Zoekresultaat: 124 artikelen

x
Jaar 2016 x
Artikel

De betekenis van mr. T. Koopmans voor het arbeidsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Arbeidsrecht, Stakingsrecht, Hof van Justitie, Advocaat-generaal, Hoge Raad
Auteurs Prof. mr. Guus Heerma van Voss
Auteursinformatie

Prof. mr. Guus Heerma van Voss
Prof. mr. G. Heerma van Voss is hoogleraar Sociaal recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Wwft en het strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Wwft, Strafrecht, Cliëntenonderzoek, Meldplicht, Ongebruikelijke transactie
Auteurs Mr. J.P. Rozemeijer en mr. C. van der Meulen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wwft-meldplichtigen zijn de poortwachters van het economische stelsel in de strijd tegen witwassen en terrorismefinanciering. Indien die poortwachters zich niet houden aan hun meldplicht van ongebruikelijke transacties of de plicht tot cliëntenonderzoek kunnen zij naast bestuurs- of tuchtrechtelijk ook strafrechtelijk worden vervolgd. In dit artikel een analyse van de toenemende hoeveelheid strafrechtelijke jurisprudentie met betrekking tot Wwft/WED-zaken. In het bijzonder aandacht voor enkele Wwft/WED-specifieke leerstukken, te weten kleurloos opzet, het instellingsbegrip, de ‘ongebruikelijke transactie’, de vervolgingsuitsluitingsgrond, het transactiebegrip en de samengestelde transactie. Dit artikel behandelt tevens de vraag waarom Wwft-feiten strafrechtelijk worden aangepakt.


Mr. J.P. Rozemeijer
Mr. J.P. Rozemeijer is werkzaam als beleidsmedewerker bij het bureau van de Landelijk Officier van Justitie (LOvJ) Witwassen en Terrorismefinanciering van het Functioneel Parket.

mr. C. van der Meulen
C. van der Meulen is stagiair bij het bureau van de Landelijk Officier van Justitie (LOvJ) Witwassen en Terrorismefinanciering van het Functioneel Parket, studerend aan de UU opleiding Utrecht Law College.
Boekbespreking

Bespreking van de oratie Verantwoord financieel strafrecht van Matthijs Nelemans, Tilburg University, 2015

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Beginselen en omvang financieel strafrecht, Zorgvuldigheid, Motiveringsplicht, Buitengerechtelijke afdoening, Financiële toezichthouders
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De orator bespreekt het uitdijend rechtsgebied, met als kern de Wft, de evolutie van het handhavingsmodel met zijn open normen en buitengerechtelijke afdoening en ten slotte de legaliteit en legitimiteit van het financieel strafrecht. De recensent vraagt zich af, of de door de orator genoemde rechtsbeginselen wel de rechtsbeginselen (kunnen) zijn die het financieel strafrecht kunnen normeren, nu het rechtsgebied ‘in het gareel’ wordt gehouden door beginselen van commuun strafrecht, bestuursrecht en Europees recht. Hoe moet het met de begrippen als daderschap en samenloop in de straftoemeting? Het is een weerbarstige materie.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjes is bijzonder hoogleraar financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger aan het Gerechtshof Amsterdam.
Jurisprudentie

Een notariële redactiefout in een uiterste wil

Rb. Amsterdam 16 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:9032

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden uiterste wilsbeschikking/uiterste wil, herroeping, clerical error, uitlegging, discrepantie tussen wil en verklaring
Auteurs Prof. mr. W. Breemhaar
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage behelst een kritische bespreking van het vonnis van de Rechtbank Amsterdam van 16 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:9032, omtrent een notariële redactiefout in een uiterste wil. Het praktische belang van het leerstuk van de discrepantie tussen wil en verklaring (art. 3:33 BW) in een dergelijk geval wordt in het bijzonder onderstreept.


Prof. mr. W. Breemhaar
Prof. mr. W. Breemhaar is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en emeritus bijzonder hoogleraar notarieel recht aan de Universiteit van Amsterdam.

