Zoekresultaat: 42 artikelen

x
Jaar 2009 x
Artikel

Access_open Doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht in drievoud

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden rechtsmachtverdeling, privaatrecht, publiekrecht, bestuursrechtelijke geldschulden
Auteurs Dr. mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaan in verhoudingen tussen een burger en de overheid drie vormen van doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht. De eerste vorm van doorwerking hangt samen met de rechtsmachtverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter. De tweede vorm van doorwerking hangt samen met de voorrang van publiekrechtelijke normen in het privaatrecht. Deze voorrang kan op twee manieren worden bereikt. Het is mogelijk dat publiekrechtelijke normen op onaanvaardbare wijze worden doorkruist indien gebruik gemaakt wordt van een privaatrechtelijke bevoegdheid. Een andere wijze waarop deze voorrang kan worden bewerkstelligd is het opnemen van een regeling in het publiekrecht van materie die ook in het BW is geregeld. De derde vorm van doorwerking betreft de doorwerking van publiekrechtelijke regels via open normen in het privaatrecht. Met het oog op de toekomst rijst de vraag welke van deze drie vormen van doorwerking in de toekomst zullen blijven bestaan en welke het meest prominent zullen worden.


Dr. mr. M.W. Scheltema
Dr. mr. M.W. Scheltema is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.



J.H.M. van Swaaij
Artikel

Vergoeding van medische schade in België: het nieuwe tweesporensysteem

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2009
Trefwoorden tweesporensysteem, medische schade, foutaansprakelijkheidsrecht, no fault-systeem
Auteurs Mevrouw mr. E. de Kezel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden kort de ontwikkelingen geschetst die het medisch aansprakelijkheidsrecht in België heeft ondergaan en wellicht nog zal ondergaan. In België ligt het foutaansprakelijkheidsrecht als systeem tot vergoeding van medische schade reeds lang onder vuur. Door de Wet van 15 mei 2007 werd het klassieke foutaansprakelijkheidsrecht als vergoedingssysteem voor medische schade afgeschaft en werd er een nieuw vergoedingssysteem ingevoerd, waarbij de fout als grondvoorwaarde tot de vergoeding wordt geschrapt (het zogenoemde ‘no fault’-systeem). Hoewel de inwerkingtreding voorzien was voor 1 januari 2008, is dit systeem nooit in werking getreden. Op 23 oktober 2008 besliste de federale ministerraad om de nieuwe ingevoerde no fault-regeling te herzien en te vervangen door een foutloze aansprakelijkheidsregeling, geïnspireerd door het Franse systeem (tweesporensysteem). Tegelijkertijd werd beslist om het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg, het KCE, te belasten met een studieopdracht om de kostprijs te ramen van een dergelijk systeem in België. De inwerkingtreding van de no fault-Wet van 15 mei 2007 werd, in afwachting daarvan, voor de tweede maal uitgesteld voor onbepaalde tijd, via een bepaling in de Wet houdende diverse bepalingen (I) van 22 december 2008. De zet die de procedure inzake de geschillen over het toepassingsgebied van de no fault-Wet regelde (Wet inzake de regeling van geschillen van 15 mei 2007) werd eveneens voor de tweede maal uitgesteld, via een bepaling opgenomen in de Wet houdende diverse bepalingen (II) van 22 december 2008. Op dit moment speelt dus nog steeds het ‘klassieke’ foutaansprakelijkheidsrecht.


Mevrouw mr. E. de Kezel
Mw. mr. E. de Kezel is docent aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht, Vrij Wetenschappelijk Medewerker aan het Centrum voor Verbintenissenrecht van de Universiteit Gent, en advocaat bij Stibbe aan de Balie te Brussel.
Artikel

De verbroken relatie en begunstiging krachtens levensverzekering van de ex-partner

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2009
Trefwoorden verbroken relatie, begunstiging, levensverzekering, ex-partner
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens
Samenvatting

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de vraag of gelijkluidende makingen in uiterste wilsbeschikkingen en begunstigingen bij levensverzekering tot eenzelfde (verkrijgings)resultaat leiden. Dit wordt bekeken aan de hand van een tweetal op de bevoordeling van een echtgenoot of partner afgestemde begunstigingsredacties. Tot slot voert een uitspraak van Hof Den Bosch tot een beschouwing over de (on)mogelijkheden tot uitleg van het partnerbegrip in polisvoorwaarden en de vraag welke methode bij de uitleg van een begunstigingsclausule in een polis van levensverzekering gehanteerd zou moeten worden.


