Zoekresultaat: 48 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

Toezichtcontractenrecht: vooruitgang in het burgerlijk recht?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 5 2011
Trefwoorden toezichtcontractenrecht, zelfstandige bestuursrechtelijke normen, financieel toezicht, kernbedingen, privaatrechtelijke overeenkomsten
Auteurs Mr. dr. O.O. Cherednychenko
SamenvattingAuteursinformatie

    Olha Cherednychenko voert ons naar het toezichtcontractenrecht. Zij signaleert de opmerkelijke tendens om privaatrechtelijke normen en zorgplichten mede te vertalen als zelfstandige bestuursrechtelijke normen in de regelgeving over financieel toezicht. Dit leidt dan ook tot een dubbel publiek-privaatrechtelijk normenstelsel, dat ook langs dubbele lijnen kan worden gehandhaafd. Een beetje buiten het zicht van de privatist worden daarin voorts kwesties als iustum pretium tot regeling gebracht – een terrein waarover Grosheide zich ook heeft uitgelaten. Anders dan Grosheide heeft bepleit, wordt volgens Cherednychenko aldus de inhoudscontrole van kernbedingen in privaatrechtelijke overeenkomsten buiten het burgerlijk recht om ingevoerd. Of dat vooruitgang kan worden genoemd, kan worden betwijfeld.


Mr. dr. O.O. Cherednychenko
Olha Cherednychenko is universitair docent privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Corporate Governance, de financiële crisis en het subsidiariteitsbeginsel

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Corporate Governance, EU Groenboek, Green Paper Financial Institutions, Green Paper Corporate Governance, financiële instellingen
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de onderzoeken naar de oorzaken van de financiële crisis werd ook de rol van Corporate Governance onder de loep genomen. Dit is aanleiding geweest voor de publicatie door de Europese Commissie van twee Groenboeken over respectievelijk Corporate Governance bij financiële instellingen en beloningsbeleid en de Europese Corporate Governance-structuur. Hierbij worden impliciet veel voorstellen voor nieuwe Corporate Governance-regels gedaan. In deze bijdrage wordt een aantal van deze voorstellen getoetst aan het subsidiariteitsbeginsel en het proportionaliteitsbeginsel die in art. 5 leden 3 en 4 TEU zijn vastgelegd en in de literatuur zijn uitgewerkt. Hierbij wordt ook bekeken of regulering van Corporate Governance-onderwerpen op EU-niveau ingaat tegen nationale voorkeuren in de vennootschappelijke regelgeving en dit gerechtvaardigd wordt door de noodzaak tot ingrijpen door de EU. Geconcludeerd wordt dat bij ‘gewone’ vennootschappen terughoudendheid moet worden betracht bij het invoeren van inhoudelijke aanvullende Corporate Governance-regels. Bij financiële instellingen is regulering op EU-niveau gewenst omdat aannemelijk is dat een falende Corporate Governance bij deze instellingen heeft bijgedragen aan de financiële crisis en een bedreiging vormt voor het Europese financiële systeem.


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel recht bij de Universiteit Utrecht en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

NMa en NZa: houd je bij je leest!

Een analyse van de mededingingsbevoegdheden van beide toezichthouders aan de hand van het Samenwerkingsprotocol NMa-NZa 2010

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden samenwerkingsprotocol, mededingingsbevoegdheden, NMa, NZa, samenwerkingsprotocol NMa-NZa 2010
Auteurs Mr. dr. E.M.H. Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2010 zijn de NMa en de NZa een nieuw samenwerkingsprotocol overeengekomen. Hierin is vastgelegd hoe beide toezichthouders zullen omgaan met situaties waarin hun mededingingsbevoegdheden elkaar raken dan wel overlappen. Uit de kernafspraken blijkt dat beide toezichthouders weinig idee hebben als het gaat om de vraag hoe hun mededingingsbevoegdheden zich tot elkaar verhouden. In drie van de vier afspraken die gericht zijn op het voorkomen van dubbel toezicht is helemaal geen sprake van dubbel toezicht. De afspraken met betrekking tot de wijze waarop de NZa haar zienswijzen in concentratiezaken dient in te vullen zijn niet functioneel dan wel contraproductief.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Varia kartelschade

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2011
Trefwoorden schadevergoeding, mededingingsrecht, aansprakelijkheidsrecht, private handhaving
Auteurs Mr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan enkele ontwikkelingen op het gebied van de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht. In het bijzonder wordt ingegaan op collectief schadeverhaal, het kwantificeren van schade als gevolg van mededingingsinbreuken, de toegankelijkheid van clementiedocumenten in een schadeprocedure en de aansprakelijkheid van een moedervennootschap voor een kartelinbreuk begaan door haar dochtervennootschap.


Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Jurisprudentie

Werkgeversaansprakelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2011
Trefwoorden werkgeversaansprakelijkheid, goed werkgeverschap, zorgplicht, stelplicht, bewijslastverdeling
Auteurs Mr. E. Pans
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft twee evenwichtige arresten over werkgeversaansprakelijkheid gewezen. In het arrest Dombrowski/V.O.F. Hulsing-Huppermans oordeelt de Hoge Raad dat de werknemer een eigen verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van het gebruik van veiligheidsmiddelen. In het arrest Boock/Heisterkamp Transport oordeelt hij dat wanneer vaststaat dat de werknemer schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden het aan de werkgever is om te specificeren welke concrete maatregelen hij heeft genomen ter voldoening aan zijn zorgplicht.


Mr. E. Pans
Mr. E. Pans is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Fusie zorgverzekeraars Achmea en De Friesland

Hoezo functioneel concentratietoezicht?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2011
Trefwoorden zorgverzekeringsmarkt, zorgstelsel, functioneel concentratietoezicht, Achmea/De Friesland, Nma
Auteurs Mr. dr. E.M.H. Loozen, Prof. dr. F.T. Schut en Dr. M. Varkevisser
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zorgsector is een belangrijke rol weggelegd voor concurrentie tussen verzekeraars. Het is daarom van groot belang dat fusies op de zorgverzekeringsmarkt niet tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging leiden. In dit artikel wordt uiteengezet dat – uitgaande van een functioneel concentratietoezicht – de NMa niet alleen bij een verbod, maar ook bij een goedkeuring naar economische maatstaven aannemelijk moet maken dat een fusie niet tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging zal leiden. In het besluit inzake de fusie van Achmea en De Friesland heeft de NMa dit onvoldoende gedaan.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. F.T. Schut
Prof. dr. F.T. Schut is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. M. Varkevisser
Dr. M. Varkevisser is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Praktijk

Kroniek rechtspraak civiel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden gebrekkige hulpzaak, integriteitschade, jurisprudentieoverzicht, onrechtmatige uitlatingen op internet, Wbp
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden in het kort de belangrijkste ontwikkelingen in de jurisprudentie in de jaren 2010 en 2011 besproken. Als nieuwe ontwikkelingen zijn onder meer te noemen beschikkingen in deelgeschillen en uitspraken op het gebied van de Wet bescherming persoonsgegevens. Er wordt onder meer ingegaan op uitspraken op het gebied van integriteitschade, de aansprakelijkheid van de hulpverlener door gebruikmaking van een gebrekkige hulpzaak, onrechtmatige uitlatingen over zorgverleners op internet en de causale toerekening, waarbij aan de orde is of deze al dan niet wordt doorbroken door het feit dat de patiënt zelf in de gelegenheid is de schade te voorkomen.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.
Artikel

Herontwikkeling van stortplaatsen

Kansen en belemmeringen vanuit milieurechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden stortplaats, Wet bodembescherming, Wet milieubeheer, bodemverontreiniging, herontwikkeling
Auteurs Mr. drs. M.A. de Groote
SamenvattingAuteursinformatie

    Er zijn twee soorten stortplaatsen in Nederland, namelijk voormalige stortplaatsen en stortplaatsen die vallen onder de reikwijdte van de Wet milieubeheer (Wm). Een stortplaats die op of na 1 september 1996 in gebruik was of is, valt onder de nazorgregeling van de Wm; overige stortplaatsen zijn voormalige stortplaatsen.Thans worden bijna uitsluitend voormalige stortplaatsen herontwikkeld. Bij de beheersing van bodemverontreiniging van dergelijke stortplaatsen wordt gebruik gemaakt van de Wet bodembescherming (Wbb). Dit lijkt in de praktijk te werken, maar recente rechtspraak noopt tot aanpassing van de wet. De nazorgregeling uit de Wm gaat uit van een actieve nazorg en legt de verantwoordelijkheid voor de milieuhygiënische situatie na sluiting van de stortplaats bij de provincie. Bij herontwikkeling van Wm-stortplaatsen moet er zijn voldaan aan diverse verplichtingen die de Wm voorschrijft. Dat maakt herontwikkeling van Wm-stortplaatsen ingewikkelder dan herontwikkeling van voormalige stortplaatsen. Overheden kunnen door meerdere maatregelen herontwikkeling van beide soorten stortplaatsen vergemakkelijken.