Prof. mr. F.A.W. Bannier
Prof. mr. F.A.W. Bannier is oud-advocaat, oud-deken van de Amsterdamse Orde en emeritus hoogleraar Advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Het toekomstig wettelijk kader van bemiddeling in België

Toespraak van Minister Koen Geens, gehouden op de TMD-studienamiddag over ‘Bemiddeling-mediation (ontwerp)regelgeving in België, Nederland en de EU: de actuele stand van zaken’, 1 december 2016 te Antwerpen-Mortsel

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2016
Auteurs Koen Geens
Auteursinformatie

Koen Geens
De heer Koen Geens is Minister van Justitie van België.

Eric Lancksweerdt
Eric Lancksweerdt is hoofddocent universiteit Hasselt, praktijkassistent universiteit Antwerpen en erkend bemiddelaar.

    This Volume is a special issue, almost entirely dedicated to the TMD symposium that took place on 1 December 2016 at the premises of Intersentia Publishing company near Antwerp. The symposium addressed the current Belgian and Dutch plans for new legislation aiming to further the use of mediation by intending litigants. The TMD Editorial Board is honoured that an insight into the respective plans was provided by the highest level authorities, that is: Mr. Koen Geens, the Belgian Minister of Justice, and Mr. Dennis Hesemans, senior counsel to the Dutch Minister of Justice. The Board is equally honoured that on behalf of the European Commission, Mrs. Karen Vandekerckhove, Acting Head of Unit at DG Justice and Consumers, was willing to discuss the outcomes of the recent official Evaluation of the EU Mediation Directive 52/2008. These findings made it possible to assess the Belgian and Dutch plans in a broader European perspective. The presentations delivered by these three keynote speakers have been reworked and are included as main contributions in this Volume.


Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg is onder andere verbonden aan de Erasmus Universiteit en TMD-redactielid. Hij trad enkele malen op als rapporteur-generaal voor de Raad van Europa op het gebied van ADR/mediation.

Annie de Roo
Annie de Roo is hoofdredacteur van TMD, hoofddocent aan de Erasmus Universiteit en vicevoorzitter van de examencommissie Stichting Kwaliteit Mediators. Zij heeft diverse malen als key expert voor de Europese Commissie meegewerkt aan projecten met name op het gebied van arbeidsrechtelijke mediation.

Emese von Bóné
Emese von Bóné is als rechtshistorica verbonden aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit te Rotterdam.

    Digitale gegevensuitwisseling tussen toezicht- en opsporingsinstanties betekent een nieuwe manier van werken. Voor welke vragen staat de uitvoeringspraktijk en is die er klaar voor? En hoe staat het met de wetgeving? In dit artikel staat de praktijk bij de totstandkoming van Inspectieview Milieu centraal. Dit traject is een voorbeeld van hoe het elders gaat of zou kunnen gaan. Maar er is meer nodig… In eerste instantie een brede verkenning naar de manier waarop toezicht en opsporing met elkaar samenwerken en op welke wijze ICT daarbij kan ondersteunen. Een belangrijke vervolgvraag is wat daar wettelijk nog voor nodig is. De uitvoeringspraktijk hoeft daar niet op te wachten. Er kan al gestart worden met een gezamenlijke ‘Gedragscode samenwerking en informatie-uitwisseling toezicht en opsporing’ zodat niemand meer het wiel hoeft uit te vinden.


Mr. Caroline Coolen
Mr. C.J. Coolen (1971) is Privacy Officer bij het Nederlands Forensisch Instituut. Daarvoor heeft zij bij het Openbaar Ministerie/Functioneel Parket gewerkt aan de totstandkoming van samenwerkings- en privacyafspraken tussen toezichthouders, gemeenten, opsporingsdiensten en private partijen op het gebied van fraude, ondermijning en milieucriminaliteit. Zij is betrokken bij verschillende (interdepartementale) werkgroepen, verkenningen en wetgevingstrajecten over informatie-uitwisseling en privacy.
Artikel

Digitaal procederen

Nu echt op stoom

Tijdschrift De Gerechtsdeurwaarder, Aflevering 4 2016

mr. J. Rijsdijk
Mr. J. Rijsdijk is als jurist werkzaam bij het Bureau van de KBvG.

