Zoekresultaat: 33 artikelen

x
Jaar 2014 x
Artikel

Eenzijdige openbaarmaking van informatie: waar ligt de grens?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2014
Trefwoorden Eenzijdige openbaarmaking marktgedrag, Doelbeperking, Besloten marktgedrag/niet besloten marktgedrag, Cheap talk, o.a.f.g./onderling afgestemde feitelijke gedraging
Auteurs Onno Brouwer en Lorenzo Coppi
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt aan de hand van een aantal recente zaken, waaronder begrepen het toezeggingsbesluit van ACM inzake mobiele netwerkoperatoren, de vraag op basis van welke criteria een eenzijdige openbaarmaking van informatie op mededingingsbezwaren kan stuiten in een context waarin geen sprake is van ‘uitwisseling’ van informatie of een hardcore kartel. Autoriteiten lijken soms snel eenzijdige openbaarmakingen aan te merken als een doelbeperking. De auteurs pleiten zowel op basis van economische als juridische gronden voor een meer gebalanceerd analysekader: alleen gedrag dat op basis van voldoende algemeen erkende ervaring kan worden verondersteld de concurrentie te schaden, kan worden aangemerkt als een doelinbreuk. In veel gevallen zijn eenzijdige mededelingen omtrent marktgedrag concurrentiebevorderend of niet dusdanig concurrentiebeperkend dat zij zouden moeten worden gekwalificeerd als een doelinbreuk.


Onno Brouwer
Onno W. Brouwer is partner bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP Brussel/Amsterdam.

Lorenzo Coppi
Lorenzo Coppi is Executive Vice President bij CompassLexecon.
Artikel

Meer ruimte voor producentenorganisaties door hervorming Europees landbouwbeleid

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2014
Trefwoorden Landbouwbeleid, producentenorganisaties, hervorming, Gemeenschappelijke Marktverordening, GMO, EU
Auteurs Mr. ir. Maria E.G. Litjens
SamenvattingAuteursinformatie

    In de nieuwe GMO-verordening prevaleren de producentenorganisatieregels binnen bepaalde grenzen boven de mededingingsregels. Evenals vroeger zijn de grenzen van de vrije ruimte in de verordening in algemene bewoordingen geformuleerd. Dit leidt tot een groot grijs gebied en daarmee tot grote onzekerheid over toelaatbaarheid van handelen. De ruimte voor meer samenwerking geldt niet alleen voor producentenorganisaties, maar voor elke andere vorm van samenwerking in de land- en tuinbouw.


Mr. ir. Maria E.G. Litjens
Maria Litjens is werkzaam bij de leerstoelgroep Recht en Bestuur aan Wageningen Universiteit. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

Het nieuwe regime voor overeenkomsten inzake technologieoverdracht

Een bespreking van de belangrijkste wijzigingen en enkele kanttekeningen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2014
Trefwoorden GVTO, TTBER, Technologieoverdracht, Niet-aanvechtingsclausule, Grant-back
Auteurs Mr. Bart de Rijke en Mr. Roos van der Poel
SamenvattingAuteursinformatie

    Het van kracht worden van de nieuwe groepsvrijstellingsverordening voor overeenkomsten inzake technologieoverdracht (GVTO) en de bijbehorende Richtsnoeren heeft praktische implicaties voor gebruikelijke licentievoorwaarden. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van het oude regime zien op het toepassingsbereik van de GVTO, de (on)mogelijkheid passieve verkopen te beperken ter bescherming van startende licentienemers, grant-back verplichtingen en niet-aanvechtings- en beëindigingsbedingen. De Richtsnoeren bevatten voorts uitgebreide vingerwijzingen over technologiepools en schikkingsovereenkomsten. Op papier gaat de licentienemer erop vooruit, maar in hoeverre de doorgevoerde wijzigingen in de praktijk zijn te handhaven valt nog te bezien.


Mr. Bart de Rijke
Mr. B. de Rijke is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.

