Zoekresultaat: 47 artikelen

x
Jaar 2014 x

Maartje Berger
Maartje Berger is als specialist jeugdstrafrecht werkzaam bij Defence for Children International.
Artikel

Recht op toegang tot een advocaat in het strafproces.

Enkele gedachten naar aanleiding van de implementatie van Richtlijn 2013/48/EU.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden Richtlijn 2013/48/EU, recht op toegang tot een raadsman, Salduz
Auteurs Prof. mr. Jan Boksem
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 22 oktober 2013 werd Richtlijn 2013/48/EU (hierna: de Richtlijn) vastgesteld. Deze Richtlijn bevat onder meer minimumvoorschriften betreffende het recht van de verdachte op toegang tot een advocaat in strafprocedures. De advocaat moet op zijn beurt de fundamentele aspecten van de verdediging onverkort kunnen waarborgen. De Richtlijn dient uiterlijk op 27 november 2016 in de nationale wetgeving te zijn geïmplementeerd. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de (mogelijke) gevolgen van de implementatie van de Richtlijn voor de Nederlandse rechtsorde.
    Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming, Pb. EU 2013, L 294.


Prof. mr. Jan Boksem
Prof. mr. J. (Jan) Boksem is werkzaam als bijzonder hoogleraar verdediging in strafzaken bij Maastricht University en is tevens advocaat bij Anker & Anker Strafrechtadvocaten te Leeuwarden.
Artikel

De no-cure-no-payovereenkomst in verhouding tot de redelijkheidstoets bij de begroting van buitengerechtelijke kosten

Een analyse van HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2797 (De Jonge/Scheper Ziekenhuis)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2014
Trefwoorden no cure, no pay, contingency fee, dubbele redelijkheidstoets, buitengerechtelijke kosten, maatstaf art. 6:96 lid 2 BW
Auteurs Dr. Drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars
SamenvattingAuteursinformatie

    Een benadeelde sluit met zijn belangenbehartiger een no-cure-no-payovereenkomst. Moet bij de begroting van de buitengerechtelijke kosten op grond van art. 6:96 lid 2 sub b en c BW rekening worden gehouden met die overeenkomst? De omstandigheden van het geval legitimeren dat het redelijk is dat de kosten zijn gemaakt.


Dr. Drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars
Dr. drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars is universitair hoofddocent bij de afdeling Privaatrecht van de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Misbruik van wrakingsrecht?

Annotatie bij de beslissing van Raad van Toezicht op de Advocatuur in Curaçao van 22 september 2014 (HAR 25/14)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2014
Auteurs Mr. dr. J.P. de Haan
Auteursinformatie

Mr. dr. J.P. de Haan
Mr. dr. J.P. de Haan is raadsheer bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Deze annotatie is geschreven op persoonlijke titel.
Diversen

Procedurele en distributieve rechtvaardigheid

Verslag van de voorjaarsvergadering 2014 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2014
Auteurs Mr. J.J. Dammingh en Mr. P.E. Ernste
Auteursinformatie

Mr. J.J. Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. P.E. Ernste
Mr. P.E. Ernste is universitair docent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Redactioneel

2018?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 03/04 2014
Trefwoorden Omgevingswet, Planning
Auteurs Mr. H.A.J. Gierveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit redactioneel vormt de aftrap voor het themanummer over het wetsvoorstel voor een Omgevingswet.


Mr. H.A.J. Gierveld
Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld is voorzitter van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.


Artikel

Het Experiment resultaatgerelateerde beloning – verwachtingen over werking en doelbereiking

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2014
Trefwoorden no cure, no pay, honorariumafspraken, resultaatgerelateerde beloning, contingency fee, Verordening op de praktijkuitoefening
Auteurs Prof. mr. W.H. van Boom en mr. M. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verkend welke verwachtingen er onder advocaten, rechters en verzekeraars leven over de werking van het Experiment resultaatgerelateerde beloning en of dat experiment aan zijn doel zal beantwoorden. Het experiment staat onder voorwaarden toe dat een letselschadeadvocaat een ‘no cure, no pay’-afspraak met de benadeelde maakt. Het doel daarvan is het vergroten van de toegang tot het recht van letselschadeslachtoffers. Het is echter de vraag of er bij cliënten en advocaten een gedeelde behoefte bestaat om dergelijke afspraken te maken. Andere effecten zijn waarschijnlijker, zo voorspelt deze bijdrage.


