Zoekresultaat: 43 artikelen

x
Jaar 2016 x
Praktijk

Update mededingingsrechtelijke aspecten van postcontractuele concurrentieverboden in franchiseovereenkomsten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Franchise, Postcontractuele concurrentieverboden, Verticaal mededingingsrecht, Nevenrestrictie
Auteurs Mr. H.E. Urlus
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage ziet op mededingingsrechtelijke ontwikkelingen bij postcontractuele concurrentieverboden in franchiseovereenkomsten en de implicaties van de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de beschikking La Retoucherie de Manuele. De auteur stelt de vraag of dergelijke bedingen in de context van franchise nog kunnen worden aangemerkt als noodzakelijke nevenrestricties. Dat is van belang, omdat dergelijke nevenrestricties zijn onttrokken aan mededingingsrechtelijke toetsing, waardoor de merkbaarheid geen rol meer speelt. De auteur wijst erop dat bij een mededingingsrechtelijke toetsing van postcontractuele concurrentieverboden meer factoren van belang zijn dan slechts een belangenafweging tussen partijen.


Mr. H.E. Urlus
Mr. H.E. Urlus is advocaat te Amsterdam, verbonden aan Greenberg Traurig, LLP, en onder meer gespecialiseerd in civielrechtelijke en mededingingsrechtelijke aspecten van agentuur, distributie en franchise. Hij heeft daarover regelmatig gepubliceerd en was ook betrokken bij de totstandkoming van de Nederlandse Franchisecode als voorzitter van de Denktank Franchisegevers. De auteur dankt zijn kantoorgenoten mr. T. Charatjan en mr. J.H. Christ voor hun waardevolle bijdragen aan de totstandkoming van dit artikel.
Artikel

Afscheid Tom Ottervanger

Bundeling van verschenen bijdragen in Markt en Mededinging van Tom Ottervanger - Overhandigd op 7 december 2016 ter gelegenheid van zijn afscheid als redactielid (1998-2016)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering Afscheid Tom Ottervanger 2016
Jurisprudentie

Lundbeck – uitstel van executie

Gerecht 8 september 2016, zaak T-472/13, H. Lundbeck A/S en Lundbeck Ltd./Europese Commissie, ECLI:EU:T:2016:449

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2016
Trefwoorden pay-for-delay, Lundbeck, IE en mededinging, strekkingsbeperking, beschermingsomvang octrooi
Auteurs Elske Raedts
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2002 sloot Lundbeck overeenkomsten met een aantal generieke producenten op grond waarvan zij de marktintroductie van generieke varianten van Lundbeck’s antidepressivum Citalopram zouden uitstellen in ruil voor een betaling. Op 8 september 2016 oordeelde het Gerecht dat deze zogenoemde Pay-for-Delay overeenkomsten tot doel hadden de mededinging te beperken. Het Gerecht laat zich in deze uitspraak onder meer uit over de werkingssfeer van het mededingingsrecht in octrooizaken, over het concept van potentiële concurrentie en over de vraag wanneer schikkingsovereenkomsten als strekkingsbeperking kunnen kwalificeren. Lundbeck heeft op 18 november 2016 tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij het Hof van Justitie.


Elske Raedts
Mr. E.N.M. Raedts is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.

Winfred Knibbeler
Mr. W. Knibbeler is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP te Amsterdam.
Artikel

Aanbestedingsrechtelijke uitsluitingsgronden en het mededingingsrecht: wat moet een mededingingsjurist weten van de mogelijkheden tot uitsluiting in het aanbestedingsrecht?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2016
Trefwoorden aanbesteding, uitsluitingsgronden, ernstige fout, valse verklaring, proportionaliteit
Auteurs Maurice Esssers en Robert Fröger
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de per 1 juli 2016 geïntroduceerde wijzigingen van de Aanbestedingswet 2012 is het kader voor aanbestedingsrechtelijke uitsluitingsgronden gewijzigd. In dit artikel staan de uitsluitingsgronden centraal die voor beoefenaars van het mededingingsrecht relevant zijn. Met name wanneer ACM boetes oplegt wegens overtreding van (sectorspecifieke) regelgeving, gaan deze uitsluitingsgronden in latere aanbestedingen een rol spelen. Aspecten van een besluit die een impact hebben op de aanbestedingsrechtelijke kansen van ondernemingen zijn onder meer: de duur van de overtreding, de aard van de overtreding, de wijze van afdoening, de rechtspersonen waaraan de overtreding wordt toegerekend, de publicatiedatum en de mate van verwijtbaarheid.


Maurice Esssers
Mr. M.J.J.M. Essers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V.

Robert Fröger
Mr. R.A. Fröger is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V.