Mr. Roos van der Poel
Mr. R.M.A. van der Poel is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.
Artikel

De modernisering voorbij: de mededingingsbeperking in het kartelverbod en in het staatssteunverbod

Een aanzet voor een vergelijkende studie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden Modernisering, Mededingingsbeperking, Kartelverbod, Staatssteun, Economische benadering
Auteurs Dr. Laura Parret
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel de mededingingsregels als de staatssteunregels hebben de afgelopen jaren een zogenoemde modernisering ondergaan. De meest recente modernisering, die van de staatssteunregels, vond inspiratie in de eerdere modernisering van de mededingingsregels. Beide hebben minstens één gemeenschappelijk kenmerk: de invoering van een meer economische benadering. Aanleiding genoeg om stil te staan bij het verband tussen beide onderdelen van het brede mededingingsrecht. Deze bijdrage doet dat aan de hand van het aan de artikelen 101 en 107 VWEU gemeenschappelijke begrip ‘mededingingsbeperking’ en de impact van de modernisering daarop. Zullen de respectievelijke moderniseringen het kartelverbod en het staatssteunverbod dichter bij elkaar brengen of juist niet?
    Artikel 101 en 107 VWEU


Dr. Laura Parret
Dr. L.Y.M. (Laura) Parret is advocaat bij Houthoff Buruma te Brussel.
Recent

De (definitieve) richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2014
Trefwoorden Richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken, Kartelschade, Private handhaving van het mededingingsrecht, Courage/Crehan, Passing-on
Auteurs Mr. Tim Raats
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 april 2014 heeft het Europees Parlement de Richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken aangenomen. Deze richtlijn vormt het sluitstuk van een traject dat reeds in 2001 is ingezet met het Courage/Crehan-arrest. In deze signalering staat de definitieve tekst van de richtlijn centraal. Na een korte bespreking van de inhoud van de richtlijn gaat de signalering met name in op de wijzigingen van de definitieve tekst van de richtlijn ten opzichte van het in 2013 gepubliceerde richtlijnvoorstel.


Mr. Tim Raats
Mr. T. Raats is advocaat bij de sectie mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.
Jurisprudentie

Prijsvorming onder de paraplu van het kartel: aansprakelijkheid van karteldeelnemers voor schade door ‘ umbrella pricing’?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2014
Trefwoorden Kartelschade, umbrella-effecten, umbrella pricing, schadevergoeding, private handhaving
Auteurs Mr. Rogier Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 5 juni 2014 heeft het Hof van Justitie zich uitgelaten over schadevergoeding in verband met umbrella-effecten. Het gaat daarbij om schade die wordt geleden door afnemers van producenten die niet hebben deelgenomen aan het kartel maar die hun prijzen als gevolg van het kartel op een hoger niveau hebben vastgesteld dan zonder dit kartel het geval zou zijn geweest. Naar Oostenrijks recht is verhaal van dit type schade niet mogelijk. Het Hof van Justitie overweegt dat deze categorische uitsluiting van de mogelijkheid tot schadevergoeding niet is toegestaan.


Mr. Rogier Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij ZIPPRO & MEIJER advocaten en als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Brink’s Nederland B.V. – Geldservice Nederland B.V.

ACM-Besluit op bezwaar d.d. 3 juli 2014, zaak 7512, inzake het bezwaarschrift van Brink’s Nederland B.V. tegen het besluit van ACM van 3 juni 2013 tot afwijzing van de aanvraag om toepassing van artikel 56 lid 1 Mw

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2014
Trefwoorden ACM, mededingingsbeperkend, Brink’s geldtransport, artikel 6 en 24 Mw
Auteurs Mr. Cees Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak gaat de ACM naar aanleiding van een klacht van geldtransporteur Brink’s na of een samenwerking door ABNAMRO, ING en Rabobank op het gebied van geldverwerking en (de inkoop van) geldtransport in strijd is met artikel 6 en 24 Mw en 101 en 102 VWEU. Daar waar in het primaire besluit nog werd uitgegaan van een mededingingsbeperkende overeenkomst voor wat betreft de samenwerking op het gebied van de inkoop van geldtransport, maar deze volgens de ACM voldeed aan de criteria van artikel 6, lid 3, Mw, oordeelt de ACM in het besluit op bezwaar dat ook dit deel van de samenwerking niet mededingingsbeperkend is. Het besluit op bezwaar bevat een aantal belangwekkende oordelen, waar de auteur kanttekeningen bij plaatst.


