Zoekresultaat: 26 artikelen

x
Jaar 2019 x
Institutioneel recht

Anomalie of de aankondiging van een omwenteling?

Het EU-stelsel van rechtsbescherming na Rimšēvičs

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden EMU, onafhankelijkheid, rechterlijke bevoegdheden, rechtsstaat, direct beroep
Auteurs Mr. dr. A. van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Rimšēvičs vernietigde het Hof van Justitie voor het eerst een besluit van een nationaal overheidsorgaan. Het ging om het ontslag van de president van de Letse centrale bank. De vernietiging doorbreekt de klassieke bevoegdheidsverdeling tussen het Hof van Justitie en nationale rechters, maar is gebaseerd op een bijzondere bepaling uit het EMU-recht. Betreft het om die reden een geïsoleerd geval, of kan de uitspraak bredere implicaties krijgen?
    HvJ 26 februari 2019, gevoegde zaken C-202/18 (Rimšēvičs/Letland) en C-238/18 (ECB/Letland), ECLI:EU:C:2019:139.


Mr. dr. A. van den Brink
Mr. dr. A. (Ton) van den Brink is Jean Monnet professor EU-wetgevingsleer en is als universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan het Utrecht Centre for Shared Regulation and Enforcement in Europe – RENFORCE van de Universiteit Utrecht.
Annotatie

Het discriminatieverbod als katalysator van de negatieve vrijheid van religie in identiteitsgebonden organisaties

HvJ EU 17 april 2018, C-414/16 (Vera Egenberger/Evangelisches Werk für Diakonie und Entwicklung eV) en HvJ EU 11 september 2018, C-68/17 (IR/JQ)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Kaderrichtlijn 2000/78, Discriminatie op basis van godsdienst of overtuiging, Identiteitsgebonden organisaties, Toegang tot de rechter, Proportionaliteit
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    In de hier besproken arresten buigt het Europese Hof van Justitie zich voor de tweede maal sedert de arresten Achbita en Bougnaoui (2017) over de draagwijdte van discriminatie op basis van godsdienst of overtuiging. Stond in de hiervoor genoemde arresten de vraag centraal of de indirecte discriminatie die een hoofddoekverbod in een neutrale organisatie impliceert kon worden gerechtvaardigd, dan botsen in de hier besproken arresten een sollicitant en een werknemer in identiteitsgebonden organisaties op het ethos van die organisatie. De vraag staat centraal in welke mate een identiteitsgebonden organisatie zich op dat ethos kan beroepen om een kandidaat te weigeren die géén lid is van een protestants kerkgenootschap, en om een arts te ontslaan die na het aangaan van een kerkelijk huwelijk dat noch werd nietig verklaard, noch door de dood van zijn voormalige echtgenote werd ontbonden een tweede civiel huwelijk aanging. In deze bijdrage wordt de wijze waarop het Europese Hof van Justitie met dergelijke loyaliteitsconflicten omgaat vergeleken met de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De verruimde mogelijkheid die identiteitsgebonden organisaties hebben om directe discriminatie op basis van geloof of overtuiging te rechtvaardigen wordt vergeleken met de gemene rechtvaardiging van directe discriminatie. Een ander punt van aandacht is de vergelijking tussen deze verruimde rechtvaardiging van directe discriminatie én de rechtvaardiging van beperkingen van de vrijheid van godsdienst. De oordelen van het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens worden beschouwd in het licht van deze Luxemburgse jurisprudentie.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is gewoon hoogleraar aan de Université Catholique de Louvain en gastdocent aan de Vrije Universiteit Brussel.
Strafrecht

Het Unierecht komt eraan in strafzaken: bewijsuitsluiting verplicht bij Handvest-schending?