    Het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV) is in het leven geroepen om internationale kinderontvoering tegen te gaan en is sinds 1 september 1990 voor Nederland van kracht. Het uitgangspunt van het verdrag is dat kinderen die van de ene naar de andere Verdragsstaat ontvoerd zijn zo spoedig mogelijk dienen terug te keren naar de Staat van gewoon verblijf. De rechter van de Staat waarnaar het kind ontvoerd is kan echter van dit uitgangspunt afwijken, en derhalve een verzoek tot teruggeleiding van het ontvoerde kind afwijzen, door gebruik te maken van een van de zogenoemde weigeringsgronden die zijn neergelegd in de artikelen 12, 13 en 20 HKOV. Deze bijdrage gaat in op de wijze waarop deze weigeringsgronden de afgelopen (ruim) vijfentwintig jaar in de Nederlandse jurisprudentie zijn toegepast. Uit die jurisprudentieanalyse volgt dat de weigeringsgronden in het algemeen niet (te) ruim worden geïnterpreteerd, maar dat een beroep daarop wel degelijk succesvol kan zijn. Vanwege de casuïstische aard van internationale kinderontvoeringszaken kunnen echter niet eenvoudig één of meer combinaties van factoren worden aangewezen op grond waarvan aanstonds duidelijk is dat een teruggeleidingsverzoek zal worden afgewezen.
    The Hague Convention on the Civil Aspects of International Child Abduction aims to prevent international child abduction. The Convention came into force in the Netherlands on the 1st September 1990.
    As a starting point, the Convention holds that a child abducted from one Contracting State and taken to another should be promptly returned to the country of his or her habitual residence. However, the court of the Contracting State to which a child has been abducted may depart from this rule and decide to dismiss the application for the return of the child on the basis of one of the exceptions stipulated in Articles 12, 13 or 20 of the Convention.
    This article deals with the way in which the above-mentioned provisions have been applied in Dutch case law since the Convention came into force. From the analysis of the case law it can be generally established that courts tent to interpret these exceptions rather restrictively. Nevertheless, such exceptions have still been successfully invoked. However, owing to the casuistically nature of international child abduction matters it is not possible to uncover certain combinations of factors that would definitively lead to the rejection of return of the child.


dr. mr. Geeske Ruitenberg
Geeske Ruitenberg is lecturer/researcher at the VU University Amsterdam.

    Op grond van het (internationaal) maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) stimuleert de overheid ondernemingen in dertien Nederlandse sectoren om in sectorverband samen met de overheid en partijen uit het maatschappelijk middenveld afspraken te maken om complexe IMVO-risico’s in de keten aan te pakken. Dit is opmerkelijk, want op grond van het mededingingsrecht kan het maken van dergelijke afspraken – indien zij in strijd zijn met het kartelverbod – ondernemingen duur komen te staan. Om deze gecompliceerde situatie te verbeteren heeft de minister van Economische Zaken op 30 september 2016 de herziening van de Beleidsregel mededinging en duurzaamheid gepubliceerd. In dit artikel analyseert de auteur de effecten van de herziening en beoordeelt zij of het mededingingsrecht op deze manier meer ruimte geeft aan duurzaamheidsinitiatieven.


Jeanine Wubbels
Mr. J.J. Wubbels is onderzoeker aan de Leerstoel International Business and Human Rights aan de Erasmus Universiteit.
Artikel

Toepassing van rechtssociologisch en rechtspsychologisch onderzoek in de rechtspraktijk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Sociology of law, Legal psychology, Legal practice, Policy, Empirical research
Auteurs Mr. dr. M. Malsch, L. ten Hove MSc en Prof. dr. H. Elffers
SamenvattingAuteursinformatie

    Findings of empirical research may have direct or indirect relevance to legal practice and policy. This article investigates the relevance of findings from both research in sociology of law and legal psychology and law for legal practice and policy. It then discusses an empirical study in the Netherlands among scholars from these two disciplines into actual use in practice of empirical findings. A distinction is made between direct and indirect application of empirical findings. Both a survey and face-to-face interviews have been conducted. Findings suggest that, although the criminal justice system and policymakers do apply empirical knowledge to a certain degree, the actual use of empirical results seems defective.