Prof. mr. W.H. van Boom
Prof. mr. W.H. van Boom is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Leiden.

mr. M. de Jong
Mr. M. de Jong was studente master Aansprakelijkheid en Verzekering aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en is inmiddels schadebehandelaar bij Allianz Nederland Schadeverzekeringen. Zij schrijft op persoonlijke titel. De bijdrage werd afgesloten in augustus 2014 en bouwt voort op de resultaten van de afstudeerscriptie die de tweede auteur onder begeleiding van de eerste auteur schreef aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. De auteurs danken de twaalf respondenten die bereidwillig deelnamen aan de interviews en toestemming gaven voor het weergeven van hun antwoorden in deze bijdrage.
Diversen

Over de eigen grenzen heen kijken

Een interview met drs. Frans Hiddema

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden innovatie, veiligheid, zorg, cultuurverandering, continuïteit van management
Auteurs Dr. Karin van Wingerde
SamenvattingAuteursinformatie

    Innoveren betekent lang niet altijd dat we het wiel opnieuw moeten uitvinden. Er valt veel te leren van de manier waarop andere disciplines of branches omgaan met veiligheid en toezicht. Maar hoe realiseren we dat lessen uit andere velden ook daadwerkelijk de weg naar het eigen beleid vinden? Daarover sprak Karin van Wingerde namens de redactie van Tijdschrift voor Toezicht met de heer Frans Hiddema. Frans Hiddema was tussen 1990 en eind 2013 voorzitter van de raad van bestuur van het Oogziekenhuis Rotterdam. Door inzichten uit het bedrijfsleven te vertalen naar de veiligheid in het ziekenhuis, groeide het Oogziekenhuis uit tot een internationaal centre of excellence. Cultuurverandering, continuïteit van het management en het veilig kunnen melden van fouten en afwijkingen blijken daarvoor belangrijke ingrediënten.


Dr. Karin van Wingerde
Dr. C.G. van Wingerde is universitair docent criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij is tevens lid van de redactie van TvT.

    Since 2005, Dutch victims of serious crime have the right to make an oral statement in court (‘spreekrecht’). In the past decade, the Dutch criminal justice system has accommodated this right to make an oral statement with regard to the consequences of the crime; no major problems have occurred. Indeed, only a minority of the victims consumes this right (ca. 230 cases annually), the majority prefers to lodge a written statement. Nevertheless, the Dutch legislature is of the opinion that the right to make an oral statement should be extended and has lodged a draft-proposal recently. The aim is to provide crime victims a right to put forward an advice to the judge at the trial session, such an advice relating to the full scheme of judicial decision-making (truth, legal qualification, punishment). Such a provision resembles a Victim Statement of Opinion, used in the American scheme of justice, and even exceeds this. The draft has been met with criticism, only the Dutch Victim Support is in favor. One of the objections heard is the one dimensional focus underlying the draft: by focusing on a specific group of victims – those who have suffered from serious crimes – the legislature neglects the heterogeneous nature of victims’ needs.


Renée Kool
Renée Kool is als universitair hoofddocent verbonden aan Ucall en het Montaigne-Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Utrecht en redacteur van dit blad.
Artikel

Raad voor de rechtspraak pakt erfrechtelijk door!

Beneficiaire aanvaarding als hoofdregel

Tijdschrift AdvoTip, Aflevering 08 2014
Auteurs


Artikel

Probleemoplossingsgericht denken bij witwassen van uit eigen misdrijf afkomstige voorwerpen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Witwassen, Eigen misdrijf, Uitzondering, Poging tot witwassen
Auteurs Mr. Joost Verbaan en Mr. dr. Joost Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    According to the text of the law and the meaning of the (international and) Dutch legislator, someone can also commit the crime of money laundering when the illegal proceeds originate from a crime he committed himself. The acquisition or possession of property that was derived from criminal activity is also considered as money laundering regardless whose criminal activity it was. The Dutch Supreme Court made an exception for situations in which the defendant has done nothing to conceal or disguise the criminal background of the property. This means that, for instance, when a drug dealer has hidden his ‘dirty money’ in or around his house, it cannot be qualified as money laundering. This poses problems for investigative authorities. In this article, the possibility of regarding the act of hiding and keeping hidden money as an attempt to launder money, based on the presumption that every act involving the hidden or kept money will result in money laundering, is researched.


Mr. Joost Verbaan
Mr. Joost Verbaan is docent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en directeur van het Erasmus Centre for Penal Studies van die universiteit.

Mr. dr. Joost Nan
Mr. dr. Joost Nan is universitair docent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat bij Gilhuis Advocaten te Dordrecht.

Mr. D.J. van der Kwaak
Mr. D.J. van der Kwaak is senior raadsheer in het gerechtshof Amsterdam.
Hoofdartikel

Schikken in het nieuwe ontslagrecht: bedenk eer ge begint

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Opzegging met instemming, beëindigingsovereenkomst, bedenktermijn, antistapelingsbepaling, pro forma ontbinding
Auteurs Prof. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    De in de Wwz neergelegde regeling van de bedenktermijn heeft grote invloed op het schikken van ontslagzaken. De Wwz maakt een niet uitlegbaar onderscheid tussen de beëindigingsovereenkomst en de opzegging met instemming. Het verschil ziet op de betaling van een transitievergoeding. Dit verschil kan makkelijk tot ongelukken aanleiding geven. Mogelijk zien we bovendien de terugkeer van de pro-forma-ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Niet meer voor WW-doeleinden, maar met het oog op het bekorten van de periode van de bedenktermijn. Deze bijdrage behandelt de in dat kader te bewandelen weg en noemt ook een alternatief voor de formele ontbinding. Dit alternatief maakt gebruik van de antistapelingsbepaling in de regeling van de bedenktermijn en voorziet in een soort ‘tweetrapsraket’. Voor een succesvolle aanpak zal tussen beide trappen wel denkruimte voor de werknemer moeten zitten. Het bij ontslagzaken aansturen op een vertrekregeling wordt eens te meer een zaak voor juristen.