Bespreking van het arrest Dzivev

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden strafrecht, werkingssfeer Unierecht, Handvest grondrechten, bewijsuitsluiting
Auteurs Mr. S.J. van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van de Europese Unie is lange tijd weinig populair geweest onder strafrechtadvocaten. Het was abstract, moeilijk te vinden, en betrof voornamelijk economische verhoudingen. In commune strafzaken vielen er nauwelijks verweren aan te ontlenen. Het Unierecht begint echter steeds relevanter te worden voor de algemene strafrechtspraktijk. In het arrest van 17 januari 2019 inzake Dzivev e.a./Bulgarije accepteerde het Hof van Justitie de uitsluiting van onrechtmatig verkregen tapgesprekken van de bewijsvoering. Betekent dit dat bewijsuitsluiting soms ook verplicht is, zoals sommigen beweren? Dat zou grote gevolgen kunnen hebben voor de Nederlandse strafrechtpraktijk. Een bespiegeling naar aanleiding van het arrest.
    HvJ 17 januari 2019, zaak C-310/16, Dzivev e.a./Bulgarije, ECLI:EU:C:2019:30


Mr. S.J. van der Woude
Mr. S.J. (Simon) van der Woude is advocaat bij Van der Woude de Graaf Advocaten te Amsterdam.
Digitale markten

De ‘filterverplichting’ uit de nieuwe Auteursrechtrichtlijn

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2019
Trefwoorden auteursrecht, platforms, internet, Europese Unie/EU, filter
Auteurs Mr. J.G. Reus
SamenvattingAuteursinformatie

    Het kan weinigen zijn ontgaan: op 15 april 2019 is de Richtlijn inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt aangenomen (DSM-richtlijn). De DSM-richtlijn moet op 7 juni 2021 zijn omgezet in nationaal recht. Hoewel de richtlijn raakt aan allerlei onderwerpen op het gebied van het auteurs- en naburige recht in de ‘digitale markt’ (lees: op internet), hebben vooral de nieuwe regels over de value gap buitengewoon veel aandacht gekregen in de media. Met de value gap wordt kort gezegd het gat bedoeld tussen de winsten die internettussenpersonen zoals zoekmachines en platforms opstrijken en de inkomsten die de makers van de content (de auteurs) ervan terugzien. Om rechthebbenden tegemoet te komen bij de exploitatie van werken op internet, in een poging die ‘gap’ terug te dringen, bevat de richtlijn een controversieel artikel gericht op internetplatforms. Het artikel stond lange tijd bekend als ‘artikel 13’. In de definitieve versie van de DSM-richtlijn is dit artikel 17 geworden. Het is dit artikel waar ik in deze bijdrage op wil inzoomen, en dan met name op de elementen van die bepaling die als een ‘filterverplichting’ zouden kunnen worden aangemerkt – een veelgehoord punt van kritiek, dan wel zorg.
    Richtlijn (EU) 2019/790 van het Europees Parlement en de Raad inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt en tot wijziging van Richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG, PbEU 2019, L 130/92.


Mr. J.G. Reus
Mr. J.G. (Jurre) Reus is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.
Externe betrekkingen

Een steun in de rug voor het investeringsbeleid van de Commissie: Advies 1/17 (CETA)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2019
Trefwoorden advies 1/17, internationaal investeringsrecht, autonomie van de rechtsorde van de EU, geschillenbeslechting, advies 2/13, ISDS-systeem
Auteurs Dr. L.J. Ankersmit
SamenvattingAuteursinformatie

    In Advies 1/17 oordeelt het Hof van Justitie dat het geschillenbeslechtingsmechanisme tussen investeerders en staten (hierna: het ‘ISDS-systeem’) in de Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada en de EU (CETA) verenigbaar is met de Verdragen. Het advies was aangevraagd door de Belgische regering op verzoek van de Waalse regering. In het Advies gaat het Hof van Justitie in op drie aspecten van het adviesverzoek van de Belgische regering over de verenigbaarheid van het ISDS-systeem met de Verdragen: de autonomie van de rechtsorde van de Unie, het beginsel van gelijke behandeling en het recht op toegang tot een onafhankelijke rechter. Advies 1/17 is vooral opvallend omdat het minder strikt is dan voorgaande rechtspraak van het Hof van Justitie over externe controlemechanismen in internationale verdragen en doordat het Hof van Justitie zich mengt in de discussie over de impact van het ISDS-systeem op het democratische besluitvormingsproces binnen de EU.
    HvJ 30 april 2019, A-1/17, ECLI:EU:C:2019:341 (CETA)


