNMG-Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld en de Wegwijzer dubbele toestemming van de KNMG, biedt die ruimte. Wel zou de WGBO kunnen worden aangevuld met een bepaling op grond waarvan de toestemming van de niet-aanwezige ouder voor een medische behandeling mag worden verondersteld zolang niet blijkt van bezwaar. Ook zou de verwijsindex risicojongeren effectiever kunnen worden door er een fysieke regisseur aan te koppelen die kan ingrijpen bij hiaten of overlap in zorgaanbod en moet de op handen zijnde spreekplicht richting de gezinsvoogd worden voorzien van een uitzonderingsclausule voor ‘gewichtige redenen, het belang van het kind betreffende’. Meer meld- en informatieplichten bieden geen soelaas. Die zullen goede medische zorg aan kwetsbare kinderen alleen maar in de weg kunnen staan. De oplossingen daarvoor moeten worden gezocht in verbetering van het hulpaanbod en in professionalisering.


Mr. R.P. de Roode
Robinetta de Roode was tot 1 februari 2013 werkzaam als adviseur gezondheidsrecht bij de KNMG en is thans werkzaam als senior adviseur juridische zaken bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

    Deze kroniek bevat een selectie van rechterlijke uitspraken over de Wet Bopz die zijn gewezen in de periode mei 2011 tot januari 2013. Er is aandacht voor uitspraken met betrekking tot de criteria voor gedwongen opneming, de procedurele vereisten bij opneming, bijzondere machtigingen, dwangbehandeling en overige vrijheidsbeperkingen en de klachtenprocedure.


Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
Vivianne Dörenberg is docent en onderzoeker gezondheidsrecht bij de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het interfacultaire onderzoeksinstituut EMGO+.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.