Mr. Cees Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Voorstel IORP II-richtlijn: aanzet tot hervorming van het Nederlands pensioenstelsel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden IORP-richtlijn, IORP II, pensioenfonds, pensioeninstelling, pensioenstelsel
Auteurs Mr. drs. Pascal Borsjé en Dr. Hans van Meerten
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorstel van de Europese Commissie van 27 maart 2014 tot herziening van de IORP-richtlijn (met betrekking tot instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen) heeft consequenties voor het huidige Nederlandse pensioenstelsel. De Europese Commissie streeft naar een gelijk speelveld tussen pensioenfondsen en verzekeraars en heeft daarom in het voorstel gekeken naar de uitgangspunten voor verzekeraars onder Solvency II-richtlijn. Het voorstel beoogt onder meer de bescherming van transparante individuele pensioenrechten. Dit staat op gespannen voet met het principe van ‘solidariteit’ dat in het Nederlandse pensioenstelsel traditioneel als uitgangspunt wordt gehanteerd. De hervorming van het Nederlands pensioenstelsel lijkt daarom ook vanuit EU-rechtelijk perspectief noodzakelijk.
    Europese Commissie, Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, Brussel, 27 maart 2014 COM(2014)167 final, 2014/0091 (COD)


Mr. drs. Pascal Borsjé
Mr. drs. P. (Pascal) Borsjé is advocaat bij Clifford Chance LLP te Amsterdam.

Dr. Hans van Meerten
Dr. H. (Hans) van Meerten is advocaat bij Clifford Chance LLP te Amsterdam.
Jurisprudentie

‘Aan een boom zo vol geladen …’

De uitspraak van het College in de Boomkwekerijen-zaak, een belangwekkende tussenstand in het Nederlandse kartelrecht. Annotatie bij CBb 10 april 2014, AWB 10/828, AWB 10/829 en CBb 10 april 2014, AWB 10/830 (Boomkwekerijen)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2014
Trefwoorden kartelzaak, ambtshalve toepassing artikel 101 VWEU, toepassing bagatelvrijstelling, systeeminbreuk, verval van sanctiebevoegdheid
Auteurs Mr. Winfred Knibbeler en mr. Alvaro Pliego Selie
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Boomkwekerijen-zaak oordeelt het College dat ACM in de sanctiefase nog stukken aan het dossier mag toevoegen indien deze door bij het kartel betrokken ondernemingen worden ingediend. Een oordeel over de ambtshalve toepassing van artikel 101 VWEU wordt vermeden door te oordelen dat het kartel geen interstatelijk effect had. Het College aanvaardt de niet-toepasselijkheid van de bagatelbepaling, zonder duidelijke bewijs- of motiveringsregels te formuleren. Ofschoon het College een systeeminbreuk als bewezen verklaart, stelt het niettemin hoge eisen aan het bewijs van de duur van deze inbreuk. Deze benadering staat op gespannen voet met de Europese rechtspraak.1xCBb 10 april 2014, AWB 10/828 en AWB 10/829, ECLI:NL:CBB:2014:118 (Darthuizer) en CBb 10 april 2014, AWB 10/830, ECLI:NL:CBB:2014:119 (Van den Oever).

Noten


Mr. Winfred Knibbeler
Mr. W. Knibbeler is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.

mr. Alvaro Pliego Selie
Mr. A.A.J. Pliego Selie is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Artikel

Kwantificering van schadevorderingen in mededingingszaken

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2014
Trefwoorden schadevordering, Richtlijn betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op bepalingen van het Europese mededingingsrecht, artikel 101 en 102 VWEU, kwantificering, schade
Auteurs Prof. dr. Wim Driehuis
SamenvattingAuteursinformatie

    De recentelijk aanvaarde Richtlijn betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen wegens inbreuken op artikel 101 en 102 EU in nationale civiele rechtszaken wordt vergezeld van een gids voor het kwantificeren van de schade. De gids behandelt de meest gangbare methoden en technieken, maar spreekt geen expliciete voorkeur uit aan de hand van hun voor- en nadelen. Dit artikel bespreekt de inhoud van de gids en komt tot de conclusie dat de Commissie wel degelijk een bepaalde rangorde prefereert.