Dr. L.J. Ankersmit
Dr. L.J. (Laurens) Ankersmit is universitair docent Europees recht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Access_open Advocaten in Europa: vertegenwoordiging op het hoogste niveau?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Representation, Lawyers, European Court of Justice, Preliminary References, Relational Expertise
Auteurs Jos Hoevenaars PhD
SamenvattingAuteursinformatie

    Research on the significance of representation indicates that lawyers contribute to positive outcomes of legal procedures not only by their substantive expertise but also by the relational expertise they bring. The latter involves understanding how to navigate the relationships involved in getting work done. In this paper these insights are used to investigate the highly specific and atypical practise of the preliminary reference procedure in the European legal system in order to reveal how lawyers deal with such an unexpected change of (legal) context. The empirical data, collected through semi-structured interviews with twenty-eight lawyers with past experience with the procedure, reveals the significant ways in which lawyers’ positive contribution to such cases is undermined by their lack of both substantive and relational expertise in pleading a case before the European Court of Justice. The fact that such cases do not necessarily fall into the hands of the professionals best equipped to plead such disputes before the Court, and the inability of the less well-off parties in particular to hire further expertise, points in the direction of a disadvantaged position for this group of litigants in having their interest represented effectively at the European level.


Jos Hoevenaars PhD
Jos Hoevenaars is postdoc onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Overbrugging van procedurele breuklijnen bij een integrale aanpak van criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden (de keuze voor een) handhavingsstelsel, ne bis in idem, Integrale aanpak, Bewijsvergaring, vormverzuimen
Auteurs Prof. mr. dr. M.F.H. Hirsch Ballin
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid zet in op een ‘integrale aanpak’ van ondermijning, terrorisme, cybercrime en financieel-economische criminaliteit. Die integrale aanpak heeft ook belangrijke procedurele gevolgen. Tegelijkertijd of achtereenvolgens worden bevoegdheden ingezet die worden genormeerd in verschillende rechtsgebieden. Het door deze bevoegdheden vergaarde materiaal wordt bovendien onderling gedeeld en gebruikt voor andere bevoegdheden. Door de betrokkenheid van meerdere rechtsgebieden en door die rechtsgebieden gescheiden te blijven benaderen, is sprake van procedurele breuklijnen die af doen aan daadwerkelijke integratie en aan de waarborgfunctie van het recht. Niet een duidelijkere keuze tussen handhavingsstelsels is de route naar overbrugging, maar het bereiken van overeenstemming over de grondbeginselen die aan de normering ten grondslag liggen.


Prof. mr. dr. M.F.H. Hirsch Ballin
Prof. mr. dr. M.F.H. (Marianne) Hirsch Ballin is hoogleraar Straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Strafrecht

De uitleg van het begrip rechterlijke autoriteit bij de uitvaardiging van een Europees arrestatiebevel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden rechterlijke autoriteit, Europees arrestatiebevel, onafhankelijkheid officier van justitie, overlevering, rechter-commissaris
Auteurs Mr. dr. J.W. van der Hulst
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 27 mei 2019 heeft het Hof van Justitie bij prejudiciële beslissing in drie zaken een uitspraak gedaan over de uitleg van het begrip ‘rechterlijke autoriteit’ in verband met het uitvaardigen van een Europees arrestatiebevel. Met een rechterlijke autoriteit wordt volgens het Hof van Justitie niet bedoeld het openbaar ministerie van een lidstaat dat niet onafhankelijk is van de uitvoerende macht, met name de minister van Justitie. Dit betekent dat in Nederland de Overleveringswet moet worden gewijzigd in de zin dat het uitvaardigen van een EAB voortaan is voorbehouden aan een rechterlijke autoriteit. Ook de Rechtbank Amsterdam moet zich beraden op de behandeling van lopende verzoeken tot overlevering afkomstig van niet-rechterlijke autoriteiten van andere lidstaten.
    HvJ 27 mei 2019, gevoegde zaken C-508/18 en C-82/19 PPU, OG en PI, ECLI:EU:C:2019:456 en HvJ 27 mei 2019, zaak C-509/18, Minister for Justice and Equality/PF, ECLI:EU:C:2019:457.


