Zoekresultaat: 35 artikelen

x
Jaar 2010 x

John Blad
John Blad is hoofddocent strafrechtswetenschappen, verbonden aan de Erasmus Law School van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Mensenrechtelijk georiënteerd manspersoon zoekt vrouw, liefst herstelrechtelijk georiënteerd

Een reactie op Joost Huysmans en Frank Verbruggen

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, human rights, criminal procedure, guarantees
Auteurs Renée Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    The author responds to Huysmans and Verbruggen by stressing the importance of recognizing that the criminal procedure has aims, which are entirely different from the aims of restorative procedures. If things can be so arranged that the criminal justice system provides for a structural place and use of restorative procedures, these should and could be guided by different rights and safeguards, which fit and reinforce the different aims of restorative justice and promote their justice qualities. Initial legal studies to develop suitable procedural rights and safeguards for restorative justice have been produced and should be elaborated upon.


Renée Kool
Renée Kool is hoofddocent straf(proces)recht, verbonden aan het Willem Pompe Instituut van de Juridische Faculteit, Universiteit Utrecht.
Artikel

De implementatie van dader-slachtofferbemiddeling in België

Zoektocht naar functionele en structurele randvoorwaarden

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, implementation, conditions for
Auteurs Hans Dominicus
SamenvattingAuteursinformatie

    Victim-offender-mediation started in Belgium as early as 1993 and nowadays the Belgium landscape shows a variety of restorative practices, including conferencing with juveniles and mediation with adult offenders, on the basis of a number of legal arrangements. Progress can still be made in quantitative terms and qualitatively by harmonizing the various legal instruments that are available. The diversionary mediation that is possible at the level of the public prosecutor differs in a number of ways from the mediation that can be offered in subsequent stages of the criminal procedure. A variety of motives and reasons explain the reception and growth of restorative practices, such as the desire to offer victims a better service and to improve the delivery of justice. The willingness to experiment and to collaborate between protagonists of restorative justice and the agencies of criminal justice, and the strong scientific support from the Catholic University of Leuven, are amongst the key factors that promoted the integration and consolidation of restorative practices in the legal system.


Hans Dominicus
Hans Dominicus is attaché bij het Directoraat-generaal Justitiehuizen van de Federale Overheidsdienst Justitie in België. Hij is adviseur van minister van justitie Stefaan de Clerck.
Diversen

Nieuw toezicht op de advocatuur?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden zelfregulering, systeemtoezicht, toezicht op advocaten, advocatuur, De Hoogd
Auteurs Mr. M. de Rijke
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de totstandkoming van de Advocatenwet van 23 juni 1952 is de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) ingesteld en is wettelijk geregeld dat het toezicht op de advocatuur wordt uitgeoefend door Raden van toezicht, de bestuurders van de plaatselijke orden van advocaten. De leden van de Raden van toezicht worden gekozen uit de leden van de orde. Dit systeem van zelfregulering staat ter discussie, sinds de Minister van Justitie in een brief aan de Tweede Kamer van 5 maart 2010 zijn visie heeft gegeven op de “in de toekomst wenselijke en mogelijke aanpassingen van de wettelijke regelingen van het toezicht op notarissen, advocaten en gerechtsdeurwaarders”. De visie behelst onder meer de introductie van een nieuwe toezichthouder die controle uitoefent op de naleving van wettelijke voorschriften door advocaten. Wat echter ontbreekt in deze visie is een overtuigende onderbouwing om op zoek te gaan naar een alternatief voor het bestaande systeem en daarmee een legitimatie om de keuze te laten vallen op het andere uiterste van het spectrum van toezichtstijlen. In dit essay plaatst de auteur het bestaande toezichtsysteem, de controle hierop en de visie van de Minister in het kader van het algemeen toezichtsrecht. Zij komt tot de conclusie dat een te wankele basis bestaat voor een drastische oversteek van intern naar extern toezicht.