Mr. F.M.H. Hoens
Praktijk

Over nut en noodzaak van goede geschillenregelingen voor (familie)bedrijven

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2009
Trefwoorden impasse, geschillenregeling, enquêterecht, deskundigenbericht
Auteurs dr. Bart Prinsen en Carmen Verschuur-Buijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In companies people work together intensively, especially in family run companies. In such a situation, the interests (income, capital and employment) can be enormous when parties fail to live up to each others expectations.How to deal with situations when parties are in a dead-lock and the continuity of the business is at stake? Depending on the legal form of the company and the type of conflict, there are different legal actions to settle a (legal) conflict. However, there are so many rules and different procedures for each type of legal form, that it may dazzle the reader. Moreover, these procedures may take a long time, while the parties in a family dead-lock desire an expert/arbiter/mediator proceeding expeditiously.In a sense a marriage is also a family run company. The following experiences from the area of family law are described: the processes of a divorce, the break-up announcement (the opposite of the marriage proposal), the experiment in court with the so-called regierechter in family cases, the prenuptial agreement and the plan for parenthood after a divorce. Our conclusion is that in case of a dead-lock, parties need to have a good set of rules on the settlement of disputes, to find a qualified expert/arbiter/mediator having knowledge and experience in financial/tax/pension/legal matters and familiar with dealing with emotions in a deadlock.


dr. Bart Prinsen
Bart Prinsen is advocaat ondernemingsrecht bij MannaertsAppels AdvocatenNotarissen te Breda, lid van Teamwork = Maetwerk, expertisegroep bij conflicten en conflictbeheersing rondom vennootschap en rechtspersoon, en docent ondernemingsrecht aan het Departement Business Law van de Universiteit van Tilburg.

Carmen Verschuur-Buijssen
Carmen Verschuur-Buijssen is advocaat personen- en familierecht bij Asselbergs & Klinkhamer advocaten te Etten-Leur (voorheen rechterlijk ambtenaar in opleiding bij de rechtbank te Breda en docente contract- en aansprakelijkheidsrecht aan het Departement Privaatrecht van de Universiteit van Tilburg).
Artikel

Driekwart van de heersende leer over vervaltermijnen is onjuist

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden verval, verjaring, ambtshalve toepassing, stuiting
Auteurs Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat betreft vermogensrechtelijke vervaltermijnen zijn drie van de vier traditionele onderscheidingen tussen verval en verjaring onhoudbaar: (1) vervaltermijnen moeten net zo min als verjaringstermijnen ambtshalve worden toegepast en (2) afstand van verval is niet in mindere mate mogelijk dan afstand van verjaring. (3a) Stuiting van verval is, via een redelijke wetsuitleg of via de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, mogelijk als het gaat om vorderingsrechten.Helemaal gelijk zijn vermogensrechtelijke verval- en verjaringstermijnen intussen niet; (3b) voor bevoegdheden of obliegenheiten is de stuitingfiguur in de regel ongeschikt, omdat daar de crediteur zelf zijn recht kan verwezenlijken of zijn obliegenheit kan vervullen.


Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
Mr. dr. J.L. Smeehuijzen is universitair docent aan de VU en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof Arnhem. Deze bijdrage is grotendeels ontleend aan hoofdstuk 28 van zijn dissertatie De bevrijdende verjaring (VU 2008).
Artikel

Discovery in het Nederlands burgerlijk procesrecht

‘Advies over gegevensverstrekking in burgerrechtelijke zaken’ van de Adviescommissie voor Burgerlijk Procesrecht becommentarieerd

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden exhibitieplicht, artikel 843a Rv, bewijsgaring en bewijslevering, partijautonomie, waarheidsplicht, discovery, disclosure
Auteurs Mr. dr. P.J. van der Korst
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een samenvatting van- en een commentaar op het advies van de Adviescommissie Burgerlijk Procesrecht van 14 juli 2008 over ‘discovery’ (gegevensverstrekking in burgerrechtelijke zaken). De conclusie is dat de door de Adviescommissie opgesomde uitgangspunten processueel georiënteerd zijn maar dat de Commissie deze vertaalt in aanpassing van een preprocessuele wetsbepaling (art. 843a Rv). Het artikel sluit af met een alternatieve schets voor een wettelijke regeling.


Mr. dr. P.J. van der Korst
Mr. dr. P.J. van der Korst is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam en is als docent verbonden aan het Van der Heijden Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De prikkels tot onderling overleg in het nieuwe echtscheidingsprocesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden echtscheidingsprocesrecht, ouderschapsplan, echtscheidingsconvenant, mediation
Auteurs Mevrouw mr. L. Coenraad
SamenvattingAuteursinformatie

    Het herziene echtscheidingsprocesrecht is veel meer dan voorheen gericht op het in onderling overleg regelen van de gevolgen van echtscheiding door partijen. De nieuwe regels bevatten diverse prikkels voor scheidende echtgenoten om daadwerkelijk tot overeenstemming te komen, waarbij bovendien aan de rechter een grotere rol is toebedacht. De rechter zit bij echtscheiding, ondanks aanhoudende pleidooien voor een administratieve echtscheiding, dus nog steeds stevig in het zadel.


Mevrouw mr. L. Coenraad
Mevrouw mr. L.M. Coenraad is als universitair hoofddocent privaatrecht verbonden aan de VU.
Artikel

Beschikkingsonbevoegdheid, zaaksgevolg en relatieve nietigheid als mogelijke rechtsgevolgen van beslag

Blijven wij na HR 5 september 2008, NJ 2009, 154 (Forward/Huber) en HR 20 februari 2009, NJ 2009, 376 (Ontvanger/mr. De Jong q.q.) gevangen in het denkkader van het burgerlijk recht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden beschikkingsonbevoegdheid, zaaksgevolg, relatieve nietigheid, rechtsgevolg beslag
Auteurs Mr. D.J. van der Kwaak
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag wat het rechtsgevolg van een beslag inhoudt, zijn de afgelopen decennia veel opvattingen naar voren gebracht. In twee recente arresten (HR 5 september 2008, NJ 2009, 154 en HR 20 februari 2009, NJ 2009, 376) lijkt de Hoge Raad uitdrukkelijk afstand te nemen van de opvatting dat beslag tot (relatieve) beschikkingsonbevoegdheid leidt. Maar hoe is het rechtsgevolg van een beslag dan wel te begrijpen? Met name wordt bezien of sprake is van zaaksgevolg of van relatieve nietigheid, waarbij aandacht wordt besteed aan de verhouding tussen het burgerlijk recht en het burgerlijk procesrecht.


Mr. D.J. van der Kwaak
Mr. D.J. van der Kwaak is raadsheer in het Hof Amsterdam.
Jurisprudentie

Rechterlijke macht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden rechterlijke macht, uniforme rechtstoepassing, Wet RO
Auteurs Mr. drs. G. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2003 verscheen in dit tijdschrift een kroniek getiteld ‘Rechterlijke macht’. Die draad wordt hier opgepakt. Gezien de periode die sindsdien is verstreken, kan in deze kroniek slechts een gering deel van de ontwikkelingen in de organisatie van de civiele rechtspraak sinds 2003 aan de orde komen. De aandacht zal in het bijzonder uitgaan naar de uniforme rechtstoepassing en naar de voorziene wijzigingen in de organisatie van de civiele rechtspraak in eerste aanleg.


