Zoekresultaat: 9 artikelen

x
Jaar 2017 x
Jurisprudentie

‘Mag ik even in uw smartphone kijken?’

De visie van de Hoge Raad gelet op het recht op privacy op grond van artikel 8 EVRM

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Smartphone, (Recht op) privacy, Verbaliseringsplicht, Doorzoeking, Toezicht
Auteurs Mr. T. Beekhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad schetst in de ‘Smartphone-arresten’ een juridisch toetsingskader voor de vaststelling wanneer aan een smartphone een rechtmatig onderzoek kan plaatsvinden. Het zwaartepunt ligt volgens de Hoge Raad op de ‘hoeveelheid doorzochte gegevens’. Afhankelijk van de mate van volledigheid van het beeld dat daardoor wordt verkregen van het persoonlijk leven, stelt de Hoge Raad wie bevoegd is: een opsporingsambtenaar, een officier van justitie of een rechter-commissaris. In deze annotatie staat centraal op welke wijze het toezicht dient plaats te vinden en welke andere factoren een rol zouden moeten spelen bij de vaststelling van de inbreuk op het recht op privacy.


Mr. T. Beekhuis
Mr. T. Beekhuis is docent Straf(proces)recht bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Griffierechten vanuit rechtseconomisch oogpunt

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2017
Trefwoorden griffierechten, rechtseconomie, gedragseconomie, toegang tot de rechter, ongefundeerde vorderingen
Auteurs Mr. drs. T. Vleeschhouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    Griffierechten in civiele zaken vormen een bron van debat. Voorstanders wijzen erop dat griffierechten ongefundeerde vorderingen tegengaan. Tegenstanders vrezen ervoor dat de toegang tot de rechter belemmerd wordt. Dit artikel bespreekt de totstandkoming van het Nederlandse griffierechtensysteem en ontwikkelt daarnaast een rechtseconomisch model op basis van gedragseconomische inzichten om te beoordelen of griffierechten inderdaad de toegang tot de rechter beperken. Deze analyse laat zien dat het Nederlandse griffierechtenstelsel degressief is; bij vorderingen met een hogere geldwaarde wordt relatief minder griffierecht geheven. Het rechtseconomische model voorspelt juist dat een progressief stelsel, waarbij de griffierechten laag zijn bij lage vorderingen en relatief steeds hoger worden bij hogere vorderingen, de toegang tot de rechter het minst beperkt. Het verdient dan ook aanbeveling om het stelsel te heroverwegen.


Mr. drs. T. Vleeschhouwer
Mr. drs. T. Vleeschhouwer is advocaat-stagiair bij Houthoff te Rotterdam.

Koen Swinnen
Prof. dr. Koen Swinnen is universitair docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, docent aan de Belgische Koninklijke Militaire School en vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan de KULeuven.
Artikel

Op de grens van ideeën en daden. Over de vervolging van het voorbereiden van liquidaties

Een interview met OvJ Koos Plooij en advocaat Christian Flokstra

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2017
Trefwoorden contract killings, acts of preparation, article 46 Dutch Penal Code, public prosecution, criminal defense
Auteurs Mr. drs. M.P.C. Scheepmaker
SamenvattingAuteursinformatie

    In this interview the Dutch prosecutor Koos Plooij discusses with criminal lawyer Christian Flokstra on the intention of the Public Prosecution Office to adapt article 46 of the Dutch Penal Law (Sr) in such a way that the burden of proof necessary for a sentence on contract killing is lowered. Plooij argues that many suspects who were clearly up to a very serious deed, have received a relatively low punishment because it was too difficult to prove that they were preparing a contract killing – and were not simply trying to intimidate their target or for instance take this person as a hostage. For the judge it is essential to establish which crime was being prepared, since the latter are completely different crimes and the punishment is much lower compared to the punishment for murder. Flokstra replies by stressing that the limitations of the current article 46 Sr exist to assure that people are not punished for things they didn’t do or were not planning to do. He argues that the prosecution should accept that sometimes there’s just not enough proof to convince the judge that the suspect was preparing a contract killing. A sentence for arms possession or participation in a criminal organization could be an alternative in such cases. Both men agree that the current maximum punishments for these crimes are too low.