Mr. M. de Rijke
Mr. M. de Rijke is advocaat en partner bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Redactioneel

Causaal of contextueel redeneren

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Auteurs Prof. mr. dr. J.A. de Bruijn
Auteursinformatie

Prof. mr. dr. J.A. de Bruijn
Prof. mr. dr. J.A. de Bruijn is hoogleraar bestuurskunde aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management en is tevens redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.
Jurisprudentie

Rechterlijke macht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2010
Trefwoorden kroniek rechterlijke macht, uniforme rechtstoepassing, competentiegrenswijziging, versterking cassatierechtspraak, mediation
Auteurs Mr. drs. G. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Kroniek rechterlijke macht wordt ingegaan op actualiteiten rondom uniforme rechtstoepassing. Betoogd wordt onder meer dat de ontwikkeling van eventueel toekomstig rechterlijk beleid gebaat is bij een algemeen aanvaarde methode. Verder wordt in deze kroniek aandacht besteed aan de beoogde wijziging van de competentiegrens in kantonzaken, die onder meer gevolgen heeft voor de relatieve competentie in kantonzaken en voor de beschikbaarheid van het Roljournaal. Daarnaast komen lopende uitvoeringstrajecten ter versterking van de cassatierechtspraak aan de orde. Tot slot wordt ingegaan op de problematiek van het verschoningsrecht voor mediators in samenhang met de implementatie van de Mediationrichtlijn.


Mr. drs. G. de Groot
Mr. drs. G. de Groot is vice-president van de Rechtbank Amsterdam.
Jurisprudentie

Discriminatie, directe werking van rechtsbeginselen en doorwerking van richtlijnen

HvJ EU 19 januari 2010, zaak C-555/07 (Seda Kücükdeveci/Swedex GmbH & Co KG)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2010
Trefwoorden doorwerking van Europees recht, algemene beginselen van Europees recht, leeftijdsdiscriminatie, horizontale werking van richtlijnen, objectieve rechtvaardiging van discriminatie
Auteurs Mr. D.F. Berkhout
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Swedex-arrest verduidelijkt en versterkt het Hof van Justitie EU het controversiële Mangold-arrest. Indien sprake is van leeftijdsdiscriminatie in strijd met Richtlijn 2000/78/EG en richtlijnconforme interpretatie onmogelijk is, dan wordt door directe werking van algemene beginselen van gemeenschapsrecht alsnog de volle werking van Europees recht bewerkstelligd. Lidstaten worden verplicht de met het gemeenschapsrecht nationale bepaling buiten beschouwing te laten. Verder toont het arrest dat ‘flexibel personeelsbeleid’ een legitieme doelstelling van arbeidsmarktbeleid kan zijn. Zorgvuldige ‘flexibilisering’ van personeelsbeleid kan daarmee ook een objectieve rechtvaardiging zijn voor leeftijdsonderscheid.


Mr. D.F. Berkhout
Mr. D.F. Berkhout is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Redactioneel

Stigmatisering

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2010
Auteurs Maartje van der Woude

Maartje van der Woude
Artikel

Heffing aan de poort

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2010
Trefwoorden griffierechtenstelsel, tarieven, inning, rekening-courantstelsel, informatieplichten
Auteurs Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsontwerp tot invoering van een nieuw griffierechtenstelsel, dat thans bij de Eerste Kamer ligt, bevat een aantal belangrijke verbeteringen, maar ook enige ongelukkige keuzes en een vrij groot aantal technische manco’s. Wat de tarieven betreft, is een eenvoudig, transparant, consistent en gebruiksvriendelijk systeem ontworpen. Maar voor de inning van het griffierecht aan het begin van de procedure (‘aan de poort’) wordt een topzware regeling ontworpen, met informatieplichten in de dagvaarding, en ontslag van instantie dan wel verstek indien de eiser resp. de gedaagde niet tijdig betaalt. De processuele consequenties zullen tot evenzovele processuele complicaties en verlies van tempo in de civiele procedure leiden. Een lichte regeling verdient de voorkeur. Een deugdelijk rekening-courantstelsel tussen gerechten en advocaten/gemachtigden, alsmede eventuele financiële prikkels (boetes) zullen wanbetaling aan de poort voorkomen zonder dat de voortgang van de procedure daaronder hoeft te lijden.


Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt is advocaat bij Houthoff Buruma te Den Haag.

    This article gives an overview of the UNMIK and especially the EULEX mission in Kosovo thereby concentrating on the judiciary. The current state of the judiciary and its organisation are analysed as well as the main starting points and goals of the mission. From her own experience the author describes the cooperation between EULEX workers and local partners and the influence of cultural differences.


A. Bouten
Mr. Agaath Bouten (EULEX advisor to the KJC/beleidsadviseur Parket-Generaal) schreef dit artikel in samenspraak met mr. Jenny Schokkenbroek (EULEX Judge on District Court Level Pristina/kantonrechter Rechtbank Haarlem) en mr. Johannes van Vreeswijk (EULEX acting Chief Prosecutor/officier van Justitie te Den Bosch).

    Ownership, sustainability and capacity building are the buzz words of development cooperation; that is not different in the legal field. Five years of experience in legal development cooperation in Rwanda, both on the side of the northern and the southern partner, shows that this is not a merely southern responsibility. The fact that a project is demand-driven instead of donor-driven is only the start. The northern partner has the responsibility to seduce the southern partner each and every day again, and keep him at the steering wheel. This implies that the northern partner shows personal involvement, and leaves the southern partner deciding about what is happening and when. This implies certain flexibility in the execution of a project, both time and content wise. And it means that the northern partner recognizes that the southern partner does not exist merely for the northern project. Otherwise it will lead to a southern partner that says ‘yes’ and picks the best cherries, but for the rest does ‘no’ and obstructs where possible.


R.H. Haveman
Mr. dr. Roelof Haveman is Field Programme Manager voor de IDLO in Juba, Zuid-Soedan.
Artikel

De opbouw van de rechtsstaat in Afghanistan

Een bezinning op tien jaar buitenlandse hulp

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2010
Auteurs V.L. Taylor
SamenvattingAuteursinformatie

    In this essay the author looks back at ten years of rule of law foreign assistance in Afghanistan. She first surveys the elements that make Afghanistan particularly challenging as a development. This is followed by a brief outline of foreign donor-assisted efforts at rule of law reform in the last decade. The features of law and legal systems in Afghanistan that are salient for would-be foreign reformers are analyzed. The concept of judicial independence serves as example of well-intentioned rule of law interventions that have not fared well in this complex environment. The author argues that better prepared international advisors with a better grasp of legal history and comparative law may have produced stronger outcomes. Ultimately, however, a pre-post-conflict setting constrains conventional rule of law programs in important ways and calls for more realism about what can be achieved, within what time frame and with what degree of sustainability.


V.L. Taylor
Prof. Veronica Taylor is als hoogleraar en directeur verbonden aan de School of Regulation, Justice and Diplomacy van de Australian National University. Dit artikel is gebaseerd op de Van Vollenhoven Lezing die zij op 20 mei 2010 uitsprak ter gelegenheid van haar benoeming als The Hague Visiting Professor of Rule of Law aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade: een nieuwe loot aan de processuele stam

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2010
Trefwoorden letselschade, overlijdensschade, Wet deelgeschilprocedure, deelgeschilprocedure
Auteurs Prof. mr. C.J.M. Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade is een nieuw instrument in het kader van de afwikkeling van letsel- en overlijdensschade. Hoewel in de consultatieronde naar aanleiding van het voorontwerp door met name de Nederlandse Vereniging voor rechtspraak (NVvR) de nodige kritische kanttekeningen zijn geplaatst, is dit wetsvoorstel zonder noemenswaardige tegenwind het parlement gepasseerd. Het wetsvoorstel Deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade is vlak voor het zomerreces 2008 bij de Tweede Kamer ingediend en een jaar later met algemene stemmen door deze Kamer aangenomen; het heeft vervolgens eind 2009 de instemming van Eerste Kamer verkregen en zal per 1 juli 2010 als wet in werking treden


Prof. mr. C.J.M. Klaassen
Prof. mr. C.J.M. Klaassen is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Toont 1 - 20 van 35 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.