Prof. dr. Wim Driehuis
Prof. dr. W. Driehuis is emeritus hoogleraar Toegepaste Economie aan de UvA en verbonden aan ACLE (Amsterdam Center for Law and Economics, UvA).
Artikel

Gas terug bij exclusiviteitsbedingen in de brandstofsector

Exclusieve afnamebepalingen in toenemende mate onder druk door het mededingingsrecht?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2014
Trefwoorden exclusiviteit, afnamebepaling, strekking, effect, motorbrandstoffen
Auteurs Mr. Stefan Tuinenga
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk heeft de Hoge Raad twee arresten gewezen inzake exclusieve-afnamebepalingen in contracten tussen leveranciers en afnemers van motorbrandstoffen. In de zaak Mandje/Rab oordeelde de Hoge Raad dat een exclusieve-afnamebepaling tussen een leverancier en een afnemer onder omstandigheden de strekking kan hebben de mededinging te beperken, terwijl de vaste lijn in de Europese jurisprudentie is deze bedingen aan een diepgaande effectanalyse te onderwerpen. In de zaak BP/Benschop bevestigde de Hoge Raad een oordeel van het Hof Amsterdam dat een exclusieve-afnamebepaling voor twintig jaar het gevolg had de mededinging te beperken, terwijl de vereiste diepgaande contextuele analyse van de effecten ontbrak.


Mr. Stefan Tuinenga
Mr. S. Tuinenga is advocaat bij Stibbe.
Jurisprudentie

‘Aan een boom zo vol geladen …’

De uitspraak van het College in de Boomkwekerijen-zaak, een belangwekkende tussenstand in het Nederlandse kartelrecht. Annotatie bij CBb 10 april 2014, AWB 10/828, AWB 10/829 en CBb 10 april 2014, AWB 10/830 (Boomkwekerijen)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2014
Trefwoorden kartelzaak, ambtshalve toepassing artikel 101 VWEU, toepassing bagatelvrijstelling, systeeminbreuk, verval van sanctiebevoegdheid
Auteurs Mr. Winfred Knibbeler en mr. Alvaro Pliego Selie
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Boomkwekerijen-zaak oordeelt het College dat ACM in de sanctiefase nog stukken aan het dossier mag toevoegen indien deze door bij het kartel betrokken ondernemingen worden ingediend. Een oordeel over de ambtshalve toepassing van artikel 101 VWEU wordt vermeden door te oordelen dat het kartel geen interstatelijk effect had. Het College aanvaardt de niet-toepasselijkheid van de bagatelbepaling, zonder duidelijke bewijs- of motiveringsregels te formuleren. Ofschoon het College een systeeminbreuk als bewezen verklaart, stelt het niettemin hoge eisen aan het bewijs van de duur van deze inbreuk. Deze benadering staat op gespannen voet met de Europese rechtspraak. 1x CBb 10 april 2014, AWB 10/828 en AWB 10/829, ECLI:NL:CBB:2014:118 ( Darthuizer) en CBb 10 april 2014, AWB 10/830, ECLI:NL:CBB:2014:119 ( Van den Oever).

Noten

  • 1 CBb 10 april 2014, AWB 10/828 en AWB 10/829, ECLI:NL:CBB:2014:118 ( Darthuizer) en CBb 10 april 2014, AWB 10/830, ECLI:NL:CBB:2014:119 ( Van den Oever).


Mr. Winfred Knibbeler
Mr. W. Knibbeler is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.

mr. Alvaro Pliego Selie
Mr. A.A.J. Pliego Selie is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Artikel

De Richtlijn betreffende schadevergoedingsacties wegens inbreuken op de mededingingsregels

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden wetgeving, Richtlijn, civiele handhaving, mededingingsrecht
Auteurs Mr. Edmon Oude Elferink en Mr. Bram Braat
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 april 2014 heeft het Europees Parlement de Richtlijn betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie aangenomen (Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, A7-0089/2014). Deze richtlijn brengt met zich dat de lidstaten dienen te waarborgen dat het verhaal van schade in verband met schending van het kartelverbod en het verbod van misbruik van economische machtspositie wordt gefaciliteerd. In dit artikel wordt enerzijds een toelichting gegeven op de totstandkoming van de richtlijn en anderzijds besproken welke wetswijzigingen, if any, de Nederlandse wetgever dient door te voeren teneinde aan de verplichtingen uit hoofde van de richtlijn te voldoen.
    Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, A7-0089/2014.