Mr. drs. G. de Groot
Mr. drs. G. de Groot is vice-president van de Rechtbank Amsterdam en onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Mediation: de omvang van de getuigplicht van de mediator

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2009
Trefwoorden mediation, verschoningsrecht, geheimhouding, waarheidsplicht, bewijsovereenkomst
Auteurs Mr. I. Brand
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 10 april 2009 heeft de Hoge Raad een voor de mediationpraktijk belangrijk arrest gewezen door zich uit te spreken over de omvang van de getuigplicht van de mediator. In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de methoden die in de mediationpraktijk zijn ontwikkeld om het vertrouwelijke karakter van een mediation te beschermen. Vervolgens wordt het arrest van de Hoge Raad besproken, waarin deze zich uitlaat over de wijze waarop deze methoden moeten worden gehanteerd. Tot slot wordt ingegaan op de vraag wanneer het vertrouwelijke karakter van de mediation lijkt te kunnen worden doorbroken.


Mr. I. Brand
Mr. I. Brand is werkzaam als rechter-in-opleiding bij de Rechtbank Den Haag.
Artikel

Procederen door en tegen personenvennootschappen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2009
Trefwoorden personenvennootschappen, afgescheiden vermogen, aansprakelijkheid vennoten voor vennootschapsschulden, procesbevoegdheid, titel 7.13 BW
Auteurs Mr. K. Teuben
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de vragen die kunnen rijzen indien door of tegen een personenvennootschap moet worden geprocedeerd. Aan de orde komen onder meer het aangaan van rechten en verplichtingen door de vennootschap, de aansprakelijkheid van individuele vennoten voor schulden van de vennootschap, het afgescheiden vermogen van de vennootschap, de procesbevoegdheid van de vennootschap en de mogelijkheden tot tenuitvoerlegging van een veroordelend vonnis op het vermogen van de vennootschap en het privévermogen van de vennoten. Hierbij wordt zowel aandacht besteed aan het huidige recht als aan de aankomende titel 7.13 BW.


Mr. K. Teuben
Mr. K. Teuben is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

Schade effectenlease-overeenkomsten deels vergoed

Hoge Raad doet uitspraak in drie effectenleasezaken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2009
Trefwoorden effectenlease, misleidende reclame, zorgplicht, causaal verband, schade
Auteurs Mr. drs. A.C.W. Pijls
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 5 juni jongstleden wees de Hoge Raad arrest in een drietal effectenleasezaken. De Hoge Raad biedt goede aanknopingspunten om in de vele nog lopende procedures tot een oplossing en/of schikking te komen. In deze bijdrage worden de relevante leerstukken behandeld en wordt besproken hoe de Hoge Raad hier in het kader van effectenlease over heeft geoordeeld.


Mr. drs. A.C.W. Pijls
Mr. drs. A.C.W. Pijls is promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De rechterlijke machtiging: een functioneel rechtsmiddel afgestoft

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2009
Trefwoorden rechterlijke machtiging, schadevergoeding, nakoming, remedies, verzuim
Auteurs Mr. D. Haas
SamenvattingAuteursinformatie

    De rechterlijke machtiging (art. 3:299 BW) verschaft de schuldeiser de bevoegdheid om op kosten van de schuldenaar een derde in te schakelen teneinde een soortgelijke situatie tot stand te brengen als die zijn tekortschietende schuldenaar had toegezegd. Van de praktische mogelijkheden die de rechterlijke machtiging biedt, wordt in de praktijk echter slechts spaarzaam gebruik gemaakt. Voldoende reden om weer eens de aandacht op deze rechtsfiguur te vestigen.


Mr. D. Haas
Mr. D. Haas is universitair docent Vrije Universiteit Amsterdam.