Mr. drs. M.A. de Groote
Mr. drs. M.A. (Michiel) de Groote is werkzaam als advocaat in dienst van de gemeente Amsterdam (directie Juridische Zaken).
Artikel

Het verrekenen van voordeel bij effectenleaseovereenkomsten

‘Geen kwestie van droge logica, maar veeleer van materiële waardering, weging en wenselijkheid’

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2011
Trefwoorden voordeelstoerekening, art. 6:100 BW, art. 6:101 BW, serieschadeclausule, billijkheidscorrectie
Auteurs Mr. E.A.J. Nederlof
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over een nieuwe uitspraak van de Hoge Raad van 29 april 2011 over voordeelsverrekening (art. 6:100 BW). Daarbij wordt een vergelijking gemaakt met de ‘serieschadeclausule’ in verzekeringspolissen en een uitspraak van de Rechtbank Utrecht, waarin de onderhavige problematiek via de billijkheidscorrectie (art. 6:101 BW) werd opgelost.


Mr. E.A.J. Nederlof
Mr. E.A.J. Nederlof is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Enkele opmerkingen op hoofdlijnen bij het conceptwetsvoorstel ter implementatie van de AIFM-Richtlijn

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2011
Trefwoorden AIFM-Richtlijn, beleggingsinstelling, beleggersbescherming, Wft
Auteurs Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt het onlangs gepubliceerde concept-wetsvoorstel ter implementatie van de AIFM-Richtlijn betreffende nieuwe regels voor beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen. In het bijzonder richt deze bijdrage zich op enkele fundamentele vraagstukken en keuzes die de implementatie van de AIFM-Richtlijn in de Nederlandse wet- en regelgeving met zich meebrengt. Specifiek wordt hierbij ingegaan op de door het Ministerie van Financiën voorgestane reikwijdte van de Nederlandse regeling en op de betekenis van de implementatie van de richtlijn voor de aard en de strekking van het financieel toezichtrecht.


Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M.
Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M. is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

    Arts; onjuiste diagnose; onvoldoende onderzoek; onjuiste behandeling; klacht deels gegrond: voorwaardelijke schorsing voor de duur van één jaar.

Diversen 2

Verslag jaarvergadering Vereniging voor Gezondheidsrecht 2011

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden AWBZ, care, cure, zorgstelsel, zorgverzekering
Auteurs Mr. E. Luijendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens de voorjaarvergadering 2011 van de VGR stond het preadvies met de titel ‘Stelsel onder stress’ van prof. mr. J.G. Sijmons, mr. T.A.M. van den Ende en mr. G.R.J. de Groot centraal. Volgens Sijmons is het nieuwe zorgstelsel ‘stuck in the middle’. In termen van een optimale marktwerking is het systeem in onbalans. Van den Ende plaatste kritische kanttekeningen bij het huidige stelsel van de care. Zo lopen zorgkantoren geen financieel risico voor de zorg die wordt ingekocht. De Groot sprak over de vernieuwingen en beperkingen van de Zvw. Aan bod kwam onder meer de zorgplicht ex artikel 11 Zvw, die volgens De Groot kan worden geschrapt.


Mr. E. Luijendijk
Erik Luijendijk is als advocaat werkzaam bij KBS Advocaten N.V. te Utrecht.
Artikel

Twintig jaar nieuwe aansprakelijkheden voor personen

Over de (beperkte) betekenis van art. 6:171 en 6:172 BW

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden kwalitatieve aansprakelijkheid, vertegenwoordigers, niet-ondergeschikten, begrenzing, schadevergoeding
Auteurs Mr. R.D. Lubach
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijna twintig jaar na de inwerkingtreding wordt mede aan de hand van recente rechtspraak de balans opgemaakt van twee van de noviteiten die het BW destijds introduceerde: de aansprakelijkheid voor zelfstandige hulppersonen (art. 6:171 BW) en de aansprakelijkheid voor vertegenwoordigers (art. 6:172 BW). Wat hebben de artikelen de rechtspraktijk gebracht?