Mr. M.E.B. de Haseth
Mr. M.E.B. de Haseth is rechter in opleiding bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, standplaats Aruba.
Artikel

E-commerce sector inquiry

De voorlopige (mededingingsrechtelijke) bevindingen van de Europese Commissie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2016
Trefwoorden E-commerce, Sector inquiry, mededinging, SWD(2016) 312, Sectoronderzoek
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers en Mr. M.A.M.L. van de Sanden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 15 september 2016 heeft de Europese Commissie als onderdeel van haar Digital Single Market-strategie een rapport gepubliceerd waarin de voorlopige bevindingen van haar e-commerce sector inquiry zijn opgenomen. Dit rapport brengt de praktijken aan het licht die tot een beperking van de concurrentie zouden kunnen leiden. De bevindingen uit het rapport kunnen mogelijk een grote impact hebben op de e-commerce sector in de Europese Unie. In dit artikel worden de belangrijkste door de Commissie geïdentificeerde ontwikkelingen en praktijken beschreven alsmede of die ontwikkelingen en praktijken aanleiding geven tot mededingingsbezwaren. Het definitieve rapport wordt in het eerste kwartaal van 2017 verwacht.
    European Commission, Preliminary Report on the E-Commerce Sector Inquiry, Commission staff working document, 15 september 2016, SWD(2016) 312 final.


Mr. drs. D.P. Kuipers
D.P. (Pauline) Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Mr. M.A.M.L. van de Sanden
M.A.M.L. (Mariska) van de Sanden was tot 1 november 2016 advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag. Inmiddels is zij werkzaam bij Houthoff Buruma te Brussel.
Artikel

Hof van Justitie eist in de cementzaken een steviger fundament onder inlichtingenverzoeken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2016
Trefwoorden Mededinging, Inlichtingenverzoek, motivering, zelfincriminatie, 1/2003
Auteurs Mr. J.W. Fanoy en Mr. T. Raats
SamenvattingAuteursinformatie

    In de cementzaken concludeert het Hof van Justitie dat de Europese Commissie haar inlichtingenverzoek onvoldoende had gemotiveerd. In dit artikel wordt de verwachte impact van deze uitspraak besproken. Daarnaast gaan auteurs in op (rechts)vragen die het arrest oproept.


Mr. J.W. Fanoy
Mr. J.W. (Joost) Fanoy is partner binnen de afdeling Mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.

Mr. T. Raats
Mr. T. (Tim) Raats is advocaat-medewerker bij Maverick Advocaten.

    In HvJ 28 juli 2016, zaak C-191/15, Verein für Konsumenteninformation/Amazon EU Sárl, ECLI:EU:C:2016:612 heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat oneerlijke bedingen in online gesloten of nog te sluiten overeenkomsten met consumenten en tegen het gebruik waarvan met een preventieve collectieve verbodsactie wordt geageerd, het karakter hebben van verbintenissen uit overeenkomst. De rechtmatigheid van dergelijke bedingen moet daarom, ook wanneer de rechtmatigheidstoets als voorvraag opkomt in het kader van een niet-contractuele collectieve verbodsactie, worden beoordeeld naar het recht dat door Verordening (EG) nr. 593/2008 (Rome I) wordt aangewezen. Daarentegen is volgens de advocaat-generaal alleen Verordening (EG) nr. 864/2007 (Rome II) relevant.
    HvJ 28 juli 2016, zaak C-191/15, Verein für Konsumenteninformation/Amazon EU Sàrl, ECLI:EU:C:2016:612


Mr. R.P. Streng
Mr. R.P. (Renze) Streng LL.M. is werkzaam als Professional Support Lawyer bij NautaDutilh NV te Amsterdam. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.

    Op grond van het (internationaal) maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) stimuleert de overheid ondernemingen in dertien Nederlandse sectoren om in sectorverband samen met de overheid en partijen uit het maatschappelijk middenveld afspraken te maken om complexe IMVO-risico’s in de keten aan te pakken. Dit is opmerkelijk, want op grond van het mededingingsrecht kan het maken van dergelijke afspraken – indien zij in strijd zijn met het kartelverbod – ondernemingen duur komen te staan. Om deze gecompliceerde situatie te verbeteren heeft de minister van Economische Zaken op 30 september 2016 de herziening van de Beleidsregel mededinging en duurzaamheid gepubliceerd. In dit artikel analyseert de auteur de effecten van de herziening en beoordeelt zij of het mededingingsrecht op deze manier meer ruimte geeft aan duurzaamheidsinitiatieven.