Mr. Edmon Oude Elferink
Mr. E. (Edmon) Oude Elferink is advocaat bij CMS.

Mr. Bram Braat
Mr. B. (Bram) Braat is advocaat bij CMS en tevens promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Codificatie of zelfregulering in de franchisesector?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden franchiseovereenkomst, codificatie, zelfregulering, precontractuele informatieplicht
Auteurs Mr. I.S.J. Houben, Mr. J. Sterk en Mr. J.A.J. Devilee
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag of de franchiseovereenkomst in Nederland alsnog een benoemde status dient te krijgen, wordt aanhoudend gediscussieerd in politiek, media en literatuur. Tot nu toe heeft de focus volgens de auteurs te eenzijdig gelegen op codificatie. In deze bijdrage bepleiten zij dat naast codificatie, mede naar aanleiding van kort rechtsvergelijkend onderzoek, ook zelfregulering een serieus te overwegen optie is.


Mr. I.S.J. Houben
Mr. I.S.J. Houben is universitair hoofddocent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.

Mr. J. Sterk
Mr. J. Sterk is advocaat-partner bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.

Mr. J.A.J. Devilee
Mr. J.A.J. Devilee is student-stagiaire bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.
Casus

Mededingingsrechtelijke aspecten van technologieoverdrachtsovereenkomsten

Deus ex machina of terra incognita?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2014
Trefwoorden mededingingsrecht, technologieoverdracht, grant-back, betwisting van intellectuele eigendomsrechten, Beëindiging van overeenkomsten
Auteurs Mr. H.H.P. Lugard
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat in op de gewijzigde groepsvrijstelling inzake technologieovereenkomsten, Verordening 316/2014. De verordening introduceert een aantal significante wijzigingen die van belang zijn bij het redigeren van nieuwe octrooilicentieovereenkomsten en andere overeenkomsten inzake technologieoverdracht en noodzaken tot aanpassingen van bestaande overeenkomsten. De wijzigingen zijn ingegeven door de toename van “patent thickets” en de zorg omtrent de zwakke onderhandelingspositie van kleinere marktpartijen en zien onder meer op “grant back” bepalingen, beëindiging in geval van betwisting van de in licentie gegeven technologie en technologie-pool licenties.


Mr. H.H.P. Lugard
Mr. H.H.P. Lugard is partner bij Baker Botts L.L.P. (Brussel) en gespecialiseerd in het Europese en Nederlandse mededingingsrecht.
Artikel

Privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht: recente ontwikkelingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden kartelschade, umbrella pricing, privaatrechtelijke handhaving, Courage/Crehan, mededingingsrecht
Auteurs Mr. E.D. Glerum-van Aalst en Mr. S.R. Brand
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren lijkt sprake van een gestage opmars van privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht. Dit houdt onder andere in dat het steeds vaker voorkomt dat private partijen een kartelschadevordering indienen jegens karteldeelnemers. In deze bijdrage zal de huidige stand van zaken worden besproken wat betreft de mogelijkheden voor private partijen om kartelschadevorderingen in te stellen in Nederland.


Mr. E.D. Glerum-van Aalst
Mr. E.D. Glerum-van Aalst is werkzaam als advocaat bij Kneppelhout & Korthals Advocaten.

Mr. S.R. Brand
Mr. S.R. Brand is werkzaam als advocaat bij Kneppelhout & Korthals Advocaten.
Artikel

Codificatie of zelfregulering in de franchisesector?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden franchiseovereenkomst, codificatie, zelfregulering, precontractuele informatieplicht
Auteurs Mr. I.S.J. Houben, Mr. J. Sterk en Mr. J.A.J. Devilee
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag of de franchiseovereenkomst in Nederland alsnog een benoemde status dient te krijgen, wordt aanhoudend gediscussieerd in politiek, media en literatuur. Tot nu toe heeft de focus volgens de auteurs te eenzijdig gelegen op codificatie. In deze bijdrage bepleiten zij dat naast codificatie, mede naar aanleiding van kort rechtsvergelijkend onderzoek, ook zelfregulering een serieus te overwegen optie is.