Mr. dr. M. Malsch
Mr. dr. Marijke Malsch is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam.

L. ten Hove MSc
Leonie ten Hove MSc heeft als stagiaire bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam meegewerkt aan het in dit artikel beschreven onderzoek.

Prof. dr. H. Elffers
Prof. dr. Henk Elffers is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam en emeritus hoogleraar aan de Vrije Universiteit aldaar.
Artikel

Access_open Jacqueline de Savornin Lohman

Ouwer-power in de strafrechtshervorming

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2016
Trefwoorden penal reform, restorative justice, victim support, feminism, criminal justice politics
Auteurs prof. dr. René van Swaaningen
SamenvattingAuteursinformatie

    Jacqueline de Savornin Lohman is a ‘positive criminologist’ avant la lettre. In this interview, she tells about her belief in personal people’s willingness and ability to deal with problems (such as the reception of refugees), the discouraging role of government in this respect, her internment in a Japanese camp in the Netherlands’ Indies during WW II, the persons who have inspired her most (e.g. Louk Hulsman) and her initial disbelief in the idea of a ‘glass ceiling’ for women in a male-dominated academia. She would, however, be confronted with some stunning examples of everyday sexism – such as reactions that she did not need a tenured position at the university, because she does not have to maintain a family. Being active in the women’s movement, also led her to engage in critical victimological studies – mainly on sexual violence. The main part of the interview deals with the practical consequences she has drawn from her critical action-theory on criminal justice ‘Allowed evil?’ (Kwaad dat mag?) from 1975, such as her role in the establishment of the Dutch liberal democrat party D’66, her involvement in the Coornhert League for Penal Reform, her attempts to establish a platform for various practical, critical social work initiatives in the penal field and indeed the establishment of one of the first mediation projects in the Netherlands – which she saw boycotted by the Ministry of Justice, that, in the late 1980s, instrumentalised the victim’s voice for a stiffening of the penal system.


prof. dr. René van Swaaningen
Prof. dr. René van Swaaningen is werkzaam als hoogleraar Criminologie aan de Erasmus Universiteit, Erasmus School of Law, sectie Criminologie.

Mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is advocaat/partner bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. en hoofdredacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Procederen of schikken?

Lessen voor de procespraktijk uit Thinking, fast and slow van Daniel Kahneman

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2016
Trefwoorden procederen, schikken, Kahneman, besluitvorming, onderhandelen
Auteurs Mr. R.J. Philips
SamenvattingAuteursinformatie

    In Thinking, fast and slow toont Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman aan de hand van tientallen jaren psychologisch onderzoek de verborgen gebreken in ons oordeelsvermogen. In de proces(advies)praktijk zijn beoordelingsfouten vaak kostbaar. In dit artikel worden veel voorkomende valkuilen besproken en suggesties gedaan om deze te vermijden.


Mr. R.J. Philips
Mr. R.J. Philips is medeoprichter en bestuurder van Redbreast, een procesfinancier in Amsterdam.
Artikel

Access_open Het verdrag en het veld

Over mensenrechten, dwang en drang

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2016
Auteurs Prof. dr. P. Ippel en dr. G. Blok
Auteursinformatie

Prof. dr. P. Ippel
Prof. dr. Pieter Ippel is hoogleraar rechtsgeleerdheid aan het University College Roosevelt te Middelburg en de Universiteit Utrecht. In 2016 is hij ook research fellow bij Tilburg University Law School.

dr. G. Blok
Dr. Gerco Blok is psychiater en geneesheer-directeur van Emergis, het centrum voor geestelijke gezondheidszorg in Zeeland.
Toont 1 - 20 van 124 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.