Mr. dr. J.W. van der Hulst
Mr. dr. J.W. (Jaap) van der Hulst is universitair docent Strafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Mededingingsrecht

Nationale veiligheid en buitenlandse investeringen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden nationale veiligheid, investering screening, investeringstoets, Verordening 2019/452, ongewenste zeggenschap
Auteurs Mr. J. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    In reactie op de toenemende aandacht voor geopolitieke belangen in het kader van buitenlandse investeringen is recent een Europese verordening aangenomen en is een Nederlands wetsvoorstel voor de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT) aanhangig gemaakt. De Europese Verordening (EU) 2019/452 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie creëert een Europees kader op het gebied van de screening van buitenlandse investeringen op grond van veiligheid of de openbare orde. De verordening is een hybride instrument dat (1) coördinatie tussen nationale screeningsautoriteiten faciliteert, (2) in een mate van harmonisatie voorziet en (3) formele Europese bevoegdheid op het gebied van screening van buitenlandse investeringen introduceert. De lidstaten blijven in het licht van hun soevereiniteit op het gebied van nationale veiligheid echter de uiteindelijke verantwoordelijke voor de vraag of een investering al dan niet wordt geblokkeerd op grond van de nationale veiligheid of openbare orde. Op grond van de WOZT krijgt de minister de bevoegdheid het verkrijgen of houden van overwegende zeggenschap in een telecommunicatiepartij te verbieden op grond van een bedreiging van het publiek belang. Omdat de ‘bedreiging van het publiek belang’-norm limitatief en zeer specifiek is gedefinieerd, zal de minister enkel in uitzonderlijke gevallen het verkrijgen of houden van overwegende zeggenschap kunnen verbieden.
    Verordening (EU) 2019/452 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie (PbEU 2019, L 791/1); Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (Kamerstukken II 2018/19, 35153, 2 (Wetsvoorstel) en 3 (MvT).


Mr. J. de Kok
Mr. J. (Jochem) de Kok is advocaat bij Allen & Overy LLP.
Annotatie

Op reis met de vakantiewetgeving: het Handvest biedt nieuw uitzicht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Vakantie, Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, Horizontale directe werking, Inspanningsplicht, Richtlijn 2003/88
Auteurs Mr. drs. J.R. Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    In november 2018 wees het Hof van Justitie van de Europese Unie twee belangrijke arresten: Bauer en Max-Planck. Het Hof van Justitie kent hierin horizontale directe werking toe aan het recht op vakantie dat in artikel 31 lid 2 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie is opgenomen. Eveneens introduceert Max-Planck een inspanningsplicht voor de werkgever om ervoor te zorgen dat de werknemer vakantie opneemt voordat het recht op vakantie kan vervallen. In deze bijdrage worden de arresten kritisch besproken.


Mr. drs. J.R. Vos
Mr. drs. Jan-Pieter Vos is wetenschappelijk docent en promovendus op de sectie Arbeidsrecht van de Erasmus School of Law.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak Europees recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden geneesmiddelen, hulpmiddelen, beroepskwalificaties, discriminatie, mededinging
Auteurs mr. N.A.D. Groot, mr. M.A.M. Verduijn en mr. drs. J.J. Rijken
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek bevat een overzicht van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) en het Gerecht van de Europese Unie (Gerecht EU) op het gebied van het gezondheidsrecht in de afgelopen twee jaar. De precieze kroniekperiode is 1 februari 2017 tot 1 april 2019.


mr. N.A.D. Groot
Nikee Groot is advocaat bij AKD te Brussel.

mr. M.A.M. Verduijn
Margriet Verduijn is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag.

mr. drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij AKD te Amsterdam en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

De invloed van het EU-recht op het Nederlandse consumentenkooprecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden consumentenbescherming, contractenrecht, EU-recht, koop (op afstand), informatieplicht
Auteurs Mr. S. van Beek en Prof. mr. H.N. Schelhaas
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt met een kritische blik een aantal belangrijke ontwikkelingen in het Nederlandse consumentenkooprecht geanalyseerd, die onder invloed van het EU-recht tot stand zijn gekomen. Hierbij passeren de regeling over de koop op afstand, de (remedies bij) non-conformiteit en de klachtplicht de revue.