Mr. drs. M.P.C. Scheepmaker
Mr. drs. Marit Scheepmaker is hoofdredacteur van Justitiële verkenningen.
Artikel

De nieuwe rol van de curator in de fraudebestrijding: knelpunt in de aanloop naar een eventueel strafproces?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2017
Trefwoorden faillissementsfraude, fraudebestrijding, opsporing, nemo-teneturbeginsel, curator
Auteurs Mr. dr. E.M. Moerman
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt onderzocht welke consequenties de nieuwe rol van de curator bij de aanpak van de fraudebestrijding heeft voor een eventueel strafproces. Daarbij wordt in het bijzonder stilgestaan bij de verhouding tussen de door de wetgever beoogde rol van de curator en de invulling die traditioneel wordt gegeven aan de taak van de curator. Ook wordt aandacht besteed aan de bruikbaarheid van het door de curator vergaarde materiaal in een strafprocedure. Betoogd wordt dat de fraudesignalerende rol van de curator past in de ontwikkeling waarin steeds vaker een bijdrage van private actoren wordt gevraagd, maar dat het nemo-teneturbeginsel onder druk komt te staan door de nieuwe wetgeving.


Mr. dr. E.M. Moerman
Mr. dr. E.M. Moerman is werkzaam bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Persoonlijke aansprakelijkheid van de curator in verband met verpande vorderingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2017
Trefwoorden pro se, aansprakelijkheid, curator, pandhouder, inning
Auteurs Mr. E.A.L. van Emden
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel onderzoekt wanneer de curator persoonlijk aansprakelijk is jegens de schuldeiser aan wie vorderingen zijn verpand. Eerst wordt de toetsingsmaatstaf geanalyseerd. Daarna wordt ingezoomd op de situaties van actieve inning, betwisting van het pandrecht, opvordering van de afgezonderde incasso-opbrengst, weigering van informatie en termijnstelling ex art. 58 Fw.


Mr. E.A.L. van Emden
Mr. E.A.L. van Emden is advocate bij NN Advocaten (Nationale-Nederlanden) te Den Haag
Artikel

Grenzen aan de uitoefening van een hypotheekrecht

Over de implementatie van art. 28 Richtlijn 2014/17/EU (hypothecair krediet)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2017
Trefwoorden hypotheekrecht, kredietovereenkomst, implementatie Richtlijn hypothecair krediet, zorgplicht bank, uitwinning
Auteurs Mr. J.W.A. Biemans
SamenvattingAuteursinformatie

    Art. 28 Richtlijn hypothecair krediet is ten dele geïmplementeerd in art. 7:128 BW dat de uitoefening van het hypotheekrecht in verschillende opzichten begrenst. In deze bijdrage komen de inhoud en strekking van beide bepalingen aan bod.


Mr. J.W.A. Biemans
Prof. mr. J.W.A. Biemans is hoogleraar Burgerlijk recht, in het bijzonder Goederenrecht en Notarieel recht, aan de Universiteit Utrecht, raadsheer-plaatsvervanger aan het Hof Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.

Eric van Damme
Prof. dr. E.E.C. van Damme is hoogleraar economie aan de Tilburg University.
Artikel

Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht

Bespreking van het proefschrift van mr. V. Tweehuysen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2017
Trefwoorden uniciteitsbeginsel, algemeenheid van goederen, rechtsobject, pandrecht, hypotheekrecht
Auteurs Mr. B.I. Kraaipoel
SamenvattingAuteursinformatie

    Valérie Tweehuysen heeft met Het uniciteitbeginsel in het goederenrecht een fraai proefschrift geschreven. Als het uniciteitsbeginsel – één goederenrechtelijk recht heeft slechts één rechtsobject – wordt losgelaten kan bijvoorbeeld een zekerheidsrecht op een onderneming of een assurantieportefeuille worden gevestigd. Tweehuysen concludeert dat het loslaten van het uniciteitsbeginsel geen praktische voordelen zal opleveren.


Mr. B.I. Kraaipoel
Mr. B.I. Kraaipoel is advocaat bij RESOR te Amsterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.