Mr. R.D. Lubach
Mr. R.D. Lubach is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Spraakmakend BGH-arrest over belangenconflicten bij swap-advisering door banken

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2011
Trefwoorden beleggingsadvies, belangenconflict, Bundesgerichtshof, Swap, negatieve marktwaarde
Auteurs Mr. R.J.W. Analbers en Mr. F.P.C. Strijbos
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de spraakmakende Duitse uitspraak over het adviseren tot het aangaan van zogenoemde spread ladder swaps. Het Bundesgerichtshof heeft bepaald dat voorafgaand aan het afsluiten van een dergelijke swap een voor de cliënt initiële negatieve marktwaarde openbaar moet worden gemaakt.


Mr. R.J.W. Analbers
Mr. R.J.W. Analbers is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.

Mr. F.P.C. Strijbos
Mr. F.P.C. Strijbos is werkzaam als wetenschappelijk medewerker bij Clifford Chance te Amsterdam en als promovendus verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming en Recht te Nijmegen.
Jurisprudentie

Aansprakelijkheid voor (letsel)schade van een zzp’er

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2011
Trefwoorden artikel 7:658 lid 4 BW, zzp’er, arbeidsovereenkomst, opdrachtovereenkomst, gezagsverhouding
Auteurs Mr. H. Lebbing en Mevrouw mr. A. van der Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze noot onder drie arresten van het Hof Amsterdam bespreken de auteurs de discussie omtrent de aansprakelijkheid van een opdrachtgever voor (letsel)schade van een zzp’er. In dat kader wordt – onder meer – ingegaan op de achterliggende (beschermings)gedachte van artikel 7:658 BW en de invoering van lid 4. Dit leidt tot de conclusie dat de wetgever met de invoering van lid 4 vooral heeft beoogd bescherming te bieden aan ‘werkenden’ met wie de inlener zelf geen arbeidsovereenkomst heeft gesloten, maar in feitelijke zin wel een arbeidsrelatie onderhoudt. Hierop wordt de vraag beantwoord of de zzp’er – gelet op zijn onafhankelijke status – een beroep op lid 4 toekomt.


Mr. H. Lebbing
Mr. H. Lebbing is partner bij Houthoff Buruma te Rotterdam.

Mevrouw mr. A. van der Veen
Artikel

Naar een Nederlandse Omgevingsautoriteit

Een pleidooi voor onafhankelijk milieutoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden toezicht, milieutoezicht, milieuhandhaving, Europees milieurecht, eerlijke concurrentieverhoudingen
Auteurs Prof. mr. G.A. Biezeveld en Mr. M.C. Stoové
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel wordt onderzocht in hoeverre verband bestaat tussen de mate van effectiviteit van milieutoezicht en de mate van onafhankelijkheid van dit toezicht. Aanleiding zijn onder meer diverse milieu-incidenten (Thermphos, Probo Koala) en het niet op orde zijn van het milieutoezicht. Voor bestuurders is milieutoezicht een haast onmogelijke opgave. De organisatie van het milieutoezicht wordt getoetst aan de Nederlandse en Europese eisen aan toezicht. Geconcludeerd wordt dat gebrek aan onafhankelijkheid van milieutoezicht een belangrijke oorzaak van de bestaande problemen is. De auteurs doen aanbevelingen voor het oprichten van een Nederlandse Omgevingsautoriteit.


Prof. mr. G.A. Biezeveld
Prof. mr. G.A. Biezeveld is bijzonder hoogleraar milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en coördinerend milieu-officier van justitie bij het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie. Tevens is hij redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.