Mr. S. van Beek
Mr. S. van Beek is als wetenschappelijk docent verbonden aan de afdeling Burgerlijk Recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en redacteur van dit blad.
Artikel

Grondrechten, gamechangers

Over recente ontwikkelingen op het gebied van de doorwerking van de Europese grondrechten in het vermogensrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden EVRM, EU-handvest, onrechtmatige daad, schadevergoeding
Auteurs Mr. dr. J.M. Emaus
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in op de doorwerking van Europese grondrechten in het verbintenissenrecht, en bespreekt hierbij zowel het EVRM als EU-handvest. Zij concludeert dat Europese grondrechten gamechangers kunnen zijn, onder meer omdat zij aanleiding kunnen geven tot een vorm van genoegdoening, óók of juist als de nationale rechter oordeelt dat op grond van het nationale recht geen recht op schadevergoeding bestaat


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. J.M. Emaus is als universitair docent werkzaam bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en is als onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) en het Studie- en Informatiecentrum Mensenrechten (SIM).
Artikel

Wo viel Licht ist, ist starker Schatten?

Het recht op een effectieve (civiele) remedie naar Unierecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden effectiviteitsbeginsel, effectieve rechtsbescherming, doorwerking, Unierecht, civiele remedie
Auteurs Mr. I.V. Aronstein
SamenvattingAuteursinformatie

    Het effectiviteitsbeginsel en het beginsel van effectieve rechtsbescherming vormen het fundament van de doorwerkingsvormen van Unierecht in privaatrechtelijke rechtsverhoudingen. Deze bijdrage geeft globaal inzicht in hoe private partijen Unierecht kunnen inroepen tegen een andere private partij, welke voorwaarden gesteld worden aan civiele remedies en hoe in die context de bovengenoemde beginselen andere beginselen beperken.


Mr. I.V. Aronstein
Mr. I.V. Aronstein is onderzoeker aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht, Radboud Universiteit en daarnaast verzorgt zij postacademisch onderwijs op het gebied van de invloed van het Unierecht op de civiele rechtspraktijk.
Artikel

Richtlijnen en privaatrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden implementatie, doorwerking, invloed, ambtshalve toetsing, remedies
Auteurs Mr. drs. D.F.H. Stein
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijnen zijn niet meer weg te denken uit het privaatrecht. In deze bijdrage gaat de auteur in op verschillende wijzen waarop richtlijnen invloed uitoefenen op het privaatrecht, anders dan door middel van implementatie. De auteur formuleert een antwoord op de vraag in hoeverre richtlijnen voor het Nederlandse én Europese (Unie)privaatrecht als ‘gamechanger’ moeten worden aangemerkt.


Mr. drs. D.F.H. Stein
Mr. drs. D.F.H. Stein is promovendus en docent Burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R). Hij is tevens redacteur van dit blad.
Artikel

Access_open Gamechangers in het Europees privaatrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden Europees privaatrecht, Unie-recht
Auteurs Prof. mr. H.N. Schelhaas en Mr. drs. D.F.H. Stein
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit redactioneel wordt het centrale onderwerp van dit thema-nummer toegelicht en wordt nader ingegaan op de gamechangers in het Europees privaatrecht die in het nummer aan de orde komen.


Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en redacteur van dit blad.