    Uit een vergelijking tussen de teksten van het juist geïntroduceerde Rome I en het EVO volgt dat Rome I verandering brengt in de regeling van de rechtskeuze. Die veranderingen worden in dit artikel onder de loep genomen. Daartoe wordt aan de volgende onderwerpen aandacht besteed: (1) de totstandkoming van een rechtskeuze; (2) vrijheid van de contractspartijen een contractuele rechtskeuze te maken; (3) bepalingen en regels die de werking of de effecten van een geldige rechtskeuze beperken; en (4) de vraag in hoeverre een keuze voor niet-statelijk recht is toegestaan.


Mw. mr. A. van der Kruk
Mw. mr. A. van der Kruk is advocaat bij Simmons & Simmons te Rotterdam.
Boekbespreking

Hoger beroep

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2009
Trefwoorden hoger beroep
Auteurs Mr. V. van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van F.B. Bakels, A. Hammerstein en E.M. Wesseling-van Gent, Hoger beroep, deel 4 in de Asser-serie procesrecht, Deventer: Kluwer 2009


Mr. V. van den Brink
Mr. V. van den Brink is vice-president van het Gerechtshof Arnhem en redacteur van dit blad.
Artikel

De leer van de bindende eindbeslissing in dezelfde instantie, in hoger beroep en na verwijzing na HR 25 april 2008, NJ 2008, 553 (De Vries/Gemeente Voorst)

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2009
Trefwoorden burgerlijk procesrecht, bindende eindbeslissing, gemeente Voorst, gebondenheid, hoger beroep, verwijzing
Auteurs Mr. drs. P.A. Fruytier
SamenvattingAuteursinformatie

    Tot voorkort was het voor de rechter slechts mogelijk terug te komen van een bindende eindbeslissing, indien de gegeven omstandigheden het onaanvaardbaar zouden maken dat de rechter aan die eindbeslissing zou zijn gehouden. Nadat in dit leerstuk in de loop van 2006 en 2007 al beweging is gekomen, heeft de Hoge Raad in het De Vries/Gemeente Voorst-arrest (HR 25 april 2008, NJ 2008, 553) een nieuw criterium ontwikkeld dat erop neerkomt dat de rechter - mits hij partijen daaromtrent allereerst hoort - terug mag komen op een bindende eindbeslissing, indien deze berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag.In dit artikel wordt ten eerste nagegaan hoever deze nieuwe maatstaf nu precies strekt en ten tweede in hoeverre het verruimde criterium ook invloed heeft op de gebondenheid van de appèlrechter en de verwijzingsrechter aan eindbeslissingen uit een eerdere instantie.


Mr. drs. P.A. Fruytier
Mr. drs. P.A. Fruytier is advocaat te Den Haag.
Artikel

De verpanding van rekening-courantsaldi

De stand van zaken in tijden van recessie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2009
Trefwoorden pandrecht, rekening-courantsaldo, aard, openbaar, inning
Auteurs Mr. J.E. Drinkhill
SamenvattingAuteursinformatie

    Een behandeling van en een overzicht van de literatuur aangaande verschillende aspecten van het pandrecht op rekening-courantsaldi, waaronder de aard van dergelijke saldi, de vorm van verpanding – stil of openbaar – en de inningsbevoegdheid van het verpande saldo.


Mr. J.E. Drinkhill
Mr. J.E. Drinkhill is advocaat bij Houthoff Buruma te Londen.
Jurisprudentie

Aansprakelijkheid voor asbestblootstelling

Hof Den Bosch 6 mei 2008, LJN BD 5666

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2009
Trefwoorden angstschade, asbest, blootstelling
Auteurs Mevrouw mr. E.P. Ceulen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt een werknemer die ten gevolge van de blootstelling aan asbesthoudend materiaal in 2001 vanwege psychische klachten volledig arbeidsongeschikt raakte. De psychische klachten zijn volgens de werknemer het gevolg van de angst voor een asbestziekte die zich in de toekomst zou kunnen openbaren. Voor vergoeding van zijn schade sprak de werknemer zijn materiële werkgever aan.


Mevrouw mr. E.P. Ceulen
Mevrouw mr. E. P. Ceulen is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V
Toont 1 - 20 van 42 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.