Prof. L.G. Verburg
Prof. L.G. Verburg is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen (Onderzoekcentrum Onderneming & Recht).
Artikel

Cultuurspecifieke en civielrechtelijke invulling van de publiekrechtelijke zorgplicht van financiële dienstverleners

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2014
Trefwoorden cultuur, zorgplicht financiële dienstverleners, uniformering publiek- en privaatrecht, Europese zorgplicht, client’s best interest rule
Auteurs Mr. dr. M.F.M. van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    Europese ontwikkelingen hebben hun weerslag op het Nederlandse rechtsbestel. Enerzijds door een steeds duidelijkere samenloop van het civiele en publiekrechtelijke normenkader in het financiële recht. Anderzijds door meer sturing op cultuur. In dit kader worden in deze bijdrage onder meer de introductie van een Europese zorgplicht door middel van de Insurance Mediation Directive II en de conclusie van de A-G van het HvJ EU in de Nationale Nederlanden-zaak behandeld.


Mr. dr. M.F.M. van den Berg
Mr. dr. M.F.M. van den Berg is jurist bij Achmea en Research Fellow van Tilburg University.
Redactioneel

Financieel vermogensrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2014
Auteurs Mr. drs. J. de Bie Leuveling Tjeenk en Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans
Auteursinformatie

Mr. drs. J. de Bie Leuveling Tjeenk
Mr. drs. J. de Bie Leuveling Tjeenk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.

Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans
Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Utrecht en redacteur van dit tijdschrift.


Discussie

Diderot en een verhalend wetsbegrip

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden wetsbegrip, burgerschap, staatsrecht
Auteurs Prof. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het verhaal van het staatsrecht over wat wetten zijn en doen, sluit niet meer aan bij de kennis van burgers over de wet. Naast een formeel en een materieel wetsbegrip is het daarom tijd voor een verhalend wetsbegrip dat aansluit bij de verhalen die in de cultuur de ronde doen over de wet. Daarbij kan worden aangesloten bij Diderot die tijdens de Franse Verlichting op een verhalende manier de betekenis van wetten voor het leven onderzocht en zo met een actieve opvatting van burgerschap een tegenwicht verschafte tegen de theoretische leerstellingen van Montesquieu en Rousseau waar het Nederlandse staatsrechtelijke wetsbegrip sterk door beïnvloed is.


Prof. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen was hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg.
Discussie

Diderot en een verhalend wetsbegrip

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden wetsbegrip, burgerschap, staatsrecht
Auteurs Prof. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het verhaal van het staatsrecht over wat wetten zijn en doen, sluit niet meer aan bij de kennis van burgers over de wet. Naast een formeel en een materieel wetsbegrip is het daarom tijd voor een verhalend wetsbegrip dat aansluit bij de verhalen die in de cultuur de ronde doen over de wet. Daarbij kan worden aangesloten bij Diderot die tijdens de Franse Verlichting op een verhalende manier de betekenis van wetten voor het leven onderzocht en zo met een actieve opvatting van burgerschap een tegenwicht verschafte tegen de theoretische leerstellingen van Montesquieu en Rousseau waar het Nederlandse staatsrechtelijke wetsbegrip sterk door beïnvloed is.


Prof. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen was hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Interview met Kamerlid Ard van der Steur: de wetsvoorstellen bevordering mediation

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2014
Trefwoorden wetsvoorstellen, registermediator, kwaliteitseisen, rechtsbijstand
Auteurs Rob Jagtenberg en Herman Verbist
SamenvattingAuteursinformatie

    Mr Ard van der Steur MP for the Dutch Liberals (VVD), has introduced three interconnected private member bills to anchor mediation more firmly into the Dutch legal system. This initiative grew out from dissatisfaction over the truly minimal implementation of EU Directive 2008/52 in the Netherlands. For one thing, the bill envisages stricter quality standards and registration requirements. Professional privilege, for instance, will only accrue to those who meet all requirements as Registermediators. Another interesting aspect of the bills concerns the duty for parties to indicate to court in the writ of summons whether mediation has been attempted, and if not, why not. If a legal question arises while a mediation is pending before a Registermediator, the latter may refer that question on behalf of the parties to a cantonal judge electronically, whereas proviso is made for the judge handing down judgment at short notice, in order not to interrupt the flow of mediation more than necessary. These are just some of the innovative aspects of the bills that are being discussed during this interview at the premises of the Dutch parliament.


Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg is docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en redacteur van dit tijdschrift.

Herman Verbist
Herman Verbist is advocaat bij de balies te Gent en te Brussel, werkzaam bij Everest Advocaten, erkend bemiddelaar en redacteur van dit tijdschrift.
Toont 1 - 20 van 47 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.