Mr. M.C. Stoové
Mr. M.C. Stoové is senior beleidsmedewerker bij het Functioneel Parket. Eerder heeft zij gewerkt als bestuursrechtadvocaat, met als specialisatie milieurecht en ruimtelijke-ordeningsrecht.
Artikel

Systeem in het financiële toezicht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2011
Trefwoorden bankentoezicht, systeemtoezicht, risicogebaseerd toezicht, systeemrisico, stelselbreed toezicht, zelfregulering
Auteurs Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt en Mr. drs. M.W. Wessel
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de lessen die algemeen getrokken wordt uit de huidige financiële crisis is dat wereldwijd te weinig aandacht besteed is aan risico-opbouw in het financiële stelsel als geheel. In dit artikel wordt verkend op welke wijze de Nederlandse wetgever en toezichthouders geconstateerde lacunes in regelgeving en praktijk aanvullen. Gekeken wordt met name hoe De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) toezicht houden op de bedrijfsvoering van financiële instellingen (systeemtoezicht), welke accenten daarin zijn aangebracht als gevolg van de crisis, en hoe dit toezicht kan bijdragen aan het bewaken van het financiële stelsel als geheel (stelselbreed toezicht). De conclusie luidt dat voor herstel van vertrouwen in de financiële sector – fundament van systeemtoezicht – een eenvoudiger structuur van financiële instellingen, markten en producten noodzakelijk is.


Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt
Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt is hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam. a.j.c.demoor-vanvugt@uva.nl

Mr. drs. M.W. Wessel
Mr. drs. M.W. Wessel is promovenda staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam. m.w.wessel@uva.nl
Jurisprudentie

Menzis – Apotheek Van Dalen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden aanmerkelijke marktmacht, artikel 48 WMG, apotheek, proportionaliteit, samenloop bevoegdheden NMa en NZa
Auteurs Mr. M.Ph.M. Wiggers en Mr. dr. J.J.M. Sluijs
SamenvattingAuteursinformatie

    Zorgverzekeraar Menzis heeft een klacht ingediend bij de NMa en de NZa, omdat Apotheek J.D. Van Dalen geen contract met Menzis wil sluiten als het preferentiebeleid van Menzis daar onderdeel vanuit maakt. Hierdoor wordt Menzis, die een zorgplicht heeft, geconfronteerd met prijzen die niet marktconform zijn. Apotheek Van Dalen kan, volgens Menzis, weigeren om een contract te sluiten omdat zij aanmerkelijke marktmacht heeft. De NZa neemt – in overleg met de NMa – op grond van de voorrangsregel uit artikel 18 Wet marktordening gezondheidszorg en het Samenwerkingsprotocol de klacht van Menzis in behandeling.


Mr. M.Ph.M. Wiggers
Mr. M.Ph.M. Wiggers is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam en is verbonden als buitenpromovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. dr. J.J.M. Sluijs
Mr. dr. J.J.M. Sluijs is advocaat bij Legaltree te Den Haag.
Artikel

Misleidende omissie bij het aangaan van overeenkomsten

Reflexwerking van de regeling oneerlijke handelspraktijken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7/8 2011
Trefwoorden oneerlijke handelspraktijken, reflexwerking, dwaling, uitleg overeenkomst, spaarovereenkomst
Auteurs Prof. mr. A.G. Castermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Heeft de regeling oneerlijke handelspraktijken invloed bij de beoordeling van een beroep op dwaling of bij de uitleg van de overeenkomst? Deze vraag wordt onderzocht aan de hand van Rb. Amsterdam 18 mei 2011, LJN BQ6506. Het antwoord luidt positief en werpt een ander perspectief op de besproken zaak.


Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Scharnierpunt tussen Europees en nationaal consumentenrecht

De ‘gemiddelde consument’ als gemeenschappelijke standaard?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7/8 2011
Trefwoorden gemiddelde consument, Europees consumentenrecht, zorgplichten, Dexia, rechtsvorming
Auteurs Dr. V. Mak
SamenvattingAuteursinformatie

    De ‘gemiddelde consument’ is een toetssteen voor consumentenbescherming, zowel in het EU-recht als in het nationale privaatrecht. De standaarden lopen echter uiteen: in het EU-recht wordt hij als gemiddeld omzichtig en oplettend beschouwd, terwijl het nationale privaatrecht juist uitgaat van een consument die meer bescherming nodig heeft. In deze bijdrage verken ik de achtergrond van dit onderscheid door naar de functie van het begrip te kijken op de beide niveaus van regelgeving. Voorts betoog ik dat het begrip als ‘open platform’ een centrale functie kan vervullen in een nieuw model voor rechtsvorming in het Europese consumentenrecht.


Dr. V. Mak
Dr. V. Mak is universitair docent aan Tilburg University.
Toont 1 - 20 van 48 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.