Jeanine Wubbels
Mr. J.J. Wubbels is onderzoeker aan de Leerstoel International Business and Human Rights aan de Erasmus Universiteit.
Jurisprudentie

Brulotte in Europa? Opmerkingen bij Genentech/Hoechst

Hof van Justitie EU 7 juli 2016, zaak C-567/14, ECLI:EU:C:2016:526 (Genentech Inc./Hoechst GmbH en Sanofi-Aventis Deutschland GmbH)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2016
Trefwoorden IE en mededinging, royaltyverplichting na verval octrooirecht, mededingingsbeperking
Auteurs Paul Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    Is een verplichting van een (octrooi)licentienemer om royalty’s te betalen voor technologie die niet beschermd wordt door een octrooi, bijvoorbeeld na vernietiging daarvan, mededingingsbeperkend? Het Hof van Justitie bevestigde onlangs het antwoord dat het in 1989 op deze vraag gaf in een klassiek precedent op het snijvlak van IE en mededinging, maar lijkt dat onbedoeld meer ‘ordoliberaal’ uit te leggen. Dezelfde vraag houdt ook het Amerikaanse recht bezig, waar men juist graag af zou willen van een alom als achterhaald beschouwd precedent uit 1964.


Paul Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat te Amsterdam (Visser Schaap & Kreijger).
Jurisprudentie

De ‘lange arm’ van ACM bij het bepalen van de boetegrondslag

Annotatie van de uitspraak van het CBb van 24 maart 2016 in zaken 14/251-253, ECLI:NL:CBB:2016:56

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2016
Auteurs Bas van Bockel
Auteursinformatie

Bas van Bockel
Prof. dr. B. van Bockel is universitair docent aan de Universiteit Utrecht en gasthoogleraar aan Universita Ca’ Foscari (Venetië, Italië).
Praktijk

Kroniek beschikkingenpraktijk ACM Mededingingsrecht 2015-2016

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden Mededingingswet, Autoriteit Consument & Markt, eerstelijnszorg, concentratietoezicht
Auteurs Mr. C.T. Dekker en mr. E. Belhadj
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek staat de praktijk van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) voor wat betreft de toepassing van de Mededingingswet centraal. Daarbij worden ook uitspraken van Rechtbank Rotterdam over besluiten van de ACM behandeld. De periode die door deze kroniek bestreken wordt betreft 1 januari 2015 tot 1 juli 2016.


Mr. C.T. Dekker
Cees Dekker is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen.

mr. E. Belhadj
Ekram Belhadj is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen.
Artikel

Naar een Europees wetboek voor elektronische communicatie

Kroniek Telecommunicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2016
Trefwoorden elektronische communicatie, telecommunicatie, internet, breedbandtoegang, radiospectrum
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek wordt ingegaan op de ontwikkelingen in het Europese telecommunicatiekader in de afgelopen drie jaren. Het bevorderen van connectiviteit was een thema uit de voorstellen voor een ‘Connected Continent’ van Commissaris Kroes in 2013. Opnieuw is toegang tot snelle internetconnectiviteit een belangrijke doelstelling van regulering in het voorstel voor een geheel nieuw Europees wetboek voor elektronische communicatie dat de Europese Commissie in september 2016 publiceerde. Het voorstel betekent een algehele herziening van het Europees telecommunicatiekader dat gevolgen zal hebben voor de Nederlandse Telecommunicatiewet.


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is bijzonder hoogleraar telecommunicatierecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid (afdeling eLaw) van de Universiteit Leiden en advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Jurisprudentie

Landelijke Huisartsen Vereniging

Annotatie van de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 17 december 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:9352

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2016
Trefwoorden gezondheidszorg, LHV, besluit ondernemingsvereniging, doelbeperking, contextonderzoek
Auteurs Marc Wiggers, Robin Struijlaart en Joris Ruigewaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze annotatie biedt een samenvatting en een analyse van de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 17 december 2015 in de zaak LHV, waarin de rechtbank het beroep van LHV gegrond verklaart en het besluit van ACM vernietigt. Tevens gaan de auteurs in op het mogelijk toekomstige gezicht van het toezicht van ACM in de gezondheidszorg.


Marc Wiggers
Mr. dr. M.Ph.M. Wiggers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

Robin Struijlaart
Mr. R.A. Struijlaart is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

Joris Ruigewaard
Mr. J. Ruigewaard was ten tijde van het schrijven van deze annotatie werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff en zal vanaf september 2016 werkzaam zijn als advocaat bij Maverick Advocaten.
Jurisprudentie

Eturas: ontvangst ongevraagde online informatie kan leiden tot onderling afgestemd feitelijk gedrag

HvJ EU 21 januari 2016, zaak C-74/14, Eturas UAB e.a./Lietuvos Respublikos konkurencijos taryba, ECLI:EU:C:2016:42

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2016
Trefwoorden onderling afgestemd gedrag, bewijslast, bewijsstandaard, Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, onschuldpresumptie
Auteurs Winfred Knibbeler
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Eturas vormt een belangrijke bouwsteen in de rechtspraak over onderling afgestemd feitelijk gedrag. Het Hof van Justitie bevestigt dat een online mededeling in een verticale context kan leiden tot een inbreuk op artikel 101 VWEU. Daarvoor is wel nodig dat een mededingingsautoriteit volgens nationale bewijsregels aannemelijk maakt dat de ontvanger van een online bericht op de hoogte was van de inhoud van het bericht. Nationale bewijsregels worden begrensd door het vermoeden van onschuld, dat vervat is in artikel 48 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie en het is ook mogelijk zich van de inbreuk te distantiëren door te bewijzen dat de ongevraagde online informatie commercieel is genegeerd.