Mr. drs. D.F.H. Stein
Mr. drs. D.F.H. Stein is promovendus en docent Burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen, verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R) en redacteur van dit blad.
Artikel

Het nieuwe goud: betalen met data

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden persoonsgegevens, data, ontbinding, consumentenbescherming, toestemming
Auteurs Mr. dr. C. Spierings
SamenvattingAuteursinformatie

    Gebruikers betalen voor veel online diensten niet met geld, maar met gegevens In dit artikel onderzoekt de auteur welke bescherming consumenten kunnen ontlenen aan de op 11 juni 2019 in werking getreden richtlijn over digitale inhoud en digitale diensten (2019/770) en de Algemene verordening gegevensbescherming.


Mr. dr. C. Spierings
Mr. dr. C Spierings is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam en als fellow verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De digitale werkwijzen van de ACM en de AFM bekeken met een AVG-bril

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden AVG, digitale opsporing, werkwijze ACM en AFM, artikel 5:17 Awb
Auteurs Elsbeth Beumer
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor het opsporen van overtredingen vergaren toezichthouders in toenemende mate digitaal materiaal bij vermeende overtreders. De bevoegdheid om digitaal opgeslagen zakelijke gegevens te kopiëren, hebben toezichthouders op grond van artikel 5:17 Awb. De ACM en AFM hebben deze bevoegdheid en de manier waarop zij het digitale materiaal verzamelen en kopiëren uitgewerkt in een werkwijze. In dit artikel worden deze ‘digitale werkwijzen’ van de ACM en AFM bekeken met een AVG-bril. Is de bevoegdheid om (soms grote) hoeveelheden en (on)gestructureerde data te verzamelen en kopiëren in overeenstemming met de AVG? En zo ja, welke eisen stelt de AVG aan de digitale werkwijzen?


Elsbeth Beumer
Dr. mr. A.E. Beumer is als senior opsporingsambtenaar werkzaam bij de Autoriteit Consument & Markt en is nauw betrokken bij de uitvoering van de ACM Digitale Werkwijze.
Artikel

Advisering door het EHRM in civiele zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2019
Trefwoorden 16e Protocol, EHRM, Hoge Raad, advies, prejudiciële vragen
Auteurs Johan Valk
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanaf 1 juni 2019 kan de Hoge Raad het EHRM in concrete zaken vragen om een (prejudicieel) advies uit te brengen. Wat betekent dit voor civiele zaken? Dit artikel biedt een overzicht. Aan de orde komen onder meer het adviesverzoek door de Hoge Raad, de procedure bij het EHRM en de procedure na advisering door het EHRM.


Johan Valk
Mr. J.J. Valk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Rechtsbescherming

Rechtstreekse horizontale werking van grondrechten van de Europese Unie

De lessen uit Egenberger, Bauer en Cresco Investigation

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden EU-grondrechten, Handvest van de Grondrechten, algemene beginselen van EU-recht, non-discriminatie, recht op jaarlijkse betaalde vakantie
Auteurs Mr. dr. A. Eleveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in de arresten Egenberger, IR, Bauer, Max-Planck en Cresco Investigation) expliciet horizontale werking toegekend aan het in het Handvest neergelegde verbod van discriminatie op grond van godsdienst en het grondrecht op een jaarlijkse betaalde vakantie. Deze bijdrage concludeert dat het Hof van Justitie de deur heeft opengezet voor rechtstreekse werking van ‘dwingende’ en ‘onvoorwaardelijke’ Handvestbepalingen in relaties tussen particulieren, waarbij het niet is uitgesloten dat deze Handvestbepalingen als zelfstandige toetsingsmaatstaf dienen voor zuiver particulier handelen.

    • HvJ 17 april 2018, zaak C-414/16, Egenberger, ECLI:EU:C:2018:257.

    • HvJ 6 november 2018, gevoegde zaken C-569/16 en C-570/16, Bauer, ECLI:EU:C:2018:871.

    • HvJ 22 januari 2019, zaak C-193/17, Cresco Investigation, ECLI:EU:C:2019:43.


Mr. dr. A. Eleveld
Mr. dr. A. (Anja) Eleveld is als universitair docent Sociaal Recht verbonden aan de Vrije Universiteit
Toont 1 - 20 van 26 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.