Mr. I.S.J. Houben
Mr. I.S.J. Houben is universitair hoofddocent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.

Mr. J. Sterk
Mr. J. Sterk is advocaat-partner bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.

Mr. J.A.J. Devilee
Mr. J.A.J. Devilee is student-stagiaire bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.
Artikel

Het ING-arrest: over de toepasselijkheid van het ‘Market Economy Investor Principle’

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden staatssteun aan financiële instellingen, wijziging van een bestaande steunmaatregel, criterium van de particuliere investeerder, compenserende maatregelen
Auteurs Mr. drs. R. E. van Lambalgen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Commissie moet het criterium van de particuliere investeerder ook toepassen op de wijziging van een bestaande steunmaatregel. Tot deze conclusie kwam het Hof van Justitie in het arrest van 3 april 2014 in de zaak C-224/12 P (ING). Daarmee heeft het Hof van Justitie een belangrijke verduidelijking gegeven omtrent de toepasselijkheid van het criterium van de particuliere investeerder.
    HvJ EU 3 april 2014, zaak C-224/12 P, Europese Commissie/Koninkrijk der Nederlanden en ING Groep NV, n.n.g.


Mr. drs. R. E. van Lambalgen
Mr. drs. R.E. (Randolf) van Lambalgen is promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Bevoegdheid van het Hof van Justitie: de ene interne situatie is de andere niet

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden verhuur van motorvoertuigen met chauffeur, voorwaarden vergunning, zuiver interne situatie, bevoegdheid Hof van Justitie
Auteurs Mr. Klaas Sevinga
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze arresten acht het Hof van Justitie zich niet bevoegd om vragen van de verwijzende rechter over de uitlegging van artikel 49 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie te beantwoorden omdat het hoofdgeding een zuiver interne situatie betreft. De ene interne situatie is echter de andere niet: het Hof van Justitie blijkt zich niet in alle gevallen onbevoegd te verklaren om vragen te beantwoorden in interne situaties.
    HvJ EU 13 februari 2014, gevoegde zaken C-162/12 en C163/12, Airport Shuttle Expres scarl e.a. en Gianpaolo Vivani/Commune di Grottaferrata, n.n.g. en HvJ EU 13 februari 2014, gevoegde zaken C-419/12 en C-420/12, Crono Service scarl e.a. en Anitrav – Associazione Nazionale Imprese Trasporto Viaggiatori/Roma Capitale en Regione Lazio, n.n.g.


Mr. Klaas Sevinga
Mr. K. (Klaas) Sevinga is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

Risicoverevening en staatssteun in het Nederlandse zorgstelsel

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2014
Trefwoorden staatssteun, risicoverevening, zorgstelstel, zorgverzekeraar, verzekeringssysteem
Auteurs Prof. dr. Jan Boone, Dr. Rein Halbersma en Prof. mr. Wolf Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Risicoverevening is een belangrijk thema in de regulering van zorgmarkten waar sprake is van particuliere zorgverzekeraars. Het kan zelfs als noodzakelijke voorwaarde voor het functioneren van een dergelijk verzekeringssysteem worden gezien. Dat geldt zeker voor het Nederlandse zorgstelsel dat in 2006 werd ingevoerd. Tegelijk is risicoverevening mogelijk problematisch in de Europeesrechtelijke context, in het bijzonder met betrekking tot de regels over staatssteun. Deze bijdrage wil economische argumenten en het Europese juridische kader ten aanzien van risicoverevening combineren.


Prof. dr. Jan Boone
Prof. dr. J. Boone is verbonden aan het Tilburg Law and Economics Center (TILEC) en daarnaast aan de economische faculteit van Tilburg University.

Dr. Rein Halbersma
Dr. R. Halbersma is verbonden aan het Tilburg Law and Economics Center (TILEC) en daarnaast aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

Prof. mr. Wolf Sauter
Prof. mr. W. Sauter is verbonden aan het Tilburg Law and Economics Center (TILEC) en daarnaast aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).
Toont 1 - 20 van 33 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.