Winfred Knibbeler
Mr. W. Knibbeler is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP te Amsterdam.
Discussie

Een beetje merkbaar mag wel

Een reactie op de column van Paul Glazener, ‘Hoe merkbaar moet het zijn?’, M&M 2016/2, p. 97-98

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2016
Auteurs Alvaro Pliego Selie
Auteursinformatie

Alvaro Pliego Selie
Mr. A.A.J. Pliego Selie is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Jurisprudentie

Het DHL-arrest: ‘Foutje, bedankt!’ in een systeem van parallelle clementieregelingen

HvJ EU 20 januari 2016, zaak C-428/14, DHL Express (Italy) Srl en DHL Global Forwarding (Italy) SpA/Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato, ECLI:EU:C:2016:27

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2016
Trefwoorden opsporing, clementie, kartel, Verordening (EG) nr. 1/2003, ECN-model
Auteurs Ruben Elkerbout
SamenvattingAuteursinformatie

    Tot voor kort was de hamvraag voor clementieverzoekers wat de precieze juridische status was van het ECN-clementieregelingsmodel van 2006 en welke precieze relatie een hoofdclementieverzoek bij de Commissie en een beknopt verzoek bij een nationale mededingingsautoriteit hebben. Op deze vragen en meer geeft het Hof van Justitie antwoord in het DHL-arrest. In deze bijdrage worden het DHL-arrest en de implicaties daarvan voor de clementiepraktijk besproken. Tevens komen het relevante juridische kader en het feitencomplex aan bod. Auteur pleit in zijn conclusie voor een in meer of mindere mate gecentraliseerd Europees clementieprogramma.


Ruben Elkerbout
Mr. R. Elkerbout is advocaat bij Stek te Amsterdam.
Artikel

TenneT/ABB: een mijlpaal voor kartelschade én het algemene schadevergoedingsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2016
Trefwoorden kartelschade, voordeelstoerekening, bewijslast(verdeling), passing-on verweer, doorberekeningsverweer
Auteurs Mr. J.A. Möhlmann en Mr. M.R. Fidder
SamenvattingAuteursinformatie

    Het TenneT/ABB-arrest van de Hoge Raad vormt een mijlpaal voor kartelschade en het algemene schadevergoedingsrecht. Het biedt duidelijkheid over het bij kartelschade belangrijke passing-on verweer en herziet de vereisten voor voordeelstoerekening. Het arrest werpt echter ook nieuwe vragen op met betrekking tot de bewijslastverdeling bij toerekening van voordeel.


Mr. J.A. Möhlmann
Mr. J.A. Möhlmann is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.

Mr. M.R. Fidder
Mr. M.R. Fidder is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.
Artikel

Afstemming in de eenentwintigste eeuw: de rol van bewijsvermoedens voor onderling afgestemde feitelijke gedraging door deelname aan online platforms

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden mededingingsrecht, bewijsvermoeden, procedurele autonomie, onderling afgestemde feitelijke gedraging
Auteurs Prof. mr. A. Gerbrandy en T. Binder
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Eturas werd het Hof van Justitie gevraagd om een nadere uitleg te geven aan het begrip ‘afstemming tussen ondernemingen’ in de zin van een onderling afgestemde feitelijke gedraging (art. 101 lid 1 VWEU). Het belang van dit arrest ligt ten eerste in de constatering dat afstemming plaats kan vinden door middel van deelname van ondernemingen aan een online platform beheerd door een derde (niet-concurrerende) partij, en ten tweede in de verdere verfijning van de toelaatbaarheid van bewijsvermoedens; meer specifiek van de grenzen die het onschuldbeginsel daaraan stelt.
    HvJ 21 januari 2016, zaak C-74/14, Eturas UAB e.a./Lietuvos Respublikos konkurencijos taryba, ECLI:EU:C:2016:42.


Prof. mr. A. Gerbrandy
Prof. mr. A. (Anna) Gerbrandy is hoogleraar mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht.

T. Binder
T. (Tom) Binder is student in de master European Law aan de Universiteit Utrecht en als student-assistent verbonden aan het Europa Instituut van die universiteit.
Toont 1 - 20 van 43 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.